Ambon in oude ansichten

Ambon in oude ansichten

Auteur
:   dr. H.J. de Graaf
Gemeente
:  
Provincie
:  
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4356-1
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Ambon in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

De Zuid-Molukken kennen feitelijk maar een echte stad:

Ambon. De overige nederzettingen zijn dorpen of negerijen (niet van neger maar van het Maleise negeri, stad of land). Die stad werd door de Portugezen gesticht, die er in de zestiende eeuw een fort bouwden. Daaromheen schikten zich de wijken van hun medewerkers en bondgenoten. Zo is het ook in later eeuwen gebleven, nadat in 1605 het Portugese gezag voor dat van de Oost-Indische Compagnie moest wijken en het fort door de Nederlanders veroverd werd. Ook na twee Engelse tussenperiodes van 1796 tot 1803 en van 1810 tot 1817, toen het Nederlandsch-Indische gouvernement de erfenis der compagnie aanvaardde, veranderde er in beginsel weinig. Of schoon het gouvernement zich op den duur steeds minder op kruidnageleultuur en handel in dit product toelegde, bleef de stad een middelpunt van bestuur en verdediging, ook al woonde de gouverneur of resident niet meer in het kasteel, maar daar buiten, in het frisse Batoe Gadjah.

De bevolking rondom het fort was veelsoortig. Er waren enige import-Hollanders, Indo-Europeanen, Mardijkers (afstammelingen van Portugese slaven) en ten slotte de Ambonnese bondgenoten, welke laatsten in verschillende kampongs woonden, waarvan de namen in de loop der eeuwen niet veranderd zijn. Het belang van landsverdediging maakt dat het element der schutterplichtige Ambonse burgers, waartoe tenslotte het merendeel der niet strikt-Europese bewoners behoorde, de boventoon voerde. Hiertoe behoorden niet de

Moslims, vaak ballingen van andere eilanden, die een afzonderlijke wijk Batoe Merah toegewezen werd en de Chinezen die zich langs het strand bij de pasar vestigden, waar immers de handel ontstond. Zo kwam zelfs de Grote Kerk ten slotte aan de Chinese straat te liggen.

Reeds in de zeventiende eeuw, misschien zelfs al eerder, bood de stad met zijn kerken, markten, pakhuizen, havenhoofden, scholen en ziekenhuizen een Westerse aanblik. In de negentiende eeuw kwam er zelfs de toen in geen Indische plaats ontbrekende ,,800s" bii, aan de Esplanade bij het fort. Van al deze heerlijkheid is thans zeer weinig over. Dit is vooral aan de talrijke aardbevingen te wijten, waarvan de belangrijkste plaatsvonden in de jaren 1644, 1674, 1687, 1754, 1835 en 1898. De laatste, die veel mensenlevens kostte, zullen de oudste Ambonnezen zich nog herinneren, zo ze niet al door hun ouders er over gehoord hebben. Van de oude kerken bleef tot 1944 slechts de Grote Kerk over, die toen nog veel kunstschatten bevatte: een fraaie preekstoel, kerkzilver en kerkbanken. Verder wees men er het grafmonument van de geleerde Rumphius aan. Dit weinige, dat aardbevingen en branden gespaard hadden, ging bijna geheel te loor in de J apanse tijd. Onze Amerikaanse bondgenoten vernietigden op 24 augustus 1944 door een aangekondigd luchtbombardement hetgeen nog over was.

Van de vroegere heerlijkheid bleef dus slechts de herinnering. Maar wat het geweld van natuur en mensen niet hebben

kunnen vernielen was de eeuwenoude, levende traditie een eigen volk te zijn, met een eigen historie en met een eigen karakter. Dit bewustzijn heeft het verloren gaan van monumen ten niet kunnen voorkomen. Daarom zal het voor de oudere Ambonnezen een zowel aangename als weemoedige herinnering zijn, wanneer ze hier afbeeldingen zien van het oude Ambon, zoals zij het in hun jeugd nog gekend hebben. Maar ook voor de jongeren zullen deze prentjes van het land van hun herkomst leerrijk zijn en stellig niet zonder betekenis.

Het doel van deze serie is reprodukties te geven van oude ansichten of prentbriefkaarten. Op plaatsen waar veel vreemdelingen of toeristen kwamen, zoals in Batavia of de Javaanse Vorstenlanden, werden vanouds natuurlijk heel wat kaarten uitgegeven. Maar op het eenzame Ambon waren toeristen zeldzaarn, zodat de behoefte om van Ambon en omgeving kaarten te drukken en te verzenden vee I geringer was. De Ambonnezen zelf zullen weinig lust hebben gehad, om elkaar prentbriefkaarten van alom bekende zaken te sturen. Slechts de van buiten gekomen Europeanen, die niet z6 talrijk waren, wilden wel eens door een ansichtkaart hun familie en vrienden iets van de merkwaardige specerij-ei!anden laten zien. Er zijn mij daarom slechts drie uitgevers van Ambonse prentbriefkaarten bekend, te weten de Ambonsche Drukkerij, de gebroeders Que en de heer H.T. Ong. De laatstgenoemden waren Chinezen. Helaas hebben deze heren zich slechts zelden de moeite getroost de kotta Ambon te verla ten om

daarbuiten hun toenmaals zo lijvige en onhandelbare fotografie-apparaten op te stellen. Zij beperkten zich voornamelijk tot de stad en de naaste omgeving. Dat is erg jammer, maar we moeten er in berusten. Kaarten van de andere ZuidMolukse eilanden, zelfs van het vlakbij gelegen schiereiland Hitoe, bestaan er eenvoudig niet en hebben bij mijn weten ook nooit bestaan. Het heeft al moeite genoeg gekost, om de hierbij gereproduceerde collectie bijeen te krijgen, en met eigen kracht zou ik dit zeker niet bereikt hebben. Daarom wens ik hierbij mijn bijzondere dank uit te spreken aan personen en instellingen, die mij bij het verzamelen van de oude kaarten behulpzaam zijn geweest. Ik wi! hier noemen: prof. dr. I.H. Enklaar, zendingsdirector; de heer L. Zijlstra uit Den Haag; het Rijksmuseum van Land- en Volkenkunde te Leiden, door bemiddeling van mevrouw drs. J. Terwen-de Loos; en het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde te Leiden. Van harte hoop ik, dat zij door hun hulp het Ambonse vaderland nader gebracht zullen hebben bij de velen, die nu reeds tientallen jaren het kille noorden voor de milde Molukken hebben verkozen, terwille van hun politieke idealen.

Achtereenvolgens zullen prentbriefkaarten worden getoond van:

Ambon's verleden, de baai en de stad Ambon, het kasteel, de waterkant en de kaden, het Chinese kamp en de pasar, de Grote Kerk, officiele gebouwen, Batoe Gadjah, de omgeving van de stad, bestaansmiddelen, fees ten en uitzwerming.

1. Ambon is klein vergeleken met het naburige eiland Ceram en het verzinkt in het niet, wanneer we het met heel Indonesie gaan vergelijken. Toch is zijn rol in de lotgevallen van het eilande nrijk zeer belangrijk geweest.

'::::>elamar I,ari / edjadiatt (~ at al] d a» damar ~alt"" <:Bart.<

ieuuriaar

nCrr;! - Itri Ima and ;;J.(apPIJ

ew ~ear

2. De Zuid-Molukken bestaan uit honderden ei!anden, omspoeld door visrijk e zeeen en bedekt met een weelderige plantengroei. Aan dit paradijsachtige vader land wi! deze gelukwenskaart herinneren. De strik is in de nation ale kleuren: rood, wit, blauw en groen.

3. De eerste Europeanen, met wie de Ambonnezen kennis maak ten, waren de Portugezen, die hen in 1512 bezochten en zich later op Hitoe vestigden en tenslotte ook op Leitimor, waar zij een fort stichtten. Zij kochten kruidnagelen, streden met de "Moren" (moslims) en brachten het christendom in zijn katholieke vorm. De zeilen van hun "kraken" waren dan ook met kruisen getooid.

4. Fransiscus Xaverius de grote missionaris, die ook Ambon bezocht, verloor op een zeereis van Amboina naar Ceram tijdens een storm zijn kruis. Een krab bracht het echter aan land. Boven op de Fischerkanzel van de kerk te Traunkirch (Tirol) is dit mirakel afgebeeld.

Rijksmuseum Amsterdam

afdeeling Geschiedenis

5. Na de Portugezen kwamen in 1596 de Nederlanders. Hier ziet men een afbeelding van de eerste Nederlandse schepen die Ambon bereikt hebben. In het jaar 1605 vie 1 het Portugese kasteel in Nederlandse handen en heette sedertdien "Victoria"

L

-=

~ __ ._ =::::a = ==-_

6. Van de "verovering" in 1605 bestaat geen prentbriefkaart, reden waarom hier een reproductie voorkomt naar een oude gravure, aanwezig in de Stichting Atlas van Stalk te Rotterdam. Vijf Nederlandse schepen liggen op de rede. De Portugezen hebben in de kota vier grote kruisen geplant, zoals men er nu nog op zuid-Voorindie aantreft.

7. Frederik Houtman (1571-1627) was van 1605 tot 1611 de eerste gouverneur van Amboina. Gouverneur-generaal Jan Pietersz. Coen, he eft enige malen Ambon bezocht. Het be1angrijkst was zijn bezoek in 1621, toen hij er de vertegenwoordigers van al de Zuid-Molukken bijeen riep om de moeilijkheden rond het specerijenmonopolie op te lossen.

8. Portret van Philips Lucasz, zesde gouverneur van Ambon (1628-32) tijdens zijn verlof in Nederland in 1635 door Rembrandt geschilderd. De gouden keten zal hem geschonken zijn, nadat hij als bevelhebber der retourvloot deze behouden in het vaderland had gebracht.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek