Bierum, Godlinze, Holwierde, Krewerd, Losdorp, en Spijk in oude ansichten

Bierum, Godlinze, Holwierde, Krewerd, Losdorp, en Spijk in oude ansichten

Auteur
:   Jakob B. Bronsema
Gemeente
:   Delfzijl
Provincie
:   Groningen
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4065-2
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Bierum, Godlinze, Holwierde, Krewerd, Losdorp, en Spijk in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

In het eerste deeltje hebben we zeer beknopt de geschiedenis van de dorpen behandeld. Over de rechts- en bestuursvorming thans het volgende. Van oudsher vormde de landbouw en veeteelt de economische basis van het bestaan van onze voorouders. Allerlei rechten, zoals het redger-, dijk- en colla tierecht, waren verbonden aan het grondbezit. Zij vormden een "ius fundo inhaerens", dus een aan de grond verbonden recht. Vereist was minstens ,,30 grasen lands, daer een huys op staat". Een dergelijk bezit werd een "edele heerd" genoemd.

De zogenaamde "rechtstoelen" bestonden gewoonlijk uit enkele kerspelen, die op hun beurt weer in kluften waren verdeeld. De bediening van het recht ging jaarlijks van het ene dorp op het andere en uit de ene kluft in de andere over. Naar "sonne ommeganck" in de kluft zelf. In het "Redgerrecht der Vierbuiren" telde Godlinze vijfentwintig, Losdorp vijftien, Spijk eenentwintig en Bierum drie edele heerden. De omstandigheid dat ieder kerspel een jaar lang de Rechtstoel in zijn midden had, ongeacht het aantal heerden, bracht met zich mede dat de drie heerdbezitters te Bierum om de twaalf jaar aan de beurt waren, te Spijk om de vierentachtig, te Losdorp om de zestig en te Godlinze om de honderd jaar. Behalve een Redgerrecht had men in de Vierburen twee Lanck- of Overrechters. Godlinze en Losdorp vormden, evenals Spijk en Bierum, een Overrecht. Te Krewerd en "Op de Nes", dat onder het Wijtwerder recht viel, waren respectievelijk twee en drie edele heerden. Katmis had twee edele heerden. Ongetwijfeld heeft Holwierde meer heerden gehad; met name willen we de "Bowtenheerd" noemen.

Omstreeks 1400 kwam uit de kring van de edele heerdbezitters een invloedrijke groep omhoog, de zogenaamde hoofdelingen. Met geweld hebben sommige van deze grond-

bezitters getracht hun macht en invloed te vergroten. Doordat zich tevens reeds zeer vroeg het misbruik ontwikkelde om de .Jieerlijke rechten" van de heerd te scheiden door middel van verkoop, vererving en schenking, bezat in de vijftiende eeuw al een aantal hoofdelingen talrijke van dergelijke rechten. "Hoofdeling" en later ook "Jonker" no emden zij zich, hun adeldom zelf bepalende! Een adeldom dus ontleend aan het berechtigde allodiale erfgoed van de eigenerfden. "Ayn wera macket Hera", eigen grond maakt de Heer! Uit zijn edele heerd ontstond een "Borch ... mit rechte ende herlichheit". Door de cumulatie van meerdere of alle redgerrechten in een gericht kreeg de hoofdeling soms voor lange tijd het redgerrecht in handen. Het gericht was dan van een "ambulatoire" of "ommegaande" in een "staande" Rechtstoel veranderd. Meestal werd het redgerambt dan namens de redger door een zogenaamde geconstitueerde redger uitgeoefend. "De Borgh Luinga tot Berum" ontwikkelde zich tot de belangrijkste borg in de Vier buren en wist zich ook het langste te handhaven.

In de Franse tijd werden alle rechten, met uitzondering van die van de colla tie, afgeschaft. De Rechtstoelen verdwenen en er werden gemeenten gevormd. Zo werd bij keizerlijk decreet van 21 oktober 1811 onder andere de gemeente Bierum ingesteld en deze toe stand bleef ook na de bevrijding van het Franse juk bestendigd. De gemeente omvatte delen van drie Rechtstoelen: het gehele Redgerrecht der Vierburen, namelijk Godlinze met 406 inwoners, Losdorp met 133, Spijk met 580 en Bierum met 350 inwoners; van het Redgerrecht Holwierde en Marsum, het eerste dorp met 553 inwoners, en van het Redgerrecht Oosterwijtwerd, Jukwerd en Krewerd, het laatste dorp met 117 inwoners. In totaal telde de huidige gemeente Bierum bij haar ontstaan dus 2139 inwoners.

Ook de waterstaatkundige toestand is vanaf het begin van de wierdenperiode van grote en beslissende invloed geweest op de bestuurlijke organisatie. De wierdebewoners, afgesloten door de kreken en waterlopen, vormden een economische eenheid. De maren en tochtsloten waren de grenzen tussen deze gebieden; hiernaar richtten zich later de kerkelijke en burgerlijke indeling min of meer. In de oude kerspelgrenzen is deze omstandigheid nog terug te vinden en het "dorpisme" is tot op heden een realiteit! Ret is aannemelijk dat de schepperijen, die men hier vroeger vond, kerspelinrichtingen zijn geweest. In een oorkonde van 19 juni 1303 werden de bepalingen vastgelegd van de dijk van de Omptata Tya (Tjariet? ) tot aan de Delfzijlen ("ab Omptata Tya usque in Delfzilen"), in de vier rechtschappen in acht te nemen, waarbij onder meer werd bepaald: de rechters zuilen jaarlijks op Tweede Pinksterdag hunne gerechten in Feldwerd (Oldenklooster) vernieuwen. De vier vermelde rechtschappen zijn blijkbaar de nog in het Reglement van prinses Anna (1755) voorkomende dijkrechten van Oosterwijtwerd, de Vierburen, Holwierde-Marsum en Uitwierde-Oldijk.

Omtrent de oorsprong van het dijkrecht van de Vierburen is niets bekend. Ret zal na het jaar 1000 zijn gevormd en had dezelfde omvang als het gericht der Vierburen. Ret Dijkrecht werd bestuurd door acht dijkrechters namens de acht kluften waarin het was verdeeld en wel een van Oldenklooster, twee van Godlinze, twee van Spijk, twee van Bierum en een van Losdorp. Ret werd bijgestaan door een secretaris-ontvanger, een of meer waarmannen bij de pompen in de zeedijken en een bode. "Een ieder die tot sly tinge van een Dykrechter eed vermeent gerechtigd te zyn, sal gehouden zyn aile jaaren op Pinxter Maandag in de Kerk tot Losdorp aanspraake te doen ... "

Holwierde behoorde tot het Dijkrecht Holwierde-Marsum en Krewerd tot dat van Oosterwijtwerd. Ret binnen de oude dijk gelegen deel van de Vierburen, Holwierde en Krewerd watert af naar Delfzijl en behoorde tot het Zijlvest der Drie Delfzijlen, dat in 1869 opging in het Waterschap Fivelingo. Ret voormalige buitendijkse gedeelte van de Vier buren vormt sinds 1869 het Waterschap Vierburen.

Ret gebied van de gemeente Bierum is eigenlijk een stuk .Jristorie in klei", een monument van de eeuwige strijd tegen het water. In de loop der eeuwen zijn door de natuur en mens talloze wijzigingen in de bodem aangebracht. Ret is geworden als een oud verweerd, ons lief geworden gelaat, doorgroefd met lijnen en plooien, dat van een milde schoonheid is. De laatste jaren is men bezig door mid del van ruilverkavelingen en, in de dorpen, door moderniseringen als een "schoonheidsspecialist" de oude plooien glad te strijken, waardoor het landschap steeds meer van zijn karakter verliest. Laten we gedachtig zijn dat ons de verplichting is opgelegd, hetgeen is overgebleven met des te groter zorg te conserveren!

We hopen dat ook dit werkje een groeiende belangstelling zal kweken voor de lokale geschiedenis. Ret nageslacht zal hen die op dit gebied "den dag der kleine dingen" niet verachtten, dankbaar zijn! Ret oude woord van Bildad (Job 8 : 8-9) verdient zeker in het Monumentenjaar 1975 behartiging: "Want doe slechts navraag bij het voorgeslacht, en geeft acht op hetgeen hun vaderen doorvorsten. Wij toch zijn van gisteren en weten van niets; want als een schaduw zijn onze dagen op aarde".

1. D.H.R. Harrenstein werd op 2 december 1879 geboren. Hij was 1andbouwer op "Ve1dzicht" in de Spijkster Buitendijks. In 1921 werd hij benoemd tot burgemeester van de gemeente Bierum en hij bek1eedde dit ambt tot 1939, het jaar waarin hij als A.R.-politicus werd gekozen tot lid van de Gedeputeerde Staten van Groningen. Tot 1954 behartigde hij hier onze belangen. Van 1909 tot 1951 was hij bestuurslid en voorzitter van de strokartonfabriek "De Eendracht" te Appingedam. Voorts was hij onder meer gede1egeerd commissaris van de Maatschappij voor Vlasbewerking te Appingedam. De heer Harrenstein werd vanwege zijn verdiensten benoemd tot ridder in de orde van de Nederlandse Leeuw. Hij overleed op 19 november 1955.

1

GODLINZE

2. Deze foto laat ons op het hoogste punt van de oude wierde de dertiende-eeuwse hervormde kerk zien. Godlinze had evenals de andere dorpen van de gemeente Bierum in de loop der eeuwen veel te leiden van watervloeden. Predikant Jacobus Schickhardt, 1682-1716, schreef over de bekende Sint-Maartensvloed van 1686 in zijn Statenbijbel onder anderen. " .. .Ick sach van de to oren alles blanck als de baresee rondom haer ... Godlinse was als een barghjen of steenklip rond in 't water, de kercke en huijsen waren door de wint seer ontrampeneert..." In het huis links woonde de weduwe Sander. Rechts van de kerk staat de pastorie. Daarnaast woonde J.K. Smit en geheel rechts G. Braam, wiens vrouw een buurpraatje maakt met mevrouw Noordhof van de overkant.

3.

De wier

'k Gong gusteroavond, hail allain, Mie in mien dorpke wat vertreden Dou heb 'k dat grode wonder zain, Dat grode wonder oet 't verleden.

De hoge wier, doar 't dorp op ligt, Dei minsen ail zo laank bewonen, Gong zuk aan 't minselek gezicht

Net aans in olle tied vertonen.

Manshoge dook haar d'overhaand, Dee d'omtrek op 'n zee gelieken, Verswonden was dat vruchtboar laand, Ain woatervlakte, zunder dieken.

Moar op de wier kwam 't woater nait, Dei was 'n touvlucht veur de minsen, Doar wazzen ze in vailighaid,

loa, beter borg kon min nait winsen.

'k Wuir stil, dou ik dat wonder zag Oet laang vervlogen tieden,

't Was, of de wier in 't woater lag Om ramp en ongeval te mieden.

Hajo Janssonius, 1879-1971 Hoofd van de open bare school te Godlinze van 1905 tot 1919.

4. Een blik op het in 1918 door dr. A.E. van Giffen blootgelegd grafveld, gelegen op ongeveer vierhonderd meter ten zuidwesten van de kerk van Godlinze. Ret grafveld is aangelegd op een kunstmatige, nadien in het omringende maaiveld opgenomen heuvel, aan de oever van een kreekje in een voor open zee gelegen kleilandschap. Ret bevindt zich op een rijpe, niet uitgeloogde, maagdelijke kwelderbodem, waarop zwak fluviatale invloeden hebbeningewerkt. De vondsten stammen uit het Iaat-Merovings-Karolings tijdperk (625-850). Blijkbaar is het grafveld gebruikt door de Godlinzer wierdebewoners, respectievelijk nieuwe indringers daar ter plaatse, uit de latere fasen van deze wierde. Naar een sterftecijfer van 2 1/2 % zou Godlinze, gerekend naar de ongeveer tweehonderd bijzettingen en een gebruiksperiode van ruim tweehonderd jaar, globaal geschat toen omtrent vijftig inwoners hebben geteld. Er blijken drie bijzettingswijzen te hebben plaatsgevonden, twee heidense en een vroeg-Christelijke; de eerste in de vorm van urnen en noord-zuid gerichte be graving, de laatste in min of meer zuiver oost-westeliike richting, dat wil zeggen een christelijke begravingswijze. Rechts, op de achtergrond, zien we de later afgebroken "Elemaheerd".

5. Een mooi plekje bij het dijkgat van O. Wiersema, van de door ruilverkaveling verdwenen Oude Dijk achter Godlinze. Deze in 1717 als zeewering vervallen dijk is mogelijk de oudste dijk van deze omgeving. Hij liep vanaf 't Zandt via Omptada en Spijk naar Watum en zal in oorsprong van de tiende eeuw dateren. We zien paard en wagen van H. Meinardi, het huisie dat werd bewoond door de familie Bouwman (rechts) en, boven de dijk, de boerderij van Van Wijk. De Godlinzer Dijk, groot dertien bunder, was in het bezit van vijftien boeren, die er een "opslag" hadden. Ieder mocht er weiden: twee enters en een schaap, of drie hokkelingen en een schaap, of zeven schapen of veertien lammeren. De opslagen of aandelen waren verhandelbaar. Het bestuur had als college ook nog schaapswei den voor verhuur ter bestrijding van de algemene onkosten als toezicht, onderhoud en belasting. Eens per jaar, in het voorjaar bij "volle maan", was er "dieksreek'n" bij Van der Laan aan de Oude Dijk, waarbij onder andere de losse schaapsweiden werden verhuurd. Een groot feest, want "dei 't bod verhoogde kreeg 'n slok! "

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek