Batavia in oude ansichten

Batavia in oude ansichten

Auteur
:   dr. H.J. de Graaf
Gemeente
:  
Provincie
:  
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4358-5
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Batavia in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

In veel boeken staat te lezen, dat Batavia gesticht is op de puinhopen van Jacatra (of Djakarta, zoals men thans zegt). Dit is niet helemaaljuist.

Gelijk bekend, dreef onze Oost-Indische Compagnie sedert haar oprichting in 1602 handel met Indie, nadat reeds verrnetele, doch onderling verdeelde zeevaarders in de zgn. "Wilde Vaart", elkaar hadden beconcurreerd.

In 1610 kreeg deze Compagnie, gewoonlijk V.O.C. genoemd (Verenigde Oostindische Compagnie) een centraal bestuur in de Oost, te weten gouverneur-generaal met een Raad van Indie, De vierde gouverneur-generaal, Jan Pietersz. Coen (1617-1623 en nogmaals 1627-1629) streefde naar een "generaal rendez-vous", dus een punt, waar handel en scheepvaart der Compagnie konden worden geconcentreerd. De Molukken, die men sedert 1605 in bezit had, waren daartoe niet geschikt, zij lagen te ver uit het middelpunt. Bantam, waar reeds lang een factorij bestond, leek beter, doch men zat daar onder een sultan, die niet altijd medewerkte, om het maar eens zacht uit te drukken.

Doch daarnaast bezat men sedert 1610 aan de mond van de rivier Tji Liwoeng, tegenover het inlandse Djakarta een factorij of handelskantoor. Dit werd steeds meer tot het centrum van de handel gemaakt en ten slotte zelfs versterkt tot een fort. Een en ander gaf aanleiding tot een geschil met de plaatselijke heerser, een vazal van de Bantamse sultan. Deze bemoeide zich er mee, evenals de concurrerende Engelse kooplieden. Coen haalde echter hulp uit de Molukken en het fort Djakarta, (in een dronken bui tot Batavia herdoopt), hield stand. Toen Coen met versterkingen uit de Grote Oost terugkwam, besloot hij de heerser van Djakarta te tuchtigen en op 30 mei 1619 viel hij met duizend man de Javaanse stad aan, die hij met slechts een man verlies veroverde en verwoestte. Daarmede achtte hij zich in het bezit van het "koninkrijk Djakarta", dat zich naar hij dacht, dwars over Java tot aan de Indische Oceaan uitstrekte. Op weg naar de verovering van het gehele eiland, was de eerste stap gezet. Zo ver was het intussen nog niet. In 1628 en 1629 doorstond

de jonge stad moedig twee zware aanvallen van de Soesoehoenan van Mataram (Midden-Java), die bekend staat als soeltan Agoeng.

Na de verovering op 30 mei 1619, nog vele jaren daarna als feestdag gevierd, consolideerde Coen zijn Javaans bezit. Hij liet een nieuw fort bouwen, negen maal zo groot als het eerste, dat vier bastions telde: Diamant, Robijn, Saphier en Parel. Vandaar dat de Inlandse bevolking nog lang sprak van de Kota Inten of Diamantstad, zelfs nog nadat het Kasteel door gouverneur-generaal Daendels (1808-1811) was gesloopt. De schilder Andries Beeckman beeldde het in 1656 af, toen het nog in volle glorie stond.

Ten zuiden van dit "Kasteel" werd aan de oostelijke oever van de Tji Liwoeng een stad gebouwd, met stadhuis, kerk en hospitaal. Daarna pas werd op de weste1ijke oever, waar het oude Djakarta gelegen had, een tweede stad aangelegd. Het geheel werd omringd door muren, voorzien van bastions en poorten. De laatste zijn alle verdwenen, doch van de bastions zijn nog enkele over o.a. Culemborg. Op Hollandse wijze was de stad met grachten doorsneden, waarvan de Tijgersgracht, thans reeds lang gedempt, de luisterrijkste was door zijn statige bebouwing. Aan de rechtgetrokken Grote Rivier (Kali Besar) verrezen ook deftige behuizingen. Enkele daarvan doen nog dienst als handelskantoren en zijn fraai gerestaureerd.

Doch ook buiten de wallen ontstonden wijken, b.v, die der Mardijkers, oorspronkelijk vrijgelaten slaven der Portugezen, die gekerstend waren en Portugees bleven spreken. Voor hen werd behalve de Binnenkerk in de stad, daar buiten de Portugese Buitenkerk gebouwd, die nog bestaat.

De Chinezen, die eerst tussen de overige burgers binnen de vesting woonden, betrokken na de noodlottige Chinezenmoord van 1740, buiten de Diestpoort (of Pintoe Ketjil) een eigen wijk, de Chinese kamp, die na twee eeuwen nog groeide en bloeide.

Ook de Inlanders, die na Djakarta's verwoesting, langzamerhand waren teruggekeerd of van elders aangevoerd, betrok-

ken aparte kampongs, waar elke landaard bijeen woonde, b.v, kampong Banda voor de Bandanezen.

Buiten de stad werden naar Hollandse trant kanalen gegraven, voor afwatering en vervoer, b.v. het kanaal langs de grote rijweg naar het zuiden, die naar het nabijgelegen fortje, Jacatraweg genoemd werd. Daar stonden eenmaal fraaie landhuizen. Molenvliet, door het hoofd der Chinezen gegraven, doch later door de Compagnie overgenomen, is nog volleven en beweging. Er staat nu nog een enkel landhuis uit de 18de eeuw, nL dat van gouvemeur-generaal De Klerk, thans in gebruik als rijksarchief. Dan het water tussen de wijken Noordwijk en Rijswijk, die zo naar eenmaal bestaande forten heetten. In de vijftiger jaren der 17de eeuw achtte men het nL nodig de dichtstbijgelegen Bataviase Ommelanden tegen Bantamse roverijen te beveiligen door een kring van fortificaties.

Zo bloeide Batavia, als middelpunt van bestuur en van handel: een flinke sterk bevestigde stadskern met naast de officiele gebouwen nog deftige in rijen gebouwde stadswoningen, maar ook armelijker buurten. Buiten de wallen de Inlandse en Chinese wijken met hun godsdienstige gebouwen: moskeeen en tempels, klentengs en bij de kanalen, die het vaderland in herinnering brachten, statige buitenhuizen. Deze werden, naar mate de toestanden op West-Java veiliger werden, verder in het binnenland gesticht, b. v. te Mr. Cornelis en Buitenzorg (thans Bogor),

Daar leefde en streefde een bonte, arbeidzame gemeenschap, doch die vooral in de stadskern, ernstig door malaria en andere tropische kwalen bedreigd werd.

De Bataafs-Frans-Engelse tijd (1795-1816), toen ook het moederland door ramp op ramp werd getroffen, bracht de ondergang voor de oud'e stad. Deze was reeds, om de ongezondheid, door het grootste deel van haar Europese inwoners verlaten, die zich daar buiten hadden gevestigd. De aanhoudende oorlog met de Engelsen, die zich ten slotte van Java meester maakten (1811-1816) vernietigde de handel. Maarschalk Daendels (1808-1811), als gouverneur-generaal uitge

zonden om het verzet tegen de Britse overrnacht te organiseren, liet het door malaria verpeste kasteel slopen en ook de stadskoepelkerk, die verzakte, atbreken, nadat de Portugese Binnenkerk in de nacht van zijn aankomst reeds verbrand was. Hij verplaatste het bestuur naar het frisse Weltevreden, zo genoemd naar een l Sde-eeuws landgoed (rond 1760), dat eenmaal stond op de plek, waar nu het militaire hospitaal gelegen is. Er werden grote pleinen aangelegd, die later Waterlooplein en Koningsplein heetten. Er verrezen enige voorname gebouwen, b.v. het Gouvernementspaleis aan het Waterlooplein en een Societeit "de Harmonie", aan het einde van Molenvliet. Ten zuiden van het Waterlooplein kwamen ook de militaire kampementen. Dank zij deze verhuizing van de moerassige kust naar het hogere binnenland bleek gezond leven in de tropen ook voor Europeanen mogelijk, vooral nu de meeste huizen vrij stonden en door grotere of klein ere met bomen beplante erven omringd waren.

Weltevreden verving het oude Batavia, dat in de 19de eeuw door de Europese bevolking verlaten werd en grotendeels onder slopershamers bezweek. Slechts enkele gebouwen en woningen bleven nog van de oude bloei getuigen.

Weltevreden ontwikkelde zich tot een ruim en weids gebouwde tuinstad. Ook de regering verplaatste haar zetel daarheen, hoewel de gouverneur-generaal meestal in het frisse Buitenzorg verbleef. De nieuwe stad werd echter zo groot, dat openbare vervoerrniddelen niet konden uitblijven, vooral omdat de handelaren weliswaar in de bovenstad woonden, doch hun beroep in de benedenstad, aan de Kali Besar of Grote Rivier bleven uitoefenen in de tot kantoren verbouwde herenhuizen. Immers, ook de nijvere Chinese kamp bleef bij het oude Batavia. Vandaar de aanleg van een "tramway" met paarden in 1871, op den duur vervangen door een stoomtram en daarna door een elektrische tram. Daar de nieuwe stad ook winkels behoefde, verrezen er langs Rijswijk en Noordwijk naast hotels verschillende Europese zaken, terwijl voor de dagelijkse voedselinkopen InJandse pasars werden gesticht. Bovendien vestigden zich vele Chinezen bij Pasar

Baroe, Pasar Senen en hoger de Tji Liwoeng op in Mr. Comelis.

Deze laatste plaats heet naar de Bandase godsdienstonderwijzer, Meester Comelis Senen, die er sedert 1656 land bezat. Dit is dus een der zeer weinige plaatsen, die in de Compagniestijd naar een Indonesier genoemd werden, Toch handhaafde het nieuwe bewind in Indonesie deze naam niet, maar verving hem door het oude Djatinegara, Men kan Mr. Comelis als Weltevreden's eerste satellietstad beschouwen. Toen Batavia in de 20ste eeuw een burgemeester kreeg, ontving Mr. Comelis er ook een,

Nog verder de Tji Liwoeng op, waar de bergen beginnen, had reeds de gouverneur-generaal Van Imhoff (1743-1750) een buitenverblijf opgericht, dat hij Buitenzorg noemde. Dit werd op den dum de gebruikelijke woonplaats der gouverneursgeneraal, die ook om zijn Plantentuin wereldberoemd is geworden. Thans heet Buitenzorg weer Bogor.

Daar de oude haven van Batavia niet toegankelijk voor zeeschepen was, moesten deze lossen en laden op de rede, waar laadprauwen de goederen af- en aanbrachten. Om aan deze bezwaren tegemoet te komen, werd in 1877-1883 bij Tandjong Priok een Oceaanhaven gegraven, die door water-, spoor- en autowegen met de oude en nieuwe stad verbonden werd. Naast de haven werd een kleine badplaats gesticht, die op zijn Frans "Petit Trouville" genoemd werd, Toen dit voor de havenuitbreiding moest wijken, herleefde het als "Zandvoort". Behalve aan de Europeanen, heeft Batavia-Weltevreden zijn bloei en welvaart te danken aan de zonen des lands, de Inlanders, en de "zonen des Hemels", arnbtelijk bekend als "Vreemde Oosterlingen", Vandaar dat ook aan hen een deel van dit kaartenmateriaal gewijd is. Van elk volksdeel zal iets van hun woonplaats, van de mens en zijn bedrijf, alsmede van zijn ontspanning en godsdienst getoond worden.

De Inlanders waren van allerleiherkomst en velen handhaafden nog lang vroegere zeden en gewoonten. Gaandeweg vermengden ze zich en slechts nieuwelingen bleven nog lang herkenbaar, De "orang Betawi", de Bataviaan ontstond met

zijn typische vrijmoedigheid van een grote-stadsbewoner. Hoewel de Chinese immigranten door het ontbreken van voldoende Chinese vrouwen, zich gemakkelijk met de dochters des lands vermengden, bleven de Indo-Chinezen zich toch nog lang Chinezen voe!en, met handhaving der voorvaderlijke Chinese gebruiken. Met name bleek dit bij volksfeesten en begrafenissen. Na 1740 mochten de Chinezen slechts in de .Jcamp" wonen en werd hun bewegingsvrijheid door reispassen beperkt, Gaandeweg vervielen deze belemmeringen, werd hun houding zelfbewuster, vooral na de Chinese revolutie (1911-1912). Dit was door het wegvallen van de queue en het aannemen van Westerse gewoonten en kledij ook uiterlijk zichtbaar. Zo drong de nieuwe tijd ook "de kamp" binnen, doch vemietigde tevens veel schilderachtigs. Zo is er na 1911 nooit meer een van die mooie en eigenaardige Chinese huizen gebouwd, die in de Chinese wijken zo opvallen.

fOELlCHTlNG

Wij zullen in dit boekje drie soorten kaarten zien.

De eerste betreft Batavia, Weltevreden en Mr. Cornelis en de plaatsen, die er nauw verband mee hebben, zoals Buitenzorg en Tandjong Priok.

De tweede heeft betrekking op de Inlanders in Batavia, terwijl de derde met de Chinezen te maken heeft, Om het beeld wat vollediger te maken, zijn oak wei eens kaarten van Chinese zaken buiten Batavia opgenomen.

Teneinde de gereproduceerde kaarten enigszins te dateren, is door de leiters dl (achter de naam van de uitgever} aangeduid of de kaart een .uioorloper" is. Hiermede wordt nl. in vakkringen aangeduid, dat het adres op de keerzijde van de kaart, geheel over deze doorloopt. Omstreeks 1905 werd toegestaan, dat de linkerhelft van de adreszijde voor correspondentie mocht worden gebruikt. Doorlopers zijn dus uit 19050fouder.

6

Een kaart van Java uit een serie van de hele Archipel uit 1947 die kennelijk is bedoeld voor "onze jongens overzee". Kleurig is het wel, maar de krokodil is geen zeedier en een Javaanse draagt haar wicht niet op de rug, maar op de heup. (Uitg. "Emdeeha", de Hond, Oosterbeek)

Eerder dan in Djakarta - later Batavia - had de Oostindische Compagnie een factorij in Bantam, dat de vloot van Cornelis Houtman al in 1596 aandeed. Van de vroegere glorie van deze sultansstad getuigt o.a. de minaret van de grote moskee, gebouwd rond 1670. De meeste Javaanse moskeeen missen een minaret. (fotokaart)

7

.Jan ,t}ieter~?oon «oen ? 1587-1629

4hubtnlt1lT-4k1urut tan ~~ii airtetttlr ..?? r.ul _I' alk 1M: C01Ilp1omt baa 1ItQOt{£ (a .JnWi

~ nitt. ontllitt ? tijrnbtn nitt. ban en i. ter lDtrtIt nid b.tt on. un ~nbfTm nod) eeeren. nant eobt mer on. iSL

Jan Pieterszoon Coen (1587-1629) door Debora Duyvis. Grondlegger van de macht der Verenigde Oostindische Compagnie (V.O.C. linksboven), stichter van Batavia (wapen en een deel van de plattegrond rechtsboven). Het citaat is uit een brief aan de Heren Zeventien in het vaderland. De houtgravure is van Debora Duyvis naar het trouwportret in het Westfries Museum te Hoorn dat door een onbekende vervaardigd werd tijdens Coen's verlof van 16231627. (Uitg. Leiter Nypels, Maastricht).

BATAVIA

MUSEUM

PLATIEGROND VAN BATAVIA urr 1627 (COPIE)

De oudste plattegrond van Batavia (1627), waarschijnlijk vervaardigd door Adriaan Minten op last van Coen. Het is een kopie naar een erg beschadigd origineel, dat in 1918 op de stadhuiszolder te Hoorn (Coen's geboorteplaats) werd teruggevonden. Men ziet het nieuwe Kasteel (links met vier bastions), waaronder het vierkante oude fort nog niet opgeruimd is. De Grote Rivier kronkelt en is nog niet recht getrokken. De Oostwal (boven) is wat oostelijker komen te liggen en aan de westzijde (beneden) is nog heel weinig te zien. (Uitg. Museum van het Koninklijk Bataviaasch Genootschap).

9

The Office Appliances Co Ltd.

Weltevreden - Batavia

XIII Zulks leidde bij het algemeen lage peil van beschaving en moraliteit, vaak tot verrassende en kluchtige tooneeten,

Liefde en haat in oud-Batavia, Nummer 13 van een serie silhouetten. Doch dat een slavin een zware pajong zou torsen, is ongerijmd, (Uitg. The Office Appliances Co. Ltd. WeltevredenBatavia).

I i

I

"i. chrnarkr - Hatav ia.

Soecr.aMel Visser & 60. 8ata,;!a.

Het havenkanaal te Batavia. In Coen's dagen klotsten hier nog de golven, doch de aanslibbing van de kust dwong tot verlenging van de havenmond, die eindelijk drie kilometer lang was. Rechts: Tolkantoor of Kleine Boom; links: de vissersprauwen. (Uitg. Boekhandel Visser & Co., Batavia) dl.

II

Bafavia

lJitkyk.

12

De Uitkijk (l9de eeuw) was een seinpost en een meteorologisch station. Het is rond 1640 gebouwd op het bastion Cuylenburg, verbouwd in 1680. Er achter zijn de Compagniespakhuizen; rechts een vissersprauw. (Uitg. F. B. Smits, Batavia) dl.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek