Ameide en Tienhoven in grootmoeders tijd

Ameide en Tienhoven in grootmoeders tijd

Auteur
:   P. Will
Gemeente
:   Zederik
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-5422-2
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Ameide en Tienhoven in grootmoeders tijd'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

WOORDVOORAF

"Ja, vrocger." Dat hoor je ouderen vaak zeggen en daarop voIgt dan een lang verhaal. Dat vroeger alles zo anders was- en niet altijd beter. Die goeie , slechte, ouwe tijd! Nu hoef je niet oud te zijn om over" vroeger" te praten. Jongelui willen er ook best van weten. Zie ze maar eens karren op hun opoefiets en nog niet zo lang geleden was het dragen van het zwarte vestje van opa's trouwpak helemaal het einde. Is het een tikje nostalgie, een beetje heimwee naar het eigene van het voorbijgegane?

Weer anderen doen daar wat negatief over: je moet creatief aan de toekomst werken, nih achteromkijken.

Nostalgie hoeft echter helemaal geen ongunstige klank te hebben. Ons inziens getuigt het van de bewarende trouw ten opzichte van het verIeden en staat het voor geinteresseerd terugblikken en voor enigszins beschroomd, maar toch echt genieten van toestanden van toen.

Kennis nemen van hoe het was en hoe het geworden is. Dusdoende draagt vandaag immers gister met zich mee.

Het "vroeger" van dit boekje kent zijn grenzen: als oudste .wroeger" hebben we gekozen voor de laatste eeuwwisseling: rondom 1900 dus. Om twee redenen: ten eerste om voldoende binding te houden met de omstandigheden en mensen van nu; en ten tweede om de eenvoudige reden dat ons geen oudere prentbriefkaarten ter beschikking stonden.

Ons jongste "vroeger" is de periode vlak voor de oorlog. Vreemd, of in feite niet, dat elke lezer nu onmiddellijk weet welke we bedoelen, hoewel de oorlogen en de geruchten daarvan de laatste halve eeuw niet van de lucht zijn geweest. Feitelijk eindigen we met 1939; mobilisatie, bezetting en bevrijding, welvaart en "verzederiking" hebben wij bewaard voor een volgende werkgroep.

We hebben geprobeerd het tijdvak Ameide en Tienhoven 1900-1940 met een enkele uitschieter naar eerder en later in plaat en praat vast te leggen. Best een waagstuk, want het is reeds een derde dee I in de diverse reeksen. Herkauwerswerk en ouwe koek smaken niet.

Nu kunt u wei zeggen dat de mensheid snelleeft en dat die twee eerdere deeltjes veel "vroeger", dat is in ons geval al twintig jaar geleden, zijn samengesteld, maar toch ... Aanvankelijk aarzelend zijn we voorbereidingen gaan treffen, maar de constate ring hoeveel in korte tijd reeds geschiedenis is geworden, heeft ons doen besluiten echt de schouders eronder te zetten. Hoewel het "vroeger" ver weg leek te liggen, raakten we er steeds meer van overtuigd dat het best de moeite van het terughal en waard was.

Met "groten arbeyt ende neerstigheyt" zijn .xlrie bezige bijen" afbeeldingen gaan verzamelen van straten, oude ambachten en groepen. Deze zijn vervolgens gemengd en over 76 bladzijden verdeeld. Dat laatste getal doet ons denken aan een ander geschiedeniswerk, namelijk Valerius' Gedenck-clanck, waarin hetzelfde aantal vaderIandse liederen voorkomt, die te zamen getuigen van een brok bewogen historie. Het zij verre van ons, ons met Valerius te meten of te pretenderen dat wij geschiedenis zouden maken, maar toch hebben we ons uiterste best gedaan om u te laten delen in het plaatselijke wei en wee der stede Ameide en het dijkdorp Tienhoven.

Hoewel we ons beperkt hebben tot de eerste helft van deze eeuw, willen we toch even stilstaan bij de geboorte van de tweeeenheid: Ameide (= A-monde) is ontstaan op de plek waar de A, de Broekse watergang, in de Lek uitmondde. In een oorkonde van 1021 is al sprake van "een huis en poorte ter Ameide". Het lag heel gunstig en stimuleerde de koopmanszin. Floris V heeft de nederzetting voorrechten verleend volgens een

handvest van 1277. Deze zijn rond 1300 omgezet in stadsrechten, maar die zijn haarlater weer ontnomen als nasleep van een twist waarin de heer van Ameide zich achter de Hoeksen had geschaard en de Ameidenaren met de Kabeljauwen hadden geheuld. Met het .Juiis" is waarschijnlijk het slot Herlaar bedoeld.

Tienhoven moet nog ouder dan Ameide zijn; reeds in de ge of lOe eeuw is men aan hetontginnen gegaan en zijn de droge stroken tussen Tiendweg en Lek in hoeven gedeeld.

Tijdens het vergaren van het fotomateriaal en het speuren naar namen van personen en zaken die op de afbeeldingen te zien waren, zijn we er steeds meer van doordrongen geraakt dat het een rakelingse vastlegging van een stukje plaatselijke historie is geworden. Rakelings in tweeerlei opzicht: in de eerste plaats is het de hoogste tijd om iets van" vroeger" te boekstaven, wil er niet nog meer verloren gaan. Bij onze zoektocht hebben we namelijk herhaalde malen de opmerking gehoord: "Leefde die-of-die nog maar, die zou het wei geweten hebben." In de tweede plaats: rakelings, omdat we die peri ode gedeeltelijk zelf bewust hebben meegemaakt en meebeleefd - twee van de drie wcrkgroepleden althans- en dat moet merkbaar zijn in de keuze en de beschrijving. We hebben ons best gedaan ons zo objectief mogelijk op te stellen. Maar, beste lezer, had volgens uw kijk in bepaalde gevallen de belichting anders moeten zijn, dan vragen wij u op voorhand excuus. Wei hopen we dat in ons kijkboek de klop van het !even voelbaar gemaakt is. Hoe het zij, het driemanschap heeft er vee I plezier aan beleefd "Termei rond", zo goeden kwaad als het ging (en: was) in beeld te brengen.

Een periode waarin velc veranderingen zich voltrokken. Waar zijn - om maar wat te noemen - de peterolieboeren of de hoe-

denmaaksters gebleven, waar de tijd van de hoge zije en de petjes, die van de mutsjes en de pothoedjes vol strikjes en blommen? Waar de Verheijcn, de klompenmakers? De tijd dat je op klompen kloste en ach, de trammelant van zon kap die kon barsten. De ellende van het sternpellokaal , van je belastingplaatje zoek? De tijd van de stoomfiets; hoe hopeloos verouderd klinkt de zegswijze van weleer: "Hij her 'n fiets, die kin 't wete?" Een tochtje metde Lekboot naar Rotterdam, dat was me een wereldreis! Wie ging cr trouwens naar het buitenland?

We besluiten met een woord van hartelijke dank aan de uitgever voor de fijne samenwerking en voor de fraaie uitvocring van het boekwerk. Dank ook aan het bestuur van de Historische Vereniging voor het in ons gestelde vertrouwen. Heel veel dank zijn wij ten slotte ook verschuldigd aan allen die ons met raad en daad hebben bijgestaan en weI in de vorm van het verstrekken van gegevens en het beschikbaar stellen van illustratiemateriaal- we noemen in dit verband een naam, die van Peter Lakerveld te Tienhoven.

Moge dit kijk-Ieesboek in veler handen komen en telkenma!e de uitroep "He ... " ontlokken, zo begint imrners geschiedcnis.

De werkgroep-boekpublikatie der Historische vereniging Ameide en Tienhoven:

Jan den Oudsten Henk van der Vliet Paul Will

I. "Denkend aan Holland, zie ik brede rivieren, traag door one in dig laagland gaan." dat dichtte Marsman in de jaren dertig. Deze foto doet hieraan denken en herinnert ons tevens aan het mandenmakcrsdorp dat Ameide voor de oorlog was. Vlak na een scherpe rivierbocht, die later gerond is, heeft het zich veilig genesteld achter "den Hoogendijk". Op de Loswalziet u allerlei soorten manden, zoals gist- en slamanden. Die vierkante gistmanden gingen naar Engeland; de slamanden (30- en 40-kroppers) naar het Westland, terwijl er vismanden in de peri ode augustus tot december in IJmuiden werden afgezet. Op de Lek een slcepboot, een tros rijnaken achter zich aan zeulend, was in die dagen een vertrouwd beeld.

2. Ameide, land van houtbewerkers en fruittelers. Komend van Lexmond doen we eerst even een adres op Achthoven aan en gaan buurten bij Piet Versluis achterom. De houtschiltijd is kennelijk zojuist achter de rug. Niet aileen teen (eenjarig) en hout (= twee- of driejarig), maar ook stokken (slieten) werden van hun bast ontdaan am daarna verwerkt te worden in respectievelijk de mandenbreierijen, hoepmakerijen en voor het vervaardigen van "hekkes en koeistake". Hout schillen, dat was nog wat anders dan de davidjes (kleine teen) erdoor jassen. Dat hout moest wei eens een paar keer door het schilijzer gesjord worden voor de bast helemaallos kwam. Piet Versluis is bezig zijn zeis te haren, dat wil zeggen te wetten = scherpen, met behulp van zijn haartuig.

3. Onze weg vervolgend komen we bij de buurtschap Sluis aan. Op de foto zien we het Rijksstoomgemaal der Vijfheerenlanden, gebouwd in 1892. Rechts ziet u de twee nag bestaande huizen die indertijd bewoond werden door machinist en stoker. Dit gemaal nam na een tussenfase de functie over van de dertien rnolens die eens Achthoven sierden: vijf op de uiterwaarden en acht binnendijks. Wat moet dat een indrukwekkend gezicht zijn geweest, zoals nu nag bij Kinderdijk. Op de hoek staal geen water- maar een korenmolen (1715), van oudsher eigendorn van de erven Bor, eens gekortwiekt, afgebrand in 1972 en daarna geheel-afgebroken. Rechts ziet u het zogenoemde Dijkhuis; boven was een vergaderruimte en de belendende schuur diende als opslagplaats voor gereedschappen van de dijkwacht.

4. Hier staan we op de grens van de Vijfheerenianden en de Aiblasserwaard. Even nog slaan we vanaf de molenhoek een blik in de Zouwendijk, die waterstaatkundig een belangrijke rol heeft gespeeld. Deze binnendijk is namelijk destijds aangelegd om de Waard te beschermen tegen "de overloop van wateren van bovenaf". Dar dit niet steeds gelukt is. bewijzen een paar koIkgaten, de zogenaamde wieIen, die men aan de westkant vindt; iets verderop is de eendenkooi "De Zouwc" een litteken van zo'n dijkdoorbraak in 1377. Rechts ziet ude boerderij van de Iarnilie Jongkind. Deze is afgebroken en er is ecn nieuw spul verrezen aan de Marijkeweg. Let u ook eens op .xi'n hocht", die nog onverhard is. In de winter en bij langdurige regen werden zulke rulle wegen met zo'n paardespoor al gauw een modderpoel.

5. Beide dorpen tel den een behoorlijk aantal rnandenbreiersschuren, te beginnen langs de "Sluisendijk". De voornaamste bazen waren meneer W.A. van Kekern, Klaas de Lange, Van Gent, Van Krimpen en Hannes van der Leeden, de laatste in Tienhoven. Behalve dat er "gebreeje wier", werd ook duchtig de mond geroerd. Praten en breien ging immers samen: kerk en politiek waren dankbare onderwerpen, terwijl de plaatselijke nieuwtjes daar van mond tot mond gingen. Zou dat niet de bakermat zijn geweest van diverse sterke verhalen? En de bron van bijnamen? Hier ziet u Kees van der Zijden bezig, die met Piet Roth en Rinus de Vroome een driemanschap vormde. Naast het grovere mandenbreien werd ook fijner werk vervaardigd, zoals sierkorven, boodschappen- en wasrnanden, enzovoort.

6. Voor manden werd geschilde (bakkersmanden onder meer) en ongeschilde teen gebruikt (flessemanden); onder andere de laatste werd geweekt en/of gebuft (= gekookt) om ze makkelijker te kunnen buigen. Bij het hoepmaken gebruikte men hout dat minstens twee jaar oud was. Om deze stokken wat handzamer te maken, werden ze of in tweeen gesplitst , of met een kluft (of klucht) in drieen gekloofd. Ze dienden voor hoepels am houten tonnen. Hendrik Lakerveld (de opa van Rook) is hiermee doende. Naar de lengte van die geschilde stokken hadden kenners het over porken, kit, kerreband en halfvaa(t)s.

7. Hier zien we Aart de Wit en op 6b zijn oom Aart Sf. aan de arbeid; junior is aan de snijbank bezig met een haalmes de gekliefde stokken gladder te maken. Dan draaide men ze door het "buigmesien", dat u op de achtergrond ziet staan (6b), vervolgens werden de hoepen op stapeltjes gebonden. De spaanders werden meestal door de bakkers uit het dorp opgehaald om er de oven rnce op te stoken (zie ook 32). De De Witten en hun jongens werkten in een hoepmakersschuur die onder aan de trapjes naast cafe Lekzicht lag.

8. Ondanks het streven van onder andere de "Mandenmakers-Patroonsvereeniging Ameide en Omstreken" heeft deze wijze van houtverwerking op den dum plaats moeten maken voor andere vormen van verpakking. Hoep- en mandenbreiersschuren werden daarna weI voor andere doeleinden gcbruikt. Hier ziet u de verbouwing van zo'n ruimte - oorspronkelijk eigendom van Bart Streefkerk tot een garage, terwijl een woonhuis gefundeerd is. Op de foto uit 1935 staan Jan Streefkerk , Piet van der Graaf', Gerrit Hamoen (de grondlegger van dit garagebedrijf), Theo Bor, Jan Bouwrneester , Manus Streefkerk en Gerrit Streefkerk Sf.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek