Anna Paulowna in oude ansichten deel 1

Anna Paulowna in oude ansichten deel 1

Auteur
:   A.A. Schouten
Gemeente
:   Anna Paulowna
Provincie
:   Noord-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3522-1
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Anna Paulowna in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

De geschiedenis van de mens in Anna-Paulowna is voor een deel te zien in de oude ansichten en foto's. De oudste foto is van omstreeks 1890, in die tijd beoefende men het fotograferen ook in kleinere plaatsen. De fotografen kozen hun onderwerpen zodanig dat de verkoop van een opname zoveel mogelijk was op te voeren. Dorpen met veel huizen en bekende plaatsen en zoveel mogelijk publiek. Aan opnamen van het vrije veld of van de natuur was niet veel te verdienen. Men kan wat van de natuur zien aan de arm geklede mensen met ongelukkige houdingen. Meer dan uit de beschrijving van de foto's en ansichten, kan deze serie laten zien wat men noemt: "Uit het leven gegrepen".

In 1845 was er nog zee boven de gronden van de Anna-Paulownapolder, men viste er en men vocht voor zijn vrijheid!

Bekend is dat Bloys van Treslong met zijn watergeuzen in 1572 was ingevroren voor de kust van Wieringen: ,,'t geen de Spanjaards bewaag omme hem in zijn schip over 't ijs te bespringen; die ook eene Jan Sijmonz Rol (van Hoorn) met vier Vaandelen Soldaten, veel Bootsvolk en Burgers derwaarts sonden, die 't schip opeischende, ten antwoord kreegen, dat niet dan kruid en loot voor hun tegoed was; waama zij verder naderende, zo vervaarlijk uit Treslongs ge-

schut begroet; dat veelen 't opstaan vergaten, waarna Treslong 't ijs opbijtende, wegzeilde."

Nog steeds worden er kogels in de bodem gevonden die bij het die per ploegen van de landerijen naar boven komen. De kleine kogels moeten van de Spanjaarden-, de grotere van Treslong zijn geweest die hij in Engeland kocht!

De Anna-Paulownapolder is genoemd naar koningin Anna Paulowna, gemalin van koning Willem II en dochter van tsaar Paul I van Rusland. Haar grootmoeder was de heerszuchtige tsarina Catharina. De polder is in de jaren 1845 tot 1847 bedijkt door particulieren, een onderwijzer en enige kooplieden uit Amsterdam. Om 5250 hectaren zee tot land te mogen maken moest aan de Staat f 20.000,- worden betaald! Cornmerciele overwegingen: vruchtbare aarde in plaats van zee. Een van de elementaire voorwaarden voor vruchtbaarheid, het water, was hier altijd bij de hand, men leefde er bene den het omringende water, dat uit zichzelf tot onder de bouwvoor opsteeg. De voorverkoop van de grond viel tegen evenals de grond die boven water kwam. Het zoutgehalte washoger dan bij andere indijkingen en er was meer zandgrond dan zavel. Kleigrond, in die tijden zeer gevraagd vanwege het geringe bemesten, was er in het geheel niet. Vele jonge landbouwers zijn in die eerste jaren geruineerd.

In het Breezandgebied kwam veel land weer aan het polderbestuur terug, men kon de polderlasten niet voldoen. Het gebied bleef noodlijdend tot de opkomst van de chemische meststoffen waardoor na 1870 een kleine verbetering optrad. De grondsoort bestaat daar uit grof zand. Men groef er brede vaarten en het uitkomende zand verkocht men aan de Indievaarders, schepen die leeg van Amsterdam door het Noordhollands kanaal naar zee voeren, het zand diende als ballast op de heenreis. De kostbare bernaling, van het begin af had men er een stoomgemaal, en de waterbeheersing waren niet voldoende om er welvaart te brengen. De brede vaarten hielden wel lang zoet water maar in de droogste tijd moest er zout water uit zee worden ingevoerd. Velen moesten hun bezit in stand houden met vissen en jagen op de wadden. De komst van de bloembollenteelt, even voor de Eerste Wereldoorlog, veranderde het gebied, waardoor tot op heden een grote welvaart ontstond. Ret grove zand is juist ideaal voor de bollen, waarbij het opmalen van water in de droge tijden produkties oplevert die elders zelden worden gehaald. De bloembollenteelt is een grote "verbruiker", ingewikkelde schuren met veel werktuigen, machines, transport en verpakking en de laatste tijd bestrijdingsmiddelen, velen vinden er hun bestaan in.

De oostpolder is een gebied van akkerbouwers geworden en gebleven. Dank zij enige vooruitstrevende landbouwers en de hoofdonderwijzer meester Raap, die ook avond-land- en tuinbouwonderwijs gaf, is men daar het eerst specialist geworden op het gebied van de pootaardappelen. De grote voorsprong die men hier had is inmiddels achterhaald, niet alleen in Nederland doch ook in Europa.

Vroeger was er een groot standsverschil tussen oosten westpolderbevolking. Vele Breezanders, kleine boeren, waren gedwongen in de oostpolder te gaan werken als hun land verdroogde of misoogst gaf. Twaalf uren werken, twee maal per dag twee uren lopen voor vijf gulden per week!

De landbouwers in de oostpolder richtten zich naar de voornaamheid van de Wieringerwaard, die al honderd zeventig jaar eerder ingepolderd was. Daar liet men de gevels van de gebouwen verfraaien met spiegelglazen in de vensters. Voor het onderwijs van hun kinderen hadden zij een gouvernante voor de Franse taal! De opbrengsten per bunder waren soms gelijk aan die van nu. In Breezand zijn de opbrengsten nu tientallen malen groter dan toen en er zijn nu ook mooie huizen. Van animositeit is geen sprake meer.

1. Het stoomgemaal met vijzel te Van Ewijcks1uis is in 1911 omgebouwd tot een motorgemaal met zuiggasmotoren en centrifugaalpompen. Men stookte gas uit vetkolen in het hoge gedeelte van het gebouw. De Van Ewijcksvaart was afgedamd voor het maken van een grondduiker voor de verbinding van het water in de oost- en westpolder. Het paardepad, een smal strookje straatstenen, behoedde de grindwegen voor vemieling door paardehoeven. Rechts, met "stikkezak" op de rug, de jeneverhandelaar Pool uit Kolhom, "vrouwenverdriet" genoemd.

, 8rciJt, V.1n de van CWijcks!:!iC.

likk"r ~'z .. A.tlll' -l'auIO":na. ~

2. Van Ewijcksluis. Een van de zes watermolens van de polder stond langs de Binnenhaven, tegenover de huidige ZAP-gebouwen. Toen was het dorp belangrijker dan thans, onder andere als verbinding met Wieringen. Velen hadden als bijverdienste enkele meters lengte van de dijk gepacht om zeewier te vissen. Aile gezinsleden waren erbij betrokken om het tijdens de vloed langsdrijvende wier op de dijk te trekken. Met veel moeite werd het in zoet water gespoeld, gedroogd en verkocht voor vulling in de meubel- en bed denindustrie. Van het geld kon men goed beddegoed kopen, de lakens hangen hier aan de drooglijn.

3. Bermsloot langs de Van Ewijckvaart. Van het grootste belang waren de watergangen die om de zes tot acht jaar moesten worden uitgediept. Hier zien wij een van de tien ploegen die in de winter bij de polder werkten. Voor een driekwart cent per meter slootlengte "schoof' men de modder op de kant. A1s voorwaarde om dit werk te mogen doen, moest men in het be zit zijn van een paar leren laarzen en een "bats", een panschop. In de zomer deed men oogstwerk op de boerderijen.

4. De Zuidmo1envaart bij het derde voetbrugje. De wegen hebben de eerste bewoners ook vee1 zorg gegeven. Bij de droogmaking projecteerde men al tachtig kilometer lengte wegen! De eerste dertig jaren bleven het modderpaden, te voet waren zij veelal onbegaanbaar. In 1930 was de lengte tot honderd kilometer uitgebreid en de "begrinde" wegen moesten stofvrij worden. gemaakt voor het autoverkeer. Juist in de crisisjaren had men veel werklozen beschikbaar en met steun van de overheid kon de polder iedereen een weekloon van twaalf gulden uitbeta1en.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek