Breda in oude ansichten deel 2

Breda in oude ansichten deel 2

Auteur
:   dr. F.A. Brekelmans
Gemeente
:   Breda
Provincie
:   Noord-Brabant
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2733-2
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Breda in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

INLEIDING

Dit boekje is een vervolg op de eerste serie, waarvan de eerste druk in 1967 en de elfde druk in 1989 verscheen. Het omvat de periode 1878-1949, een zeventigtal jaren dus. De gemeente Breda, wier gebied toen nog klein was, telde in 1878 17.1l9 inwoners. In 1949 was dit aantal 89.307, derhalve het vijfvoudige. In 1878 was de ontmanteling van de vesting Breda juist achter de rug. De stedelijke uitbreiding was begonnen. De singels waren al gegrayen en de omliggende terreinen waren bouwrijp gemaakt. Daar hadden zich al spoedig een ijzergieterij, een suikerfabriek, een lucifersfabriek en een bierbrouwerij gevestigd. De woningbouw schreed langzaam voort op de open terreinen tussen Valkenberg en station en op het gebied tussen Haagdijk en Nijverheidssingel. Bij het station ontstonden de Ernma-, Willem-, Frederik- en Hendrikstraat. Achter de Haagdijk de Leuvenaarstraat, Middellaan, Nieuwe Dieststraat, Gasstraat en Gasthuisstraat. In dit kwartier verrezen R.K. armenscholen voor jongens en meisjes. De Koninklijke Militaire Academie bestond al vanaf 1828. In 1867 opende de Gemeente H.B.S. haar deuren. In 1887 werd het Stedelijk Gymnasium opgericht en in 1926 kon het nieuwe Rooms-Katholieke Lyceum in gebruik genomen worden. De kerkenbouw werd ook met kracht ter hand genomen. V 66r de ontmanteling was in 1869 al de Barbarakerk aan

de Prinsenkade gereedgekomen. Daarna volgden de kerken van MariaHemelvaart (1890), St. Jozef (1897), Heilig Hart (1900) en St. Anna (1905). Een zusterklooster verrees aan de Hendrikstraat, de kapucijnen bouwden aan de Schorsmolenstraat. Ook het leger deed aan nieuwbouw achter de Lange Stallen. Daar verrees op het eind van de negentiende eeuw de imposante Chassekazerne.

Andere grote instellingen waren de ziekenhuizen. De gemeente stichtte een eigen hospitaal in 1886. Met het Diaconessenhuis werd in 1896 begonnen. Dokter Struycken vestigde een eigen kliniek. Het hoogtepunt op dit gebied was de voltooiing van het Ignatiusziekenhuis in 1923. Buiten de singels werd ook een particuliere apotheek gevestigd,

Breda had vanaf 1854 en 1863 al goede spoorwegverbindingen. Deze werden door tramlijnen aangevuld. De stoomtram diende voor het interlokale verkeer, de paardentram voor de route naar Ginneken en het Mastbos. De Z.N.S.M. had een eigen tramstation. De gaande en komende man vonden in menig hotel onderdak. Behalve het gerenommeerde hotel "De Kroon" kende de stad nog hotels aan het station, aan de rand van de stad en bij het bos. Een echt rusthuis was "De Mark" aan de Baronielaan. De nieuwe verbindingen bevorderden behalve de industrie, ook de

handel. De talloze groente- en fruittelers rond Breda konden hun producten kwijt op de primitieve veiling aan de Haagweg en later in het R.B.T.-gebouw aan de Belcrumweg.

Het bestuur van de stad in volle ontwikkeling bleef zetelen in het oude stadhuis, dat echter in 1925 ingrijpend werd verbouwd. Burgemeesters kwamen en gingen: Kerstens, De Man, Gulje, Van Lanschot, Van Hovell en Van Sonsbeeck. Ambtenaren waren honkvast, zoals J.G. Blaeser, die in 1907 zijn gouden ambtsjubileum vierde. Het raadslid dr. Heylaerts hield zijn zetel ook lang bezel. Het gemeentebestuur bouwde aanvankleijk schoorvoetend, later met voortvarendheid, openbare voorzieningen: behalve de Gasfabriek, twee watertorens (1894, 1935) en een slachthuis. Brandweer en politie werden van het nodige voorzien. De Beiaard werd in 1929 vernieuwd. Het verdere culturele leven lag nog gehee1 in handen van de burgerij. "Bonus Eventus" en de "Vereniging Katholiek Leven" stimu1eerden het toneel. Toneelliefhebbers waren in "Jacob van Lennep" en .Vreugdendaal'' verenigd. Er waren harmonieen, fanfares en zangverenigingen.

Breda bezat enke1e goede architecten, zoals de gebroeders Oomes en J. van Dongen. De kerkelijke architectuur werd echter door P.J. van Genk en J.J. Langelaar beheerst, Een

waakzame bisschop en talrijke geestelijken bestuurden het geestelijk 1even. Hoogtepunten in deze periode zijn geweest de sacramentsviering in de Stille Omgang (1916) en het Ziekentridutim (1930).

Tussen de Bredanaars van allerlei stand en ge1oof, rijk en arm, liepen verdoolde volkstypen, zoa1s Janus Jongbloed en Muis Hame1s. Ook zij hadden hun aandee1 in het 1even van de Baroniestad.

Het is moeilijk een boekje als dit gehee1 zonder fouten samen te steIlen, omdat nu eenmaa1 niet aIle feiten, toes tanden en personen volledig kunnen worden gecontroleerd. Ik doe daarom een beroep op de clementie van de 1ezer en houd mij voor op- en aanmerkingen gaarne aanbevolen.

In de vorige druk is een 25-tal afbeeldingen van correcties en aanvullingen voorzien. Deze zijn grotendeels afkomstig van de heer J.H.M. Quadekker en diens echtgenote te Breda, die ik daarvoor gaarne dankzeg. Ook in deze druk is een aantal correcties en aanvullingen aangebracht.

Breda, januari 1998

de samensteller

Breda

~roote jJfar~t

1. EEN RONDWANDELING DOOR DE STAD EN GINNEKEN

1. Rond 1908 zag de westelijke rand van de Grote Markt er a1dus uit. De Wilhelminafontein stond er nog. De boterha1 was open. De straat werd met gas verlicht. Exploitant van het "Zuid-Hollandsch Koffiehuis" (nummer 15-17) was D. Storm. Ter p1aatse stonden vroeger de huizen De Son en De Keerse (A 402 en 403). 't Zuid brandde af in 1966.

2. Sedert 1321 werd te Breda op dinsdag een weekmarkt gehouden. Hier een aanta1 kramen, maar ook tuinders of boeren, die vanuit hun korven verkochten. Boter en eieren werden in de Boterhal aan de man gebracht (circa 1905).

Veernarktstraat

~reda

Uitg. Jos. Nw;s. Arnst.

3. De Veemarktstraat kende rand 1895 nog diverse particuliere woningen. Nog niet aIle panden waren tot winkel verbouwd. Het tweede huis links, nummer 19, met een tuitgevel, is de bakkerij van A.J. van Arendonk, "patissier, confiseur, glacier". Op nummer 15 woonde notaris A.J.A. Verschraage. In de verte, rechts, het hek van het bisschoppelijk paleis. Daarnaast (Veemarkt 8) de riante woning van mr. J.W.J. van MierIo, oud-kantonrechter,

Breda.

Groote Kerk.

4. De Grote Kerk was vanaf 1640 door winkelhuisjes omringd (nummers 51-61). Ook in 1900 bestonden deze nog. Van links naar reehts waren gevestigd: op nummer 51 de weduwe G.A. Smeltzer (sigaren), op 53 A.L. de Koning (zuivel), op 55 H. de Bruyne (mutsenwaster), op 57 J. van Brummelen (boekbinder), op 59 F. de Koning (sigaren) en op 61 A. Stomp (slijtster). De huisjes werden ter gelegenheid van de kerkrestauratie na 1910 afgebroken.

5. In 1924-1925 werd het Stadhuis verbouwd en uitgebreid naar p1annen van architect Hanrath, mede dank zij een legaat van K.G. Oukoop. De oude raadzaal (midden) aan het Stadserf werd afgebroken.

6. De Langebrugstraat circa 1915, gezien in de richting van de To1brugstraat. Op nurnmer 3 was de sigarenfabrikante weduwe A.J. Takx gevestigd, op nummer 5 coiffeur B.C. Kroskinski, op nummer 9 s1agerij A. van Dooremael en op nummer II tot IS J .c. Raming.

7. De Tolbrugstraat in 1933. Rechts stond de Bank van J.J. van Mierlo. Links, op nummer 10, was nog in 1912 F.c. Derwig, manufacturen, gevestigd. De in 1975 opgeheven Paleis-Bioscoop in de Langebrugstraat bestond al.

'"itt!' T l"'() e-n t v vl sw v k , Hrt d;L

8. Hier zijn we aan de Haven aangeland (1900). Die kende to en nog stromend water. Op de achtergrond het in 1880 gebouwde postkantoor. Op de voorgrond geheel rechts, nummer 5, het cafe van J.C.G. Bakkeren, herbergier en kapitein van een stoomboot. In het hoge huis met de brede gevel, nummer 9, woonde de fabrikant J.B.M. Merkelbach van Enkhuizen.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek