Beesd in oude ansichten deel 3

Beesd in oude ansichten deel 3

Auteur
:   Gert de Kruijff
Gemeente
:   Geldermalsen
Provincie
:   Gelderland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-6042-1
Pagina's
:   128
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Beesd in oude ansichten deel 3'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

door G.].L. de Kruijff

ZALTBOMMEL

Als in de tekst met 'nu' en 'thans ' verwezen wordt naar de huidige toestand, dan is dit de toestand in het jaar 1995 - het jaar van de eerste uitgave van dit boekje.

De boekjes 'Beesd in oude ansichten deel l ' en 'Beesd in oude ansichten deel z ' zijn inmiddels ook weer verkrij gbaar via Uitgeverij Europese Bibliotheek. Zie: www.eurobib.nl

W~OEN

OEKJE

ISBN1 0: 90 288 6042 8 ISBNI3: 978 90 288 6042 1

© 1995 Europese Bibliotheek - Zaltbommel

© 2009 Reproductie van de oorspronkelijke druk uit 1995

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zander voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Europese Bibliotheek Postbus 49

5300 AA Zaltbommel telefoon: 0418 513144 fax: 0418 515515

e-mail: publisher@eurobib.nl

Inleiding

Beesd is een oud dorp met een rijke historie. Zijn oorsprong gaat terug naar de vroege middeleeuwen, de tijd dat feodale landheren bezittingen verwierven in de gehele Betuwe, al was er van de Betuwe zoals wij die nu kennen nog geen sprake. Destijds was er de gouw (= graafschap) met de naam Testrebenti oflater: Teisterbant. Hoe groot deze gouw was en welke tegenwoordige streken er onderdeel van uitmaakten is niet precies bekend, maar wel dat de huidige West-Betuwe en dus ook het gebied rond Beesd er toe behoorde.

De bezittingen die de adellijke heren verwierven bestonden veelal uit landerijen en/ of de inkomsten daarvan. Centraal in zo'n bezitting lag dan vaak een curtis of een hof. Zo'n hof moe ten we zien als een boerderij met soms het karakter van een versterkt huis. Ook Beesd had een dergelijke hof. Althaus, in het dorp ligt een perceel dat tot in deze eeuw "de Hooge Hof" genoemd werd.

Dat deze hof is uitgegroeid tot een nederzetting is mede te danken aan de ligging ervan langs de rivier de Linge. De Linge, die oorspronkelijk tussen de stad Tiel en het dorp Zandwijk aftakte van de Waal, was in de middeleeuwen een belangrijke vaarweg. Schepen met handelswaar van en naar de stad Tiel maakten veelvuldig gebruik van de Lingestroom die, uitmondend in de Merwede bij Gorinchem een goede

verbinding vormde met de grote hanzestad Dordrecht. Dorpen op de oevers van de Linge profiteerden van dit intensieve handelsverkeer. Beesd vormt hierop geen uitzondering.

Anderzijds is het ook juist de ligging van Beesd geweest die het dorp in zijn ontwikkeling heeft geremd. Dit klinkt tegenstrijdig met het voorgaande, maar een blik op de landkaart maakt ons duidelijk waarom.

Beesd ligt, ook nu nog, in het uiterste westen van de provincie Gelderland ( het oude Gelre). In de middeleeuwen vormde de West-Betuwe een grensgebied met in het noorden .Het Sticht" en in het westen het graafschap Holland. De hertogen van Gelre en de graven van Holland hadden vaak geschillen. Deze geschillen werden vroeger veelal slechts op een manier opgelost: met het zwaard. En zo is de West-Betuwe vaak het toneel geweest van bloedige gevechten en plundertochten over en weer. De strategische ligging van het gebied maakte dat het er wemelde van de kastelen en adellijke huizen waar plaatselijke leenheren het voor het zeggen hadden. Deze leenheren op hun beurt waren weer onderdanig aan de hertog van Gelre. De welvaart die de Linge en de vruchtbare gronden brachten viel ten dele prooi aan de machtsstrijd om de heerschappij in dit gebied.

Daarnaast bracht de Linge ook nog eens veel onheil en eIlende. Al heel vroeg waren in deze streken de landerijen en dorpspolders voorzien van dijken en kaden. De waterhuishouding stond echter nog in de kinderschoenen.

Vele dorpen en steden dachten hierbij aIleen aan het eigen belang, zich niet bekommerend om het leed van diegenen aan de benedenloop van de rivier. De Linge liet zich ook niet zo eenvoudig bedwingen. Menigmaal overstroomde hij en zette daarbij grote delen van het achterland onder water. Alleen de hoogst gelegen plaatsen bleven droog maar waren daardoor onbereikbaar en raakten gei:soleerd. In alle dorpen van de West-Betuwe vinden we ze terug: woerden en vluchtheuvels, vloedschuren en hoogten waarop het kostbaarste bezit van de boeren, het vee, bijeengebracht kon worden in tijden van rampspoed. Ook in Beesd hebben de overstromingen hun stempel op het dorp gedrukt, veel boerderijen hadden vloedschuren en -zolders en veel huizen liggen op kunstmatig opgeworpen heuvels. De Voorstraat is eigenlijk een reuzeterp, die in de loop der eeuwen laag voor laag werd opgehoogd en daardoor de gewenste veiligheid bood tegen het water.

De landerijen in de nabijheid van de dorpsterp werden zeer vruchtbaar doordat het overstromende Lingewater het rivierslib afzette. De gronden in de laaggelegen dorpspol-

ders, de komgronden waar het water het langst achterbleef na een overstroming waren daarentegen arm en onvruchtbaar, bijna uitsluitend geschikt als grasland.

Zo ontstond een gemeenschap van boeren en landarbeiders. Het geloofheeft bij de ontwikkeling van het dorp een belangrijke rol gespeeld. Van doorslaggevende betekenis daarbij is de stichting van de nabijgelegen abdij Marienweerd geweest in het jaar 1129. Deze abdij van de order der Norbertijnen, ook wel Praemonstratenzers of Wither en genoemd, werd door diverse edeIlieden rijkelijk voorzien van schenkingen en privileges. Zo verwierf zij ook in het dorp Beesd veel grand en boerderijen. Het patranaatsrecht over de kerk van Beesd, dit is het recht om een pastoor te benoemen, werd eveneens door de abdij verworven. De priesters die het kerspel Beesd gingen bedienen, werden uit eigen gelederen gekozen. De abdij Marienweerd geraakte tot grate welstand; in haar hoogtijdagen bezat zij bijna 4000 morgen land (1 morgen = 0,85 ha).

Vanuit Marienweerd werden nieuwe kloosters gesticht, zo werd zij het "moederklooster" van een aantal "dochterstichtingen" verspreid over de Lage Landen.

Wat echter gold voor de ligging van Beesd, gold eveneens voor de ligging van de abdij, strategisch gezien uiterst

ongunstig in een grensgebied waar herhaaldelijk vreemde troepen binnenvielen om te plunderen en te brandschatten. Ondanks de bescherming van de hertogen van Gelre is de abdij diverse keren overvallen en gepiunderd. Na deze plunderingen is de abdij steeds weer hersteld, Uiteindelijk leidden diverse omstandigheden ertoe dat het in de 16de eeuw onmogelijk werd de abdijgoederen te blijven beheren en dat de kloosterlingen de abdij verlieten. In de eeuwen daarvoor echter heeft de aanwezigheid van de beroemde abdij, in de onrniddellijke nabijheid van het dorp Beesd, onmiskenbaar een stempel gedrukt op het dorp en zijn bewoners.

Er zijn een aantal families te noemen die een belangrijke rol hebben gespeeid in de dorpsgeschiedenis van Beesd. Een familie willen we in deze inleiding met name noemen, het adellijke gesiacht Pieck. In de 14de eeuw vestigden zij zich in Beesd, afkomstig uit Duitsland. Veel leden van dit gesiacht bekleedden in de loop der eeuwen hoge posities o.a. aan het Hof van Gelre in de diverse ambten. Zo verwierven ze ook veel bezittingen in Beesd en omgeving. Ze bewoonden in Beesd de drie adellijke huizen die het dorp telde: het Hooge, het Lage en het Blauwe Huis. Onnodig te vermelden dat zij daardoor veel macht en gezag hadden.

"De Piecken" verwierven de ambtmannie van het Ambt van Beesd en Rhenoy. Tot in de 1 7 de eeuw bleef deze familie, waarvan een deel katholiek bleef en een deel tot het protestantisme overging, heer en meester in Beesd.

Al deze zaken maken van Beesd, zoals de eerste regel van deze inleiding luidt, een oud dorp met een rijke historie, Een historie die men weerspiegeld ziet in de mens en en de gebouwen. Dit boek neemt u mee naar het Beesd in het begin van deze eeuw. Een periode van grote verandering voor het dorp. Ontsluiting van het gebied door spoor- en autowegen, veranderingen op het gebied van onderwijs en gezondheidszorg, het verdwijnen van standsverschillen en een verbeterende verhouding tussen rooms-katholieke en protestantse dorpsbewoners zijn slechts enkele voorbeelden die we hier willen noemen.

Ik besluit deze inleiding met het uitspreken van de hoop, dar zowel jongeren als ouderen plezier zullen bel even aan deze tocht door het oude dorp en dat door de vele bijzonderheden die genoemd zullen worden uw belangstelling en lief de voor de historie versterkt mag worden.

Beesd, 1995 G.].L. de Kruijff

_~ S_t_a_ti_on

1 Reizigers die in het begin van deze eeuw Beesd

bezochten, konden het dorp op een aantal manieren bereiken, sommigen kwamen te voet, met paard en wagen of met de velo, de voorloper van onze fiets. Anderen kwamen met een schip; op de Linge onderhield een stoomvaartdienst een geregelde vaart tussen Gorinchem en Geldermalsen en vice versa. Een enkeling kon zich in die tijd een auto permitteren, maar de meeste bezoekers kwamen toch weI met de stoomtrein!

Vanaf 1879, het jaar waarin de Betuwe Spoorlijn Dordrecht-Kesteren in gebruik werd genomen, was Beesd

bereikbaar per trein. Men kon indertijd kiezen om te reizen in Eerste, Tweede of Derde Klasse. Afhankelijk van deze klassen had men ook aparte wachtkamers ingericht. De stoomlocomotieven arriveerden op het stationsemplacement van Beesd, dat eveneens dateerde van 1879. Zoals zovele oude stations heeft het station van Beesd in de loop der jaren diverse verbouwingen ondergaan. Tenslotte hebben de Nederlandse Spoorwegen het oude stationsgebouw in 1985 afgebroken en vervangen door een bescheiden halteplaats.

~~~ N_aa_r_B_e_es_d

-~-~[-

2 Het stationsgebouw lag zo'n 15 minuten verwijderd van her dorp waarvoor de omnibusdienst, die tussen het station en het dorp werd onderhouden, uitkomst bood. Diverse personen hebben deze omnibus-onderneming geexploiteerd. Hendrik Piek, vanaf 1880, en daarna met korte onderbrekingen L. van der Salm en Chris Spronk. De ritprijs voor een persoon bedroeg in de beginjaren

20 cent. Na de Tweede Wereldoorlog onderhield Antoon van Drenth nog korte tijd een autobusdienst tussen Beesd en het station.

We stappen in de omnibus en deze brengt ons via de Marienwaerdtse dreven, die wij later nog uitgebreid zullen

bezoeken, naar de Oude Waag. Deze naam is een afleiding van "Gude Weg" hetgeen er op duidt dat dit een van de oudste wegen is van het dorp. Langs de Oude Waag ligt "De Stapelakker", een boerderij met bijbehorende landerijen die een zeer oud goed vormen. De leenaktenboeken van Gelre verteHen ons dat Gijsbert Pieck in 1424 werd beleend met "Den Stapelacker, gelegen in den kerspel van Beesde". De tegenwoordige boerderij ligt op een vloedheuvel en ook de vrijstaande schuur ligt op zo'n hoogte. Door overerving is het goed op 9 november 1730 in bezit gekomen van Jan Frederik Lodewijk Graaf van Bylandt, waardoor het later bij de heerlijkheid Marienwaerdt gevoegd kon worden.

3 Via de Oude Waag bereiken we het kruispunt met de Wilhelminastraat en de Parkweg. De Wilhelminastraat werd vroeger "De Del" genoemd en de Parkweg heette .Parkedel'' of .Parksteeg". Midden op het kruispunt van deze wegen werd in 1898 bij gelegenheid van de troonsbestijging van koningin Wilhelmina, een lindeboom geplant, de "Wilhelminaboom". Daarna werd er, enkele jaren later op initiatief van de gemeenteraad, een waterpomp geslagen met daarop aangesloten een filter om de mensen in dit gedeelte van het dorp te kunnen voorzien van drinkbaar water. Bij deze heugelijke gebeurtenis zal ook de oude straatnaam "Del" zijn gewijzigd in .Wilhelrninastraat" .

De eerste huizen in de Wilhelminastraat wijzen er op dat we de bewoonde wereld naderen. De eerste nieuwsgierige

Wilhe1minastraat

dorpsbewoners zijn benieuwd wie de vreemdeling is, die door de omnibus naar het dorp gebracht wordt. Het eerste huis, dat we inmiddels zijn gepasseerd, werd bewoond door de familie Dooijeweert. Daarna zien we links het door riet gedekte huisje van Drika Spronk, bij de dorpelingen beter bekend als "Driek de Mop". Daarnaast het huis van Dorus van Diejen, voddekoopman. Later werd dit huis bewoond door Geert en Fina van Gernert. In de huizen rechts woonden Gradus en Kaatje van Buuren en de families De Vaal en Van Meegdenburg. Achter deze huizen lag het bouwland genaamd "De Singer' en "Het Plein" welke namen ons wijzen op de grondresten van het voormalige "Hooge Huys". Later zullen we over dit kasteel nog meer vernemen. Op dit bouwland zal in de jaren zeventig en daarna een nieuwe woonwijk verrijzen: de Prins Willem Alexandersingel.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek