Brouwershaven in oude ansichten deel 1

Brouwershaven in oude ansichten deel 1

Auteur
:   C.P. Pols
Gemeente
:   Schouwen-Duiveland
Provincie
:   Zeeland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2808-7
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Brouwershaven in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

INLEIDING

Het is nazomer; de zon staat aan de hemel en straalt haar lieht en warmte over het stille Brouwershaven. Het lijkt wel of het oude stadje aan de Grevelingen geniet van zijn rust, want rustig is het wel geworden in Brouw. De bedrijvigheid van vroeger, die er heerste aan de haven, is al lang verdwenen ... Het water, dat reeds eeuwen geleden het gezicht van Brouwershaven bepaalde en waarmee de bewoners ook eeuwenlang worstelden in de strijd om het bestaan. Ongetwijfeld is Brouwershaven een zeer oude plaats. Volgens overlevering koeht Floris V - graaf van Holland - in het jaar 1286 van Jan van Renesse grond op de plaats waar thans het huidige Brouwershaven is gelegen, met het doel daar een dorp met haven te stichten. In 1288 werd aan de inwoners van dit "dorp" tolvrijheid verleend. Behalve als invoerhaven van bier kreeg Brouwershaven al vroeg betekenis als vissersplaats. Uit een privilege van 1477 blijkt dat Brouwershaven stadsreehten bezat. Het was een smalstad en men had dus geen zetel in de Zeeuwse staten. De plaats kwam snel tot grote bloei en er werd veel handel gedreven op Engeland, de Oostzeelanden en Keulen. Er werd haring, meekrap, zout en "juun" uitgevoerd, terwijl wol en steenkool werd ingevoerd.

De eeuwen zijn voorbijgegaan en naast welvaart was er uiteraard ook tegenspoed: de immer dreigende verzanding van de haven, overstromingen en in 1545 een grote brand, die weI 300 huizen in de as legde. En toeh, iedere tijd bevatte iets waarnaar wij weleens terug verlangen. Een plaats als Brouw is rijk aan historie, maar zeker ook aan herinneringen. Over de gesehiedenis van dit stadje is al veel gesehreven en gesproken en we willen niet in herhaling vervallen. We verdiepen ons dan ook niet in de Brouwse gesehiedenis, want deze eeuwenoude historie geeft ons een beeld waarvan wij ons alleen maar een voorstelling kunnen maken. Meer niet! Geheel anders wordt dit als we praten over deze eeuw en dan vooral over de tijd van onze ouders en grootouders. Hoe was het toen? Onder welke omstandigheden leefde men en wat waren de middelen van bestaan? Hoe zagen de Brouwse straten er uit; hoe ging

men gekleed en hoe vierde men hier feest? Hoe was het met het rijke verenigingsleven en wat was gewoon en ongewoon, maar vooral: hoe zag het er hier to en allemaal uit?

De komst van de fotografie heeft er rijkelijk toe bijgedragen dat we nu nog eens rustig kunnen "terugblikken" in die eerste periode van de twintigste eeuw, zodat we zelf kunnen zien hoe het was. Bij de ouderen zullen ongetwijfeld de verhalen loskomen als men op de foto's personen herkent met wie men is opgegroeid of wanneer bepaalde gebeurtenissen door die oude ansiehten en foto's in herinnering worden geroepen. Voor de jongeren zijn de foto's van even groot belang, omdat men al bladerend een indruk krijgt van een "Brouwershaven" dat in vele opzichten totaal anders was dan het "Brouw" zoals het nu is. Daarom is het voor iedereen zonder meer de moeite waard om eens terug te gaan in de tijd. Omdat er in Brouw niemand te vinden was om een boekje in de landelijke serie "in oude ansiehten" samen te stellen, moest noodgedwongen worden uitgezien naar een niet-Brouwenaar. Dat heeft uiteraard eonsequenties met betrekking tot de tekst bij de foto's, want tenslotte heeft de samensteller z'n wieg niet in de smalstad gestaan, maar in Dreisehor. Maar de medewerking was bijzonder en dat geldt zowel voor het besehikbaar stellen van oude foto's als voor de ontvangen informatie. Bijzondere dank komt toe aan de heer J.H. Leendertse en de dames Maatje Roth-van de Velde en Nel Geelhoed-Krijger. Zonder hun spontane medewerking had een niet-Brouwenaar dit werk niet tot een redelijk einde kunnen brengen. Dank zij al deze medewerking is het sam enstellen van "Brouwershaven in oude ansichten" een prettige bezigheid geworden.

We beginnen nu aan onze toeht door het oude Brouwershaven. We nemen u mee naar de tijd van 1900 tot 1950, al kijken we daarbij echt niet op een paar jaar meer of minder. We wensen u een goede reis en hopen u op een aangename wijze te laten zien hoe het hier eens is geweest.

1. We komen Brouwershaven binnen uit de riehting Zonnemaire en zo te zien is de straatweg ter plekke nog erg smal, Op deze kaart uit omstreeks 1905 zien we reehts het zogenaamde tolhuis, want alvorens onze tocht naar het stadje Brouwershaven te vervolgen moet hier tol betaald worden. Het beheer van de tollen op de straatweg Zierikzee-Brouwershaven berustte bij een commissie van beheer, die bestond uit de gemeenten Zierikzee, Brouwershaven, Noordgouwe en Zonnemaire alsmede de polders Noordgouwe, Bloois- en Oud-Bommcnede en Zonnemaire. Nadat de tol bij Schuddebeurs reeds eerder was opgeheven, duurde de tolheffing bij Brouwershaven tot 1907. Omstreeks 1900 braeht deze tol circa f 1525,- per jaar op. Daarna werd de opbrengst minder, omdat na 1900 (aanleg trambaan) veel suikerbieten werden vervoerd per tram, waarvoor geen tol werd geheven. In de concessie voor de tramaanleg was bepaald geen tol voor de tram te heffen, daar de straatweg niet door de tram werd beschadigd. Aan de voorgevel van het tolhuis hangt, uiterst rechts, een bord met de toltarieven.

2. We vervolgen onze tocht in de richting van Brouwershaven, maar kijken nog even om. We zien nu het charmante tolhuisje vanaf de andere kant genom en en ook nog wat eerder dan de vorige foto, namelijk in 1902. In de tijd dat Jan Oom hier nog tolgaarder was, kon men in de zomermaanden in een soort tuinkoepeltje bier uit een kruikje consumeren. In 1928 werd het inmiddels oude tolhuis wegens straatverbreding aan de provincie Zeeland verkocht en kort daarna gesloopt. Vanaf 1910 tot aan de sloop woonden hier Andries Vos, afkomstig uit Numansdorp, en zijn vrouw, Pietje Meerman. De laatste was afkomstig uit Oosterland. Andries Vos heeft hier dus het beroep van tolgaarder al niet meer uitgeoefend. Uit de opbrengst van het oude tolhuis werd door aannemer Meerman uit Oosterland ter plekke een nieuw huis gebouwd, dat iets meer in de richting "Mongenie" staat dan het vroegere gebouwtje.

Station te J3rouwershaven

3. Op 30 april 1900 werd de RTM-tramlijn Brouwershaven-Zijpe officieel geopend en op deze foto van begin 1900 zien we het station Brouwershaven-Slingerbos, zoals deze stopplaats van 1900 tot 1915 heette. Het ontwerp van de tramlijn BrouwershavenSteenbergen is niet door de RTM voorbereid, maar door het comite dat het initiatief tot de aanleg genomen heeft. Dit comite werd daarbij geadviseerd door ir. A.H.W. van der Vegt van het Waterschap Schouwen. Hoewel de richting van de lijn uit vervoersoogpunt niet slecht gekozen was, werd deze tramweg de minst moderne van de RTM doordat overal de gewone wegen gevolgd werden. Oorspronkelijk is trouwens niet aan verlenging van de lijn gedacht: dit blijkt uit het feit dat daartoe voor het eindpunt te Brouwershaven een aftakking gemaakt moest worden, omdat doortrekking bij het eindstation niet mogelijk was. Op de foto zien we de tram juist uit de remise komen en helemaal op de voorgrond staat de Brouwse stationchef Jacob Andries Moggre. In 1914 werd het station afgebroken en in dezelfde stijl herbouwd op de nieuwe lokatie. Links achteraan staat een grote zwarte schuur, waar men tegenwoordig het automobielbedrijf Slager aan kan treffen. Dit bedrijf bestond in 1982 precies een halve eeuw, want het werd in 1932 door Chris Slager opgericht.

4. We zijn nu in Brouwershaven gearriveerd en voor zover we dat kunnen nagaan werd deze ansichtkaart in 1914 uitgegeven. Links in het water zien we een bankstelling, die diende voor onderhoud en kleine reparaties aan vissersschepen. Helemaal vooruit staat de oude meekrapstoof, de oostbinnenstoof genaamd, ook weI de Lei genoemd. Eertijds telde Brouwershaven namelijk niet minder dan drie meestoven. De andere stoven heetten de Roos en de Lelie. Het grote, statige huis, rechts op de voorgrond, is de hervormde pastorie. In het wegdek bevinden zich nog de tramraiIs, die dienden voor de bietenlijn. De houten beschoeiing ontbreekt nog, maar werd later doorgetrokken, zodat de tramwagens van de RTM dichter bij de afgemeerde schepen konden komen. Brouwershaven was in die tijd een belangrijke doorvoerhaven voor suikerbieten, want behaive per tram werden ook "sukerpeeen" per boerenwagen aangevoerd. Soms was de aanvoer zo groot dat zelfs het standbeeld van Jacob Cats eronder bedolven werd. Na afloop van het seizoen 1983 is het met de afvoer van suikerbieten via de Brouwse haven afgelopen. AIle suikerbieten van Schouwen-Duiveland worden dan per as naar de fabrieken afgevoerd.

}'!oordi!ijde ha en, Brouwmhaven

5. Op deze ansieht uit 1916 staat abusievelijk aangegeven dat het de noordzijde van de markt betreft, doeh we hebben hier te maken met de zuidzijde. Het tweede pand van reehts is het postkantoor, dat vroeger behalve post- ook telegraafkantoor was. Sinds de realisering van een klein, maar modern kantoor in de Nieuwstraat, dient het nu als woning van de vroegere kantoorhouder P. Lijbaart, Markt 44. Reehts in de hoek een afdruk van het dagtekeningstempel van het Brouwse postkantoor uit het jaar 1886. Omstreeks 1912 werd het postkantoor vergroot door er een verdieping op te zetten, wat op deze foto aan het kleurversehil van de stenen duidelijk te zien is.

Noordr:ijde hauen, Brouuersheuen

?

6. Een erg gezellig plaatje van de Markt zuidzijde. Ook hier heeft de fotograaf zich weer in het opschrift vergist. Helemaal rechts zien we de manufacturen- of "ellegoed"-winkel van C. van Sluis, later van Tonepie van Sluis-Jonker. Een groot aantal personen slaat de verrichtingen van de fotograaf gade, zodat heel wat inwoners vereeuwigd konden worden. Het tweede pand van links, met de brede ramen en bovenluiken, is de timmermanswinkel van gebroeders Vink. In dit pand is tegenwoordig het timmerbedrijf Schilperoort (Markt 24) gevestigd. Links van dit pand woonden eertijds timmerman Vink en zijn ongehuwde zusters. Vervolgens zien we het van fraaie stoephekken voorziene Jagershuis, waarin drie aardige gevelstenen prijken: haas, hond en jager.

Havenpiein Z-Z,' Brouwershaven

7. Nogmaals de zuidzijde van de haven, maar nu heel wat jaren later. Rechts zien we weer de timmermanswerkplaats van de gebroeders Vink en links daarvan het woonhuis. Hier woonden de gebroeders Vink met een aantal zusters Vink en dan voigt het Jagershuis. Vervolgens komen we dan het eerste Brouwse monument tegen in de vorm van de oude stadswaag. Het is een uniek monument in de smalstad en dateert van het jaar 1646. Een gevelsteen boven de ingang getuigt van een eerste restauratie in 1819. In de waag werden vroeger onder andere meekrapvaten gewogen en weer later hebben veldwachter Jacob Blaas, een geboren Tholenaar, en stadsomroeper David van den Hoek erin gewoond. Daarna heeft dit gebouw jaren leeg gestaan: het was dringend aan restauratie toe.

8. Reeds in het jaar 1964 werd door de raad van Brouwershaven in principe besloten over te gaan tot de restauratie van het op de lijst van beschermde monumenten geplaatste, van 1646 daterende, waaggebouw. Veel verder kwam men aanvankelijk niet. Behalve dan dat het gebouw steeds verder in verval geraakte, de Markt ontsierde en in feite een directe aanfluiting was voor het beleid van het gemeentebestuur ten aanzien van bij haar in eigendom zijnde monumenten. In het jaar 1975 kreeg architect W.J. Kraamer opdracht tot het maken van een restauratieplan en hij kwam met de gedachte om de praktijkruirnte van de plaatselijke huisarts L.A.M. Bruel er na de restauratie in te huisvesten en aldus geschiedde. Deze foto werd enkele jaren geleden (voor de restauratie) genomen en toont ons dus de toestand aan het begin van de jaren zeventig. Rechts zien we weer het Jagershuis, dat echter via een smal slop gescheiden is van het waaggebouw. Dat slop werd in vroeger jaren vaak genoemd naar de bewoners van het waaggebouw, zoals het "Slopje van Blaas" en later het "Slopje van David van den Hoek".

9. Het is nog niet zo heel erg lang geleden dat ieder dorp een eigen "vrachtrieer" had, die met eigen paard-en-wagen tegen een overeengekomen vergoeding een vaste bodedienst tussen stad en dorp onderhie1d. Op Sehouwen-Duiveland waren bijna aile dorpen via zo'n bodedienst verbonden met de stad Zierikzee. Hier zien we voor het Jagershuis de "vrachtkarre" van "vrachtrieer" Van Sluis. Op de bok zit Kees van Sluis en de man met de horlogeketting, leunend tegen de kar, is Gert van Sluis Lzn. Daarboven is een tarievenbord bevestigd van Van Gend & Loos. Het jongetje met die grote hoed op moet Gerrit Leendert van Sluis zijn, geboren 19 april 1900. De vrouw met "aekmuste" op is de vrouw van commies Lurkus, die reehts van het Jagershuis woonde, en de vrouw reehts, met een kind op de arm, is Tonepie van Sluis-Jonker. Dit kind is Grietje van Sluis. Tonepie draagt een "baelesehorte"; dat was een juten sehort voor 't ruwe werk en dat was er voor huisvrouwen in die tijd heel wat, De foto dateert van rond 1905.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek