Appingedam in oude ansichten deel 1

Appingedam in oude ansichten deel 1

Auteur
:   J. Zwinderman
Gemeente
:   Appingedam
Provincie
:   Groningen
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3531-3
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Appingedam in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

WOORO VOORAF

Het is rnijns inziens een goede gedachte geweest van de directie van de Europese Bibliotheek een fotowerkje te gaan uitgeven van oud-Appingedam,

Het woord .Jotowerkje" duidt overduidelijk aan, dat dit niet een geschrift zal worden van veeI woorden, daaraan is imrners ook geen behoefte, omdat reeds meerdere geschriften daaromtrent zijn geschreven, waarvan ik onder meer wiI noemen: "Geschiedenis van Appingedam van Mr. E. R. Borgesius" en uit de "Geschiedenis van Appingedarn van J. Dik", Dit boekje wiI door het afbeelden van ansichtkaarten en foto's oude straatbeelden en oude stadsgezichten van de oude hoofdstad van FiveIingo aan de vergetelheid ontrukken.

Oat Appingedam een oude vestiging is, behoeft geen nader betoog, ook haar beIangrijkheid in de vroegste tijden staat buiten kijf.

Heeft men in de stad niet op waardige en grootse wijze in 1958 het 900-jarig stadsbestaan herdacht?

Het stadsarchief bevat een aantal oude en rnerkwaardige, en belangrijke, stukken, zoaIs de .Buurbrief van 1327", waarbij de positie van Appingedam, ten opzichte van de omgeving bevestigd werd, het Iuidde een periode in van een verdergaand zeIfstandig optreden.

Ook echter in vreemde streken was Appingedam als handelsstad geroemd en geeerd, hetgeen blijkt uit de

Taxa van de Wezertol, uit de vrije doorvaart van de Appingedammer schepen, samen met de schepen van Stavoren, door de Sont en doordat de .Rhiuschepen" tot aan KeuIen de Rijn bevoeren.

Oat dit alles een stempel op het stadje heeft geIegd, zal een ieder duideIijk zijn,

Maar niet aileen de handelsgeest bevorderde de bIoei van Appingedarn, ook de vestiging van meerdere kIoosters binnen haar wallen, onderwijsinstituten en dergelijke brachten de faam van de plaats tot vel' buiten de grenzen van Fivelingo.

Wie zich zal verdiepen in de historie van Appingedarn, zaI het gildeleven tegenkomen en de vele en grote markten, deze laatste waren nog in het begin van deze eeuw van veel importantie. . Door dit alles is ook de bebouwing van de stad van belang geworden. HoeweI nimmer architectonisch grote bouwwerken in de plaats hebben gestaan, zal de wandelaar door de oude binnenstad nog verrassend veel mooie bouwwerken kunnen zien. Veel is echter ook verdwenen of vernieId door verkeerde rnoderniseringen van panden. Maar gelukkig is ook nog veel bewaard gebleven, waarover angstvallig gewaakt zal moeten worden. H ij of zij, die Appingedam bezoekt en de moeite neemt het centrum te voet te gaan oezien - wat een durf trouwens in deze geautomatiseerde

eeuw - zal verbaasd zijn over hetgeen nog over is van oude en mooie bouwwerken.

Wie verbaast zich niet over de fraaie Nicolaikerk, zowei uit- als inwendig, met zijn prachtig gebeeldhouwde orgelkast, of over de fraaie patriciershuizen in de Solwerderstraat. En is het geen lust over de Wierde te wandelen, waar vroeger het grote klooster van de Augustijnen stond? En wie verbaast zich niet over de bouw van het Marsumer-kerkje, gelegen op een terp in het wijde landschap en gebouwd in de 12de eeuw (een der oudste romaanse kerkjes van baksteen in het gewest).

En keren wij dan terug tot het centrum, dan zou de tocht bij het stadhuis kunnen worden beeindigd, een gebouw in de 17de eeuw in gebruik genomen als stadhuis, daarvoor was het het Doelenhuis.

Maar ook de mod erne tijd heeft in Appingedam niet stilgestaan. Na de Iaatste wereldoorlog heeft de plaats weer een goede groei doorgemaakt (en nog). Het inwonertal nam belangrijk toe en de "verzorgende bedrijven" gingen met hun tijd mee.

Een oude traditie, wellicht uniek in ons land, wordt nog steeds in ere gehouden. Ten tijde van de teruggang der gilden, of toen althans de sociale strekking van de gilden afnam, werd in het Gouden Pand een vereniging opgericht, bekend onder de naam Blaupotvereniging

(1727). Het oude en nog steeds aanwezige notulenboek spreekt van "Nabuirs wetten in het Gouden Pand" en uit de voorschriften blijkt, dat de leden, van verschillende functies en ambachten, elkander onderlinge steun bij ziekte en overlijden moesten geven. In Noot en Doot stonden de leden elkander bij. De in 1803 overleden Jan Blaupot legateerde de vereniging een geldsom (f 300). De rente van dit geld moest de jaarlijkse bijeenkamst kunnen betalen. Dat dit nu niet meer rnogehjk is, is wei duidelijk, maar toch komen in de aardbeientijd de Blaupotters nog bij elkaar om na een vrolijk feest een nachtelijke en luidruchtige rondgang door de stad te maken.

Hoewel dit boekje niet pretendeert een afgerond beeld te geven van "Appingedam in oude ansichten", hoop ik van ganser harte, dat de kijkers en lezers van dit boekwerkje daarbij vee I genoegen rnogen vinden en dat zij daarin vaak en veel mogen bladeren.

Tenslotte wil ik gaarne de directie van de Europese Bibliotheek dank zeggen, dat zij mij hebben gevraagd dit te willen samenstellen. Met veel plezier en genoegen heb ik deze taak op rnij genomen.

Appingedam, augustus 1969.

J. Zwinderman

Bij onze wandeling door "Oud-Appingedam" nemen wij als uitgangspunt het stadhuis, dat gelegen is in het hart van de stad aan de Wijkstraat. Van oudsher was dit gebouw het onderkomen van de schutters: in 1630 werd het verbouwd tot stadhuis. De ronde poort gaf toegang tot de stadswaag waar ondermeer varkens werden gewogen.

6

De Wijkstraat wordt als het ware afgesloten door de gemeente-secretarie; eertijds was dit het huis van notaris De Blecourt, Een del' zoons, mr. Anne de Blecourt, was van circa 1916 tot 1938 hoogleraar te Leiden. Aan de rechterkant van de straat zien we het cafe van H. Bouwman.

Een kijkje in de Wijkstraat in hetjaar 1906. Midden op straat zien we een hondekar. Aan de rechterkant is de schoenwinkel te zien van de heer D. Ham die voor vele oud-Damsters geen onbekende zal zijn.

7

8

Aan de rechterkant van de Wijkstraat lag het hotel van C. H. Kraaima met daarachter de paardenstallen. De kasteleinske staat kennelijk te kijken wat er op straat te doen is; misschien oak zijn haar klanten de Wieke ingegaan om op de foto te komen. Links stond het logement Hamminga; daarnaast woonde de barbier Houwerzijl en aan dezelfde kant bevond zich de boekwinkel van mevrouw Ploeger. Links is nogjuist het begin te zien van de Kaakgang, een steegje dat de Wijkstraat met de Dijkstraat verbond en waaraan enkele woningen lagen.

Opnieuw een kijkje in de Wijkstraat, ditrnaal in het jaar 1903. Het maken van een foto was in die tijd een hele gebeurtenis en omdat er nog geen verkeer was, kon men rustig midden op straat "poseren".

9

.~~-

~. --

~ .. -~

--

10

Het witte pand op de achtergrond aan de rechterkant was Hotel Kraaima met de doorreed: thans is dit "H et Wapen van Leiden", Kijkend door de doorgang op de voorgrond, zien we juist nog een gedeelte van de bierbrouwerij Wijnega.

ยท Applngedam WijitS'traat

De Wijkstraat nabij de Kniestraat met links op de voorgrond het logement en biljart van de heer B. Luursema. Zowel dit huis als het tegenoverliggende, is niet meer aanwezig. Achter in de straat staat een telefoonpaal.

11

12

Het westelijk deel van de Wijkstraat heet tegenwoordig Snelgersmastraat. Aan de linkerkant woonden de gebroeders Bos die het beroep van Wagenmaker uitoefenden, en aan de rechterkant lag het cafe Brouwer. Achter de hoge bomen op de achtergrond woonde notaris De Lanoy ; thans staat hier het gemeentehuis. Rechts zien we tevens de doorrit van H. Bouwman.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek