Bennebroek in oude ansichten

Bennebroek in oude ansichten

Auteur
:   C. Bregman
Gemeente
:   Bennebroek
Provincie
:   Noord-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3552-8
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Bennebroek in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

TER INLEIDING

Vele inwoners van Bennebroek, maar ook een groot aantal vrienden en oud-inwoners van dit mooie dorp, aan de zuidgrens van Noord-Holland en Kennemerland, zullen de verzamelaars van oude ansichtkaarten en andere merkwaardige foto'sdankbaar zijn voor hun ijver en toewijding.

Immers, de ouderen willen graag nog eens zien hoe het er in hunjonge jaren uitzag en de jongeren - en met hen de vele nieuwe inwoners - willen best wel eens bekijken, hoe het hier vroeger dan wel was.

Gelukkig is door het streven van verzamelaars, die nijvere biien, veel bewaard gebleven van hetgeen verdween of minstens sterk veranderd is. Voor het spontaan afstaan of beschikbaar stellen van hun kostbaarhe den verdienen zij een bijzonder woord van dankl

Dat niet alles wat werd aangeboden hier een plaats heeft gekregen, lag zeker niet aan waarde of kwaliteit, maar is simpel een kwestie van beschikbare plaatsruimte,

Naar een strikte volgorde is in de hier gegeven verzameling niet gestreefd en niet elke prent kreeg het precies passend onderschrift... maar mogelijk geeft dat aan het "plaatjeskijken" wei een aparte vreugde. Bennebroek wordt, voor zover is achterhaald, voor het eerst in de geschiedenis van de lage landen vermeld in 942, in welk jaar Dirk II, graaf van Holland, hier een klooster liet bouwen. Een tehuis voor vrouwen, wij zouden zeggen: uit de betere stand, die in hun Egmonds klooster te veel werden belaagd door opstandige, plunderende Westfriezen. Bennebroek heeft lang deel uitgemaakt van de Heerlijkheid Heemstede, waarvan in de jaren 1620-1653 de bekende raadspensionaris, Adriaen Pauw, de ambachtsheer was.

In 1653, het sterfjaar van deze grate vaderlander, kwam het tot een splitsing en viel Bennebroek, als zelfstandige heerlijkheid, toe aan zijn jongste zoon en naamgenoot.

Op 28 mei 1653 werd Bennebroek dus zelfstandig.

Van Adriaan junior weten wij, dat hij de kerk heeft doen bouwen, deels uit eigen midde!en, deels uit vele bijdragen.

Dat was nog in de tijd van de wereldberoemde Iijnwaadblekerijen, waarvan er meerdere in Bennebroek floreerden. Een werd er zelfs gedreven door onze eigen ambachtsheer. Een merkwaardige industrie, die haar arbeidskrachten van verre liet komen, ondermeer uit Brabant en Ge!derland, vandaar dat veel familienamen hier en in de omtrek doen denken aan die gewesten. Helaas verbleekten die blekerijen, vooral toen de vaderlandse karnemelk werd verdrongen door een goedkoper bleekmiddel, vermoedelijk door het nu zo bekende bleekwater.

Ge!ukkig bleken de Bennebroekse gronden uitermate geschikt voor de teelt van bloembollen. Voor zover de woningbouw dit nog toelaat, zijn hier en daar nog elk voorjaar de rnooie bloemenvelden te bewonderen. Bennebroek trok door zijn ligging en natuurschoon, de

aandacht van schatrijke Amsterdamse bankiers en soortgelijke grote heren, Die bouwden hier hun heerlijke buitenplaatsen,

Er is nog veel van dat schoons overgebleven in de verpleeghuizen en andere instellingen, maar veel vie! ten offer aan de woningbouw.

Er is dus veel van het oude, mooie, veri oren gegaan. Gelukkig hebben die oude "ansichtkaarten-makers" veel van dat oude en mooie voor ons vastgelegd. En, al waren het dan geen geroutineerde kunst-fotografen, wij nemen beleefd en dankbaar ons petje voor hen af! De goede gewoonte om vriend en buur een "ansicht" te sturen, had voorheen tot gevolg, dat er verzamelingen van werden aangelegd. Albums vol! Daarvan is niet zo heel veel overgebleven, zodat het de verzamelaar van heden veel geld, tijd en moeite kost om er nog wat van te redden. Dat zulks die vrijetijd-besteders uitstekend is gelukt, moge deze uitgave bewijzen. Hoe dan ook, U krijgt de groeten uit Bennebroek!

De Bennebroekerlaan, door Bennebroekers meestal aangeduid als "de Laan", is vrijwel zo oud als Bennebroek zelf. Aan de Laan lagen in vorige eeuwen de bekende lijnwaadblekerijen, waarvan de namen nog voortleven in "Middendorp", "Duinlaan", "HemeJrijk" en andere. Een statige en rustige laan. Toch gebeurde er van alles in de Laan. Zo werd er de jaarlijkse ringrijderij gehouden, die al in de zeventiende eeuw op touw werd gezet door de kastelijn van "De Geleerde Man", om de zilveren zweep, en later door de Oranje-vereniging om een prijs en premie. Een feestelijk gebeuren voor Bennebroek en wijde omgeving.

l?ennebroeker(llan.

5357 _._

'.-

::..'

Op deze, mogelijk weI zestig jaar oude ansicht, dragen de meisjes de lange witte "boeselaars" van die dagen. De moeders uit die tijd had den heel wat "strijkgoed" te verzorgen. De dienstmaagd, thans weI geheel nit het dorpsbeeld verdwenen, was de frisheid in eigen persoon. De Laan werd wekelijks keurig schoongeveegd door Dirk Treffers, vaal' de Tweede Wereldoorlog de enige gemeente-werkrnan van Bennebroek.

De honde-kar was nog een veel gezien vervoermiddel, maar, volgens hondenvrienden, een emstige vorm van dierenmishandeling. Er was een landelijke vereniging tegen het gebruik van deze viervoeters als trekdier. De laatste bewoner van "Het Huis te Bijweg", baron Van Ittersum was daarvan de promotor. Een strenge wet heeft het verdwijnen van dit vehikel uit onze samenleving verhaast, toentertijd zeer tot ongenoegen van de kleine middenstanders die er hun waren mee aan de man brachten.

.£aan

fJ3enneCweG-

L

8

Hij die over wat vrije tijd beschikte, kon op gezette tijden de "scharesliep" aan zijn nuttige arbeid zien. Bennebroek telde onder zijn inwoners zo'n kleine, maar bekwame middens tander, die niet enkel in Bennebroek, maar tot in Haarlem toe zijn klanten telde. Rechts ziet u nog een deel van de bakkerswinkel van bakker Janus, later overgenomen door Frans Lommerse en weer later door diens zoon, de jonge Frans.

Vele jaren sukkelde door de Laan het stoorntrammetje, dat Haarlem met Leiden verbond. Echt zo'n vervoermiddel uit de oude doos en een waardig opvolger van de trekschuit uit de voorgaande eeuwen. De lijn werd in gebruik genomen in 1890. Het beginpunt lag in de Haarlemmerhout, maar werd verlegd naar de "zwemvijver" in Heemstede, want er kwam een elektrische tram van station-Haarlem naar Heemstede. Op winterse dagen schaarden de reizigers zich gemoedelijk om het hete kacheltje, want de service was prima! De machinist en de conducteur wilden gerust wei even wachten, of zelfs weer stoppen, om een laatkomer alsnog de gelegenheid tot meerijden te geven.

9

Bood een late reiziger de bemanning een "afzakkertje" aan, dan werd dat graag aanvaard en werd er rustig de tijd voor genomen, want op een kwartiertje - dat weI eens aangroeide tot een half uurtje - werd toen niet zo gelet. De scherpe bochten en de zware kIim naar de "trambrug" werd knarsend, stotend en puffend genomen, al is dat weI eens misIukt, zodat de hele bedoening in de vaart terecht kwam. Goede zaken maakte het trammetje op de Leidse marktdagen, met de daarvoor speciaaI aangekoppelde "beestewagens". Maar afgeladen vol was het op de "bollenzondagen", als de reizigers tot op het dak een plaatsje hadden gevonden!

In de crisisjaren besloot de Directie van de Noord-Zuidhollandsche Vervoermaatschappij (N.Z.H.) tot de aanleg van de elektrische tramlijn Haarlem-Leiden. De oude, gemoedelijke, doch vaak kwalijk riekende stoomtram moest plaats maken voor haar deftige opvolgster en ook de rails verdwenen uit de Laan. De aanleg kwam goed te pas in die tijd van grote werkeloosheid, ook voor vele werkmensen uit Bennebroek, die voor die arbeid bijzonder geschikt waren. Hun voorman, Piet Prins, kwam later, als een zeer gewaardeerd vakman, in dienst van Gemeentewerken. Burgemeester, baron Van Hardenbroek, spreekt hier de directeur van de N.Z.H., ingenieur Burgersdijk toe bij de feestelijke opening van de lijn.

11

12

Midden in de Laan beyond zich de andere "Geleerde Man", een onecht kind van zijn beroemde naamgenoot aan de Viersprong, maar beide geliefde rustpunten voor de vele passanten en een pretplaats voor levenslustige Leidse studenten. Ais de heren het wat te bont hadden gemaakt en er zo het een en ander van de inventaris gesneuveld was, werd de rekening een ietsje verhoogd, zodat de kastelein echt weI aan zijn trekken kwam. Kastelein Konijnenburg had in deze dingen grote ervaring. In de winter van 1928 op 1929 is de zaak afgebrand. In de plaats kwam de slagerij van G. Wijdenes, later van Clemens.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek