Beesd in oude ansichten deel 1

Beesd in oude ansichten deel 1

Auteur
:   J.C. Denninger / M.J. de Vries
Gemeente
:   Geldermalsen
Provincie
:   Gelderland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4067-6
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Beesd in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

IN LEIDING

Op de kaart van Gelderland ligt Beesd tegen de Vijfheerenlanden gevlijd, dicht bij Leerdam. Het is nu (1973) een gemeente met een oppervlakte van 35 vierkante kilometer en bijna 3500 inwoners. 35 procent van de inwoners is protestant, 45 pro cent rooms-katholiek.

Het ontstaan van Beesd ligt evenzeer in het duister als dat van Gelderland. De Gelderse geschiedenis begint roman tisch: Wichard van Pont uit Niers versloeg omstreeks het jaar 900 een draak, daar waar later Geldern ontstond. Dat beest riep voortdurend "Gelbre", vandaar zo vermeldt de geschiedschrijver, de naam "Geldern". Wichard was de eerste "voogd" van Gelre. Zijn nakomelingen verkregen er rechten en bezittingen. Stad en graafschap ontstonden in de elfde eeuw (de eerste graaf was Gerardus Flamens) en de graven beheersten Rijn, Maas, Waal en IJssel en hieven er, met goedkeuring van hun leenheer, de Duitse koning, tol. De contacten waren in hoofdzaak zuidoost gericht en deden ook in de westhoek van Gelre de gerichtheid meer daarop ontstaan dan op de noordwestkant van de Nederlanden. Zelfs nu nog zijn de contacten met die noordwestkant minder gernakkelijk te noemen, ondanks dat vele verschillen en geschillen uit vorige eeuwen zo zoetjesaan zijn verdwenen. Het verschil in bevolkingsopbouw van onze dorpen met die van bij voorbeeld Leerdam, weerspiegelt zich onder andere in de samenstelling van de gemeenteraden: in Leerdam is geen enkel raadslid rooms-katholiek, in Beesd ongeveer een derde van de raad. In Leerdam is de helft protestants, in Beesd nog geen vijfde van de raadsleden. P.v.d.A. en Gemeentebelangen lopen wel ongeveer parallel.

Beesd wordt het eerst genoemd in 1129, maar wij

mogen zeker aannemen dat zijn geschiedenis minstens teruggaat tot de tijd dat de Romeinen aan de Linge overtocht en rustplaatsen zochten, zoals in het oude Caspingium (Asperen). Het duurde tot de dertiende eeuw voordat Beesd voorgoed bij Gelre kwam en bleef. In ruil voor hoeven in Neerijnen en Opijnen en Hiern, deed ridder Rudolph (ook genaamd "De Cocq") afstand van Beesd en de "Borch tot Renoy". Graaf Otto II, die in 1248 Nijmegen en omgeving verwierf, werd de grote man, ook van de "Marienweerd", het in 1128 gebouwde klooster der norbertijnen.

In 1820 komt Acquoy, dat tot 1795 als baronie bij Holland was ingelijfd, bij Beesd en Rhenoy. Enkele feiten uit de geschiedenis van Acquoy: van de heren van Voorne (1305) naar Culemborg; samen met Leerdam in bezit van Willem van Oranje (1551) en tot baronie verheven, nadat in 1513 Floris van Egmond Acquoy had gekocht van Jan van Kruiningen, graaf van Buren. In 1401 overleed Willem.hertog van Gulik en Gelre (zijn gebied strekte zich uit van de Eifel tot de Zuiderzee) en zijn opvolger Reinald IV kreeg allerlei moeilijkheden met steden en ridderschappen die meer inspraak wensten. Hij verpandde het arnbachtsschap Beesd/Rhenoy aan zijn overste, rentmeester Albert Pieck, de eigenaar van het Hoge, het Lage en het Blauwe Huijs. Reinald IV kreeg hierdoor een dekking in het westen en het geslacht Pieck, dat de heerlijkheid (later baronie) tot 1795 beheerde, werd tegelijk de hoogste erfelijke hertogelijke ambtenaar van Beesd in Gelderland.

Rhenoy bleef een kerspel met een eigen buurtbestuur, ondergeschikt aan de erven Pieck. Het bezat in die tijd een sterk kasteel dat vaak inzet van strijd is geweest. Immers, Bourgondie en Gelre streden voortdu-

rend tegen elkaar en aile wantoestanden die oorlogvoering kenmerken, werden ook hier tentoongespreid. Alleen waren toen adellijke farnilietwisten (uiteraard om het bezit) wat ingrijpender dan in later tijden, Adolf, de zoon van hertog Arnold, intrigeerde tegen zijn vader en werd daarbij gesteund door hertog Philips van Bourgondie, In 1465 zette Adolf zijn vader Arnold met behulp van de Bourgoridiers in het gevang en, eenmaal heer en meester, keerde hij zich met zijn onderdanen tegen de Bourgondiers, "ter handhaving van de Gelderse vrijheid en zelfstandigheid".

Karel de Stoute zag er brood in en bezette Gelre in 1473, maar werd er in 1477 weer uit verdreven. Walraven Pieck steunde de hertog van Gelre. Gijsbert Pieck steunde de Bourgondiers en zette broer Walraven gevangen in het "Roge Huijs" van Beesd. Hertog Karel van Egmond, die in 1492 uit gevangenschap werd losgekocht en tot 1538 zou regeren, bestreed eerst Philips de Schone, daarna Karel V, bezette met steun van de Fransen en passant Friesland, Overijsel en Groningen en heroverde het "Roge Huys" op Gijsbert. Ret beleg begon in 1493 en duurde vele jaren. Eerst leek het of het nooit zou lukken het kasteel te veroveren, doch bij verrassing (lees: door verraad) kreeg Karel het in 1511 in handen, waarna een lange periode van rust voor Beesd, Rhenoy en ook Acquoy aanbrak (als we tenminste het natuurgeweld buiten beschouwing laten). Vooral Rhenoy werd door het water geteisterd: in 1784 hevig, maar het ergst in 1809.

Ret "Roge Huys" is verdwenen. Ret "Lage Huys" stond tot de achttiende eeuw aan de Wiel en daarvan zijn nog sporen te vinden. Hier zetelden de Piecken van Wolfswaerd. Ret "Blauwe Huys" stond aan de Linge, vlak bij de "Blauwe Huisbrug". Ook hiervan is

geen spoor meer over. Ret was de zetel van de Piecken van Tienhoven. Ret kasteel van Rhenoy (Oudenbergh) is sinds de achttiende eeuw eveneens verdwenen.

Van de in Kempische stijl opgetrokken kerk van Beesd staat nu nog de toren, die gedeeltelijk van de vijftiende eeuw dateert. In 1825 werd de nu nog aanwezige kerk er aangebouwd. De preekstoel (gemaakt van, voor die tijd, kostbaar mahoniehout) werd in 1823 van Vianen gekocht. Hierop heeft dr. Abraham Kuijper nog gepreekt. Is hij wellicht in Beesd geinspireerd (nadat hij in 1886 bij de zogenaamde "doleantie" met de zijnen - de gereformeerden - uit de hervormde kerk trad) tot de coalitie die hij, in politiek opzicht, steeds aanging met de rcoms-katholieken van die tijd ?

Wellicht zuilen Beesd, Rhenoy en Acquoy, samen met andere gemeenten, spoedig opgaan in een nieuwe, grotere gemeente. Dat kan aan de schoonheid van de prachtig opgebouwde kern van het stadje aan de Linge niet veel meer veranderen. Ret is gelukkig een "beschermd stadsgezicht" geworden. Evenrnin zal het iets veranderen aan de schitterende ligging langs de Linge, van Rhenoy en Acquoy, waar steeds meer oude boerderijen, dijkhuizen en herenhuizen worden gerestaureerd om in oude luister "het landschap te sieren en ons oog te verblijden". De bewoners zuilen zich bij die "herinnering" naar alle waarschijnlijkheid even noodgedwongen neerleggen als hun voorgangers uit de tijden dat krijgslieden hun schatting hieven en veranderingen van heer aan de orde van de dag konden zijn.

Zij zuilen, ook onder een andere naam, hun eigen dorpen even trouw blijven als zij dat nu zijn en vroeger waren.

1. Wij naderen Beesd vanuit Rumpt en wachten even om overgezet te worden met het veer van de familie Meegdes. Op de achtergrond zien we al de stompe en de spitse toren, respectievelijk van de hervormde en de rooms-katholieke kerk van Beesd. De Veersteeg was nog niet geplaveid, wat vooral in herfst en winter op minder prettige wijze goed merkbaar is.

Poordeind Voorstraat BEE D

2. Nadat we zijn overgezet en de Veersteeg zijn afgewandeld, komen we op de hoek van de Voorstraat, de Veersteeg en de Platte Weg (later de Dr. A. Kuijperweg) aan het zogenaamde Poorteind. Hier ontmoeten we de vrouw van Chris Spronk met haar zoons Bal en Gijs. Het derde meisje van links (met hoed) is Doortje Spronk.

3. Voor een heel kwartje nemen we vanaf het Poorteind een retourtje met de omnibusdienst van Chris Spronk om het vrij ver van de bewoonde wereld gelegen station van Beesd te bezoeken. Bij het station maken we kennis met, van links naar rechts, stationsassistent Kors, postbode Aart Hekman uit Rumpt, vrouw Reinders, stationschef Reinders en een zojuist met de trein gearriveerde vreemdeling. Op de bok van de omnibus zit Chris Spronk, die ons met de fotograaf direct weer zal terugrijden naar het dorp.

4. Het is augustus 1889 en we bekijken hier de achterzijde van het Lingeeinde van de Voorstraat. Rechts een fraai gezicht op de rooms-katholieke kerk van de Heilige Kruisverheffing, twaalf jaar geleden door Alfred Tepe gebouwd. Geheellinks het statige burgemeestershuis (later gerneentehuis), bewoond door burgemeester C.D. van Ledden Hulsebosch, die nu al weer bijna dertien jaar burgervader is.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek