Biervliet in oude ansichten

Biervliet in oude ansichten

Auteur
:   R. Willemsen en L.M. de Die
Gemeente
:   Terneuzen
Provincie
:   Zeeland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4064-5
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Biervliet in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

De Beukelsstad gaf rond de eeuwwisseling geen opvallend beeld voor de alledaagse bezoeker in vergelijking met de andere Zeeuws-Vlaamse plaatsen. Het dorp was in eerste instantie afhankelijk van de landbouw: industrie yond men er met meer. Zo gaf de meestoof "Willem III" in 1860 nog werk aan tien volwassenen met een produktie van 149 vaten. Op de Nieuwlandse Molen stond een kleinere meestoof, waarin onder anderen M. Anthonisse in 1876 nog droger was. Maar de chemische kleurstoffen zorgden ervoor dat in 1877 de enige meestoof ook werd stilgelegd.

Door de geisoleerde ligging in de noordoosthoek tegen de Braakman was het dorp op zichzelf aangewezen. We vonden er dan ook bakkers, slagers, schoen-, gareel-, klompen-, wagen- en kleermakers naast molenaars, metselaars, schilders en smeden. Vaak was het ook deze middenstand die het verenigingsleven op peil trachtte te houden. Rond 1900 deed Biervliet allerlei pogingen om uit zijn isolement te komen. Samen met IJ zendijke werd in het midden van de vorige eeuw een kunstweg aangelegd met een tol in de nabijheid van cafe "Buitenlust", waar J. Kusse en - vanaf 1897 - Ch. Brakke tolgaarder waren. Langs deze weg waren de kermissen in het westen van Zeeuws-Vlaanderen te bereiken! Hoewel we een ver;neerdering van de tolopbrengst zouden verwachten, was dat toch niet het geval op deze weg: in 1902 f 563,85 en in 1906 f 454,18. Dat kwam omdat over de pas aangelegde weg door de Koninginnepolder veel verkeer naar Oost-Zeeuws-Vlaanderen kon rijden. Met Hoofdplaat en het betreffende polderbestuur werd de weg naar die gemeente verbreed. De volgende stap was het krachtig aandringen bij het provinciaal bestuur om Hoofdplaat op te nemen in de "Provinciale Stoomboot Dienst".

Maar ook door de intrede van de telefoon in 1886 ging de buitenwereld open. In het gemeentehuis vestigde men een telefoonkantoor; gemeentesecretaris

W. Maarleveld zou voor de bediening ervan zorg dragen. Een tramlijn leek ook een wens van de vroede vaderen, maar de lijnen Schoondijke - Eeklo of Schoondijke - Caprijke werden niet doorgetrokken. Tot 1917 liet de tram Biervliet links liggen, maar toen was het ook raak ook! Er kwamen zelfs protesten binnen over de te hoge snelheid binnen de bebouwde kom. Driewegen, dat de sneldienst voorbij zag razen, wilde dat de tram bij de school stopte. Een billijke eis, die werd ingewilligd. De auto als openbaar vervoermiddel deed kort hierop zijn intree toen de Bressiaander C. van Slooten een verzoek ingewilligd zag voor het openen van een busdienst Breskens-Schoondijke-IJzendijke-Driewegen-Biervliet twee keer daags, Na een half jaar, in augustus 1925, nam Iz. Colijn deze dienst over.

Vanaf 1857 was Dolfing Bekaar burgemeester van Biervliet en van IJ zendijke, waar hij ook woonde. Hij werkte in 1878 met de volgende medewerkers: de wethouders J.W. v.d. Linde en W. Verplanke en de raadsleden J. Leenhouts, P. Lijbaart, P.le Grand, C.B. Thomaes en A. de Groote. Chr, de Vos, eveneens uit IJzendijke, volgde hem op. Dat bracht wrevel: de eerste raadsvergaderingen werden bijna volle dig geboycot. N a zijn overlijden in 1901 schreef de gemeenteraad aan de minister dat men eindelijk, na vierenveertig jaar, eens een inwonend burgemeester wilde hebben en aan dat verzoek werd gehoor gegeven:

J.L.R. de Bats, tot voor kort gemeenteontvanger, werd de eerste burger, geinstalleerd door M. Wadde van Roon. In 1906 volgde P.W. Maarleveld De Bats op, nadat deze op 28 augustus van dat jaar was overleden. Burgemeester Maarleveld, naar wie de Stadhuisstraat werd genoemd, werkte in 1919 met Th. Buysse en W.P. Verplanke als wethouders en P. Provoost, P. de Dobbelaere, Q. de Meyer, W. de Blaey en Jac. Bliek als gemeenteraadsleden. Op 14 februari 1933 nam hij afscheid; W.P. Verplanke volgde hem op, ter-

wijl A.P. Kostense, de laatste eerste burger onzer gemeente, secretaris werd.

Wat in feite de gemoederen rond 1900 in beweging bracht over de woonplaats van de burgemeester, herhaalde zich twintig jaar later rondom de dorpsarts. Op het eind van de vorige eeuw hadden we dokter Vleugels, een gewezen scheepsarts, in ons dorp. Rond 1900 bouwde Hoevenagel een woning voor dokter Huykman bij de rooms-katholieke parochie. In 1903 kwam dokter Groen en in 1930 dokter Talsma, die in IJzendijke was en bleef, nadat zijn collega Hemmes was vertrokken. Over die ongeregelde spreekuren in het begin had den veel Biervlietnaars pijn in hun buik. Schoolfoto's roepen altijd emoties op van vervlogen tijden, Dat geldt niet minder voor schoolgebouwen. Rond 1880 was het niet veel zaaks met de Biervlietse scholen. Maar architect Hannink uit Goes wilde er wat aan doen: nieuwe bouwen. Op de Markt verrees in 1884 een naar zijn ideeen moderne school (met acht lokalen, geschikt voor 400 leerlingen) voor de som van f 23.368,00 tot volle tevredenheid van bovenmeester A. den Bouwmeester. Het oude schoolgebouw in het Brakje werd verhuurd aan de Neutrale Kleuterschool. In 1893 nam De Bouwmeester ontslag en uit Zwolle kwam zijn opvolger H. Hoestra, een man die gedurende acht jaar hoofd van de zesmansschool op de Markt bleef en dan naar Utrecht vertrok. Zijn opvolger was J ac. Roda, die in 1906 met J.G. Bosschaert, A. Amelunsen, M. de Hullu, J. Maarleveld en mejuffrouw J.A.H. Rossenberg samenwerkte. Ook Driewegen kreeg in 1884 zijn nieuwe school, die Hoevenagel bouwde. Verplanke kocht de oude voor f 250,00. Op Driewegen vierde in 1899 bovenmeester P. Verhage zijn zilveren jubileum. Hier werkte mejuffrouw Rossenberg van 1896 tot 1902. Verhages collega's in 1906 waren A. Elfrink en M.P. de Hullu. Het was een driemansschool die veel leerlingen telde: soms zaten ze met hun drieen in een bank! Meester

De Voogelaar werd in 1914 gemobiliseerd en in 1920 werd hij hoofd van de school op Driewegen,

In datzelfde jaar vond de financiele gelijkstelling van openbaar en bijzonder onderwijs plaats, bewerkstelligd door de grondwetsherziening van 1917. De scheiding der gees ten voltrok zich ook in ons dorp. Op 3 februari 1920 diende het rooms-katholieke kerkbestuur een aanvraag in om een basisschool te stichten (hoofd W.P. Borm), een jaar later een voor een kleuterschool. Het actieve kerkbestuur maakte dankbaar gebruik van de mogelijkheden die de wet - De Visser bood. De emancipatie van het rooms-katholieke volksdeel was hiermee op plaatselijk niveau gerealiseerd, een proces dat in het midden van de vorige eeuw was begonnen. Mannen als Alberdingk Thijm en Schaapman werden plaatselijk gevolgd door vooral de actieve familie Thomaes, de bedijkers van de Paulinaen Thomaespolder (1845), de Angelina- (1847) en de Elisabethpolder (1866). Het kerkgebouw en de huidige dokterswoning, ben evens een aantal boerderijen, werden ook door hun toedoen gebouwd.

Natuurlijk was de school op de Markt te groot geworden. Bovendien was het gebouw danig in verval geraakt: in 1908 werden de makelaars van het dak gehaald. In 1921 moest er wat gedaan worden. Een plat dak voor f 1100,00 was de goedkoopste oplossing. Maar het geheel werd te solide uitgevoerd, want de muren scheurden onder het gewicht van het dak, zodat men ten einde raad besloot om in 1925 een nieuwe school te bouwen aan de Schoolstraat. Het oude gebouw werd tot een steen onder het maaiveld afgebroken door de gebroeders Faas. De Markt werd verlaten door de schooljeugd, die met meer sprong over de in 1894 door J. Crince geplaatste paaltjes. Maar op en onder de muziektent kwamen ze nog spelen.

Zo zijn we automatisch bij "het muziek" gekomen, dat in die dagen op alle concoursen werd gevreesd. Het gezelschap "Harmonie" droeg met gepaste trots

haar vaandels met het eremetaal door alle straten van Nederland en Belgie. Het had zelfs de oude muziektempel in eigendom, tot het in 1925 in financiele moeilijkheden kwam en de gemeente een nieuwe bouwde. Op 1 augustus van dat jaar, de avond voor een groot concours, werd de muziektent ingewijd. De jaarlijkse subsidies van driehonderd gulden geven wel de kwaliteit van het gezelschap weer!

Een ander opvallend gebouw is het Stadhuis, opvallend door de haring op de toren. Wie over Biervliet praat, denkt aan Beukelsz. en haringen. Toen het gemeentehuis hier in 1807 werd gebouwd, was er dan ook geen betere manier om deze grote Biervlietnaar te eren dan door zijn produkt hoog op de torenspits te plaatsen! Op sommige prenten zien we in het torentje een bel hangen, die geklept werd alvorens de burgemeester mededelingen den volke kond deed. V66r, in en na de mobilisatie zien we burgemeester Maarleveld veelvuldig op de pui verschijnen met prijslijsten, zoals deze, geldig in de week van 19 tot 25 oktober 1922: 1 wit brood per kilo 25 cent; 1 bruin brood per kilo 20 cent; 1 kilo bruine bonen 35 cent; 1 liter volle melk 16 cent; 1 kilo suiker 65 cent; 1 ei 13 cent; 1 kilo ham f 2,50; 1 kilo varkensvlees f 2,00; 1 kilo rundvlees f 2,00; 1 kilo koffie f 2,90.

De pui komt eigenlijk van het oude stadhuis op de Markt, waarvoor burgemeesterszoon P.J. Brouwer in 1775 de eerste steen legde, hetgeen nu nog in de pui is te le zen. In 1909 bepleisterde men de gevels van het stadhuis, waardoor de steenmotieven jammerlijk aan het oog onttrokken werden. Naast het stadhuis stond de brandspuit, sinds 1884 uitgerust met een zuig- en perspomp. Hoe de spuitgasten een brand in deze dagen te lijf gingen, lezen we in het rapport van brandmeester P.G. de Jonge: "Zondagavond 8 September 1907 om kwart over tien brak brand uit in het landbouwschuurtje van Aug. Veire aan de Gentschestraat. Op het geroep aan mijn deur van

"Brand bij Aug. Veire! " heb ik mij, na behoorlijk van kleren gewisseld te hebben, naar het spuitkot begeven, alwaar 1 brandweerman aanwezig was, namelijk B. de Krijger. Ik heb met B. de Krijger (die erg zenuwachtig was) de spuit naar buiten gebracht en toen er vervolgens nog een paar man bij kwamen, zijn we naar den brand gereden. Aldaar aangekomen, lag alles al in mekaar, behalve een paar gebinten en het bleek ons spoedig, dat er met de brandspuit niets uitgericht kon worden bij gebrek aan water. Toen hebben we de brandhaken laten halen en ons bepaald om daarmee alles omver en uit mekaar te halen. Een poging om met emmers den brand te beperken, leed volkomen schipbreuk, daar de put van W. Schilleman, waar we mee begonnen, direct leeg was, eer er 10 emmers in den brand gekomen waren ... Zoo komen voor dat brandje alle brandweermannen, hoe wel de meesten weinig verricht hebben, in aanmerking voor 30 c. of het minimum loon". In 1911 verplaatste men de brandspuit naar een kleedlokaal van de school, omdat er dringend behoefte bestond aan een arrestantenlokaal.

Voor de pui ligt het jaartal 1907 in de straat, dat ons herinnert aan de grootscheepse herbestrating van het dorp, terwijl een "keiweg wordt aangelegd door de Hoovenen (nu Beukelsstraat) over de Molendijk". Van de Hoogte kwam er een voetpad over de Oude Stadsweide en naar de rooms-katholieke kerk een voetpad, omdat de mensen veel last hadden van "rijwielers". De rijwielvereniging "Biervliet" drong op haar beurt aan op een fietspad langs de Noorddijk en de Nieuwlandse Weg.

Ja, er veranderde veel in Biervliet. De Parochieput, waarin sinds de middeleeuwen het vee werd gedrenkt, ging dicht om redenen van hygienische aard. Met het drinkwater komen we automatisch terecht in de droge zomer van 1911 en de gevolgen daarvan, want op Driewegen had men het al een poos met sloot-,

put- en modderwater moeten stellen, vandaar dat men het nu wel tijd yond om eens een protestbrief naar het gemeentehuis te sturen om zijn ongenoegen kenbaar te maken. Maar men kwam ook met een alternatief: geef ons f 45,00 en we bouwen zelf een put. Hiermee hadden de dertig ondertekenaars hun doel bereikt! Hoewel de gemeente in 1923 al tot een waterleiding maatschappij toetrad, duurde het nog wel tien jaar voordat er water uit de kranen in Biervliet stroomde. Sneller ging het met de elektrificatie van het dorp en Driewegen. Op 12 april 1923 is de eerste stroom geleverd tegen zestig cent in spertijd en een kwartje in de goedkope uren.

Op 3 augustus 1914 verklaarde Duitsland aan Frankrijk de oorlog en onmiddellijk vielen Duitse troepen Belgie binnen. De eerste weken merkten we in Biervliet nog niets van de oorlogshandelingen, maar in de herfst kwamen de eerste vluchtelingen. Treub voert de zilverbons in. Vanaf de pui maakte de burgemeester de rantsoenering bekend om het hamsteren te voorkomen, nu de blokkade van Engeland een feit was geworden. Aan de grens werd een elektrische draad gespannen, waarmee een einde kwam aan de stroom vluchtelingen en deserteurs.

Na deze sympathieke gevoelens van medeleven met de Belgische vluchtelingen keerde plotseling de stemming toen er over annexatieplannen werd gesproken. Spontaan kwam een plaatselijk comite van de grond onder voorzitterschap van W. Verplanke Wzn. Net voor koninginnedag 1919 zond de raad het volgende telegram: "Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden. De raad der gemeente Biervliet, in zitting bijeen, spreekt de wensch uit dat de vredesvoorwaarden Nederland verenigd moge laten. Betuigen Oranje en Nederland onwankelbare trouw en gehechtheid". Wanneer de koninklijke familie twee jaar later in Biervliet komt, is het hoogtepunt de bezichtiging van de gebrandschilderde ramen in de hervormde kerk, even-

eens een symbool van aanhankelijkheid aan het Oranjehuis tijdens het eerste stadhouderloze tijdperk.

We laten het hierbij, AIle medewerkers danken we hartelijk en u, lezer-kijker, wensen we prettige uren met het vergrootglas in de ene en het boekje in de andere hand !

BIJ DE TWEEDE DRUK

Het is bemoedigend binnen een jaar de tweede druk te mogen presenteren. Blijkbaar willen velen de sfeer van vroeger, zoals die in woord en beeld wordt aangeboden, nog eens proeven, niet aIleen hier ter plaatse, maar soms ook bijvoorbeeld aan de andere kant van de aarde, waarheen veel dorpsgenoten emigreerden. De band met het oude vertrouwde blijft bestaan.

Juist daarom meende de uitgever met een herdruk, als eerste in deze serie in Zeeuwsch-Vlaanderen, op de markt te moeten komen. De samensteIlers maakten van de gelegenheid gebruik enkele fouten te verbeteren en waar nodig een aanvulling te geven waardoor de historische waarde werd vergroot. Ons doe! is en blijft immers een gefundeerde weergave berustend op controleerbare feiten.

1. We beginnen met een opname van de Markt rond 1900, vastgelegd door A. van Overbeeke. Links op de achtergrond zien we de "Brood- en Beschuitbakkerij" van Marien Moggre, rechts daarvan de woningen van Krijn Pladdet en kleermaker Versprille. Rechts op de voorgrond de ambtswoning van burgemeester P.W. Maarleveld en links daarvan cafe "De Witte Leeuw", laatstelijk gedreven door de gezusters Johanna en Marie van der Hooft. Op de achtergrond zien we de toren van de hervormde kerk en ook nog een wiek van de korenmolen "De Harmonie", die dateert van 1842. Maar belangrijker dan al het bovenstaande zijn de paaltjes op de Markt: wie heeft daar als kind, toen de school nog op de Markt stond, niet overheen gesprongen?

2. Opvallend is de toren, welke door de vele verbouwingen in de loop van de eeuwen van het oorspronkelijke model (uit 1660) afwijkt. De huidige dakkapel gaat op die vorm terug. Achter in de straat zien we de woning van de molenaarsfamilie Lijbaart. Rechts voor de kerk was tot 1 januari 1828 de binnenbegraafplaats in gebruik, waarop in 1910 de consistorie werd gebouwd op voorwaarde dat het gebouw niet te hoog zou worden, opdat de gebrandschilderde ramen in de kerk tot hun recht zouden komen. Verder zien we Leen C. de Die (met pet op), vrouw Van de Linde met haar Cadzandse muts - in de volksmond "karrakassemutse" genoemd voorgrond Eugenie Verdegem met haar broertje Louis, Betje Leenhouts en Mientje Kostense, terwijl aan de linkerkant achteraan Kee Dingemanse staat.

)Yl'arkt, })ieruliet

3. Hier zien we de Markt, door P. Geensen gefotografeerd rond 1915. Op de voorgrond drie kinderen van slager Ph. Maat, staande voor de muziektent van 1884. Het linker meisje is Camilla Schrijvers, een Belgische vluchtelinge. Achter de pomp, waarop een lantaarn staat, zien we cafe "De Korenbeurs" (sedert 1881). V bor het huisje met de levensboom in het puiraam staat grassier Abr. Goethals uit Schoondijke. Op de andere kar zit eierkoopman Abr. van Ee. Links staat de school, die over de Markt domineerde en waarvan de makelaars reeds verdwenen zijn. In het midden van de vorige eeuw bouwde de familie Thomaes de grote woning op de achtergrond, waarin nu dokter Chr. Kalkman woont. Het torentje van het stadhuis is nog net zichtbaar.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek