Anzegem in oude prentkaarten

Anzegem in oude prentkaarten

Auteur
:   Frans Speleers
Gemeente
:  
Provincie
:   West-Vlaanderen
Land
:   België
ISBN13
:   978-90-288-6229-6
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2-3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Anzegem in oude prentkaarten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Inleiding

Hoe oud Anzegem wel is, kan men niet met zekerheid zeggen. De oudste geschriften vermelden dat een zekere Rotgerus een deel van zijn erfenis, waaronder Ansoldingehem, schonk aan de St.-Pietersabdij van Gent, gelegen op de Blandinusberg: "id est Ansoldingehem villam mei inris, cum ecclesia imbi fundata cum domibus, terris ... " en zo verder. Sommige bronnen dateren deze schenkingsakte in het jaar 960, terwijl anderen het jaar 983 voor waar nemen.

Waar stond dit kerkje dat geschonken werd? Er wordt geopperd dat het op de wijk Kruisweg stond, niet ver van de heerlijkheid Hemsrode. Het is een feit dat in tegenstelling met andere gemeenten, de jaarlijkse ommegangsfeesten op het einde van de maand juni op de Kruisweg worden gehouden en niet op de Dorpplaats. Daar viert men kermis op de eerste zondag van september.

De Sint-Pietersabdij werd in haar rechten en bezittingen bevestigd omstreeks 1038 door koning Hendrik I van Frankrijk, op verzoek van graaf Boudewijn V en Adala, gravin van Vlaanderen, waarbij abt Wichard tussenbeide was gekomen.

De heerlijkheid Anzegem was een dorpsheerlijkheid, omdat de kerk zich op haar grondgebied bevond. Zij hing dus af van het leenhof van Sint-Pieters te Gent. De abt mocht daarom de baljuw aanstellen en zeven schepenen. Tot aan de Franse revolutie had de heerlijkheid de hoge justitie en bezat hierdoor automatisch ook de middele en de lage justitie. De heerlijkheid had politierechten, kon boetes opleggen en had administratieve bevoegdheden.

Toen de kerkelijke hiërarchie haar definitieve vorm kreeg, werd de parochie Anzegem ingedeeld bij het bisdom Doornik. Vanaf 1801 tot 1834 behoorde de parochie Anzegem tot het bisdom Gent en vanaf 1834 tot op heden tot het bisdom Brugge.

De eerste stenen kerk werd gebouwd omstreeks 1200 op de plaats van

de huidige kerk. Deze romaanse kerk bleef nagenoeg ongewijzigd tot 1686. Tijdens de woelige periode van de Geuzentijd werden de klokken van de kasselrij Oudenaarde opgeëist. In 1579 werd een klok van 3130 pond uit de kerktoren van Anzegem weggehaald. Zij droeg als' tekst: "Anna is mynen name, des seker syt; SA wie an my begheerd ter zielen profyt." Zij was versierd met de afbeelding van Sint Joris met de draak. In 1684 werd het oude koor tot de grond afgebroken en een nieuw koor werd gebouwd, dat klaar was in 1686. Twee jaar later brak de Negenjarige Oorlog uit (1688-1697). Onze gemeenten moesten leveringen doen aan de doortrekkende troepen. Zo werden in 1693 in Anzegem negentig paarden opgeëist. In 1694 werd de gemeente volledig leeggeplunderd, ook tal van kerkbezittingen gingen verloren.

Het koor werd vernieuwd, maar de toren kwam eveneens in verval. In 1721 werden de vier bouwvallige hoektorentjes afgebroken. Als gevolg van de Franse overheersing moest het goud- en zilverwerk van de kerk op 6 januari 1794 ingeleverd en op het stadhuis van Oudenaarde afgegeven worden. Bijna de hele inboedel van de kerk werd door de Franse bezetters verkocht, maar pastoor Joachim de Clercq kon nagenoeg alles terugkopen met de opbrengst van de giften van de gelovigen.

Door de aangroei van de bevolking was de kerk te klein geworden. Na vele jaren van besprekingen en moeilijkheden kon pastoor Carolus Derache in 1828 het bevel geven tot de afbraak van de kerk. Alleen de romaanse toren bleef staan. Aannemer Eugenius Verschaeve uit Dadizele bouwde een driebeukige benedenkerk onder één reusachtig dak. Tijdens de laatste dagen van oktober 1918 werd de spitse toren stuk geschoten door de Duitsers. De hele kerk was erg beschadigd. De restauratie werd uitgevoerd in 1926. De drie beuken kregen elk een afzonderlijk dak. In plaats van de hoge achtzijdige naald werd de thans nog bestaande vierzijdige naald geplaatst.

In 1940 heeft de kerk opnieuw schade geleden door de beschietingen. Het grootste deel van de glasramen moest vernieuwd worden en allerlei herstellingen aan het metselwerk waren nodig.

Een tweede belangrijke heerlijkheid in Anzegem was de heerlijkheid Hemsrode. Tijdens het Ancien Régime waren de heren van Hemsrode een van de machtigsten van de kasseirij Oudenaarde.

De kasselrij Oudenaarde bestond uit 33 parochies, verdeeld over zeven hoogpointerieën. Zeven landelijke heren benoemden de hoogpointers. die het dagelijks bestuur van de kasselrij in handen hadden. Een van deze landelijke heren was de heer van Hemsrode.

De grafelijke rechtspraak van de kasselrij Oudenaarde was toegewezen aan het grafelijk leenhofDe Stenen Man. Onder zijn bevoegdheid vielen de lenen Hemsrode en Landergem uit Anzegem. Hemsrode had 34 achterlenen, waaronder Triest, Ter Leyen, Wulfskerke, Weedriesch en Ter Hoenste,

De bezittingen van de heerlijkheid Hemsrode zijn vanaf 1283 tot op heden menigmaal van eigenaar veranderd. De familie Van Hemsrode bleef eigenaar tot 1344. Het wapenschild van de familie was "in goud en keper van keel, beladen met drie ringen van zilver" en is het wapenschild gebleven van de gemeente Anzegem. Volgens overleveringen zouden de heren van Hemsrode betrokken geweest zijn bij de Slag der Gulden Sporen.

In 1344 werd de familie Van Halewijn bezitter van Hemsrode, waarschijnlijk door aankoop. In 1422 verkocht Maria van Halewijn Hemsrode aan Roeland van Uitkerke. Deze edelman was aanwezig bij de intrede van Philips de Goede in Brugge en werd een van de eerste ridders van het Gulden Vlies. Vlak voor zijn overlijden in 1442 had hij Hemsrode verkocht aan zijn stiefdochter Ieanne van Halewijn, die gehuwd was met Hendrik van Borselen, een ervaren zeekapitein en ook ridder van het Gulden Vlies. Na zijn overlijden erfde zijn dochter Margareta, die gehuwd was met Walraven van Brederode, Hemsrode. De familie Van

Brederode verkocht Hemsrode in 1536 aan Jan Crombach, een Antwerps ridder. Hij was slechts een tussenpersoon, want in 1536 verkocht hij hetzelfde goed aan Joris van Lunnnene, geseit van Maarke. Door gebrek aan rechtstreekse erfgenamen kwam Hemsrode in 1621 in handen van een achterkleinzoon, Arnold de Saint Gencis. Deze familie had onvoldoende middelen om alle renten te betalen, zodat de heerlijkheid in 1658 na een openbare verkoop in handen kwam van Nicolaas du Iardin. Tijdens deze periode werd het kasteel gebouwd, of wellicht herbouwd, in de stijl die bleef bestaan tot aan de verwoestende brand.

Meer dan honderd jaar bleef Hemsrode in handen van een niet-adellijke familie. In 1787 werd de heerlijkheid verkocht aan graaf de Thiennes. Hij was de laatste heer van Hemsrode, want na de Franse revolutie bleven er geen heerlijkheden meer bestaan. Omdat geen enkele van zijn vijf dochters in het huwelijk trad, werd zijn neef markies Amedée de Courtebourne zijn enige erfgenaam in 1850. Deze markies, die gedurende enkele jaren burgemeester van Anzegem was, had maar één dochter, die in het klooster trad. Zijn nichtje, gravin Marie Louise de Limburg Stirum, werd de nieuwe eigenares van Hemsrode en na haar overlijden erfde graaf Philip de Limburg Stirum, gehuwd met Isabelle, gravin de Liedekerke, het domein.

Het kasteel werd begin augustus 1940, toen het bezet was door Duitse soldaten, helemaal door brand verwoest. De niet geteisterde bijgebouwen, vroeger gebruikt als koetshuizen en stallingen, werden heringericht en vormen de huidige verblijfplaats van de adellijke familie de Limburg Stirum.

Anzegem was gedurende eeuwen een landbouwgemeente. De landbouwprodukten werden ter plaatse verwerkt en verkocht. Op zeker ogenblik waren er op de gemeente een watermolen en vier windmolens in werking. De watermolen Wulfskerke ofWalskerke, gelegen op de grens tussen Anzegem en Waregem en gevoed door de Maalbeek,

was oorspronkelijk eigendom van de familie Van der Moten. Hij is nu de enige maalvaardige watermolen van West-Vlaanderen, en wordt thans gebruikt door de familie Hondekijn.

Op de Kruisweg stond een zeer mooie staakwindmolen. eigendom van de familie Desutter, die een maalderij en olieslagerij had. De molen werd afgebroken in 1894.

Op de baan naarTiegem, thans Berglaan. stond de windmolen genaamd "Plaetsemolen". De laatste gebruiker was de familie Derijcke, De molen werd afgebroken in I 932 en vervangen door een elektrische molen.

In de Landergemstraat, wijk Sterhoek, staat nog altijd de houten windreus "Landergemmolen" te pronk. De oudste inscriptie draagt het jaartal 1781. Iets verder, in de Stientjesstraat, stond de "Zwijnsteertmolen, ook genoemd Mestdagmolen", die in 1918 bij de beschietingen werd verwoest. De laatste gebruiker was Albert Demeyere.

Het onderwijs in Anzegem was ook voor een deel op de landbouw gericht. Omstreeks 1830 richtte pastoor Carolus Derache een armen- en spinschool op, die werd beheerd door enkele zusters die zich verenigden in een orde van de H. Vincentius à Paulo. Na vele jaren van alleen lager onderwijs kwamen er een middelbare school voor landbouwonderwijs aan meisjes en een hogere afdeling voor de vorming van landbouwregentessen. Door de modernisering is deze school omgevormd tot een technisch secundair en beroeps-secundair instituut met specialisatie naar verzorging, gezins- en sanitaire hulp, naast andere technische wetenschappen.

Door de aanleg van de spoorweg Kortrijk-Brussel in 1856 en de lijn Inge!munster-Anzegem in 1866 kwam de gemeente in de belangstelling voor industriële inplantingen. Het station Anzegem was het eindstation van de lijn Inge!munster-Anzegem, waarbij overstapmogelijkheden waren voor de richtingen Brussel en Kortrijk. Er werd nabij het station een drietal textielfabrieken opgericht. De halte Sterhoek op de lijn

Kortrijk-Brussel lag op een boogscheut van Ingooiem en Tiegem, waardoor onder meer Hugo Verriest en Stijn Streuvels, evenals de kunstenaars uitTiegem gebruik maakten van deze halte voor hun verplaatsingen.

Op de Heirweg was er lange tijd een halte voor reizigers, maar vooral een goederenstation voor het lossen van kolen, kalk en meststoffen en het laden van suikerbieten.

Het gehucht Heirweg kwam vooral in de belangstelling door de eis van de inwoners, na de Eerste Wereldoorlog, voor een eigen pastoor en eigen kerk. Eerst kochten ze een houten barak waarin "zwarte missen" (diensten zonder priester) werden gehouden. In 1935 werd de hulpparochie "Heirweg" opgericht en in 1938 werd gestart met de oprichting van de Sint-Theresiakerk, die klaar kwam in 1940.

Het dorpje Gijzelbrechtegem kwam in 1970 bij Anzegem. Deze kleine gemeente, die 250 à 300 inwoners telde, heet in de volksmond "GrijsIoke", Al vele jaren worden op de laatste zaterdag van augustus veldloopkoersen gehouden, waarbij het aantal deelnemers en toeschouwers meer dan tienmaal het aantal inwoners bedraagt.

Sedert 1976 bevat de fusiegemeente Anzegem volgende deelgemeenten: Anzegem, Gijzelbrechtegem, Kaster, Tiegem, Ingooigem en Vichte, met een inwonersaantal tussen 13.000 en 14.000. In elke deelgemeente zijn er gemeentelijke diensten. In Anzegem vergadert de gemeenteraad en bevinden zich de administratieve diensten. Vichte herbergt de politie en de brandweer. De culturele en sportdiensten zijn ondergebracht in Tiegem.

Januari 1996, F. Speleers

1 Anzegem was in het verleden in hoofdzaak een landbouwgemeente. De landbouwers bewerkten een geringe oppervlakte, zodat in vele gevallen een koe en een os als trekdier gebruikt werden.

2 De St.-Jan- en St.-Elooikerk van Anzegem was omstreeks 1820 te klein geworden, omdat de bevolking sterk was aangegroeid. Zij werd in 1828 afgebroken, behalve de toren met de spitse naald, en heropgebouwd, vergroot zowel in de breedte als in de lengte.

fnseghem Kerkstr.1al - RL:c de rEglisc:

3 De nieuwe kerk was voltooid in 1836. De kerk had één groot zadeldak. Rechts midden op de prentkaart staat het kruisbeeld aan het begin van de Buyckstraat, vlak voor de herberg en winkel

,,'t Kruiske".

Rue de l'Egflse. cctè Nord. inscghcm. Kcrkslraat, Noordkant

~ "dJI,. "1<,., .1<00' ? ." ?? ,b.o>

4 De torenspits van de St.~ Jan- en St.-Elooikerk werd einde oktober 1918 stuk geschoten bij de aftocht van de Duitse soldaten. Er waren door de beschietingen ook veel woningen beschadigd. Rechts vooraan de drukkerij De Reycke-Ottevaere.

fInseghem

De Gèmeenteplaats - P face Communale

5 De beschadigde toren werd in 1926 hersteld. Er werd een korte spits aangebracht volgens de romaanse stijl van de onderbouw. Er kwamen drie afzonderlijke daken, een per beuk. Op de achtergrond het monument van de gesneuvelde Anzegemse soldaten in de Eerste Wereldoorlog en van de gestorven civielarbeiders, en het gemeentehuis.

Anzegem. - Dorpploerts en Kerk St-J.-Bapt.

6 Het altaar onder de koepel van de toren was gemaakt door bouwkundige Vandermeers eh uit Oudenaarde volgens een bestek van beeldhouwer Franek uit Gent. De werken waren voltooid in

1 841. Voor elke steunpilaar stond vroeger een beeld van een heilige op een sokkel.

7 De preekstoel werd in 1870 gemaakt door beeldhouwer Dumon uit Brugge voor een bedrag van 7000 frank. Onderaan de kuip ziet men een beeld van Christus' doopsel door de H. Johannes in de Jordaan. De schelp boven het altaar is in 1833 gemaakt door stukadoor Carlier uit Oudenaarde. De rozetten en loverwerken zijn met de hand gemaakt.

8 De Kerkstraat gezien vanaf de kerk in de richting van Waregeln. Vooraan rechts de herberg" 'r Gemeentehuis". In de achtergrond de afsluiting

voor de pastorij en de

schouw van de brouwerij Ter Schabbe.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek