Beetsterzwaag in beppe's tijd

Beetsterzwaag in beppe's tijd

Auteur
:   E. Huisman
Gemeente
:   Opsterland
Provincie
:   Fryslân / Friesland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-5762-9
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Beetsterzwaag in beppe's tijd'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

In dit boekje wordt een beeld gegeven van Beetsterzwaag en het bijbehorende dorp Olterterp, zoals die dorpen er ongeveer een eeuw gel eden uitzagen. Van veel lezers zullen zelfs de grootmoeders dat beeld niet gekend hebben, wat dat betreft had in de titel ook naar de overgrootmoeder verwezen kunnen worden.

De oudste afbeeldingen geven de Hoofdstraat weer v66rdat in 1884 de trambaan er doorheen werd gelegd en de stoomtram zo'n tien keer per dag de rust in het deftige dorp ging verstoren. Die deftigheid dankte het dorp aan het feit, dat het al eeuwenlang de woonplaats was van patricische en later ook adellijke families, terwijl het als zetel van het bestuur van de gemeente Opsterland en van het kantongerecht ook anders "dure" inwoners telde. De standen waren als voIgt in te delen: adel, notabelen (notaris, dokter, dominee, burgemeester), burgers en arbei-

ders en middenstanders. Laatstgenoemden waren als werknemer (in huizen, tuinen en bossen) of leverancier van de .Jiegerein'' afhankelijk, wat een zekere onderdanigheid meebracht, al kwam daar in de tijd die in dit boekje wordt weergegeven weI wat verandering in. Een exponent van deze veranderende houding was Willem Gerbens Vrijburg, die in 1891 de eerste in ons land was die als socialist tot wethouder werd benoemd.

De grootgrondbezitters gebruikten hun macht om het dorpsgebied de vorm te geven of te laten houden die hen gewenst voorkwam. De bosaanleg is daaraan te danken en dus ook de daaruit voortvloeiende werkgelegenheid voor veel arbeiders, ook als werkverschaffing in de winter.

De vorm van het dorp was rond de eeuwwisseling eenvoudig: parallel aan de Hoofdstraat, in vroeger tijden welluidender Heerestraat genoemd, liep

langs de noorclzijde het eeuwenoude, nu nog als straat aanwezige Kerkepad, waaraan in het verleden de stemdragende boerderijen stonden. Op dezelfde manier lag aan de zuidkant het Achterom, waarvan de huidige Molenlaan een restant is.

Haaks op die paden liep aan de zuidkant, tot de Walle, de uiteraard onverharde Stripe. Het voorste gedeelte hiervan werd, nadat hieraan in het begin van deze eeuw woningen waren gebouwd, de Boslaan genoemd. Ook aan de noordkant lag zo een drietal reden (zandpaden) waaraan bewoning ontstond, de Kupersreed (nu Kuiperslaan), de Klaversreed (nu grotendeels Fockema Andreaelaan) en later nog de Pikereed (nu Van TeijenslaanBommegaerde), die zijn naam ontleende aan een daar gesticht hoenderpark. Het waren de enige mogelijkheden tot dorpsuitbreiding die het grootgrondbezit bood.

Ook de buiten de bebouwde kom in de richting van het Alddjip (Koningsdiep) lopende Kofinne, met op een kaart uit 1848 al vijf huizen, bood plaats aan enige bewoning. Vanouds was dit de plaats van de meenschar, de gemeenschappelijke weidegronden. Olterterp en het ten westen van Fockensstate liggende Beets hadden aIleen verspreide bebouwing. Voor een overzichtelijk beeld zijn de foto's in de volgende vijf groepen verdeeld, terwijl zoveel mogelijk van west naar oost is gegaan: bebouwde kom; buitengebied, inclusief Olterterp; kerken en kerkelijke bijeenkomsten, herbergen, hotels en uitspanningen; werk en ontspanning.

Het gepubliceerde materiaal is deels uit eigen bezit, maar daarnaast is dankbaar gebruik gemaakt van de welwillende medewerking van de gemeente Opsterland, het Streekmuseum Opsterlan, het Fries Museum en de heren Gjalt Popma en Albert Bos.

1. Voor de komst van de tram waren de Sweachsters voor reizen en transport aangewezen op eigen benen, paardetractie of vervoer over water. Rond 1800 kon Leeuwarden twee keer per week met een veerschip vanaf Smalle Ee bereikt worden. Een eeuw later werden de beurtdiensten naar Leeuwarden en Sneek vanaf Beetsterzwaag onderhouden met het veerschip van de gebroeders Geert en Bouwe Schroor. De veerdienst, die naast vracht ook passagiers vervoerde, werd sinds het midden van de vorige eeuw door de familie uitgevoerd, het eerst door hun grootvader, de molenaar Geert Durks Schroor. Hun schip ligt hier in de haven op het uiteinde van de rond 1975 gedempte Beetstervaart, ook Lycklamavaart genoemd, in Oud Beets. Nadat het in 1904 drie meter verlengd was, kon het schip niet meer als op de foto dwars in de haven liggen.

2. Uit zuidelijke richting kon Beetsterzwaag na 1819 niet alleen bereikt worden via de vanouds bestaande Hearrewei, over de Lippenhuister heide, maar ook over de toen aangelegde Nieuwe Tolweg die later, in 1852-1853, verhard werd als onderdeel van de zogenaamde Commissieweg, de "straat- of kunstweg" Quatrebas-Heerenveen. De nu nag aanwezige fraaie aankleding met eiken en beuken is in elk geval140 jaar oud en mogelijk zelfs zo'n dertig jaar ouder. Langs deze weg werd in 1884 de tramlijn van Heerenveen naar Drachten aangelegd. Eerst zo'n dertig jaar later zou die een eigen baan buiten het weglichaam krijgen, waarop sinds de jaren vijftig, toen de tram was verdwenen, het fietspad ligt.

3. Aan de westkant van het dorp stichtte de grietman (bestuurlijk en rechterlijk hoofd van de grietenij Opsterland) Martinus Fockens in het begin van de zeventiende eeuw "een seer schoon huys", dat in 1879 werd vervangen door de nu nog aanwezige, lagere Fockensstate. Hier woonden achtereenvolgens de families Fockens, Van Teijens en Van Harinxma thoe Slooten, terwijl de state na de verbouwing steeds als boerderij is verhuurd. De foto dateert van de tijd dat de latere Commissaris van de Koning(in), ook wel gouverneur genoemd, Binnert Philip baron van Harinxma thoe Slooten met zijn talrijke gezin er woonde.

4. Fockensstate zoals de plaatselijke architect Luitje de Goed het in 1879 heeft ontworpen. Een eeuw geleden stond hier op marktdagen al een draaimolen en tot na de tweede wereldoorlog is het ruime erf als kermisterrein gebruikt. Op de voorgrond het uiteinde van de Teijensvaart, die voordat de trambaan in 1916 werd omgelegd gedeeltelijk vlak langs de Commissieweg liep. Het beurtschip van de gebroeders Schroor lag bij weinig vracht weI in deze ondiepe vaart, omdat de haven van de particuliere Beetstervaart verder van het dorp verwijderd lag en er bovendien liggeld moest worden betaald. Ten behoeve van de omlegging van de trambaan werd een gedeelte van de vaart gedempt, waardoor hier volgens een plan van Luitje de Goed het cafe-restaurant met woonhuis en stalling gebouwd kon worden waarvoor herbergier Arend de Vries de naam Boschlust meenam.

5. De schuin tegenover Fockensstate staande boerderij van de familie Fockens ging rond 1700 over naar een Van Teijens en daarna respectievelijk naar Lycklama a Nijeholt en Van Lijnden. Naast boerderij werd het pand, dat Van Lijnden-bezit bleef, rond 1860 herberg met bovenzaal. Van dit logement Boschlust was Anne Martens Zwart, wiens naam op het uithangbord staat, van 1878 tot 1908 de logementhouder. Toen zijn opvolger Arend de Vries in 1918 naar het nieuwe Boschlust aan de overkant van de Commissieweg vertrok, werd dit pand Oud-Boschlust. De tramrails hebben hier nog de krappe bocht, die in 1916 bij de baanomlegging werd verruimd. De uitmonding van de weg naar Lippenhuizen is, nadat in 1948 de tramrails waren opgebroken, in de jaren vijftig door rijkswaterstaat in westelijke richting verschoven naar de andere kant van het restaurant.

6. De Drachtster fotograaf Roelof Lammers maakte deze foto voordat in de jaren 1882-1884 de keibestrating (balstiennen) door klinkers werd vervangen. Al in het begin van de zeventiende eeuw lag hier een keiverharding, wat blijkt uit de toen gebruikte benaming Heerestraat. Uiteraard komt op de foto de in 1884 aangeIegde trambaan nog niet voor. Door de komst van de stoomtram werd de omnibus (dagelijkse diligencedienst) van Gorredijk naar Drachten opgeheven. Het huis met de dubbele kap links was tot 1895 de Hervormde pastorie. Toen werd wat nu Bordena is aan de kerk gesehonken onder de voorwaarde dat het de pastorie moest worden. Het huis naast de pastorie was nog geen postkantoor, wat het later gezien de nu nog aanwezige sporen van een brievenbus wel geweest is. Voor het witte hek reehts was de uitmonding van de Gealeane.

7. De Gealeane, richting Kortehemrnen en verder noordwaarts Srnalle Ee, lag oorspronkelijk tussen de witte villa van architect Luitje de Goed en het huis Lyndenstein, rechts op de foto achter de bornen nog zichtbaar. In de tweede wereldoorlog werd de weg naar de andere kant van de villa verlegd, waardoor het pand bij het terrein van de inrniddels eigenares geworden Corneliastichting (Lyndenstein) gevoegd kon worden. Uitbreiding van het revalidatiecentrum rnaakte in 1961 het opbreken van de weg en afbraak van de in het laatst als zusterhuis gebruikte villa noodzakelijk.

8. Architect Luitje de Goed woonde met zijn gezin in het in de jaren vijftig door Sake van Teijens gestichte huis naast Fockensstate, aan de westkant van de Gealeane. Rond de eeuwwisseling liet hij het verbouwen tot de bekende witte villa. Hij was hier in 1876 vanuit het Groningse Adorp gekomen als opzichter van de Grote Veenpolder in Opsterland en Smallingerland, maar heeft naam gemaakt als ontwerper van veel Sweachster gebouwen. Een van de eerste was in 1879 de vernieuwde Fockensstate, maar het meest opvallende was de zogenaamde adelskerk in Oud Beets.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek