Bibliotheken en Leeszalen in beeld

Bibliotheken en Leeszalen in beeld

Auteur
:   C. Obbens
Gemeente
:  
Provincie
:  
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-5104-7
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Bibliotheken en Leeszalen in beeld'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

TENGELEIDE

November 1990, twintig jaar Stichting Nederlandse Bibliotheek Dienst

Nadat op 9 november 1970 de Akte van Oprichting was gepasseerd, begon de NBD werkelijk met haar taak toen in week 9 van 1971 de eerste aanschafinformaties naar de Openbare Bibliotheken werden verzonden. In april 1971 gingen de eerste boeken, die waren gereedgemaakt voor de uitlening, bij de NBD de deur uit.

De molen van "Centraal Aanschaffen, Binden, Catalogiseren en Gereedmaken van Boeken voor Openbare Bibliotheken" begon te draaien, precies zoals beschreven in het gelijknamige rapport dat de "Commissie Bibliografische Planning" onder voorzitterschap van de heer J .A. Nuiver had uitgebracht aan de Centrale Vereniging voor Openbare Bibliotheken.

Sindsdien heeft de molen twintig jaar onafgebroken gedraaid. Op het gebied van techniek, informatieverschaffing en communicatie met de afnemers is er veel veranderd al is het eindprodukt van de NBD nog altijd precies hetzelfde als in 1971: boeken die bestand zijn tegen veelvuldige uitlening en gebruik in de bibliotheek. Een toevoeging was in de tweede helft van de jaren zeventig de Produktgroep .Beeld & Geluid", aanvankelijk in de vorm van langspeelplaten en muziekcassettes, later uitgebreid (en vervangen) door compact discs, voorbespeelde videobanden en dergelijke.

In het dagelijks verkeer kijken we bij de NBD altijd naar de toekomst. Voortdurend moeten er nieuwe boeken gereedgemaakt worden, nieuwe oplossingen gevonden worden voor vragen van de bibliotheken, nieuwe besparende werkmethoden en nieuwe technieken worden ingevoerd. We komen er weinig toe om terug te kijken.

Het leek een aardige gedachte om ter gelegenheid van het twintigjarig bestaan van de NBD een boek uit te geven over de tijd dat het bibliotheekboek misschien weI bestand was tegen veelvuldig uitlenen, maar er zeker niet attractief uitzag: een halflin-

nen gekartonneerde band, versierd met wolkenmarmer, en een handgeschreven titel in witte inkt was de gebruikelijke uitmonstering. Als contrast laten we bij deze terugblik ook enkele foto's opnemen met actuele afbeeldingen van Openbare Bibliotheken. Over vijftig of honderd jaar kunnen die plaatjes op hun beurt aanleiding zijn voor nostalgie.

Het boek dat nu voor u ligt wijkt af van de ruim 47,5 miljoen boeken die de NBD tot en met het einde van 1990 heeft gereedgemaakt voor de Open bare Bibliotheken. Het is deze keer bij uitzondering niet gereedgemaakt voor de uitlening, maar bestemd voor het persoonlijk bezit van degenen die in de Openbare Bibliotheken werken.

Wij bieden het u graag aan in de verwachting dat u bij het doorbladeren van deze uitgave even zult stilstaan bij het feit dat de samenwerking tussen bibliotheekwereld, uitgevers en boekverkopers sedert 1971 deze soepel draaiende molen van centraal aanschaffen, catalogiseren en gereedmaken tot stand heeft gebracht. Openbare Bibliotheken, de Lektuurinformatiedienst van het NBLC, de uitgevers, de boekverkopers en de NBD komen allen samen in een netwerk dat doelgericht bezig is boeken (alsmede beeld- en geluidsdragers) en lezers tot elkaar te brengen. Dat deden de personages en instellingen die u op de afbeeldingen ziet destijds ook ai, maar anders.

Wij wensen u veel genoegen bij het bekijken van .Bibliotheken en Leeszalen in beeld".

Bestuur:

W.M. Renes, voorzitter; J. van der Plas, penningmeester; mevrouw H.V.M. Gottmer, secretaris; mevrouw C. Grader; W. Hazeu; L. Popma; mevrouw J.J. Verwijs; W.G.M. Willems.

Directie:

Drs. A. BJorn, directeur; L. Cornelissen, adjunct-directeur algemene & commerciele zaken; C. Epping, adjunct-directeur technische & industriele zaken.

INLEIDING

Bent u werkzaam in een bibliotheek of heeft u gewoon uw hart eraan verpand, dan is dit boekje voor u bedoeld. Bibliotheekgebouwen en -interieurs van Nederland staan centraal in de uitgave die voor u ligt. Er wordt een overzicht gegeyen van de openbare Ieeszalen van eind 1ge eeuw tot de laatste nieuwe aanwinsten van bibliotheekarchitectuur. Het accent ligt op het begin van deze eeuw en de jaren tachtig en negentig. De foto's en ansichtkaarten geven tegelijkertijd een kijk op de werkomgeving van bibliotheekpersoneel van vroeger en nu. Naast de openbare bibliotheken is getracht zo veel mogelijk andere typen aan bod te laten komen. De foto's zijn per bibliotheektype gegroepeerd.

De openbare bibliotheken, zoals we die tegenwoordig kennen, worden voorafgegaan door leesmusea en leeskabinetten voor de gegoede burgeri j en volksbibliotheken voor de onbemiddelden. De leesmusea van de 1ge eeuw waren besloten gezelschappen. Het onderhouden van volksbibliotheken was een initiatief van particulieren. De Maatschappij tot Nut van 't A1gemeen, de St. Vincentiusverenigingen en de vele parochies hadden de ontwikkeling van de arbeider als doel voor ogen. In 1850 werd in Engeland een bibliotheekwet aangenomen en gestart met het inrichten van "Public libraries". De gedachte van leeszalen voor iedereen, kreeg ook in Nederland langzaam vaste voet aan de grond en aan het eind van de vorige eeuw leidden initiatieven tot het oprichten van de eerste openbare leeszalen. Utrecht opende haar deuren in 1892, als leesgelegenheid zonder boekenuitleen, en werd daarmee onze eerste openbare bibliotheek. Dordrecht volgde in 1898 en in 1906 was er al sprake van een aantal van vijf. Ze werden Openbare Leeszaal en Bibliotheek genoemd met de nadruk op openbaar, omdat ze uitdrukkelijk bedoeld waren voor aile rangen en standen. Dit was het grote verschil met de volksbibliotheken die, toen de subsidiering in 1921 voor openbare leeszalen tot stand kwam, niet aan de eisen van ruime openingstijden, goede huis-

vesting, geschoold personeel en neutrale lectuurkeuze konden voldoen. Het ideaal van de .Jeeszaalpiomers'' was te komen tot een dienstverlening, financieel gesteund door de overheid. In 1908 werd de Centrale Vereeniging voor Openbare Leeszalen opgericht. Deze C. V. werd een bemiddelend orgaan tussen de leeszalen en het Rijk. Subsidiering was hun twistpunt. In verschillende plaatsen werden bovendien confessionele leeszalen geopend. Ook de volksbibliotheken bleven nog bestaan. De periode na 1945 kenmerkte zich door een uitbouw van voorzieningen. Opleiding en scholing kregen meer aandacht. Eind jaren vijftig kwam er, wat betreft bibliotheekwerk, een gelijkstelling tussen stad en platteland. De gesloten uitlening verdween en collecties waren daarna open voor het publiek. Veel fusies kwamen tot stand. De C.V. werd omgezet in het Nederlands Bibliotheek en Lektuur Centrum. De bibliotheekwet van 1975 beoogde een goede spreiding van bibliotheken. Gemeenten konden worden verplicht een openbare bibliotheek in stand te houden en er werd contributievrijdom ingesteld voor jeugd tot 18 jaar. De financiele middelen ontbraken echter wederom. De bibliotheekwet is uiteindelijk in 1987 ingetrokken. De openbare bibliotheken zijn sindsdien ondergebracht in de Welzijnswet.

Ik hoop dat met dit boekje in beeld de bibliotheekgeschiedenis van ons land meer dan voorheen gaat leven. Ik heb veel plezier beleefd aan het samenstellen ervan. Bibliotheken hebben op grote schaal fotomateriaal in bruikleen gegeven en verschillende mensen leverden een bijdrage. Naast Rene de Brouwer en de Openbare bibliotheek 's-Hertogenbosch, ben ik veel dank verschuldigd aan Toine Maas van de Europese Bibliotheek, voor zijn enthousiasteondersteuning. Ik wens iedereen veel lees- en kijkgenot toe.

Carla Obbens

1. Apeldoorn. De term "Openbaar Leesmuseum" werd in 1906 geintroduceerd door de leeszaalpionier H.E. Greve. Hij promoveerde in dat jaar op een proefschrift met de titel: Openbare leesmusea en volksbibliotheken. Dr. Greve hoopte dat de term overgenomen zou worden in Nederland. Deze benaming zou volgens hem duidelijker het verschil aangeven tussen de leeskabinetten en volksbibliotheken voor speciale bevolkingsgroepen enerzijds en anderzijds de leeszalen en bibliotheken voor iedereen. Het Leesmuseum in Apeldoorn, gebouwd in 1911 door A.H. Wegerif Gzn., werd doorgaans Openbare Leeszaal en Bibliotheek genoemd.

Regentesselaan - Apeldoorn.

2. Apeldoorn. Hebben deze jongelingen een bezoek gebracht aan de Openbare Leeszaal? Misschien staan ze aileen even stil voor de foto en zijn ze zelflid van de volksbibliotheek van 't Nut. De Maatschappij tot Nut van 't Algemeen was, met slechts een kleine onderbreking, tusen 1837 en 1973 actief in de gemeente Apeldoorn. Tot de Tweede Wereldoorlog was er een Nutsbibliotheek gevestigd in het raadhuis.

3. Assen. "Het Bestuur der Openbare Leeszaal en Bibliotheek te Assen noodigt U uit tot een bezoek aan het Leeszaalgebouw Brink Nr. 41" staatop de achterkant van deze ansichtkaart te lezen. Promotie van de Leeszaal was heel bijzonder in vroeger tijden. Dit betrof een vriendelijk doch dringend verzoek om lid te worden van de vereniging. Tot in 1965 heeft de bibliotheek haar werkzaamheden verricht in dit gebouw, oorspronkelijk bedoeld als postkantoor. (Openbare bibliotheek Assen.)

GEBRUlK TE MAKE

-z->.

-~

/lP-.--

.~~ --

1-<
:c
u
~
0::
::::l
I
b l~ .
0..
til !
til
o
-e-
c, f
«:
:c
u
Cfl :".
1-<
<:I:
<:I:
~
Q
:i
1-<
til
:c < >Z

o en

c

3: <

8

;:0

~

en Z en

~-=-- .. ~!.

_. -/P4t-, - ~I

"-:- ...:: --- -- 5-- ?

BUSSUM, Open bare Leeszaal. Generaal de la Reylaan.

4. Bussum. Aan de plannen voor een openbare leeszaal met een eigen gebouw ging een voorlopig bestuur vooraf, met weI vijftien leden uit de gemeenten Naarden en Bussum. Het aanvankelijke plan om een villa te huren werd na rijp beraad terzijde geschoven. De totstandkoming van een leeszaal zou worden vertraagd, maar een leeszaal te openen in een daarvoor bestemd gebouw was het doe!. De bouwvergunning werd verleend in juni 1913. Het gebouw aan de Generaal de la Reylaan 12 van de architect C.l. Kruisweg draagt geen duidelijke architectonische kenmerken die aansluiten bij architectuurstijlen van die tijd. Op de foto is een giazen koepel zichtbaar die zorgde voor een mooie lichtval naar binnen. De bibliotheek met open boekerij bezat een eigen binderij en is al vroeg gestart met het uitlenen van muziekwerken.

5. Doetinchem. Een leeszaal ter beschikking stellen aan het publiek is lange tijd de belangrijkste functie geweest van de openbare leeszalen en bibliotheken. Tegenwoordig ligt het accent op het uitlenen van boeken en audiovisuele materialen. De Openbare Leeszaal opende haar deuren op 11 augustus 1919 in een voorrnalige lagere school. Het gebouw bevatte een krantenzaal, een studiezaal en een uitleenbibliotheek. De uitleenbibliotheek werd slechts een maand later, op 1 oktober geopend. De , ,courantenzaal" van Doetinchem ziet er uitnodigend uit. (Openbare bibliotheek Doetinchem.)

6. Dordrecht. Een meisje in de Wijnstraat rond 1910. Rechts achteraan staat het gebouw waar vanaf 1904 de Openbare Leeszaal was gevestigd onder leiding van mejuffrouw N. Snouck Hurgronje. Ze was een groot voorstandster van de openbare leeszalen als instellingen waar iedereen terecht kon voor ontspanning en zelfonderricht. Haar mening heeft ze verwoord in een geschrift uit 1913 met de titel: De Bibliothecaresse eener Openbare Leeszaal. Het bibliothecaresseschap, zegt ze hierin, is beslist geen liefhebberijbaantje. Ze wijst haar collega's op de mogelijkheid, naast de cursus van de Centrale Vereeniging, een opleiding te volgen in Engeland of Duitsland. (Gemeentelijke Archiefdienst Dordrecht.)

7. Dordrecht. Een kijkje in de studiezaal van de Openbare Leeszaal. Hier kon rustig gestudeerd worden door de kweekschooljongens of ijverige volwassenen. Het was de bedoeling om het geluidsniveau vooral erg laag te houden. Een sfeervol plaatje uit het begin van deze eeuw. Deze foto van de studiezaal, met deftige lezende burgers, de opkijkende heren en de bibliothecaresse achteraan, is onbetwist de meest markante foto uit de geschiedenis van de openbare bibliotheekwereld. (Gemeentelijke Archiefdienst Dordrecht.)

8. Dordrecht. De Openbare Leeszaal werd in 1910 al zeer druk bezocht. In dat jaar waren er 2093 leden, waarvan 210 buiten de stad. Een nauwkeurige telling van het aantal bezoekers en boekenafhalers was nog niet tot stand gekomen omdat een aparte uitgiftebalie ontbrak. Het totale aantal bezoekers in dat j aar werd geschat op 80.000. U ziet hier de leeszaal. (Gemeentelijke Archiefdienst Dordrecht.)

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek