Almere in beeld /stad zonder verleden

Almere in beeld /stad zonder verleden

Auteur
:   R. Steenhorst en H. Belder
Gemeente
:   Almere
Provincie
:   Flevoland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-1372-4
Pagina's
:   152
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Almere in beeld /stad zonder verleden'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  >  |  >>

Koningin Wilhelmina.

Ik acht de tijd gekomen om de afsluiting en droogmaking van de Zuiderzee te ondernemen. Verbetering van de waterstaatkundige toestand der omliggende provinciën, uitbreiding van het grondgebied en blijvende vermeerdering van arbeidsgelegenheid zullen daarvan het gevolg zijn ...

koningin Wilhelmina (bij de opening van de Staten-Generaal, september 1917)

Almere heeft het voordeel van zijn ligging vlak bij de overloopgebieden, waarmee het best voldaan wordt aan de eisen die Amsterdam aan de groeikernen stelt: "snel, veel en dichtbij bouwen':

Almere heeft ook een zekere handicap, omdat regelmatig een nieuwe pioniersfase ontstaat, als gevolg van de start van een volgende woonkern ...

prof. dr. ir. R.H.A. van Duin (directeur Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders)

Prof dr. ir. R.H.A. van Duin.

Landdrost I. Cl. Lammers.

Almere is kneuterig en benard en wordt gebouwd vanuit het verkeerde principe, dat toekomstige bewoners - vooral Amsterdammers - gráág op een kluitje willen zitten. Wil Almere een succes worden, dan zal deze polderstad breder moeten worden opgezet, zoals Lelystad ...

Han Lammers (landdrost van de Zuidelijke IJsselmeerpolders)

Al tien jaar zijn wij bezig een andere woning te krijgen, want ons gezin bestaat uit vier personen: een jongen van 14 jaar en een meisje van 12 jaar. Zij hebben elk een eigen slaapkamer. Ons huis heeft drie kamers. Daarom slapen wij zelf al jaren in de huiskamer ... Wij hebben dan ook al onze hoop op Almere gezet, om een oplossing voor onze grote problemen te vinden. ..

Amsterdamse "overlopers"

Amsterdamse krottenwijk.

VOORWOORD

Het stichten van een nieuwe stad - zoals Almere - is een inspirerende opgave, die slechts aan weinigen gegeven is. Van degenen die daaraan werken, mag dan ook worden verwacht dat zij dat doen met geestdrift en creativiteit.

Voor de mensen die in Almere moeten gaan wonen en werken of er hun oude dag doorbrengen, ligt dat anders. Dat zijn mensen voor wie er in "in de herberg" van de randstad geen plaats is en naar Almere door verwezen worden. Mensen die wellicht met hoog gespannen verwachtingen de Hollandse Brug overkomen, maar in de praktijk ervaren dat zo'n nieuwe stad erg onherbergzaam kan zijn.

Het land is jong, de stad staat nog in de steigers en heeft geen tradities, geen pittoreske buurtjes en geen eeuwenoude parken en bossen. Kortom, al die dingen die met de tijd en de omgeving vergroeid zijn, en daarom zo dierbaar, ontbreken nog.

Almere is een onderdeel van het Zuiderzeeproject, met een geheel eigen plaats en taakstelling in de polders; los van de agrarische ontwikkelingen die van oudsher hun stempel op het nieuwe land hebben gedrukt. Een vreemde eend in de polderbijt. gevuld met stedelingen, voor wie Almere net zo goed of beter ergens anders had kunnen liggen, dichter bij Amsterdam en hun werk.

De plannenmakers van Almere hebben een ander beeld voor ogen: een stad die door haar stedebouwkundige opzet verweven wordt met het landelijk gebied, dat tussen de woongebieden doordringt. Een meerkernige opzet, waardoor de woongebieden niet te massaal wor-

den, zodat groen en buitenlucht dichtbij huis te vinden zijn. Een stad met eigen werkgelegenheid, een eigen gezicht, woonkernen met een eigen plaats in het geheel van Almere, met een eigen identiteit.

Bij de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders, de voor de voorbereiding en uitvoering verantwoordelijke dienst, is omtrent de plaats en de noodzaak van Almere nooit veel twijfel geweest, gezien de grote woningbehoefte enerzijds en de beperkte mogelijkheden op het oude land anderzijds. Integendeel, bij de RIJP leefde het besef dat er al een grote achterstand was bij de woningbouw, een besef dat mede stoelde op het regeringsbesluit om Zuidelijk Flevoland voorrang te .geven op de Markerwaard, die al volop in uitvoering was en waar de slingers in de Oostvaardersdiepdijk van getuigen.

De stedebouwkundige opzet van Almere biedt de mogelijkheid om snel en veel te bouwen en laat ruimte voor nieuwe opvattingen en ontwikkelingen. Een opzet die het mogelijk maakt om op meerdere plaatsen tegelijk te bouwen: er is begonnen met AlmereHaven, een betrekkelijk klein stadje, gesitueerd tussen de Hollandse en de Stichtse Brug, om niet verstrikt te raken in het touwtrekken tussen Amsterdam en het Gooi, die elk Almere naar zich toe wilde halen.

De meerkernige opzet bood ook de mogelijkheid om met de bouw te beginnen, zonder dat de eindomvang van Almere vaststond, een eindomvang die kon (en kan) variëren tussen 125.000 en 250.000 inwoners, afhankelijk van de woningbehoefte in Noord-Holland en het al of niet slagen van de overloop naar de andere groeikernen.

Kortom, Almere is geen gewone groeikern, maar een "saldostad".

Ondertussen gaat de ontwikkeling van Almere verder: terwijl de eerste woonkern, Almere-Haven, nog volop in uitvoering is, zijn de eerste bewoners van AlmereStad al gearriveerd. Almere-Stad, vele malen groter dan Almere-Haven, centraal gelegen in het Almeregebied, aan de spoorlijn van Amsterdam naar Lelystad en aan Rijksweg 6, die het westen met het noorden des lands verbindt.

Tegelijkertijd worden de plannen uitgewerkt voor Almere-Buiten, de derde woonkern van Almere, waar zich in 1984 de eerste bewoners moeten vestigen, als Almere-Haven vrijwel is afgebouwd.

Terwijl in de woonkernen en op de bedrijven terreinen de bouwers driftig bezig zijn, worden de open ruimtes tussen de woonkernen geleidelijk opgevuld met snelwegen, fiets- en voetpaden, met bossen, parken en waterpartijen en met nog vele andere voorzieningen die ontspanning bieden. De longen van Almere, waar bewoners en bezoekers op adem kunnen komen van hun dagelijkse bezigheden.

Hoe de bewoners dit alles ervaren, de opbouwperiode, de resultaten en de tekortkomingen, dat weten zij die hier dagelijks verkeren.

Het is een goede gedachte van René Steenhorst, een van de eerste bewoners, die mede door zijn werk intens meeleeft met het wel en wee van Almere, om zijn indrukken op papier te zetten, nu eens niet in de krant, die een eendagsvlieg is, maar in een boekwerk dat ook voor geïnteresseerden buiten Almere en

Flevoland toegankelijk is en dat ook voor latere geschiedschrijvers belangwekkende informatie geeft.

Dit boek van René Steenhorst en Ed Belder biedt de lezer de kans om mee te oordelen over Almere, piepjong, maar springlevend.

/"

prof. dl. R.H.A. van Duin (directeur Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders)

INLEIDING

Almere is een boek waard. Het zal niet vaak voorkomen dat over een nieuwe stad - op zich ook al een bijzonderheid - al na vier en een half jaar zóveel te vertellen valt. De ontwikkeling van Almere is in alle opzichten onstuimig te noemen. Almere, op 52.41 graden noorderbreedte en 5.12 graden oosterlengte. Wie nu Almere onder ogen krijgt, zal zich nauwelijks kunnen voorstellen dat deze stad zo'n vijf à zes Jaar geleden alleen nog maar op papier bestond. Het was niet meer dan een stapel uitgewerkte schetsontwerpen. Potloodlijnen, "vlekkenplannen", stapels rapporten en een oneindige hoeveelheid enthousiasme bij diegenen die tot taak hadden gekregen Nederlands allernieuwste stad te gaan bouwen ... dat alles stond aan de basis van wat Almere vandaag de dag is. Het Almere-van-nu, bijna vijf Jaar na de komst van de allereerste 'bewoners, omvat twee uitgestrekte gebieden, waar op grote schaal wordt gebouwd.

Een stad zonder geschiedenis, die - bij wijze van spreken - in één keer, als een gigantisch bouwpakket, in elkaar wordt gezet. Huizen, scholen, winkels, kantoren, sporthallen, zwembaden, groengebieden en wat dies meer zij. Alles wordt in een bijna abnormaal hoog tempo gerealiseerd. En waarom? Omdat ons land, met name het noordelijk deel van de randstad (Amsterdam en omstreken) al vele jaren en in een toenemende mate te kampen heeft met een gigantische woningnood, waar geen concrete oplossing voor lijkt te bestaan. Met andere woorden: Nederland in zijn geheel - want ook op andere plaatsen heerst een nijpende woningschaarste - heeft dringend behoefte aan steden als Almere. Om deze reden zijn ook

andere groeikernen, zoals Nieuwegein (in Utrecht), Purmerend, Hoorn, Alkmaar (in Noord-Holland), Zoetermeer (Zuid-Holland) en Lelystad (Oostelijk Flevoland), door de Nederlandse regering aangewezen als "groeikern" in het kader van het nationale ruimtelijke ordeningsbeleid.

Maar, geen van deze plaatsen zal zich ooit kunnen meten met het tempo in bevolkingsgroei en bouwsnelheid dat aan de dag wordt gelegd in Almere, groeikern in Zuidelijk Flevoland. Almere vestigt in alle opzichten voortdurend records. Wie in Almere woont of werkt of op een andere wijze bij de ontwikkeling van deze gloednieuwe stad op de voormalige bodem van de zee is betrokken, ervaart dagelijks hóe de stad zich als een olievlek in het polderland uitbreidt.

De horizon van Almere is voortdurend in beweging.

"Almere, stad zonder verleden" tracht een zo compleet mogelijke indruk te geven van wat is ontstaan in een periode die staat voor een kinderleeftijd ... Hoewel er naar gestreefd is in dit boek Almere in al zijn facetten aan bod te laten komen, was de veelheid aan informatie en gebeurtenissen dusdanig omvangrijk dat de beschikbare ruimte van deze circa 160 pagina's tellende uitgave ons noopte tot een zekere vorm van selectie. Desondanks zijn wij van mening dat u via dit boek Almere beter zult leren kennen.

Almere, een stad zonder verleden ... maar mét een grote toekomst.

1981

De samenstellers René Steenhorst Ed Belder

1. Links: ingenieur Cornelis Lely.

Rechts: een van de varianten op zijn inpolderingsplan voor de Zuiderzee van ir. Cornelis Lely, gemaakt in 1891. Deze kaart hoort bij een nota betreffende het onderzoek omtrent de afsluiting van de Zuiderzee, de Wadden- en de Lauwerszee.

DE PLANNEN VAN LELY

Het is donderdag 23 september 1954. De enkele honderden belangstellenden aan het begin van de Afsluitdijk bij Den Oever staan er wat verkleumd en rillerig bij. Men heeft zich duidelijk vergist in het weer van die dag. De zomerse jassen en mantels zijn in ieder geval onvoldoende bestand tegen de gure wind, die, tegen alle weersvooruitzichten in, de kop danig heeft opgestoken ... Ja, de gedragingen van de natuur vertonen genoeg tekenen om te kunnen vaststellen dat de zomer zijn einde nadert en de herfst op het punt staat zich te melden. Donkere, voortjagende wolkenpartijen, een snijdende wind.

Ineens komt er beweging in het gezelschap, nadat het lange tijd vrijwel bewegingloos bijeen heeft gestaan. Dat lichte rumoer wordt veroorzaakt door een militaire helikopter, die aan de wolkenhemel verschijnt en snel naderbij komt. Luttele momenten later zet het toestel een nog jonge koningin Juliana op de dijk af. Ze is in gezelschap van de belangrijkste politieke leider van ons land, minister-president dr. Willem Drees. Reden van hun komst is de onthulling van een vier meter hoog, bronzen standbeeld van een van Neërlands meest geroemde mannen: doctor ingenieur Cornelis Lely, die zich met zijn door de hele wereld geprezen Zuiderzee-inpolderingaplannen de erenaam "Bedwinger der Zuiderzee" verwierf. Was Nederland door de eeuwen heen een waternatie bij uitstek, Lely onderstreepte dat imago nog eens.

Cornelis Lely. Hij zou vandaag, 23 september 1954, honderd jaar zijn geworden. Vandaar de onthulling, als eerbetoon aan een groot man.

De koningin, gekleed in een lichtgrijs mantelpakje met bijpassende hoed en een kostbare, grijze zilvervos over de schouders, trekt een koord los. Het doek valt. De onthulling is een feit. Applaus stijgt op uit de menigte. De "bedwinger" is in brons vereeuwigd. Zijn schepper, de kunstenaar Mari Andriessen, is zichtbaar ontroerd. Minister-president Drees spreekt het omvangrijke gezelschap toe: Al is de drooglegging van de Zuiderzee ontstaan door de gedachten en het streven van velen, tóch zien wij Lely als dé grote man die er ruim zevenentwintig jaar voor streed dat de Wet op de Afsluiting en gedeeltelijke droogmaking van de Zuiderzee uiteindelijk in het Staatsblad verscheen. Ook Lely streed de strijd tegen het water. Een strijd die een wezenlijk kenmerk is voor het leven van ons volk.

0;.;;:0-

10 ~ ??.?

lElY 1891

2. Links: Hendrick Stevtn was in 1667 al zeer rigoreus in het afsluiten van de "Zuyderzee". Door alle Waddeneilanden, als ware het een eilanden snoer, aan elkaar vast te maken met een dijk, sloot hij in één keer de woelige binnenzee van ons land af

Rechts: één grote polder, daarbij nauwelijks meer een IJsselmeer overhoudend. Dat was het plan van Kloppenburg en Faddegon tn 1848. De eilanden Urk, Marken en Schokland zouden gewoon deel van het vaste land gaan worden.

Nauwelijks een maand na deze gedenkwaardige dag klinkt over het getemde water van de Zuiderzee het indringende geluid van tientallen scheepssirenes. Het teken dat opnieuw een deel van Lely's plannen tastbare werkelijkheid is geworden: de aanzet tot het droogmaken van Oostelijk Flevoland is er... De Knardijk (Lelystad-Harderwijk) is dicht. De derde van in totaal vijf polders staat op het punt de eens zo woelige Zuiderzee te verdrijven.

Pompen of verzuipen

Al eeuwen achtereen wordt gespeeld met de gedachte om de Zuiderzee droog te leggen. Men moet ook wel, want de Noordzee dreigt langzaam maar zeker de natuurlijke landsbescherming-tegen-het-water, de duinen, te vernietigen. Vele duinstroken hebben de strijd tegen het vanuit het westen oprukkende water moeten verliezen. Ook de Zuiderzee ontstond voor een belangrijk deel via een dijkdoorbraak. Het is dus voor de Nederlander "pompen of verzuipen" ...

Hendrick Stevin verkiest het eerste: in 1667 komt hij als allereerste Nederlander in de geschiedenis met een concreet beveiligingsplan, dat tevens nieuw land moet opleveren. Stevin pakt de zaken radicaal aan: alle Waddeneilanden moeten onderling worden verbonden door een dijk, zodat "De Zuyderzee" in één keer is afgegrendeld. Een ambitieus plan, doch niet te realiseren. De waterbouwkunde van dat moment is niet ingesteld op het volbrengen van een dergelijk gigantisch plan. De windmolen kan weliswaar water van laag naar hoog malen ... maar een héle Zuiderzee droogleggen? Nee, daarvoor is de techniek zelf nog te hulpbehoevend. Bijna tweehonderd jaar blijft het Stevin-plan het enige dat wordt ingediend. Maar de techniek staat niet stil ... en de tussenliggende periode heeft men benut om die drooglegging uit te proberen op een aantal Noordhollandse meren. Maar al die tijd houdt het tot rust brengen van Nederlands meest onstuimige en tot de verbeelding sprekende "natte hart" de waterbouwkundige gemoederen druk doende.

In 1852 wordt een belangrijk succes geboekt in de ontwikkeling van de drooglegging. Het Haarlemmermeer, een geducht water met een grootte van 18.000 hectare, wordt drooggemalen. Blijkt de windmolen niet in staat projecten van een dergelijke omvang droog te malen, de "zojuist" uitgevonden stoommachine biedt uitkomst. Het water, dat vele malen in de geschiedenis Amsterdam met overstroming bedreigde, is niet meer. ..

a

.A ?????

?...

??....

~

HENORICK STEVIN 1667 .

c

c

e

. .-..



s

r--1 .. ~ __ L.-.J ???????

0-

. ...-

- ..?.

=, .....?.

KLOPPEN8URG EN FADOEGOt1848

3. Links: geen IJsselmeer, geen Waddenzee. Onder het motto: "Alles gaat dicht". Wenmaekers dacht in 1883 overigens wel aan een goede ontsluiting van alle aan het IJsselmeer gelegen steden. Zijn plan was dan ook doorsneden met een rijk kanalenstelsel. Maar je vraagt je af" stel dat zo'n plan thans op de nominatie stond om te worden gerealiseerd ... hoeveel extra actiegroepen zouden we dan nu hebben? Rechts: ontworpen op de vraagstelling: "Is een aanzienlijke besparing op de toekomstige Zuiderzeeinpoldering mogelijk? " Mussert maakte in 1921 deze, toch ietwat merkwaardig aandoende inpolderingsgedachte.

Het succes van de reeks "generale repetities voor de Zuiderzee" en' de voortschrijdende ontwikkeling van de techniek brengen de droogleggingsplannen voor Nederlands grootste "binnenzee" in een stroomversnelling. Opeens komt het ene na 't andere Zuiderzee-droogleggingsplan op tafel.

Kloppenburg en Faddegon stellen in 1848 voor tussen Enkhuizen en Stavoren een afsluitdijk aan te leggen. Het daarachter gelegen water moet land worden. Maar, er zijn nog meer ontwerpers: Kooy (1870), Opperdoes en Alewijn (1873), Stieltjes (1873), Hüet (1875), Leemans (1877) en Wenrnaekers (1883), die zowel Zuiderzee als Waddenzee helemaal wil laten opdrogen. Hij ontwerpt, om Nederlands nieuwe land toch bereikbaar te houden, een uitgebreid kanalenstelsel. De jonge civiel-ingenieur Cornelis Lely volgt de voorstellen op de voet. De drooglegging intrigeert hem. Rond 1880 onderzoekt hij de technische uitvoerbaarheid en de economische wenselijkheid van een Zuiderzee-afsluiting en drooglegging. Elf jaar later komt hij met twee alternatieven voor drooglegging. Het eerste ontwerp koppelt de Markerwaard en Flevoland aaneen. Zijn tweede schets blijkt uitvoerbaar. Het is het ontwerp dat bepalend wordt voor het gehele Zuiderzeeproject, zoals het thans voor het grootste deel is uitgevoerd.

Het duurt nog vijfentwintig jaar voordat "ja" wordt gezegd tegen de realisering van Lely's plannen. Maar hij heeft de omstandigheden mee: Cornelis Lely is in 1918 zélf minister van waterstaat. En daarbij spelen verschillende trieste omstandigheden hem in de kaart: een vliegende storm brengt grote schade aan in verschillende gedeelten van Noord-Holland. En: de Eerste Wereldoorlog veroorzaakt een grote voedselschaarste en doet de Nederlander nadenken over zijn voedselafhankelijkheid van andere, omringende landen. Zowel de Eerste als Tweede Kamer der Staten-Generaal stemmen in met Lely's plannen.

Het departement van waterstaat omschrijft de werken aldus: De uitvoering van de Zuiderzeewerken bestaat uit twee onderdelen, namelijk:

De afsluiting, welke zal beletten, dat het water van de Noordzee in het af te sluiten gedeelte van de Zuiderzee binnenkomt en. ..

De droogmaking, waarbij gedeelten van de afgesloten Zuiderzee, na bedijking, worden leeggepompt en de drooggevallen zeebodem voor bebouwing en bewoning wordt geschikt gemaakt.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek