Ankeveen, een beeld van een dorp

Ankeveen, een beeld van een dorp

Auteur
:   J. Veenman
Gemeente
:   's-Graveland
Provincie
:   Noord-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-5670-7
Pagina's
:   112
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Ankeveen, een beeld van een dorp'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

INLEIDING

Er zijn wat zaken die ik meen te moeten zeggen alvorens u dit boek gaat lezen. am te beginnen is het geen historische verhandeling vanaf de periode to en rendierjagers onze streken bezochten tot aan het tijdperk van pincodes, carpool en en micro-tv's, maar aIleen het vastleggen van een reeks kleine stukjes Ankeveense historie. Gewone plaatselijke geschiedenis dus. Daartoe heb ik gekozen, op enkele uitzonderingen na, voor het tijdperk tussen 1880 en 1960. Een tijdperk, waarin grote zorgen het deel van veel bewoners van ons dorp waren, maar ook het tijdperk van de kleine pleziertjes: de jaarlijkse Ankeveense kermis, sleetje rijden op de ijsbaan, de fanfare, koninginnefeest, de toneelvereniging, de dansclub, het zangkoor, het drinken van een kop koffie of een pierenverschrikkertje in een van de gezeIlige dorpscafes of gewoon het flaneren bij het "Polderhuis" wanneer er een schuit of een koets arriveerde.

Misschien zult u zich afvragen waarom er zo weinig geschreven is over Jan van Blarcum, pastoor Pel, pastoor Lokin, dominee Leijsen, "meester" van de Krabbe of "juffrouw" Otto en vele anderen die dat zeker waard zijn. Misschien zult u zich erover verwonderen dat er naar verhouding meer geschreven is over "de kleine" dan over "de geziene" of "deftige burgers". Het antwoord is eenvoudig: al die ploeterende, zwoegende, baggerende en zwetende bewoners van ons dorp hebben met elkaar onder de me est moeilijke en soms erbarmelijke omstandigheden het fundament gelegd van onze tegenwoordige welvaartsstaat. Het is juist deze samenhang die mij inspireerde tot het schrijven over hun tijd en hun leven.

"Och ... wij zullen het niet meer meemaken, maar ik bid elke dag Onze Lieve Heer, dat onze kinderen en kleinkinderen het nog eens mogen beleven," was stereotiep het vrome antwoord van "tante Neel, die van Ankeveen" wanneer men haar vroeg: "Wanneer zal het ooit eens beter worden?"

De baas is "werkgever" geworden en de knecht "werknemer". Kleding draagt niet meer het stempel van sociale status. De werkende en ook de rustende mens is gekapseld in een keurslijf van voorzieningen. Het gehele partroon van normen en waarden he eft sterke veranderingen ondergaan.

Tijdens of na het lezen van dit boek mag u zelf het antwoord geven op de vraag of de gebeden van tante Neel verhoord zijn.

"Hier zijn we, wandelt u eens met ons mee," roepen Piet Koster, Jan Wiggers, Bram Romviel, Jo Miltenburg, Anton Keetelaar en vele anderen u toe. Stap op, vergeet even uw hedendaags probleem: wat zuIlen we vandaag gaan eten of waar zuIlen we dit jaar met de vakantie naar toe gaan?

Wandel mee door het eeuwenoude vervenersdorp en blik even terug naar grootvaders tijd.

Ankeveen, zomer 1993

Jan M. Veenman

1. Het is niet verwonderlijk dat de fotograaf zich in de plaatsnaam vergiste. Evenals hij voelden vele bewoners van de "Heerenweg" zich economisch meer betrokken bij 's-Graveland dan bij Ankeveen. Gelukkig is de fotograaf er niet op uit geweest om een zo fraai mogelijk dorpsbeeld vast te leggen. Dat verklaart misschien de kracht van de foto en tevens waarom wij, twee of drie generaties later, geboeid deze in ons opnemen.

De vergissing van de fotograaf wordt echter nog duidelijker wanneer we ons realiseren dat gedurende de regentijd het voor de meeste bewoners gewoon onbegonnen werk was te voet naar Ankeveen te gaan. De weg was smal, modderig en vol kuilen. Twee boerenwagens konden elkaar nauwelijks passeren. Reed men met paard-en-wagen in het midden van de weg, dan ontstond daar op den duur een geul, doordat de paarden de weg als het ware uitholden. Het gevolg was dat veel koetsiers .Jialfspoor" gingen rijden, dus op dat deel van de weg waar anders het rechter wagenwiel rolde. Op deze manier werd het er aIlemaal niet beter op.

Pas in 1932 onderging de weg zijn ingrijpendste verandering sedert eeuwen en werd door verbreding ell verharding van het wegdek geschikt gemaakt voor het toenemende motorisehe verkeer. De "benenwagen" en het trekpaard maakten plaats voor het automobiel. Sedert die tijd werd de wereld voor de bewoners aan de Herenweg "kleiner" maar ook "gevaarlijker".

Bij de foto: de "Herenweg" (riehting west), 1910.

s' .era velar-d.

O. 12.*.

2. Op het eind van de negentiende eeuw stonden er slechts enkele huizen langs de onverharde Herenweg. In de winter was de weg modderig en soms onbegaanbaar. De boeren hadden het eigenlijk nog het gemakkelijkst. Met een trekpaard en een wagen konden zij zich redelijk verplaatsen. Voor de "gewone" mensen, zoals Abraham (roepnaam Bram) Romviel en zijn vrouw Margaretha Hagen, die niet over een wagen beschikten, was het veel moeilijker zich naar elders te begeven. Zij moesten lopen, soms urenlang. Indien het niet strikt noodzakelijk was bleven ze dan ook thuis en zagen soms vele dagen niemand.

Met de verlenging van de 's-Gravelandse paardetrambaan tot aan de Klapbrug in 1889, raakte de afgelegen Herenweg een beetje uit zijn isolement. In hetzelfde jaar kwam Bram in dienst van de ,,'s-Gravelandsche Tramweg Maatschappij" en werd koetsier op de paardetram. Toen in 1923 de paardetram werd opgeheven kwam Bram, na een korte omscholing tot buschauffeur, in dienst van de "Eerste 's-Gravelandsche Motoromnibus Onderneming" en werd tevens de eerste buschauffeur van 's-Graveland, Dat hij zijn paarden niet kon vergeten bleek voortdurend door het met de tong klakkende geluid dat hij maakte bij het optrekken of afremmen van .Jret rijtuig met het weggelopen paard" zoals hij zijn bus gekscherend noemde.

De busdiensten van de 's-Gravelandsche Tramweg Mij. floreerden echter niet naar wens. Onder de firmanaam "A. Romviel & Zn.", gevestigd aan de Herenweg te Ankeveen, begon "Bram van de tram" op 5 maart 1926 de exploitatie van een eigen autobusdienst 's-Graveland-Bussum en op de woensdagen Ankeveen-Hilversurn. Oudere of zieke buurtbewoners haalde hij soms gratis op, om ze vervolgens op de gewenste plaats te brengen. In 1936 verkocht hij de buslijn. Hij yond het welletjes.

Met grate ijver he eft Bram Romviel, bijna een halve eeuw lang, ertoe bijgedragen om de verbindingen tussen dorp en stad te bevorderen en de bewoners van "de Heren weg", zoals hij de weg vaak karakteriseerde, uit hun eeuwenoud isolement te halen.

Bij de foto: Bram en zijn vrouw (met achter het raam dochter Marie) voor zijn huis op de Herenweg (ongeveer tegenover De Kwakel), 1925.

3. Johannes (genoemd Jo) en Christina (genoemd Stien) Miltenburg woonden halverwege de Herenweg. Er stonden in hun tijd nog maar enkele huizen. Erg druk hadden ze het niet in hun piepkleine kruidenierswinkeltje en Jo moest er dan ook dagelijks op uit om zijn "handel" elders aan de man te brengen. Zijn "handel" bestond voor een deel uit huishoudelijke produkten, zoals borstels, stoffers en sponzen, maar vooral uit eigenhandig vervaardigde klompen.

Helaas kon Jo zich bij het venten geen paard-en-wagen veroorloven en behielp zich daarom met een tweewielige hondekar, waarmee hij de he le omgeving afreisde. "Een hondekar," vertelde Jo altijd .Jieeft het voordeel dat je wendbaarder bent dan met paard-en-wagen en bovendien kun je in kleine steegjes veel eerder draaien. Bovendien, als je loopt zie je ook veel meer," voegde hij erveelal snel aan toe en gelijk had hij.

In de jaren dertig vestigden Jo en zijn vrouw Stien zich op het Hollands End nr. 57 te Ankeveen. De klompenmakerij hield hij aan, de handel in kruidenierswaren maakte plaats voor een handel in sigaren, sigaretten en tabak en de hondekar voor een bakfiets.

Zijn vertrek van de Herenweg verliep ongemerkt en geruisloos en toch was het een klein historisch moment. De hondekar, die eeuwenlang deel uitmaakte van ons dorpsbeeld, behoorde met Jo's verhuizing definitief tot het verleden.

Bij de foto: Jo en Stien Miltenburg met hondekar voor hun kruidenierswinkeltje op de Herenweg, 1925.

4. Ankeveen, dat grenst aan de hoge gronden van het Gooi, is waarschijnlijk tot in de middeleeuwen een onherbergzaam gebied geweest. Daarbij kwam, dat het Naardermeer en het Horstermeer in open verbinding stonden met de Vecht, zodat de moerassige venen in die dagen geisoleerd lagen van de bewoonde wereld. Het gebied kreeg in de 15e eeuw economische betekenis toen de toename van de industrie en de bevolking, vooral in het Gooi en met name Naarden, de produktie van turf als brandstof nodig maakte. Men groef de nog gedeeltelijk bestaande dorpsvaart, om hierdoor via het Naardermeer en het Horstermeer de afvoer van turf uit de Ankeveense veengebieden per schuit mogelijk te maken. De waterkering aan de noordzijde van het gebied werd geregeld door de aanleg van een sluis bij het Polderhuis en aan de zuidzijde door een sluis op de plaats van de tegenwoordige driesprong Middenweg, Herenweg en Stichts End. Deze sluis heeft haar funktie behouden tot de Tweede Wereldoorlog.

In het begin van de oorlog was de bij de sluis behorende ophaalbrug, in de volksmond genoemd de "Wipbrug", de plaats van de geheimzinnige maar vooral ook gevreesde controleur, die min of meer toezicht hield op de zogenaamde clandestiene handel uitgevoerd door mannen en vrouwen die op voedseltocht waren geweest in de eens zo genoemde "groentetuin van 't Gooi" , de Horstermeerpolder. Op het eind van de oorlog werd zij het trieste en schaamteloze verzamelpunt van de grote Duitse klopjacht op de vele jonge mannen uit het dorp.

In de winter van het jaar 1945-1946 werden de sluis en de "Wipbrug" gesloopt. De brug werd voorlopig "voor nadere be stemming" opgeslagen. Haar rust was echter van korte duur, want reeds in 1947 werd zij geplaatst op het brugdek van de in 1945 door de Duitse bezettingstroepen vernielde "Kooibrug" op het Hollands End. De sluiswachterswoning overleefde het nog tot 1978. Binnen 24 uur verdween toen een van de laatste herinneringen aan een van de belangrijkste vaarverbindingen uit de geschiedenis van het dorp. "Halte Wipbrug" roept de buschauffeur nog weI eens, maar ook deze allerlaatste herinnering zal spoedig opgaan in een verloren idylle.

Bij de foto: de sluis met "Wipbrug", winter 1938-1939.

5. Gelukkig is er nog niet zoveel veranderd in dit bijna honderd jaar oude dorpsbeeld. Nog steeds kunnen we op deze plek onze ogen kilometers ver laten dwalen in een landschap van prachtig groen op de voorgrand, tot de teerste kleuren aan de horizon.

Rechts de woning annex handwasserij en blekerij van de familie Bezemer. Nadat Dirk Bezemer Sf. zijn wasserij en blekerij op het Hollands End (nrs. 59 en 61) verkocht had, vestigde hij zich op het Stichts End, waar hij in het jaar 1890 voor een bedrag van f 500,- de voormalige boerderij met 1600 m-' grand van de heer Coen Mathezing gekocht had. Na het overlijden van Dirk sr. in 1923 kwam het bedrijf in eigendom van Jan (Dirkzoon) die het in de jaren na de Tweede Wereldoorlog weer overdraeg aan Dirk (Janzoon). Alle drie generaties Bezemer beoefenden op deze plaats het beraep van wasbaas en bleker uit. Het was hard werken in de kleine wasserij en blekerij. Eerst moest de was gehaald worden, vervolgens gesorteerd, gewassen, gedraogd, gesteven en gestreken om het ten slotte weer naar de klant te brengen.

De watervoorziening yond in het begin plaats vanuit het heldere polderwater. Dat dit in de winter, als er eerst een bijt in het ijs gehakt moest worden, nogal wat problemen gaf, kunt u zich voorstellen. Het door de zon overgoten bleekveld lag aan de zuidzijde van de woning. Ondanks toenemende industrialisatie en de daaruit voortvloeiende concurrentie wist het bedrijf zich tot de jaren zestig te handhaven. Door blikserninslag in 1960 en een zware storm in 1961 werd de woning zwaar beschadigd. Nadat het pand verkocht was aan de heer Paul Brandt vestigde de familie Bezemer zich elders in het dorp.

Wanneer je thans op deze plaats de nevels uit het water ziet opstijgen en alles in een doorzichtige sluier is gehuld, ruik je nog de dampende was op het bleekveld van de oude wasserij.

Bij de foto: Stichts End (richting zuid) , 1910.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek