Asperen in oude ansichten deel 1

Asperen in oude ansichten deel 1

Auteur
:   J.C. Denninger
Gemeente
:   Lingewaal
Provincie
:   Gelderland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4076-8
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Asperen in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

Wie het Asperen van nu beziet zal met moeite begrijpen dat eens de baronie (minder dan een graafschap, meer dan een ambachtsheerlijkheid) Asperen een eigen vorst, eigen rechtspraak, eigen maten en gewichten, ja zelfs een eigen staatkundig bestaan kende zoals dit ook met Leerdam en Heukelum het geval is geweest,

In 1050 wordt melding gemaakt van ene Geruno van Aspert. In 1112 of 1122 wordt aan Folpert van Arkel een versterkt huis of kasteel, "Waddensteijn" genaamd, geschonken en vanaf die datum is de woeste geschiedenis van Asperen redelijk te volgen.

In 1313 komt de baronie als geschenk in handen van graaf Willem II, die het prompt als leen schenkt aan Ian den Sterke (van Arkel), ook wel Otto genoemd. Asperen bleef leenroerig tot de afzwering van Philips van Spanje en tot 1347 heeft het geslacht Arkel de baronnen geleverd. Na die tiid ging Asperen over naar het geslaeht Van Polan en, met achtereenvolgens een Dirk, een Otto en een I an.

In 1460 was het gespannen in Asperenl Twee families waren toen heerser over Asperen. Arend Piek met vrouwe Belia woonden bij de Gellekomse poort. Rutger van den Boelzelaer met vrouwe Elburg in "Waddensteijn". Piek schiet Rutger neer en hij wordt door de Brederodes, met hulp van tweehonderd Utrechtse schutters, gevangen genomen en in Den

Haag onthoofd. Zijn goederen vervielen aan de grafelijkheid en eerst in 1480 kregen de Van Boetzelaers, afkomstig uit Kleefsland, het geheel weer in leen.

Zo gaat het door, totdat in 1845 Asperen eigendom wordt van de douairiere van mr. Elias Dutry van Haaften, mevrouw I. Bruggink in Zaltbommel. Daarna versplintert het "eigendom" meer en meer en het is nu eigenlijk verdwenen.

Asperen speelde een belangrijke rol in onze vaderlandse geschiedenis, maar of het het oude Caspingium (einde van de ,voetweg der Romeinen door de Betuwe) is, zoals uit de kaart van Peutinger te lezen zou zijn, is tach wel twijfelachtig.

De kerktoren heeft het bijna allemaal meegemaakt. Een versje luidt:

"In 't jaar duizend vier honderd en een

Leed vrouw Elburg de eerste steen. "

In 1517 brandde de kerk af (de toren bleef staan) toen de leden van de "Zwarte Hoop" (Gelderse Vriezen) het stadje uitmoordden (274 doden) en eindigden bij de kerk waarin zi] de onderwijzer en de met hem gevluchte leerlingen doodstaken. Zelfs het jongetje dat achter het altaar was gevlucht ontkwam niet, In 1517 wordt ook melding gemaakt van een klooster der kruisbroeders (witte pij met rood kruis erop), "Zo groot als drie huizen", in de Minstraat. In 1517 staat het nog op de kaart, evenals het zusterhuis of het

klooster van "St. Anna in den Guldenpoort" tegen de wal aan, beginnende aan de Begijnenbrug en vlakbij het kasteel. De proosdij stond toen op de Minstraat aan de zuidzijde van de Monnikenbrug en ook stond er nog het Heilige Geestgasthuis of wel de Gasthuiskerk.

Alles is nu wel verdwenen, maar toch nag niet geheel vergeten, Zo oak niet de inval door de Fransen (1672) die zesduizend man inkwartierden in de honderdvijftig huizen en die, als "cadeautje" bij het wegtrekken, "Waddensteijn" opbliezen met nog een vijftigtal huizen erbij.

Ret interieur van de kerk en van de andere geestelijke huizen had toen al niet zoveel meer te betekenen want de beeldenstorm in 1566, met de bezetting en het vonnis van Alva persoonlijk op 17 augustus 1568, hadden goed huisgehouden. Ketters werden vlot gepakt en veroordeeld in die tijd van onrust op godsdienstig gebied.

De natuur liet zich ten opzichte van Asperen evenmin onbetuigd en in 1674 en 1717 werd de stad door een storm bijna weggevaagd. Ret water probeerde dat door overstroming en soms stroomden de rivieren door de opzettelijk doorgestoken dijken om de vijand tegen te houden. Er zijn meldingen in 1274, 1279, 1374 en ga zo maar door. Tussen 1342 en 1900 braken de dijken niet minder dan tweeendertig keer door

en soms stond het land meer dan twee jaar geheel onder water, zodat de landbouwers volle dig geruiheerd werden.

Ret is dan ook altijd nog een wonder, dat de inwoners zo rijk werden en bleven dat ze in 1896, na de grote brand die de Voorstraat volle dig verwoestte, tegen de koningin konden zeggen: "Zeer gevoelig voor de goede bedoeling van uwe Majesteit, am ons financieel te hulp te willen komen en onder dankbetuiging voor uwe Majesteits belangstelling bij de ramp die ons trof, maar we hebben uwe Majesteits hulp niet van noode. We redden ons zelf wel."

Ret Asperen van nu onderscheidt zich in bijna niets van andere dorpen in Nederland, of het zou het blijvende streven tot "zelfstandigheid" moeten zijn, dat zich onder andere uit in een "eigen industrieterrein", een "eigen zwembad" en een "eigen vuilnisbelt" en zo meer.

Ret is nu een prettig klein dorps aandoend stadje, dat, door zich gestaag uit te breiden, de oude kerk, die eens aan de rand stand, in het midden van de gemeenschap gaat plaatsen,

Van de oude gebouwen van vroeger resteert eigenlijk alleen nog de kerktoren en het oude herenhuis dat eens naast "Waddensteijn" werd gebouwd en dat nu dient tot stadhuis en burgemeesterswoning.

WREN. FlSPEREN

1. Asperen, voordat de nieuwbouw de kerk "in het midden" gaat plaatsen. Links een gezicht op de nieuwe opbouw naast de grondvesten van het verdwenen, vier verdiepingen hoge, kasteel "Waddensteijn". Ook het kerkhof moet nog worden aangelegd.

2. We gaan Asperen binnen via de p1aats waar eens de Heuke1umse Poort stond, De kerktoren, in 1401 door vrouwe Elburg van Langerak gesticht (als het versje erover waar is), werd zwaar beschadigd in 1674 en 1717 door storm en aangetast tijdens de grote brand op 4 maart 1896.

3. Het interieur van de kerk, waar de graven zijn te vinden van de heren en vrouwen Van den Boetzelaer en ook van Amalia van Marnix, de dochter van Philips van Marnix, heer van St. Aldegonde, de schepper van ons volkslied.

4. Rechtdoor, op de hoek van de Nieuwstraat en de Voorstraat, zien we de oude pastorie, met daarvoor wat kinderen en enige zeer luxe kinderwagens.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek