Borssele in oude ansichten

Borssele in oude ansichten

Auteur
:   J. de Ruiter
Gemeente
:   Borsele
Provincie
:   Zeeland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3463-7
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Borssele in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

KORTE HISTORISCHE BESCHRIJVING

We dienen de geschiedenis van Borssele in twee delen te splitsen, enerzijds de geschiedenis van het ontstaan van het eiIand Borssele met daarop de dorpen Monster, Tewijk, St.-Katharinakerk, Wolfertsdorp, Westkerke en Oostkerke en de wijdvertakte invloedrijke famiIie Van Borssele, anderzijds de herbedijking van de polder Borssele en de historie van het gelijknamige dorp, te beginnen in 1616.

Vroeger werd de naam Borssele gebruikt ter aanduiding van al het land ten zuiden van de Zwake, dus ook het gebied waar Hoedekenskerke, Baarland, Ellewoudsdijk en Everinge lagen. Dit werd Oost-Borssele genoemd, terwijl het eiIand met Monster en de overige dorpen West-Borssele was.

De oudste benaming komen we tegen in een oorkonde van 18 januari 976, waarin keizer Otto II bevestigde, dat de St.-Baafsabdij uit Gent bezittingen had op het eiland Brumsala. Later, in 1147 en 1161, werd ook de abdij van Echternach genoemd als grondbezitter. We kunnen dan ook rustig aannemen, dat Borssele een van de oudst bewoonde delen van Zuid-Beveland is geweest omdat het zo gunstig was gelegen aan de Zwake en aan de Honte.

Aan dit feit is het wellicht te danken, dat de heren van Borssele van regionale landadel uitgroeiden tot kundige bestuurders, die niet alleen in Zeeland de toon aangaven, maar ook de Europese geschiedenis mede hebben bepaald. Diverse edelen uit het geslacht Borssele bezochten onder andere in het kader van de kruistochten het Heilig Land, zoals Smallegange dit in zijn kroniek weergeeft: "Wolfert de self den Heere van Borssele, Was anna 1099 te Jerusalem in 't Heylige lant, met meer andere Ridderen uyt Nederlant". Verder denken we met name aan Wolfert, die raadsman was van de Hollandse graaf Jan I, aan Frank, die huwde met Jacoba van Beieren en aan al die anderen, die hoge functies bekleedden. Het geslacht zelf schijnt, volgens overlevering, af te stammen van de hertogen van Swab en die, nadat ze met succes hadden gevochten tegen de Noormannen, als beloning grote gebieden ontvingen van de keizer, waaronder ook het eiIand Borssele. Dat er gronden van waarheid zijn in dit

verhaal blijkt uit het feit dat de wapens van de hertogen van Swaben en de heren van Borssele hetzelfde zijn.namelijk een face (balk) van ziIver op een veld van sabel (zwart). De betekenis van dit wapen is: vriendelijk voor de vrienden en vijandig voor de vijanden.

In 1212 werd door paus Innocentius de hoofdplaats Monster verheven tot zelfstandige parochie. Later vinden we op kerklijsten uit 1275 ook Oostkerke en St.-Katharijnekerk als zelfstandige parochies vermeld. De opbrengst van deze kerklijsten was overigens bestemd om een leger op de been te brengen voor de eerstvolgende kruistocht naar het Heilige Land. In 1353 werd ook Wolfertsdorp een zelfstandige parochie op verzoek van de pastoor Nicolaas Colijnsz en enige leden van het geslacht Borssele. Deze heren bewoonden een kasteel nabij het dorp Monster, dat "Trooyen" werd genoemd en waarvan de aanwezigheid reeds in het verdrag van Brugge in 1187 werd vermeld. Nog later lezen we deze naam in de rijmkroniek van Melis Stoke (1301), waarin voorkomt: .ulat hi woude besien dat huys van Trooyen".

De geschiedenis van het eiIand Borssele is er een van voortdurende strijd tegen het water. Op 14 februari 1374 werden de dijken zo zwaar beschadigd door de Valentijnsvloed, dat de polder geheel onder water kwam te staan. Een jaar later sloeg de Marcellusvloed toe met hetzelfde resultaat. Op 5 november 1530 deed een storm, de St.-Felixvloed genaamd, aile inwoners op de vlucht slaan naar het naburige Ellewoutsdijk. Direct werd een aanvang gemaakt met de herstelwerkzaamheden onder leiding van de ambachtsheer Anthonie van Lalaing, doch de storm van 30 november deed aI het werk weer teniet, zodat pas in de zomer van 1532 de mensen weer naar hun verwoeste woonsteden konden terugkeren. Op 2 november van datzelfde jaar raasde weer een storm over het land, die in de annalen zou worden opgetekend als de Allerheiligenvloed. Dit betekende het einde van het eiIand Borssele. Mede door gebrek aan geldmiddelen besloot de ambachtsheer niet meer over te gaan tot herstel van de dijken. Deze toestand zou blijven bestaan gedurende

een periode van vierentachtig jaar. Borssele lag met de zee gemeen, zoals dat heette in die dagen.

Na deze periode zou de geschiedenis beginnen van de polder Borssele, zoals we die heden ten dage kennen met als hoofdplaats Borssele en in de noordwesthoek het gehucht Calishoek, dat later meer bekend zou worden onder de naam 's-Heerenhoek,

.Het lant van Borselen, op gister wesende den 10den deeser, geverscht was uit het zout, daer van Godt almachtigh moet gelooft en gedankt zijn". Met deze boodschap kwam op 11 mei 1616 Jan Florisse, in zijn kwaliteit van bode van de dijkage van Borssele, aan in Goes. Het laatste gat in de ringdijk van Borssele was klaar, zodat de stad Goes zich eigenaar kon noemen van 3.379 gemeten opnieuw bedijkt vruchtbaar land. Er waren twee jaar van "rijpe deliberatie" van de Goese vroedschap aan vooraf gegaan en bovendien langdurige onderhandelingen met de erven van de eigenaar van de ondergelopen polder, de graaf van Hooghstraten. Een extra tegenvaller was dat ook prins Maurits als eerste Zeeuwse edele zijn rechten deed gelden op de Borsselse schorren. Dit kostte de stad Goes f 32.000,- extra als afkoopsom. De kosten van de bedijking zelf bedroegen meer dan men ervoor had gevoteerd, zodat steeds extra geld en mankracht, om de opgelopen achterstand in te halen, aan de aannemers ter beschikking moest worden gesteld. Het voortdurende slechte weer spoelde herhaalde keren het aangebrachte rijswerk weg. Het drinkwater voor de honderden dijkwerkers haalde men uit de stadsgracht van Goes, om het daarna per schip te vervoeren naar het werk. Zo volgde de ene financiele tegenslag op de andere, zelfs zo erg, dat een van de onderaannemers er krankzinnig van werd en ter plaatse in verzekerde bewaring moest worden gesteld. De woonkern in de nieuwe polder werd gepland in de buurt van het vooi:malige dorp Monster. Deze plaats was nog te herkennen aan de Vliedberg, die zich vierentachtig jaar boven water had gehouden. Het ontwerp van het nieuwe dorp is altijd toegeschreven aan de bekende wiskundige uit die tijd, Simon Stevin, doch nader archief-

onderzoek heeft uitgewezen, dat dijkgraaf Cornelis Soetwater de plattegrond van Borssele heeft uitgewerkt.

De zee bleef gevaarlijk; nadat eerst nog enige landaanwinst was geboekt drong de Westerschelde zo op dat enkele polders, zoals de Watervlietpolder (1682) en de Wolfertspolder (1715), weer in de golven verdwenen. Meer dan eens werd de hele polder met de ondergang bedreigd, want waar eerst een breed schorren- en slikkengebied voor de kust lag, klotst nu een brede hoofdstroom met een diepte van veertig meter. Na al deze tegenslagen was het gemeentebestuur van Goes dan ook erg blij, toen er in 1750 een koper kwam opdagen in de persoon van Jan van der Hooge. Op grond van een oorkonde vol vervalsingen (overigens nooit bewezen) toonde deze Middelburgse familie aan rechtstreeks af te stammen van het beroemde geslacht van Borssele. Jonkheer Jan van der Hooge kocht alle heerlijke rechten in de baronie van Borssele en mocht zich nu zelf ook baron van Borssele noemen. Het dorp telde in die tijd honderd drie huizen, terwijl de schotbare grootte 2.896 gemeten lands bedroeg.

In de Napoleontische tijd werden bij Borssele door de Franse troepen fortificaties aangelegd. Twee batterijen met in totaal twintig vuurmonden moesten de vijandelijke scheepvaart op de Westerschelde verhinderen. Op 4 januari 1814 deed een flinke Engelse troepenmacht, gesteund door de plaatselijke bevolking, de Franse bezetters vluchten, zodat ook hier de vrede terugkeerde. In de negentiende eeuw liepen de kosten van het dijkonderhoud zo hoog op dat, bij een wet van 1870, de polder Borssele met een aantal aangrenzende polders werd verenigd tot het calamiteuze waterschap Borssele. Zelfs de opbrengst van aangespoelde goederen dekte nog niet eens de kosten van de openbare verkoping, zoals blijkt uit een lijst van verkochte goederen uit het gemeentearchief: een kippenhok aan Cornelis van Asperen voor f 2,50, een varkenshok aan Abraham de Maaker voor f 3,75, een gedeelte van een kajuit voor f 1,60, een visboot bracht f 0,40 op en een sloep f 1,90. Verder kwam een bonte verzameling rondhout, masten, ribben, plank en en balken onder de hamer. De totale

op brengst bleek f 57,65 s te bedragen terwijl de kosten f 65,555 waren. Nu moet er eerlijkheidshalve bij worden vermeld, dat de waardevolle goederen niet werden ingeleverd bij de strandvoogd en de oudere inwoners denken hierbij waarschijnlijk direct aan het met kazen en wijn beladen Poolse schip de "Lemnos" in de jaren vijftig.

De foto's en ansichten die u hierna aantreft verhalen een stuk geschiedenis van omstreeks 1900 tot de jaren dertig. Bij het samenstellen is het systeem gevolgd de series uit een bepaalde tijd bij elkaar te houden, zodat een totaalbeeld wordt verkregen van het dorp in een bepaalde periode, een paar jaar later gevolgd door een fotografische rondgang van een andere fotograaf, die bijna dezelfde standpunten innam. Alleen de inwoners die erop staan zijn wat ouder geworden en er zijn jongere gezichten bijgekomen. Verderop in het boekje vindt u de verenigingen, de schoolportretten, het drama waterleiding en de feestelijke intocht van een burgemeester. Het dagelijks leven verschilde niet veel met dat van de dorpelingen uit de omringende gemeenten. De rijke boer leefde buiten het dorp en erbinnen de arbeider, de winkelier, de handwerkman en de notabele.

Verder heb ik nog eens een aantal "openbare figuren" uit die tijd op een rijtje gezet met de jaartallen van hun optreden.

Burgemeesters:

1853-1878 J. Rottier 1878-1905 J. Rottier Lzn 1905-1929 J.L. Richel 1929-1936 Rutgers 1936-1952 G.A. Bax

Gemeen teveldwach ters:

tot 1896 C. Adriaanse en M.M. Karelse 1896-1924 J. de Hullu 1924-1945 A. de Korte

Secretarissen:

1851-1885 H.A. Hagen 1885-1898 J. Beenhakker 1898-1929 J.L. Riehel 1929-1937 T.W.J.Immink 1937-1970 M.F. Boogert

Hoofden open bare lagere school:

1869-1909 A. Priester 1909-1932 H. Priester 1932-1959 M.J. van 't Hof

Lantaarnopstekers: 1901-1907 J. Krijger 1907-1929 J. van Zweden daarna elektrisch licht

Havenmeesters: 1873-1882 J. de Back 1882-1919 P. Karelse 1919-1945 1. Walhout

Soms zijn de figuren op de kaarten niet gemakkelijk te herkennen, of de groep is te groot om aile namen duidelijk herkenbaar op papier te zetten of ze zijn gewoon niet herkend. Vooral bij de schoolfoto's kunnen sommigen niet worden thuisgebracht, wellicht omdat ze maar korte tijd op Borssele gewoond hebben. Soms is enkel een verhaal over een huis, een bepaalde toestand of zomaar een persoon weergegeven, hetgeen er hopelijk toe heeft bijgedragen de sfeer uit die dagen te herscheppen.

Hierbij wil ik dank zeggen aan de mensen die mij behulpzaam zijn geweest met het herkennen van personen en situaties op de ansichten, onder anderen C. Almekinders en zijn zoon G. Almekinders, A. Walhout en zijn vrouw, P. Melis en zijn VIOUW en Tine de Krijger, maar ook M.F. Boogert en C. de Muijnck die zich hebben beijverd om het fotografisch materiaal aan te dragen en tal van deuren hebben geopend. Verder dank ik al degenen die afbeeldingen in bruikleen hebben afgestaan voor het samenstellen van dit boekje.

P.J. Feij, St. Laurens: voorplaatje, 2, 3,4,5, 6,7,9,10,11, 18,24,52.

Gemeentearchief, Borssele: 1, 12, 13, 25, 32, 33, 34, 35, 36, 55,56,61,62,63.

S. Wagenaar: 22,39,41,49,57,58,66,67,68,69,70,74. M.F. Boogert: 21,23,38,40,44,59,72.

Mejuffrouw Tine de Krijger: 19,20,30,37,42,43,47. Zeeuws Documentatiecentrum: 16, 17,27,28,29,53,54. Eigen archief: 8,48,50, 51.

G. Almekinders: 31,45,65,73.

Verder de weduwe C. de Krijger nr. 14, C. Walhout nr. 15, mevrouw A. de Smidt-Leijs nr. 26, Joh. van de Ende nr. 46, P. Hoondert, 's-Heerenhoek nr. 60, mevrouw Rottier nr. 64 en de heer Maljaars nr. 71.

1. Een van de oudste foto's uit dit boekwerkje toont het huisje aan de "Kapitalen Dam". Deze dam was een onverharde dreef met aan het eind een woning met erf op de plaats waar later de Troyeweg is aangelegd. De woning stond op de plaats waar de toegang naar de "Armenwei" was. De vrouw op de foto was de echtgenote van de bewoner Marinus Bras, in de volksmond werd ze Lena van den dam genoemd. Het bedoeninkje is tussen 1915 en 1920 verdwenen.

cJfoordweg. J3orssele.

nUl .? J. Wabcke.

2. De serie ansichten uitgegeven door J. Wabeke bestaat uit de oudst bekende foto's van Borssele, in ieder geval voor 1905 genomen. In de woning links woonde M. Krijger, die handelde in eieren. Het huis en de schuur aan het einde van de Noordweg (thans Noordstraat geheten) is in 1944 geheel verwoest, doch later weer opgebouwd.

Oosislraai, J3orssele.

l1h~ .. f. Wabckc.

3. De vrouw met haar tweeting in de "bennewagen" is Neeltje Kerkhove, terwijl rechts op de voorgrond haar man Jan Schipper staat met naast hem Jan Mol. Links op de hoek ziet u de winkel van De Krijger, waar ook goud en zilver werd verkocht en rechts de bakkerij van Joos Krijger, later van Van Liere. Aan het eind van de straat stond een zogenaamde "aschbak", waarin iedereen zijn vuilnis kon deponeren. De inhoud werd jaarlijks verpacht. In die tijd (rond 1905) was Job Walhout de gelukkige voor f 10,- per jaar, waarbij moet worden aangetekend, dat de heren raadsleden dit een zeer laag bedrag vonden, maar Job was de enige gegadigde die had ingetekend.

Uitg. J. Wabcke.

Dorpsplein, cJ3orssele.

4. Dit is de zuidoosthoek van het dorpsplein. Links in de deuropening staat Elisabeth, de vrouw van J. Schipper. De personen rechts zijn te onduidelijk, vanwege het niet geheel onfeilbare fotomateriaal uit die dagen, om te worden geidentificeerd.

Ultg. J. Wabeke.

Dorpsplein, .JJorsseleo

50 De personen op de voorgrond zijn wat moeilijk te herkennen, zodat we de rij huizen op de achtergrond maar onder de loep nernen, Van links naar rechts zien we eerst de bakkerij van bakker Bouwens, dan achter de groep het postkantoor (sinds 1889), vervolgens de woning van J. Blok en als laatste het oude koetshuis van de burgemeester. Dit koetshuis werd in 1903 bij testament door baron A.W. van Borssele van der Hooge vermaakt aan de gemeente, die het in eerste instantie verhuurde voor f 30,- per jaar onder beding dat daar ook de lijkwagen een plaatsje kreeg.

Westsingel. JJorssele.

I !h~ .. r. Vnlwkc.

6. De rneeste personen op deze oude foto's zijn niet of nauwelijks te herkennen. Hier zou rechts Betje Duinkerke staan, die getrouwd was met Johannes Slabbekoorn en het huis reehts bewoonde.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek