Blaricum in oude ansichten

Blaricum in oude ansichten

Auteur
:   J.W.M. Kok
Gemeente
:   Blaricum
Provincie
:   Noord-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3575-7
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Blaricum in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

Blaricum was in vroeger eeuwen een nederzetting in het Gooiland (een tijdlang ook Naerdincklant genaamd). De zuidoostelijke gemeentegrens wordt gevorrnd door de Gooiergracht, die tevens de provinciegrens is tussen de provincies Noord-Holland en Utrecht. Deze grens, die werd bepaald in 1339 door de graaf van Holland en de bisschop van Utrecht, is een rechte lijn, die loopt tussen de leeuwenpaal op de Oostermeent en de Domtoren in de stad Utrecht.

Omstreeks 1400 had Blaricum een eigen kerk en kort daarna kreeg het dorp ook een eigen gemeentebestuur. De hoofdbron van bestaan Yond men in de veeteelt en de landbouw. Deze werden grotendeels uitgeoefend op gronden van de vereniging "Stad en Lande van Gooiland". De vereniging heeft nu al ruim duizend jaar het grootste gedeelte van de Oostermeent in haar bezit. Het lidmaatschap van Stad en Lande kon aIleen worden verkregen door vererving. Of zoals jhr. mr. C. Backer het schrijft in zijn boekje "lets over Gooiland" (uitgegeven in 1838): "aIleen erfopvolging in de regte nederda1ende linie, en bij erfopvolging worden de dochters niet toegelaten, maar aIleen de zonen. Man uit man in Gooiland geboren".

De Oostermeent was het vruchtbaarste gedeelte uit het bezit van Stad en Lande. In de tijd, dat het IJsselmeer nog Zuiderzee was, werden deze gronden 's winters grotendeels door zeewater overspoeld. Kleideeltjes die in dit water aanwezig waren, zetten zich af op het land en maakten verdere bemesting overbodig. Een gedeelte

van deze meent dat door zijn hoge ligging niet door het water werd overstroomd, was daarom veel minder vruchtbaar. Dit laatste gedeelte wordt nog steeds 't Harde genoemd.

De gronden tussen de Schapendrift en de Gooiergracht worden de Bouw- en Molenvenen genoemd en zijn hoofdzakelijk als weiland in gebruik. Op een bepaalde plek in de Venen bleef het vee altijd gevrijwaard van het beruchte mond- en klauwzeer.

Omstreeks de laatste eeuwwisseling kende de boerenbevolking van Blaricum veel armoede. Desondanks hadden deze mensen steeds gevoel voor een bepaald soort humor. Zo werd verteld dat Gijs Piepers, die aan de Meentweg woonde, zijn mest altijd met een kruiwagen naar de Bouw- en Molenvenen bracht. Onderweg hoorde hij verschiIlende reacties, zoals: "Man, dat is toch geen werk zo met 'n kruiwagen". Waarop GUs dan laconiek antwoordde: "As 't nou toch geen werk is, kan ik wel doorrijen ok".

Ook het verhaaltje over de "sukelaatpot" (pan met chocolademelk) is misschien de moeite waard om te vertellen. Tijdens de "koppertijd" (vastenavond) was het gewoonte een groepje jonge mensen uit te nodigen om gezamenlijk aan te zitten aan de "sukelaatpot". Die pot stond dan in de stal. Andere ongenodigde jongelingen trokken ten strijde om genoemde sukelaatpot in hun bezit te krijgen. Dit ging gepaard met allerlei listigheden, zoals bijv. een plag op de schoorsteen Ieggen, of als afleidingsmanoeuvre tegen het woonkamerraam tikken.

Klaas Koppen, die ook enkele genodigden had, verzon een tegenzet. Hij gaf zijn knecht opdracht de groepplanken te verwijderen. De opstandelingen drongen 's avonds binnen, maar struikelden achter de deur de groep (grup) in. Ze bliezen daarna, met onwelriekende kleding, gelijk maar weer de aftocht.

Omstreeks 1900 kwam voor Blaricum het begin van een structurele verandering. Het pittoreske dorp, met zijn omgeving van bos en heide, maar ook de polder met z'n bouw- en weilanden, werd ontdekt door buitenstaanders. Deze mensen gingen over tot de bouw van villa's en landhuizen. Hierdoor raakte het "boerendorp" steeds meer op de achtergrond en was in latere jaren de naam "viJladorp" beter op z'n plaats. Met de bouw van deze villa's steeg ook het inwonertal met rasse schreden. In de eerste helft van de negentiende eeuw telde Blaricum gemiddeld 700 inwoners, in 1860, 1880 en 1900 waren dat er respectievelijk 882, 955 en 863. In 1910 zien we met 1242 zielen al een grate stijging. Het inwonertal loopt verder omhoog naar 1855 in 1920 en 2760 in 1930. Op 1 januari 1970 telde Blaricum 6375 inwoners. Verschillende malen werd getracht Laren en Blaricum samen te voegen, Uit de Blaricummers, die daar niet veel voor voelden, werd een raadscomrnissie samengesteld. Deze commissie bracht in 1922 het boekje "Blaricum en zijn recht op zelfstandigheid" uit, waarin het dorp van aIle zijden werd belicht. Dit boekje werd ook voorgelegd aan Gedeputeerde Staten. De beslissing van dit college laat zich raden, want tot op de dag van he den is Blaricum

nog steeds zelfstandig.

Tot zover enkele, beknopt omschreven, grepen uit de geschiedenis van dit dorp. Het boekje "Blaricum in oude ansichten" laat u beelden zien van een stukje uit deze geschiedenis, De foro's zijn namelijk genomen in de jaren 1890 tot 1930. De afbeeldingen zijn echter niet op jaartal gesorteerd, maar beschrijven de volgende route door Blaricum: Torenlaan, Dorpsstraat en weer terug naar de Huizerweg, via de Dwarslaan naar de Tafelberg, Naarderweg, Piepersweg, Achterom, Langeweg, Meentweg, langs de plaats, waar het huisje van de prins en prinses gestaan heeft aan de W. Singerweg, Angerechtsweg, Mosselweg, Fransepad, met een blik naar de kathoJieke kerk vanuit het Kerkpad, Eemnesserweg, Tweede Molenweg, Schapendrift, en langs het tolhuisje via de Eemnesserweg terug naar de Verbindingsweg, De onderschriften bij de foto's zijn verkregen van en nagetrokken bij verscheidene oudere Blaricurnmers.. Deze onderschriften gelden voor de "Blaricummers van toen" als een geheugensteuntje, maar tevens om de inwoners die in latere jaren met Blaricum kennismaakten, een beeJd te geven van het dorp omstreeks de laatste eeuwwisseling. De foto's werden voor een deel ter beschikking gesteld door enkele verwoede verzamelaars, Voor het merendeel werd geput uit het gemeentearchief.

Tenslotte zou ik allen willen danken die hun foto's bereidwillig voor dit doel afstonden. Ook dank aan allen die op andere wijze hun medewerking verleenden aan de totstandkoming van "Blaricum in oude ansichten".

Laan Bterlcum >

1. De eerste weg links in Blaricum, komende vanuit Laren, is de Prof. Van Reeslaan, die vroeger Luitjes Laan werd genoemd naar de beer Luitjes, Luitjes was een lid van de Kolonie der Internationale Broederscbap. Nadat hij de kolonie had verlaten, heeft hij enige tijd ecn pension aan het laantje gedreven. Later kwam prof. Van Rees in deze contreien en omdat de weg over zijn erfliep, is deze later Prof. Van Reeslaan genoemd.

Groete uit Blaricum

2. Het kleine hcitje in Blaricum werd voorheen "de duinen" genoemd. De villa met het theekoepeltje is De Goudsbloem, terwijl de villa rechts De Distels heette. Op dit heitje bevond zich omstreeks 1900 een begraafplaats waar mensen die in de Zuiderzee waren verdronken ter ruste werden gelegd, maar ook zelfmoordenaars e.d. vonden er een Iaatste rustplaats. Ook heeft er, tot het einde van de vorige eeuw, nag een steenfabriek op hct heitje gestaan.

Blaricum

3. De villa Karkelbeek, links op de voorgrond, is eigendom geweest van burgemeester Hosang, die van 1895 tot 1910 de ambtsketen droeg. Later is de villa verkocht aan de heer Dorrius, die hem in de dertiger jaren door een nieuwe verving. Na de laatste oorlog werd de villa als gerneentehuis in gebruik genomen.

4. De hervorrnde kerk, zoals deze er v66r de laatste restauratie, die in 1934 plaatsvond, uitzag. Bij die restauratiewerd er een consistoriekarner bijgebouwd. In de boerderij hebben onder andere de Schrammen en Gijs Bjorn gewoond.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek