Assen in oude ansichten

Assen in oude ansichten

Auteur
:   P. Wagenmakers
Gemeente
:   Assen
Provincie
:   Drenthe
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3536-8
Pagina's
:   120
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Assen in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

INLEIDING

In 1227 raakten de legers van de bisschop van Utrecht slaags met de Drenten onder aanvoering van Rudolf van Coevorden, welke laatsten de overwinning behaalden in de slag bij Ane. In deze slag sneuvelde ook bisschop Otto II.

Zijn opvolger, Wille brand van Oldenburg, bracht daarna de Drenten vaak rake slagen toe, maar het mocht hem nimmer gelukken ze geheel te onderwerpen. Bisschop Otto III smaakte echter het genoegen de Drenten te bedwingen. Ze moesten hem beloven een nonnenklooster te zullen stichten als zoen voor de gesneuvelde bisschop en de andere gevallenen in de slag bij Ane. Dit klooster verrees eerst in de omgeving van Coevorden, maar, daar de landerijen rondom het klooster dikwijls overstroomden door de daar aanwezige riviertjes, werd het overgebracht naar een "eensaam oord in de marke van Witten". Dit klooster, Maria in Campis, kunnen we beschouwen als de oorsprong van Assen. Rondom het klooster lagen uitgestrekte velden, die van lieverlede vruchtbaar werden gemaakt. Bij het klooster behoorden drie boerderijen. Een daarvan lag ongeveer op de plaats waar nu de Thomasbazar is gevestigd, een tweede ter hoogte van het pand Smit aan de Brink en de derde aan het einde van de Kloosterstraat.

In de loop der tijden vestigden zich ambachtslieden in

de buurt van het klooster. Het jaar van vestiging van het klooster in Assen is 1258. Assen telde in 1650 ongeveer vijftig gezinnen. Rond 1600 had in Drenthe een staatkundige en kerkelijke om wente ling plaats, waarbij Assen werd gekozen als zetel voor het bestuur van Drenthe.

Toen de kloostergoederen waren geseculariseerd vond men in dit kloostergebouw geschikte vergaderruimte voor het college van Gedeputeerden. Assen werd dan ook vanaf die tijd het gewestelijk bestuurscentrum. Ook andere bestuursorganen gingen zich in en om de "Staaten Kamer" in Assen vestigen. In 1882 werd het oude kloostergebouw afgebroken. Een nieuw provinciehuis werd gebouwd. De oude kloosterkerk werd met afgebroken, maar werd de kerk voor de hervormde gemeente in Assen.

Bij besluit van de Landdrost van 29 juni 1807 werd Assen een zelfstandige gemeente. Voordien behoorde het tot het schultambt Rolde. Koning Lodewijk Napoleon bezocht Assen. De plaats was voor deze gelegenheid feestelijk versierd. De koning was schijnbaar wel ingenomen met de hulde hem gebracht, want hij schonk Assen bij zijn besluit van 13 maart 1809 de rang van stad. Hij gaf aan de Italiaanse architect C.J.F.A. Giudici opdracht een plan voor de uitbreiding van Assen te maken. Op de terreinen, waar nu de

kazemes staan, zou een zomerpa1eis verrijzen. Tevens schonk hij aan de stad f 20.000,-. Dit bedrag moest worden bestemd voor de bouw van nieuwe huizen. De straatnaam Nieuwe Huizen herinnert nog aan deze schenking, In verband met de omstandigheid dat koning Lodewijk Napoleon van het tonee1 moest verdwijnen is er van deze p1annen niets terecht gekomen. Het is de stad Assen steeds goed gegaan. In 1925 was het inwoneraanta1 17.898. In 1935 waren er 19.304 zie1en. In 1960 29.468, terwijl dit aanta1 in 1971 reeds meer dan 40.000 bedraagt.

Assen is lange jaren een stad van ambtenaren geweesf. Thans hebben zich hier tal van industrieen gevestigd. Ook de N.A.M. (de Nederlandse Aardolie Maatschappij) heeft hier haar hoofdkantoor gevestigd.

Er zijn vier hoofdwegen waarlangs men Assen binnen komt en wel:

Vanuit de richting Bei1en. Deze straatweg werd bestraat in 1857. In juni van dat jaar werd de weg opge1everd. In dat jaar ving op 1 juli de tolheffing aan. Vanuit de richting Meppe1, Smilde. Deze rijksstraatweg werd tussen 1829 en 1839 1angs de Vaart aange1egd naar Meppel.

Vanuit de richting Groningen. De straatweg naar Groningen werd vo1tooid in 1826.

Vanuit de richting Rolde. De weg van Assen over

Ro1de tot De Hilte was gereed in 1848.

De hier vo1gende kana1en zorgden voor het scheepvaartverkeer:

De Drentse Hoofdvaart (vroeger genaamd de Smildingervaart) werd gegraven in 1767. De vaart diende voor het vervoer van de turf uit de Smilder venen. Tevens had het personenvervoer met trekschuiten 1angs deze vaart p1aats a1smede het vrachtvervoer.

Het Noord Willemskanaa1 tussen Assen en Groningen. Dit kanaa1 werd in juli 1861 voor het scheepvaartverkeer opengeste1d. Ook langs dit kanaa1 vervoerde de trekschuit tal van personen, terwij1 er tevens beurtschepen zorgden voor het vrachtvervoer.

In het jaar 1883 waren er te Assen veertien trekschuiten. Een zekere De Weerd voer met twee schuiten 0)5 Groningen. Verder waren er diensten op Veenhuizen en Zuidbroek. Beurtschepen waren van: G. de Boer op Amsterdam; A.H. Smit op Amsterdam en J.R. ten Wo1de op Rotterdam. Er was een omnibusdienst op Stadskanaa1 en een op Smi1de. De Drentse Stoombootmaatschappij zorgde met twee schroefstoomboten voor het vervoer van vracht en personen tussen Assen - Meppe1 en Zwolle.

Reeds in 1840 was Assen een paar textie1- en schoenenzaken rijk. Enke1e hiervan bestaan thans nog en worden door deze1fde families gedreven. De eerste

Mennega's, Veezes en de Bertrams waren kooplieden, die met hun waren "de boer" op gingen. In diverse straten waren meestal wel een bakker, slager en een kruidenier. Er kwamen ook dikwijls kooplieden uit ons buurland Duitsland, de zogenoemde "marskramers". Deze kwamen voornamelijk uit Westfalen. Namen als Herman Janssen, Swarte en Ettman vinden hun oorsprong in deze marskramers.

Bij Boekbinder op de Gedempte Singel brachten de boeren hun wol en honing in ruil voor stoffen. Zo marchandeerden ook toen reeds de neringdoenden in Assen.

Hoe komt Assen eigenlijk aan zijn naam? Deze vraag heeft men nimmer definitief kunnen beantwoorden. Sommigen menen er het woord "es" - "de hoge gronden random de dorpen" - in te herkennen. Anderen veranderstellen dat het klooster was gesticht op Aswoensdag. Wijlen Dr. J. Naarding merkt op, dat de naam sinds de oudste vermelding in 1276 niet is gewijzigd. Volgens een notitie was het klooster gebouwd op grond, eigendom van de Domkerk van Utrecht. Er moest voor deze grond pacht worden betaald aan het bisdom. Het Oud-Saksisch kende het woord "asna" hetgeen betekende loon of pacht. In het Oud-Fries heette het "esna". Het Oude Nederduits ken de de vorm "asnen". Men zou dus kunnen

veronderstellen dat dit woord vroeger ook in Drenthe in gebruik was. We kunnen ons indenken dat deze vormen "asne" en ,asnen" zich hebben ontwikkeld tot Assen, de naam van Drenthes hoofdstad. De naam is vermoedelijk door de kloosterlingen bedacht. Deze moesten "assen" dit is pacht betalen voor hun grand. Ze had den zich daar gevestigd om er hemelse "assen" (is beloning) te verdienen. Het zou derhalve helemaal met zo vreemd zijn dat ze hun woonplaats Assen noemden.

Bij besluit van de Hoge Raad van Adel van 19 september 1821 werd aan de stad Assen toegekend een schild van lazuur, beladen met een gekroond Mariabeeld, in het wit gekleed, zittende tussen twee gouden zuilen, met een naakt kind, wiens hoofd met stralen omringd is, op de rechterknie; het schild gedekt met een kroon van goud en ter wederzijde vastgehouden door een klimmende leeuw (natuurlijke kleur) op grasgrond.

Tot slot nog dit. Assen is een plaats van waaruit men prachtige tochtjes kan maken. De omgeving is rijk aan natuurschoon. Het rijwielpadennet in Drenthe verkeert in een prima staat. Assen heeft een bloeiende middenstand. Onderwijsinstellingen op velerlei gebied.

Kortom Assen heeft zijn inwoners veel te bieden.

1. De heer M.A.D. Jolles was burgemeester van Assen van 1 oktober 1878 tot 1 september 1920. We zien hem hier in zijn werkkamer. Naar hem is een straat genoemd. Hij werd opgevolgd door burgemeester J. Bothenius Lohman.

2_ Burgemeester Mr. Johan Bothenius Lohman werd benoemd bi] K.B. van 23 augustus 1920 zulks met ingang van 1 september 1920. Hij was voordien burgemeester van de Friese gemeente Tietjerksteradeel. Hij bleef in functie tot 18 maart 1941. Op die datum werd hij eervol ontslagen door de Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandse gebied, ingaande 15 maart daaraan voorafgaande.

Hij hervatte zijn taak na de bevrijding van Assen op 16 april 1945 en werd opnieuw benoemd bij K.B. van 29 juni 1946 met ingang van 1 juli 1946. Op zijn verzoek werd hem eervol ontslag verleend met dankbetuiging voor de langdurige diensten door hem als burgemeester bewezen. Dit ontslag ging in op 1 oktober 1949. K.B. dd. 6 juli 1949. Daar zijn opvolger, de heer H.J. de Dreu, tot burgemeester werd benoemd ingaande 1 november 1949 werd Mr. J. Bothenius Lohman door de Commissaris der Koningin bij besluit dd. 26 september 1949 aangewezen tot waarnemend burgemeester van Assen ingaande 1 oktober 1949.

3. De Raad der gemeente Assen op 17 maart 1932. Staande van links naar reehts: J. Buning, G.F. Humme1en, W. Strabbing, A. Tent, L. Kunnen, Mr. M.A. Ka1ma, J.A. Kramer, L. Brader, F. Huizinga, J. Geerts Bzn., R.G. Hommes; zittend van links naar reehts: Mr. M.L. Brender a Brandis (gemeenteseeretaris), A. van Leusden (wethouder), Mr. J. Bothenius Lohman (burgemeester) en L.C.A. Franken (wethouder).

4. Het seeretariepersoneel werd vereeuwigd ter gelegenheid van het vertrek van mejuffrouw Wassenaar. Op de aehterste rij zien we van links naar reehts R. van Hoorn, E. Vreeswijk, K. Bouwkneeht, J. Somer, C. Hakkert (overl.), P.A. v.d. Hoek en H. Smit. Middelste rij: J. van Dalen, K. Vondeling, C. Popken, P. Nauta, F.L. de Graaf (overl.), P. Wagenmakers, Mr. H. Snoep, E. de Roo en Ferwerda. Zittend op de bank: M. Jager, mejuffrouw T. Roodhart, mejuffrouw J. Wassenaar, Mr. L. Brender a Brandis (overl.), A. Strabbing (overl.) en E. Bas (overl.).

5. Het politiekorps van Assen in 1920. Op de aehterste rij van links naar reehts: R. van Dam, Woppenkamp, Rutgers, Meijering, H. Dammer en K. Kosters. Op de middelste rij: J. Smit, Bouman, Tjeerdsma, H. Klinge, H.R. van der Meulen, M. de Boer, A. Bokma, H. Ham en D. Spoelstra. Op de voorste rij: B. Zijlstra, Tj, IJtsma, N. van der Luit, J. Bergsma, W. Hogenberk, J. Ringenaldus, H. Polling en G. Bakker.

6. Jan Fabricius werd te Assen geboren op 30 september 1871 aan de Beilerstraat. Zijn vader, Johan, was letterzetter en later corrector aan de Provincia1e Drentsche en Asser Courant.

Zoon Jan ging in de leer bij een slager, werd kruideniersbediende, daarna timmerknecht, vervolgens bediende in een ijzerwinkel en kwam tenslotte op een drukkerij. Jan Fabricius schreef later tal van toneelstukken en boeken. Sommige van zijn toneelstukken zijn zeer bekend geworden. Zijn eerste stuk schreef hij in 1906 en wel op aanraden van Frits Bouwmeester. Het kwam in zes weken klaar en heette: "Met den handschoen getrouwd." Tijdens de Eerste Wereldoorlog schreef hij tal van stukken als "Hein Roekoe", "Dolle Hans", "Sonna", enzovoort.

Heel bekend werd zijn toneelstuk "Onder een dak", Van 1906 tot 1939 schreef hij een veertigtal werken. Van zijn boeken zijn bekend "Jeugd-herinneringen van een Asser jongen", "Diana" en "Tempo doeloe".

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek