Beesd in oude ansichten deel 2

Beesd in oude ansichten deel 2

Auteur
:   J.C. Denninger
Gemeente
:   Geldermalsen
Provincie
:   Gelderland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2158-3
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Beesd in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

Met veel genoegen mag ik, na bijna tien jaar, deeltje 2 van het ansichtenkaartenboekje samenstellen. Het zich moe ten verdiepen in de geschiedenis van de streek is steeds weer een boeiende zaak en geeft een grote voldoening.

Elk boekje dat wordt samengesteld is weer moeilijker. Het lijkt wel of ansichtkaartenverzamelaars zich steeds meer achter hun verzameling terugtrekken, waarbij dan nog komt dat er van onze dorpen en stadjes nu niet zoveel ansichten ziin gemaakt. Ook blijkt steeds weer hoe snel namen en mensen die op de foto's en ansichten voorkomen zijn "vergeten". Voor dit boekje kreeg ik tot mijn vreugde, en met grote dank aan mevrouw Th. Story-Wouterse, de beschikking over de kleine verzameling ansichtkaarten die wijlen haar echtgenoot bijeen had gebracht. Vandaar ook dat in dit deeltje iets meer de nadruk komt te liggen op Rhenoy. Acquoy komt er zelfs iets "slechter" af, maar dat wordt ruimschoots goedgemaakt door de grote activiteit die daar door de liefhebbers van de oudheidkunde ten to on wordt gespreid.

Wijlen wethouder Story was ook bezig met het schrijyen van de politieke geschiedenis van Beesd. Het is er niet van gekomen, maar de stukken, keurig gerangschikt, zijn bewaard gebleven en wellicht komt het er toch nog eens van, ter nagedachtenis aan de heer Story

en ter meerdere glorie van Beesd, Rhenoy en Acquoy. Aan de inleiding van deeltje I is wat de geschiedenis van de drie dorpen betreft weinig toe te voegen. Een aanvulling met een iets andere visie van een oudheidkundige uit de achttiende eeuw kan aIleen maar verhelderend werken en hoewel deeltje I al vele jaren uitverkocht is, zal de gene die dat wil, er toch gemakkelijk bij vrienden kennis van kunnen nemen. Daarbij mag worden aangetekend dat deeltje 2 als geheel op zich zelf staand mag worden beschouwd.

Vrij naar Isaac le Long schrijven wij het navolgende:

Volgens de Aanteekeningen van den Oudhey dtskundige Heere Simon van Leeuwen behoren (in 1733) tot het Graafsschap Kuylenburg de volgende Plaatsen:

Gobbeldingen, Everdingen, Syderveldt, Beest, Renoy alsmeede Marienweert. Van de drie eerstgemelde dient nu niet gesproken te worden, maar van de laatste drie zullen wij hier 't eene en andere aanteekenen by gelegentheid van het verschijnen over 250 Jaare van het tweede boekje .Beesd in Oude Ansigten", Wij beginnen met het Huys of 't Slot Wolfswaert genoemt, dat is gelegen in het Graafsschap Kuylenburg, tusschen het dorp Beest en de Abdye van Marienwaert aan de Rivier de Linge, zijnde een hecht en sterk, ook uitneemend cierly k Gebouw, met een voor desselfs seer cierlijke Voorpoort en Brugge over den

omloopende Cingel of Vyver en een stevigen steenen Tooren, wel doorwrocht en achtkantig, Dit slot schynt tot de twee Dorpen Beest en Renoy gerekent te moeten worden. De twee dorpen behooren van oudts onder de Neder-Betuwe en het Ryk: van Ny megen.

In den Jaare 1480 wierdt er tusschen Hendrik Bisschop van Munster, Bescherm-Heere van Gelderlandt, en de Stadts Overrigheit van Nymegen aan d'eene, en Walraven Piek aan d'andere zyde, een Verdrag geslooten, en daarin vastgestelt, dat Walraven de Blokhuysen en Amptmanschappen van Beest en Renoy; op de naam Carel en Philip, onder Eede van Getrouwighey t, sorgvuldig soude bewaaren en blyven besitten.

In de Roomschgesinde Tyden plagt de nabuurige Abdye van Marienwaert het recht te hebben, om de twee bygelegene Dorpen Beest en Renoy van Pastoors te voorsien. Marienweert of Marienwaert was eertyds een seer vermaarde Abdye in de Betuwe tusschen den Rhyn en de Waal, niet verre van de Rivier de Linge. Welker oorsprong, volgens de wyse in de oude Geschiedenissen, voorkomt sedert den Jaare 1062. De Stichting van deze vermaarde Abdye Marienwaert van den Premonstreit-Orde wordt door den Heere Janus Dousa van der Does, Heere van Noortwy ck, onder anderen in Latynsche Vaarsen beschreven.

Dat de monniken deser Abdye niet altoos geregelt leefden blykt in den Jaare 1550 niet aileen uyt het quaade bestier van saaken maar oak, dat Hugo de Goyer, Prior van Marienwaert, gevlugt synde naar Beest, door Gerrit van Bommel, religieus van hetselve Convent met een Broodt-mes soodaanig in de linkerarm gewondt wierdt, dat hy kort daarna is komen te sterven.

Ondanks dat de Vorsten van dese Abdye van ty dt tot ty dt veel werk maakten, dat nademaal blykt uyt eene opene Brieve van Maxtmiliaan d'eerste, meede AartsHertog van Oostenry k, is tog, so schry ft de Edele Heer en Geleerden Johan Knippenberch de "Waerdt op het Eyland van Maria" [Abbatia Insulae Mariae} in 1738 geheel geru ineert. Derselve goederen syn verbeurt verklaart, zijnde in de plaats van aan den Bisschop van Roermondt wien deselve waren toegewesen, door den Koning van Spanjen, andere Inkomsten besorgt,

Een fraaie aanvulling op de vorige geschiedenis en naar ik hoop de aanleiding ertoe dat in Beesd en Rhenoy, meer dan tot nu toe, aandacht aan de geschiedenis zal worden besteed.

Ik wens u enige genoeglijke uurtjes toe met deeltje 2.

J.e. Denninger

1. Wij beginnen onze rondwandeling met een biertje in cafe "De Prins", waarvan hier een gedeelte is te zien met ervoor in het midden, voluit en in het goede pak, Jan van Leeuwen, met links naast hem (met kind op de arm) zijn echtgenote. In 1960 brandde het cafe af. Het poststempel van deze kaart geeft aan dat het 1908 is.

2. Wij laten nog even zien hoe het cafe er in 1910 uitzag en dan heeft de lezer meteen het volle gezicht op dit middelpunt van het Acquoy in die dagen.

3. Bezien wij deze afbeelding, dan begrijpen wij wellicht de "beschreiving" in het Woordenboek van Jacobus Kok van 1786: Ackoij of Acquoi, een Baronnij en Dorp, ronsom in Koorenlanden gelegen, ten Zuidwesten van Leerdam en ten Noordoosten van Asperen, omtrent een half uur van laatstgenoemde plaats. Na dat Jan de VIII van Arkel, zijn kruistogt naar 't HiLand gedaan had, stichtte hij in het jaar 1140 dit Ackoij. Voor de Hervorming plagt de Godsdienst hier bediend te worden door een der Norbertijner monniken van de Marienwaart. Het kerkje is van een zeer oude gedaante. De barronij behoort aan den tegenwoordigen Erfstadhouder die er een Drossaard welke ook die van Leerdam is, aanstelt en tevens Dijkgraaf en Stadhouder van Leenen is en een bizondere Schout onder zig heeft: Het dorp Ackoii is, zedert 1585 door de Geboorte van den vermaarden Cornelius Janssenius berucht geworden,

4. En zo zag Acquoy er in 1904 uit. Wij willen u niet onthouden wat Kok over Jansenius schrijft, namelijk: K(C)ornelius Jansenius aan wien de Jansenisten hunnen naam ontleenen, wierdt geboren in Ackuoij op den achtentwintigsten October des Jaars 1585. Zijn vader Otje genaamd was aldaar Smid van zijn Ambagt. Na in Utrecht onderweezen te zijn volgde eene lange loopbaan onder opzigt der Jesuiten. In den Jaare 1617 besteeg hij den trap van Doktoor in de Godgeleerdheid en wierd tweemaalen den post van Afgevaardigde van den Senaat van de Leuvensche Academie bij den Koning van Spanie opgedraagen. In 1635 wierd hij op zijnen geboortedag en dus het vijftigste jaar zijns ouderdoms Bisschop van Yperen. Niet lang want koort daarna deedt een Pestziekte hem van daar ten Grave daalen.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek