Beelden uit Gamerens verleden

Beelden uit Gamerens verleden

Auteur
:   J.N.A. Groenendijk
Gemeente
:   Kerkwijk
Provincie
:   Gelderland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-6462-7
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Beelden uit Gamerens verleden'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Verantwoording

In 1975 verscheen "Gameren en Nieuwaal in oude ansichten", een boekje dat reeds lang is uitverkocht. De samensteller, Jan van Heeswijk, veronderstelde toen al dat er meer materiaal aanwezig was dan het gepubliceerde. Reden om tot een nieuwe uitgave over te gaan, uitsluitend gewijd aan Gameren, waarin slechts een eerder gepubliceerde afbeelding is opgenomen (nummer46).

Bij het samenstellen van deze uitgave is gebruik gemaakt van de collecties van Hannie van Wijk-Bok, Adri Oomen-van Wijk, Martha van Veenendaal en wijlen [oop Kerkhoven en van materiaal dat in de afgelopen jaren door diverse inwoners van Gameren aan de samensteller ter beschikking is gesteld. Hen allen, evenals degenen die informatie verschaften over het afgebeelde, wordt hartelijk dank gezegd. Een speciaal woord van dank aan Hannie van Wijk, mijn onvermoeibare hulp bij het opsporen van namen, en Jan Jonkers die mij hielp zoals zijn vader dat bij Jan van Heeswijk had gedaan.

Het is opvallend dat van enkele delen van Gameren nauwelijks afbeeldingen uit een wat verder verleden bestaan; het gaat daarbij met name om het oostelijk gedeelte van het dorp (Kluit, Beemstraat en Leutsestraat) en om de Nieuwstraat en het Benedeneind. Dank zij de medewerking van velen kan in dit boekje toch een overzicht van het gehele dorp worden gegeven. Onder

meer omdat naast oude ansichten ook veel foto's uit particulier bezit zijn opgenomen.

Bij de opbouw van dit boekje is min of meer de route aangehouden die in vroeger eeuwen werd gevolgd als de bezittingen in onroerend goed werden genoteerd: beginnende bij de Kluit en de Leut, via de Beemstraat en de dijk naar de Delkant en vervolgens de Ridderstraat, Nieuwstraat, het Molenblok (Peperstraat en Hendrikstraat) en de Burgerstraat om daarna via de dijk weer terug te keren naar het centrale punt in het dorp, de kerk.

De afbeeldingen in dit boekje geven een beeld van het dorp in de periode tot de Tweede Wereldoorlog. Gameren is echter veel ouder; de bekende geschiedenis gaat terug tot de elfde eeuw. lets van die geschiedenis is in de bijschriften bij de afbeeldingen verwerkt, met name wat betreft de bewoningsgeschiedenis van afgebeelde huizen en boerderijen.

Grepen uit het verleden van Gameren

De oudste vermelding van Gameren dateert van 1031 als Meinwerk, bisschop van Paderborn, schenkingen doet aan het pas gestichte klooster Abdinghof te Paderborn. Het klooster komt onder meer in bezit van de tienden (opbrengsten) van de kerk in Tuil met kapellen in Gameren, Haaften, Hellouw en Nieuwaal. Aan de echtheid van deze schenkingsoorkonde wordt getwijfeld, maar latere bevestigingen van de schenking zijn niet aan twijfel onderhevig: in 1146 door Paus Eugenius III en in 1183 door Paus Lucius III. In de elfde eeuw was Gameren dus al belangrijk genoeg om een eigen kapel te hebben. De relatie met de kerk in Tuil komt ook later tot uiting als beide dorpen na de Reformatie tientallen jaren gezamenlijk een predikant hebben. De oudste kern van het dorp bevindt zich op de oeverwal waar de Ouwelse- en de Ridderstraat lopen, via de Del naar de in de veertiende eeuw aangelegde dijk en aan het begin van de Beemstraat.

In de Middeleeuwen waren veel van de gronden in de directe nabijheid van de dorpskern gemeenschappelijk eigendom, vooral bestemd om vee te weiden. De naam Oude Weide herinnert hier nog aan. Toen de agrarische bedrijvigheid zich later in westelijke richting uitbreidde werd de steeg, die hier naar toe liep, Nieuwesteeg genoemd, om deze te onderscheiden van de Ouweysche steeg.

Gameren was een zogenaamde dagelijkse heerlijkheid. De ver-

schillende bezittingen en rechten die aan de heerlijkheid waren verbonden (het huis, de molen, de tienden, het patronaat van de kerk en diverse benoemingsrechten) behoorden "vanouds" tot het huis van Vianen. In de vijftiende eeuw worden rechten en bezittingen in le en uitgegeven door zowel Vianen als door het huis van Rossum, dat zelf weer een leen was van Vianen. Soms werden rechten en bezittingen rechtstreeks verleend door de Hertog van Gelre.

In de veertiende eeuw Hadden leden van het geslacht De Cock van Weerdenburg bezittingen in Gameren, maar in hoeverre zij daadwerkelijk Heer van Gameren waren is niet bekend. In 1363 wordt Elisabeth Pieck, de vrouw van ridder Willem van Heucke10m, vermeld als Vrouwe van Gameren. Twee jaar later wordt haar moeder Agnes, de weduwe van ridder Herman Pieck, bevestigd in de erfpacht van Gameren. In 1428 is Franck Pieck Heer van Gameren; de relatie met de hiervoor genoemde Pieck's is niet bekend. Zowel Franck als zi jn zoon Arnt

- eveneens Heer van Gameren - vervullen diverse functies in dienst van de Hertog van Gelre. Francks dochter ]utta trouwt met Otto van Haeften waarmee de heerlijkheid als leengoed in bezit komt van het geslacht Van Haeften. Dirck van Haeften, die in 1572 Zaltbommel verovert voor Willem van Oranje, is de

me est bekende. Willem van I]sselstein, een kleinzoon van Dircks zuster Agnes, verkoopt de heerlijkheid met alle rechten in 1618

aan Jacob van Randwijck. De familie Van Randwijck blijft in bezit van Gameren tot na de inval van de Fransen in 1795 alle heerlijke rechten vervallen.

Van het kasteel, dat lag op de plaats waar nu het Verzorgingshuis 't Slot staat, is voor het eerst sprake in 1477 als Arnt Pieck het huis en de heerlijkheid in le en ontvangt. In de zeventiende en achttiende eeuw is het kasteel- dat bij het beleg van Zaltbommel in 1574 zwaar is beschadigd - eigendom van de familie Van Balveren, erfgenamen van de Van Haeftens. Het is dan deels een ruine, deels een verbouwde boerderij die wordt bewoond door inwoners van het dorp. In 1803 koopt Antonus van Tuyl het huis "zijnde het Sloth en Cingel".

Andere grotere huizen en hoven zijn eveneens lang in bezit gebleven van belangrijke families uit Zaltbommel zoals Van

o ever, Van Meurs, Ingenhousz en Van Minningen. Soms is de naam van een perc eel nog een aanduiding van het belang in het verleden. Zo droegen drie percelen de naam Hoogenhof (thans Delkant 5, Ridderstraat 21/23 en Beemstraat 38) en twee werden aangeduid als Stenen Kamer (Beemstraat 28 en Ridderstraat 18). Ook de Spiegelshof naast het voormalige kasteel en sommige boerderijen rand de Del en aan de Burgerstraat hebben een zeer oude bewoningsgeschiedenis.

Een aantal van de oudere huizen werd in het verleden bewoond

door de schout van het dorp, die werd aangesteld door de Heer van Gameren. Het was een functie die kan worden vergeleken met die van burgemeester. Van 1657 tot de Franse tijd waren de schouten afkomstig uit de familie Van Kerkwijk die na 1813 ook nog enkele burgemeesters leverde. De schout werd bij het dagelijks bestuur van het dorp bijgestaan door twee buurmeesters, die jaarlijks door de geerfden uit het dorp werden gekozen. Ieder jaar legden de buurmeesters op een vergadering met de zogenoemde gerichtsnaburen (vergelijkbaar met de huidige gemeenteraad), waarbi j ook de rentmeester van de Heer van Gameren aanwezig was, verantwoording af over de voor het dorp gedane uitgaven. Deze bestonden vooral uit onderhoudsen herstelwerkzaamheden aan wegen, stoepen, gemeenschappelijke dijkstukken, sluizen en bruggen, het uitbaggeren van weteringen en reparaties aan de Gamerense watermolen. Al deze werkzaamheden werden ieder jaar uitbesteed aan inwoners van het dorp tegen een dagloon van tien tot twaalf stuivers (een gulden was twintig stuivers). De schout en buurmeesters verdienden met het uitbesteden evenveel of meer dan een dorpsgenoot met een dag werken.

De landerijen ten zuiden van het dorp waren vroeger moeilijk toegankelijk als gevolg van het ontbreken van wegen en de vaak hoge waterstanden. De tocht naar de Achterdijk en de watermolen werd dan ook meestal per boot gemaakt. In de winter was

vervoer hier helemaal moeilijk omdat de bruggen ieder voarjaar werden aangelegd en rond Sint Maarten weer werden afgebroken. In 1716 ging het bijvoarbeeld om bruggen aan het eind van de Startsteeg, aan de Knapendries bij de Achterdijk, aan het eind van de Nieuwesteeg en bij de Walemen. Het aanleggen van bruggen en dammen gebeurde tot de ruilverkaveling dit overbodig maakte. Uit de diverse percelen bos werd een deel van de bomen gebruikt als "brugbomen"; over die bomen werden zogenoemde "harden" gelegd. Jan Hendrik Kiep (links) en Arie van Haaften zijn in 1956 bezig met het vlechten van de harden voar de boerderij van Timmer (nu Jan van de Werken) aan de Nieuwstraat. Dirk van Alphen zien wij op een brug aan het eind van de Nieuwstraat.

De beelden in dit boekje tonen het darp in de eerste helft van deze eeuw en schetsen duidelijk het agrarische karakter met

nog zeer veel kleine boerderijen en dijkhuisjes waar vaak grote gezinnen woonden. Het was de periode waarin van de toonaangevende verbouw van aardappelen in de negentiende eeuw werd overgeschakeld op andere landbouwproducten en waarin, te beginnen met aardbeien, de tuinbouw sterk opkwam. Een klein deel van de inwoners vond daarnaast werk op de steenfabriek, in de mandenmakerij en bij aannemers van voaral waterwerken. Opmerkelijk was daarnaast het relatief grote aantal winkels, onder meer bakkers, voor een dorp met de omvang van Gameren. Tussen 1850 en 1945 was het inwonertal gegroeid van ongeveer 1000 tot ongeveer 1300 inwoners. Ter vergelijking, in 1400 waren het er 150 en in 1700 ongeveer 300. Ondanks de verdere groei in de laatste decennia heeft het dorp veel van het oude karakter weten te bewaren.

Plattegrond van Gameren tot omstreeks 1945

Het gedurende vele eeuwen ongewijzigde stratenpatroon van Gameren tot de ruilverkaveling.

Na de overstroming van 1861 werd de Beemsteeg iets verlegd naar het zuiden en werd een nieuwe dijk aangelegd over het oude trace van de Beemsteeg. Het gedeelte van de dijk van de Beemsteeg naar de Kluit werd verlaten.

De Ouwelsesteeg was slechts voor een gedeelte daadwerkelijk weg; daarna werd het een pad langs de wetering.

Ten zuiden van de Ouwelsestraat en de Ridderstraat werden in de jaren na 1970 nieuwe wijken gebouwd. In het Kwelblok werd in 1969 de Slotshof, het verzorgingshuis, gebouwd en kwamen enkele nieuwe straten en bejaardenwoningen.

De nummers verwijzen naar de afbeeldingen die in dit boekje zijn opgenomen. Een enkele plek is meerdere malen afgebeeld; dan is aIleen het eerste desbetreffende nummer vermeld.

1 Hetveer

Een bezoeker in vroeger eeuwen bereikte Gameren over de dijk vanuit Zaltbommel of met het veer van Haaften naar Gameren (zie ook de tekening bij nr. 3). Op deze foto uit de oorlogsjaren zien wij, tegen de achtergrond van zijn woonplaats Haaften, veerman Herman Elfring. De overtocht werd gemaakt in een roeiboot, waar een zeil kon worden bijgezet. Het veer meerde aan de Garnerense zijde aan bij het haventje bij de Kluit.

Het veer was eigendom van de gemeente Zaltbommel die het steeds voor een periode van zes jaar verpachtte. Dit eigendomsrecht van Zaltbommel dateert van voor 1 700. In 191 0 werd Philip Klop uit Haaften de huurder tegen een jaarlijkse pacht van 160 gulden. Voor hem was vanaf 1879 zijn vader E.Klop, tevens eigenaar van het cafe/veerhuis in Haaften, de pachter.

Philip Klop verlengde de pacht vele malen tot kort voor de oorlog Herman Elfring veerman werd. Voor het overzetten moest vijf cent worden betaald; met hoog water kon dit bedrag met de helft worden verhoogd. Bij ijsgang had de veerman het recht om het veerloon te bepalen naar de omstandigheden.

In strenge winters moest de boot aan de kant blijven en kon de Waal te voet worden overgestoken. Dit was onder meer het geval in 1946 als wij Herman (rechts) en zijn zoon Albert op de dichtgevroren rivier zien.

2 Hetveer

Na de Tweede Wereldoorlog nam Albert Elfring het veer over van zijn vader. Hij verving de roeiboot door een motorboot, de Prinses Marijke, gebouwd bij de werfvan Damen in Hardinxveld en in 1947 in gebruik genomen. Rechts zit Albert op zi jn nieuwe aanwinst. Hij dreefhet veer tot 1958 waarna D. van de Moore het veer tot 1963 bediende.

Wim van Wijk uit Gameren werd veerman en hij liet een grotere motorboot bouwen, de Prinses Christina, die in 1964 in de vaart werd genomen. De steiger aan de Gamerense kant was inmiddels verplaatst naar binnen in het haventje. Er stond een veerhuisje met de "leugenbank van Gameren". Later kwam dit bovenop de dijk bij het huis de Kluit te staan. Het veer werd druk gebruikt door kinderen uit Haaften, Hellouw en Tuil die onder meer in Zaltbommel op school gingen. Ook bezoekers van de markt, het Gasthuis en de tandarts maakten veelvuldig gebruik van het veer. Omgekeerd leverde de bloemist uit Zaltbommel bloemstukken af die aan de overzijde moesten worden bezorgd. In 1970 werd het veer opgeheven. Er werd al vrijwel geen gebruik meer van gemaakt omdat het veer niet exploitabel meer was als gevolg van "concurrentie" van de brug en in verband met de steeds drukker wordende scheepvaart op de rivier. De gemeente Zaltbommel verkocht het veerrecht aan Rijkswaterstaat voor het symbolise he bedrag van een gulden. Rijks-

water staat sloot vervolgens het haventje af in het kader van de oeverbescherming.

Sinds een jaar of vi]f heeft Wim van Wijk een camping, annex jachthaven 't Wilgerak in Schoonhoven. En de Prinses Christina vaart als toeristisch veer over de Lek bij Ameide.

Een heel bijzonder gebruik van het veer vond plaats op 21 december 1965. Op die dag trouwde Kees van Tuyl met Ine van den Heuvel, de dochter van Wouter van den Heuvel, de baas op de steenfabriek. Gedwongen door hoog water moest hij zijn bruid met de Prinses Christina van huis halen.

--- .. _.-*

3 De Kluit

Zowel komend vanuit de richting Zaltbommel, als van de overzijde van de Waal, was al van ver de Herberg de Kluit zichtbaar. Deze stond bovenop de dijk zoals blijkt uit een tekening uit de zeventiende eeuw.

Waar de naam Kluit vandaan komt is niet bekend, maar deze wordt al genoemd in de oudste stukken over Gameren. De oudst bekende herbergier is Jan Dircksz Cluyt (1649). Na hem waren onder meer herbergiers Peter Joosten Valkenburg, Hendrick Selms, Krijn van de Werken en Leendert en Peter Bertram.

De herbergier ten tijde van de overstromingsramp in 1861 was Adrianus van Waardenburg.

Ruim dertig jaar na de watersnood werd de Kluit door Willem van Gelder uit Zaltbommel herbouwd op de hoek van de nieuwe - meer landinwaarts gelegen - dijk en de Leutsestraat. Er was een cafe gevestigd en er werd een aardappelbeurs gehouden, zoals blijkt uit het opschrift boven de deur. Vanuit het haventje bij de Kluit werden aardappelen en bieten vervoerd naar elders. In 1908 wordt Andries Kommers uit Brakel eigenaar en in 1910 Jan Willem Bouman. De Kluit wordt vanaf dat moment altijd door meerdere gezinnen bewoond.

Tegelijk met de kerk en de molen bliezen de Duitsers op 26 april 1945 dit huis op. Vier gezinnen werden daardoor dakloos: de familie Kruisinga, Jan Ekelmans, Sophinus Blom en Maarten Kerkhoff. Maartens vrouw was in verwachting van Gerrit die

enkele dagen later - op 1 mei - werd geboren. Na de oorlog bouwde Maarten Kerkhoff eerst een noodwoning en in 1957 een nieuw huis op deze plaats. Thans is er de brandstoffenhandel van Gerrit Kerkhoff gevestigd.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek