Berg en Terblijt in oude ansichten

Berg en Terblijt in oude ansichten

Auteur
:   H.G. Duijzings
Gemeente
:   Valkenburg aan de Geul
Provincie
:   Limburg
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-5664-6
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Berg en Terblijt in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

INLEIDING

De gemeente Berg en Terblijt, die in 1982 bij de gemeentelijke herindeling geheel is opgegaan in Valkenburg aan de Geul, bestond uit vier kernen: Berg, Terblijt, Yilt en Geulhem. Dit in tegenstelling tot de naam van de gemeente en de ondertitel van het boek over de geschiedenis ervan, "van twee heerlijkheden naar een gemeente" , die beide suggereren dat de gemeente uit twee delen bestond.

In eerder genoemd boek wordt vermeld dat zowel Berg als Terblijt begin 1796 nog een heerlijkheid was. Berg werd in 1796 al gemeente en in 1799 maakte Terblijt al deel uit van deze gemeente, blijkens een geboorteaangifte van iemand uit Terblijt, die gedaan werd in Berg. De naam Yilt komt al op landkaarten uit de 17e eeuw voor en wordt uiteenlopend gespeld als Veld(t) of als Vielt. Geulhem moet al heel oud zijn. Volgens de niet te controleren overlevering zou de Geulhemermolen al stammen van ongeveer 800 en toen bekend zijn geweest als de koningsmolen, gelegen vlak bij de koningsstoel. Het woord "koning" in beide namen zou verwijzen naar Karel de Grote!

De ligging van Berg en Terblijt kan men met recht fantastisch noemen. Hoog torent de kerktoren boven de gemeente uit. In het oosten grenst Berg en Terblijt, via de Cauberg, aan Valkenburg. In het westen - via de Rasberg - grenst de gemeente aan Maastricht. Aan de noordkant, waar de Berger- en Vilterheide zijn, kan men afdalen naar het Geuldal. En ten slotte in het zuiden ligt het prachtige, de laatste jaren omstreden plateau van Margraten, dat voornamelijk agrarisch is.

In de landbouw en de veeteelt yond de bevolking eeuwenlang het middel van bestaan. Later, zeker in de twintigste eeuw, raakte de beroepsbevolking steeds meer aangewezen op Maastricht. Het toerisme zou in deze eeuw ook een steeds grotere rol spelen.

Er is altijd een rijk verenigingsleven geweest, vooral ook doordat de grootste twee kernen Berg en Yilt elk hun eigen zangkoor, later harmonie, voetbal- en handbalclub hadden. Weliswaar heerste er tussen verenigingen van Berg en Yilt vaak een feUe, maar gezonde rivaliteit, maar het gebeurde ook wel dat een inwoner van Yilt lid werd van de harmonie of de voetbalclub van Berg en omgekeerd. De rivaliteit en de eigenheid van de twee dorpen hebben echter verhinderd dat er een fusie zou plaatsvinden tussen een club van Berg en een van Yilt.

Berg en Terblijt is altijd - in meer dan een opzicht - een rijke gemeente geweest. Letterlijk, doordat er zoveel rijkdom in de grond zat. In de vorige en in de eerste helft van deze eeuw heeft men veel mergel als bouwsteen gehaald uit de grotten in Geulhem en aan de zogenaamde Brakkenberg (eigenlijk Vogelzangweg). De blokbreker heeft in Geulhem dan ook een standbeeld gekregen. Ook werd mergel gewonnen voor de bereiding van cement en kunstmest. Vooral in deze eeuw werden in Berg en Terblijt veel kiezel en grind uit de bodem gehaald, vooral in Yilt en Terblijt. Dit alles heeft de gemeente geen windeieren gelegd. Eenandere "rijkdom" van de gemeente is gelegen in het natuurschoon. Hierboven werd al gewezen op de

mooie ligging tussen het Geuldal en het plateau van Margraten. Al tegen het einde van de vorige eeuw had de toerist Geulhem ontdekt. De nabijheid van Valkenburg zorgde ervoor dat er stilaan ook meer toeristen kwamen naar Yilt en de rest van de gemeente.

Overigens moet er in dit verband op gewezen worden dat de Cauberg en de Plenkert, met bezienswaardigheden als de gemeentegrot, het rotspark en het openluchttheater tot 1940 nog deel uitmaakten van de gemeente Berg en Terblijt! Ben gedeelte van Yilt: Rijksweg-Noord tussen Cauberg en kruispunt- Yilt, Geulgracht en Houthemerberg, behoorde tot de gemeente Houthem!

Het is begrijpelijk dat Valkenburg al meer dan een eeuw geleden geprobeerd heeft delen van Berg en Terblijt en Houthem te annexeren. Hoe dan ook, in 1982, toen de gemeentelijke herindeling een feit werd, kreeg Valkenburg zijn zin: de hele gemeente Berg en Terblijt ging op in de nieuwe gemeente Valkenburg aan de Geul.

Vele inwoners van Berg en Terblijt zullen met nostalgie terugdenken aan die "goede oude tijd", toen ze nog zelfstandig waren. Misschien kan dit boekje ertoe bijdragen deze nostalgische gevoelens levend te houden.

Hub Duijzings

1. De Parochiekerk.

De kerk van de parochie van de Heiligen Monulphus en Gondulphus is gebouwd in het begin van de jaren dertig. Van welke kant men Berg en Terblijt ook nadert, de kerk is reeds van kilometers ver te zien; ze ligt zowat op het hoogste punt van de gemeente.

Het oude kerkje Op de Bies was aan vervanging toe en lag niet centraal in de uitgestrekte parochie. De nieuwe kerk werd dan ook gebouwd op een plek waar in 1930 geen woning in de buurt stond; maar die vooral voor de parochianen uit Terblijt en Vilt beter te bereiken was. Omdat de oude kerk, pastorie en kapelanie vrij zouden komen, trachtte archivaris Goossens zusters over te halen zich hier te vestigen. Ze zouden dan het Groene Kruis en een bewaarschool kunnen krijgen. Dit lukte echter niet.

Overigens deed Goossens zoveel voor de nieuwe kerk op allerlei terrein, dat ze voor een groot deel zijn werk genoemd kon worden. In 1933 kwam het gebouw gereed.

Het is een majestueus gebouw van de architekten Peutz en Sprenger. De beglazing zou gebeuren door de Limburgse kunstenaar Hub Levigne.

Goossens had ook gezorgd voor de eerste steen. Die kwam rechtstreeks uit Rome. Professor Jose wist een stuk marmer uit de Romeinse catacomben te bemachtigen. Monseigneur Bernard Eras regelde de zegening door paus Pius XI, waarna het blok marmer van 32 kilo naar Berg werd vervoerd. Het transport kostte f 26,20. Deze "eerste steen" werd op 20 september 1931 gelegd door de toenmalige bisschop van Roermond, Laurentius Schrijnen.

De vrijgevige gemeente Berg en Terblijt had een subsidie van f 30.000,- verleend. Een deel van de inventaris van het oude kerkje, onder andere het prachtige hoofdaltaar, werd overgenomen door de parochie van Antonius van Padua in Scharn.

De geestelijkheid bestond tijdens de bouw uit pastoor Penders en kapelaan Janssen.

2. Het altaar van de oude kerk.

Toen in 1933 de nieuwe kerk gereed was, kreeg deze ook een nieuw hoofdaltaar. In de vernieuwingsroes van die tijd is een groot gedeelte van de inventaris van het oude kerkje Op de Bies voor een habbekrats van de hand gedaan, waarvan men later steeds meer spijt kreeg. Zo ging het ook met het hoofdaltaar, dat nog afkomstig was van de in 1848 gebouwde absis. Het bevindt zich nu in de kerk van de Heilige Antonius van Padua te Scharn.

Op deze foto is het altaar rijkelijk versierd met kaarsen en spreuken. Dit wijst erop dat de foto gemaakt moet zijn aan het eind van een zogenaamde Heilige Missie. Dat was een week waarin dag in dag uit, 's middags en's avonds, predikaties werden gehouden voor mannen, vrouwen, voor de jeugd, kortom voor iedereen. Alle andere activiteiten van verenigingen en dergelijke werden opgeschort. Er kwamen dan vreemde paters - Redemptoristen uit Wittem - die, bekend om hun donderpreken, op deze manier de gelovigen als het ware opnieuw wilden bekeren. Ter afsluiting daarvan was er een feestelijke bijeenkomst met een processie door het dorp, waarin aIle gelovigen opnieuw hun trouw aan God, Kerk en Maria beloofden. Ais bewijs hiervoor werd het altaar behangen met spreuken als: "Berg en Terblijt, trouw aan Kerk en Paus" - "Jezus onze Koning" - "Trouw en Liefde" - "Maria onze Koningin".

Het is bekend dat er in het najaar van 1907 zo'n Heilige Missie is gehouden door de Redemptoristen Baekers en Vijgen. Waarschijnlijk stamt deze foto echter uit 1921 of 1922, toen weer een Missie werd gehouden (zie ook foto 3).

3. Maagdenkoor.

Wanneer er in de parochie een zogenaamde Heilige Missie werd gehouden, waarbij de gelovigen als het ware opnieuw bekeerd moesten worden, gebeurde dit meestal door paters Redemptoristen uit Wittem. De Missie werd dan feestelijk afgesloten met een plechtige processie door het dorp met muziek en zang. Deze foto van 1921 of 1922 toont het maagdenkoor, dat in die processie religieuze liederen zong, terwijl de meisjes met palmen zwaaiden.

Deze processie moet een uur of vier geduurd hebben. Men kan zich dit wel voorstellen, als men bedenkt, dat er vaak stilgestaan werd op punten waar veel publiek stond en de "missiepater" nog eens een gloedvolle preek afstak voor de toeschouwers, als wilde hij het aantal "bekeerlingen" nog opvoeren. Het is opvallend dat er toen meer dan vijftig maagden in de parochie Berg en Terblijt waren.

De meisjes stonden onder de hoe de van de drie notabele dames die links staan. De voorste, in lichte blouse, was Leonie Goossens; daarachter met grote hoed Josephine Goossens, beiden zussen van burgemeester Joseph Goossens; de kleinere dame naast Josephine was mejuffrouw Bollen, zus en dienstmaagd van de pastoor.

Rechts staan drie geestelijken; in het zwart pater Kronen, die met pater Lampen de Missie had geleid; daarachter pastoor Bollen en achter hem kapelaan Riga.

In het midden van de voorste rij, in het donker gekleed, staat Troia Claessens als kindje Jezus met een kroon op het hoofd en een globe in haar hand. Dit was waarschijnlijk het begin van haar religieuze roeping, want ze is later ingetreden bij de Dominicanessen van Bethanie als zuster Theresia.

4. Priesterfeest pater Alfons Tillie.

Er zijn in de loop van deze eeuw in Yilt twee paters geweest van de familie Tillie: Alfons en Sjeng, beiden van dezelfde orde: de Societeit van de Afrikaanse Missien (S.M.A.). Alfons was een oom van Sjeng en werd in 1926 gewijd, Sjeng in 1952. De foto is van het feest van Alfons.

Na de wijding - in het klooster, of missiehuis van Aalbeek - deed Alfons zijn eerste pleehtige Heilige Mis in de eigen paroehie en het dorp vierde dagenlang feest. De jonkheid (= aIle ongehuwden van het dorp) versierde het huis, werd door de familie onthaald en ging samen met de nieuwe priester op de foto voor diens ouderlijk huis. Dat was gelegen aan de Rijksweg richting Berg: het laatste huis reehts.

Als men deze foto vergeIijkt met die van het priesterfeest van Eugene Huids, (zie nummer 10) valIen enkele versehillen op. Vooreerst lijkt de jonkheid van 1926 ouder dan die van 1954. Dat zal weI komen door de sjieke, ouwelijke kleding. Verder is er een duidelijke scheiding tussen mannen en vrouwen, hoeweI er hier en daar enkele "overlopers" zijn. Ten slotte is het aantal personen in 1926 veel (bijna dertig) groter dan in 1954, hoewel er in het laatste jaar veel meer mensen in Yilt woonden. Waarsehijnlijk was het aantal jongeren ten gevolge van een hoger geboorteeijfer in 1926 toch groter.

Enkele personen zijn herkenbaar, zoals op de eerste rij, van reehts naar links: Ber Heynen, Jeu Bouwens, Willem Lamberiks, GieI Duijzings, Sjo Grispen; boven Giel Duijzings: Sjo Ubaghs.

Verder in de tweede rij, is de tweede van links Ber Duijzings en bij de dames (derde rij), tweede van reehts Marie Coumans uit de Geulgracht.

Pater Tillie zit links naast het witte altaartje met kruis. Boven de deur een schild met in sierletters een toepasselijk gedicht:

Een nieuwe priester is voor Afrika beedigd.

Op Volta's kust wordt dra der Christ'nen God gepredikt. Onder dezen een zoon van Vilt, ver van zijn vaderhuis. Tot heil van 't negerras, ter Eere van het Kruis.

En ruwe fetish kracht, die tuk was op verdelgen,

Wordt het je sterkte in dienst van God, want zie de teIgen Van het zwarte ras, zij gaan in 't juk van Gods gena

En bukken vredig 't hoofd voor het Kruis van Golgotha.

Pater Alfons Tillie was een missionaris met artistieke gaven: hij braeht het menselijk lev en in de missie door pentekeningen in beeld. Hij overleed op 13 december 1941 in Accra. In Yilt is een straat naar hem genoemd.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek