Aardenburg in oude ansichten deel 2

Aardenburg in oude ansichten deel 2

Auteur
:   G.A.C. van Vooren
Gemeente
:   Sluis-Aardenburg
Provincie
:   Zeeland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4017-1
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Aardenburg in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

Aardenburg, gelegen op de plaats waar een hoge dekzandrug door het riviertje de Ee werd doorsneden, heeft reeds zeer vraeg bewoning gekend. In de Romeinse tijd was het een militaire nederzetting, die een abrupt einde kende rond 275 na Christus. In de dertiende en veertiende eeuw kende het als handelsstad aan een uitloper van het Zwin een grate bloei. In 1604 werd het door prins Maurits veraverd en tot een vestingstadje met wallen en grachten uitgebouwd. Ret omliggende platteland was toen onder water gezet en vanuit de grote stroorngaten die daardoor waren ontstaan werden geulen gevormd, die diep het land binnendrongen en die later als kreken ziin blijven bestaan. Na de indijking kwamen de polders zoals wij die nu nog kennen.

De tweede helft van de achttiende eeuw was een rustige tijd en een bloeiperiode voor de landbouw. In Aardenburg was dit te zien aan de talrijke herenhuizen die werden bewoond door grondeigenaren, Deze huizen stonden vooral in de Weststraat en er zijn er thans nog enkele overgebleven. Ook de gewone boeren ging het niet slecht. Sommige boerenfamilies

boerden zo goed, dat ze hun eigendommen steeds meer konden uitbreiden en zo hereboeren en daardoor inheemse magistraten werden.

De streek van Aardenburg was, en is nog steeds, een grotendeels agrarisch gebied. Er zijn overwegend grate bedrijven, die vooral graanverbouwen. In de oogsttijd maakte men vroeger gebruik van seizoenarbeiders, die veelal afkomstig waren van het Belgische zandgebied in het zuiden, dat een grote bevolkingsdichtheid kende.

In 1877 werd door het Aardenburgse schoolhoofd G.A. Vorsterman van Oyen de eerste Nederlandse landbouwcooperatie gesticht, onder de naam "Welbegrepen Eigenbelang". Deze cooperatie heeft door het gezamenlijk aankopen van meststoffen en zaaigoed de landbouw op een hoger peil gebracht. De landbouwcrisis op het eind van de negentiende eeuw, ten gevolge van Amerikaanse concurrentie, deed de graanverbouw in betekenis afnemen. Dit was ook te zien aan de in deze periode gebouwde schuren, die aanzienlijk kleiner waren dan de oude. De periode 1910-1930 was weer een goede tiid voorde land-

bouw. Toen zijn veel grote bedrijven gesplitst in twee of meer klein ere gezinsbedrijven. Deze splitsing hield ook verband met de trek van Oostzeeuwsvlamingen naar deze streek, omdat in het oosten het grotere bevolkingsaantal leidde tot steeds verdergaande opdeling van de landbouwgrond. Toen tegen het eind van de jaren twintig de toekomst voor de akkerbouw ongunstiger werd, ging men de nadruk leggen op de veeteelt. Als gevolg daarvan werd in 1927 de "Cooperatieve Aardenburgsche Roomboterfabriek" opgericht.

Hoewel de bevolking haar inkomsten voornamelijk uit de landbouw verkreeg, waren er ook enige industrieen, De belangrijkste waren aanvankelijk de vlas- en klompenbedrijven. De vlasnijverheid ontstond in de eerste helft van denegentiende eeuw, onder invloed van de industrie in het aangrenzende Belgische zandgebied. Tijdens de eerste wereldoorlog gingde vlasnijverheid hier snel vooruit dank zij het wegvallen van de Belgische concurrentie, maar na die oorlog kwam de Belgische industrie terug en verdwenen veel kleine

bedrijfjes, evenals dat het geval was tijdens de crisis van de jaren dertig.

De klompenindustrie is thans verdwenen. De streek leverde het voor klompen geschikte hout van de canadapopulier. De komst van een stoomtram in de streek, in 1886, had tot gevolg dat er te Draaibrug remises werden gevestigd en dat het trampersoneel daar ging wonen, zodat er een dorpje ontstond met enke1e winkels en am bachtelijke bedrijven. In 1905 werd er een nieuwe industrie opgericht: de "N.V. Aardenburgsche Steenfabriek". Ret stadje zelf had een verzorgende functie.

Wij willen hier een beeld geven van Aardenburg en omgeving en van het leven en werken van zijn inwoners van 1875 tot 1940. Achtereenvolgens zullen de revue passeren: omgeving en landschap, panorama's, straten en pleinen, kerken en kerkelijk leven, scholen en schoolklassen, sociale instellingen, bedrijven en fabrieken en de mensen die hierin werkten,midde1en van vervoer, huizen, klederdracht, ontspanning, verenigings1even en feestelijkheden.

1. Dit is de "valei", nabij de vroegere hofstede van de familie Rosseel in de Izabellapolder, in mei 1937. Wanneer er hoge waterstand was stond alles blank, was het een droge periode dan graasden er koeien. In de winter kon men er bij vorst prachtig op schaatsen. Deze "valei" was nog een overblijfsel uit de tijd van de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648), to en de polder was gei'nundeerd en toen het water bij vi oed binnenstroomde en bij eb weer wegvloeide. Door de betere waterbeheersing - na de oprichting van het waterschap "Het Vrije van Sluis" in 1944 - is hiervan thans niets meer overgebleven en zijn dergelijke lager gelegen stroken land weide of zelfs bouwland geworden.

2. Populieren op de Sint-Pietersdijk, de weg van Aardenburg naar Sint Kruis. Typisch in het vlakke en vrij kale land waren de lange rijen populieren die langs de wegen en op de dijken stonden. In de loop der jaren zijn vele van deze populieren verdwenen. Vooral tijdens de tweede wereldoorlog werden veel bomen gerooid of door oorlogshandelingen vernield. De laatste jaren heeft ook de populierenziekte lelijk huisgehouden. Het hout werd vroeger vooral gebruikt voor de klompenindustrie. Toen de vraag naar hout niet meer zo groot was omdat het dragen van klompen in onbruik raakte, was de neiging om na het rooien tot nieuwe aanplant over te gaan niet zo groot meer.

3. Het oogsten van erwten met paard en wagen in de jaren twintig op het land van de familie Lannoye in de Izabellapolder, een beeld dat thans tot het verleden behoort. De erwten werden op miters gezet. Wanneer ze droog genoeg waren werden ze op de wagen geladen en in de schuur opgetast, waarin ze dan in de winter werden gedorst.

4. De Stierskreek nabij de Eldersehans rond 1900. Oak de Stierskreek is een van de stroomgaten die na de inundaties tijdens de Taehtigjarige Oorlog als kreek is overgebleven. Zij loapt vanaf de Eldersehans nabij Aardenburg, waar ze avergaat in twee watergangen, in de riehting van Sluis. Vroeger was de Stierskreek een zijtak van een veel grater stroomgat, het Lapscheurse Gat. In de loop der jaren zijn deze oorspronkelijke stroomgaten door een betere waterbeheersing en door aanwas geleidelijk aan kleiner geworden. Sommige kreken zijn zelfs helemaal verdwenen.

5. Panorama uit 1933 vanaf de toren van de Sint-Baafskerk. In het midden staat het oude stadhuis, daterend van 1864. In 1926 is dit verbouwd. Ret werd zwaar beschadigd door oorlogsgeweld in september-oktober 1944 en daarna afgebroken. Links daarvan ligt de burgemeesterswoning en in het midden van de Markt zien we de Wilhelminaboom, die op 6 september 1898 werd geplant ter gelegenheid van de troonsbestijging van koningin Wilhelmina. In 1953 werd deze boom gerooid en de loden herinneringskoker met de handtekeningen van vele Aardenburgers van toen werd opgeborgen in het archief. Geheellinks, achter de schuur van Pieter Kouwe, is de open bare school te zien.

;;.

6. Ook dit beeld van Aardenburg dateert van 1933. Het is genomen vanaf de Wandeldreef. We zien vooraan de volkstuintjes, in het midden de Sint-Baafskerk en links daarvan het torentje van het vroegere gemeentehuis.

7. Het noordwesten van Aardenburg, gezien vanaf de Kloosterweide omstreeks 1920. Op de achtergrond, in het midden, ontwaren we de rooms-katholieke kerk en links daarvan het torentje van de Kaaipoort. Helemaal links zien we enkele bomen van het Veri oren Kostje, oorspronkelijk een bolwerk en een deel van de vestingwerken dat later park werd.

8. Het leven in Aardenburg speelde zich af tussen de Kaai, waarvan hier een foto uit 1908, en de Markt. Er werd markt gehouden op de Kaai en de kermis was op de Markt. Op zondagen en bij feestelijke gebeurtenissen f1aneerde de jeugd van de Markt naar de Kaai vice versa of, zoals men toen in de volksmond zei, van Pupe (pijp) naar Snute (snuit) en van Snute naar Pupe, twee bijnarnen van winkeliers waar men terecht kon voor snuisterijen. Deze markt was er geen met kramen, maar een waarbij de boeren en handelaars bijeen kwamen in de cafes op de Kaai om transacties te doen. Wekelijks werden de prijzen van granen, aardappelen en peulvruchten van de Aardenburgse markt opgenomen in de gewestelijke pers, zoals "Het Sluisch Weekblad" en het .Weekblad voor Westelijk Zeeuwsch- Vlaanderen".

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek