Capelle aan den IJssel in oude ansichten

Capelle aan den IJssel in oude ansichten

Auteur
:   H.A. Voet
Gemeente
:   Capelle aan den IJssel
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3593-1
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Capelle aan den IJssel in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

Wie oude ansichtkaarten van zijn woonplaats verzamelt, komt tot de merkwaardige, vaak ook schokkende ontdekking, dat hij een plaats in beeld brengt, die niet meer bestaat. Dit geldt ook voor dit boekje; zo zal degene, die het doorbladert eveneens ontdekken, hoe weinig er van het dijkdorp Capelle is overgebleven.

Rond de eeuwwisseling telde Capelle ongeveer 5000 inwoners, die voornamelijk hun bestaan vonden in de vele kleine industrieen langs de IJssel. Scheepswerven, steenbakkerijen, rietmatterijen, glasfabrieken, touwslagerijen en enige lichte chemische industrie, dit alles aangevuld door de agrarische bedrijvigheid in de polder, vormde het hart van de economie. Daarnaast treffen wij een opvallend groot aantal middenstanders aan, zoals kruideniers, bakkers, cafehouders enzovoort.

De westelijke gemeentegrens werd tot 1940 gevormd door de IJsselmondselaan, tevens het beginpunt van onze rondleiding door het Capelle van vroeger. Ruwweg kan men Capelle in vier woonkernen verdelen:

1. de dijk vanaf de IJ sselmondselaan tot iets voorbij de huidige Algerabrug, de Nijverheidsstraat, of ook wel Capelle-Keeten genaamd;

2. de Oude Plaats, rand het tegenwoordige politiebureau;

3. de kern rond de hervormde kerk, het oudste gedeelte van Capelle, waar men nog huizen uit circa 1750 aantreft. In de zestiende eeuw moeten hier al vijfentachtig huizen hebben gestaan;

4. ten slotte de 's-Gravenweg, de Bermweg en de Kanaalweg.

Langs de zeer oude 's-Gravenweg, die naar Kralingen voert (niet voor niets luidt het gezegde "Zo oud als de weg naar

Kralingen"), stonden hoofdzakelijk boerderijen. Helaas is het fotomateriaal hiervan erg schaars, zodat ik mij needgedwongen tot twee kaarten heb moeten beperken (foto 61 en 62). Op de Bermweg en de Kanaalweg was er overigens meer te beleven. De woonkernen hier ontstonden nadat de Prins Alexanderpolder in 1875 droog kwam. Het waren vooral mensen van buiten Capelle, die zich hier vestigden.

Het zal de lezer niet verwonderen, dat er nooit een grate eenheid onder de bevolking van Capelle heeft bestaan, daar iedere woonkern een zelfstandige gemeenschap vormde, Bovenstaande indeling geldt ook voor onze denkbeeldige wandeling door het Capelle van zo'n zestig jaar geleden. Vanaf de IJsselmondselaan kuieren wij over de dijk costwaarts voorbij de Kerklaan tot aan de steenplaats "De Kouwenhoek" (de dijk heet achtereenvolgens: Nijverheidsstraat - Keetense dijk, Dorpsstraat - Groenedijk), keren dan terug en slaan de Kerklaan in, aan het eind waarvan wij links de 's-Gravenweg op gaan. Bij de Kanaalweg slaan we dan weer rechts af en waar deze de Bermweg kruist, gaan we naar links in de richting Rotterdam. Onze wandeling eindigt in het Bermweglaantje.

De argeloze lezer, die deze wandeling heden nog eens wil overdoen, zal wel zeer bedrogen uitkornen. Onnodig roekeloos is er met de bebouwing en beplanting omgesprongen. Vee I panden vielen ten prooi aan de moker van de sloper; het levenswerk van menig voorouder werd onder het motto "Opgeruimd staat netjes" teniet gedaan.

Niet alleen in de bebouwing is er veel veranderd, maar ook in sociaal opzicht. Wij moeten ervoor waken, niet meegesleept

te worden door de rustieke tafereeltjes van weleer. Ach ter de schi!derachtige geveltjes uit de "goede oude tijd" woonden vaak twee of drie gezinnen opeen en er was dikwijks veel armoede en ziekte. Nauwelijks hadden de kinderen de lagere school verlaten, of er werd een baan voor hen gezocht, waar ze gedurende zes dagen per week van's ochtends 6 uur tot 's avonds 7 uur voor een laag salaris moesten werken. Ook de veelbelovende leerlingen ondergingen dit lot, want "je kon toch niet allemaal professor worden! " Daar stond tegenover, dat zij in het hele dorp ongestoord konden spelen en kattekwaad uithalen, omdat er nagenoeg geen verkeer was. Dat de band onder de bewoners van de afzonderlijke woonkernen zeer hecht was, is een ding dat zeker is: zij deelden immers in een armoede die wij niet meer kennen. In geval van ziekte of nood was er altijd wei een helpende hand. Dat had echter ook zijn schaduwzijde. Mede door het gebrek aan dagelijkse verstrooiing beloerde en beroddelde men elkaar zo veel mogelijk en burenruzies kwamen vaak voor.

Het grootste deel van het fotomateriaal over het oude Capelle heeft in de loop der jaren ... de vui!nisman verzameld. Het was verre van gemakkelijk het kleine deel dat nog over was bijeen te krijgen. Ik hoop daarom van harte, dat dit boekje voor menigeen een aanleiding zal zijn zich nog eens te bedenken, voordat hij een oude foto van Capelle, die wellicht bij een grote opruiming te voorschijn komt, weg zal gooien. Een dergelijk plaatje is bij de samensteller dezes nog steeds van harte welkom!

Een andere moei!ijkheid bij het samenstellen van dit boekje was het verzamelen van de benodigde gegevens. Daar ik noch de leeftijd heb om over vroeger te kunnen meepraten, noch

zelf in Capelle ben geboren, was ik aangewezen op oude, geboren Capellenaars. Ik noteerde, schifte en rangschikte de vele gegevens, die zij mij welwillend verschaften. Bij de uitwerking van de notities heb ik bewust getracht, mij niet aileen tot jaartallen en het vermelden van namen te beperken, maar "in de wandeling" tevens een zo goed mogelijk beeld van het dagelijks leven in het Capelle van vroeger te geven. Daarbij moet echter nadrukkelijk worden aangetekend, dat ik geenszins de pretentie had een historisch werk te schrijven. De juistheid van de feiten heb ik weliswaar, in zoverre deze controleerbaar waren, zo goed mogelijk met weer andere bronnen geverifieerd. Mocht de oplettende wandelaar op zijn tocht niettemin een feit tegenkomen dat niet helemaal klopt, dan hoop ik dat hij mij dit wi! vergeven.

Hierbij wil ik ook de velen bedanken die rnij bij de totstandkoming van dit boekje op zo'n voortreffelijke wijze terzijde hebben gestaan. Hun aantal is te groot om ieder afzonderlijk te noemen. Een uitzondering wil ik echter maken voor de heer P. Damsteeg, die veel voorbereidend werk heeft verricht, en voor de heer E.K.M. van Leerdam, die de door mij verzamelde gegevens in een prettig lees bare vorm heeft gegoten. De grote Engelse schrijver Oscar Wilde ten slotte, heeft eens gezegd: "Niemand is rijk genoeg om het verleden terug te kunnen kopen". Dat deze uitspraak niet helemaal opgaat, moge dit boekje bewijzen. AI diegenen die het terhand nemen, wens ik een plezierig oponthoud in het Capelle van voorbije jaren toe.

Uitg. S. & W. N. van Nooten. Schoo.hoven. No. 269.

Kralingscbe Oostkade.

1. Onze wandeJing, door het Capelle van ruirn zestig jaar geleden, begint bij de IJsselmondselaan, die destijds door de Rotterdammers ook wei de KraJingse Oostkade werd genoemd. De thans zich daar bevindende gereformeerde kerk was nog niet gebouwd. Er waren toen twee opritten naar de dijk: een daarvan is op de foto zichtbaar, de zogenaamde "rechte stoep". De tweede oprit, die vooral door de Capellenaars werd gebruikt, de "kromme stoep", Jigt verborgen achter de schutting. Rechts op de foto bevond zich de groente- en fruithandel van de heer v.d, Wiel en twee panden verder, verscholen achter de halsgevel, had bakker Goris Luyten zijn nering,

Pootscheveer

CAPELLE a. d. Ijssel

2. Niet ver daarvandaan bevond zich het Pootehoofd of Pootsche Veer, genoemd naar de eigenaar, de heer Poot. Hier meerden twee boten aan: de IJssel I, die tweemaal daags een dienstregeling tussen Rotterdam en Gouda onderhield (zie afbeelding 54), en de IJ ssel IV, die ook wel de Ouderkerker werd genoemd, omdat die tussen Rotterdam en Ouderkerk voer. Vooral de dijkbewoners namen de boot, omdat het station van Capelle een heel eind verderop lag. De muur liet prins Maurits bouwen, omdat hier, evenals bij het Oude Slot (zie afbeelding 22), de dijk als onderdeel van de Hollandsche Waterlinie ten behoeve van Leidens ontzet (1573) was doorgestoken. In 1953 werd de muur afgebroken, toen de dijk op deltahoogte werd gebracht.

Keeten

CAPELLE a. d. Ijssel .

3. AI verder wandelend komen we bij een bocht in de Ilssel, waar drie panden onze aandacht trekken. Links op de voorgrond zien we kruidenier Willem Borsje voor zijn winkel staan. Met dorstige kelen kon men terecht in cafe-biljart "De Toekomst". Die toekomst was echter niet zo rooskleurig als werd gedacht: met vele andere huizen verdween jaren later ook dit pand. Een deur verder bevrijdde kapper De Bruin zijn klan ten van overtollig haar. Geheel op de achtergrond is nog het spuithuisje van de brand weer zichtbaar. Wie echter zou menen dat er iemand op de IJssel aan het spelevaren was, vergist zich; het is een vrachtboot, die daar de wind in de zeilen heeft! AIs behoeder van orde en goede zeden, heeft zich midden op de dijk, de fiets aan de hand, Jan de Knegt in de functie van politieagent opgesteld. Bij de kwajongens beter bekend onder de naam J an de Grijpert.

Open bare school, Capelle a. d. Ijssel

4. De open bare lagere school, die we thans passeren, telde honderden leerlingen. De foto laat de westgevel van het gebouw zien, met daarvoor de woning van de bovenmeester. Tot 1911 leidde de heer Visser de school, daarna aehtereenvo1gens de heren Tavenir, Ente en Bouvee, die in hetzelfde huis hebben gewoond. Dat de foto van v66r 1912 dateert, is af te leiden uit het feit dat na dit jaar, gedurende een aantal daaropvolgende jaren, de school met steeds een lokaal werd uitgebreid. De stelling op het dak van de school was er aangebraeht voor de brandweer, die hem gebruikte om de brandslangen te drogen, daar het spuithuisje tegenover de school lag.

~roefen uit

Kapelle a. d. Ysel

Uitgave J. (i. Vlieger, Rotterdam- 443

5. In 1872 vestigde Adrianus Vuyk zich in het huis rechts op de dijk en begon een scheepswerf. Dit terrein vormde tevens een geliefde speelplaats voor de Cap else jeugd. De werf was vrij toegankelijk; de jongens konden zelfs op het dak klimmen. Voor de Eerste Wereldoorlog bouwde Vuyk hoofdzakelijk rijnschepen, die door sleepboten werden getrokken. Later, na 1918, ging men op zeeschepen over. De arb eiders stonden op steigers naast de boten en klonken zo de platen aan elkaar. Recht tegenover de werf, waar een groepje mensen staat, was het cafe van de heer Neef, Na volbrachte dagtaak kwamen de arbeiders bij de heer Neef binnenwippen, die voor zijn klan ten reeds een borrel had klaargezet. Dew verdween in het keelgat en met de borrel ook de stamgast weer, op weg naar vrouw en kind.

Scheepswerf Vuik en Ijssel

CAPELLE a. d. Ijssel

6. Een andere blik op de scheepswerf van Vuyk, te Capelle-West, Er was nog veel handwerk in de scheepsbouw. Zo werden bijvoorbeeld de schepen met handkracht op de hellingen, links op de foto, getrokken. Rech ts zien we de grote timmerloods, waar tevens de ijzerwerkerij was gevestigd. Dat er toch wei sprake van mechanisatie was, bewijzen de hijsmasten (rechts), waarmee onder andere de ijzeren platen werden aangereikt. Voorheen werden deze platen met mankracht versjouwd, een karwei waarvoor wei dertig arbeiders nodig waren, die na het schaften, als ze waren uitgerust, werden geronseld. Het vcrwonderde destijds niemand, dat men onder de arbeiders de heren Vuyk zelf aantrof. Bij moeilijk of gevaarlijk werk stonden zij dikwijls vooraan,

Niiverheiastraet; Capelle a. d. ljssel

7. Wij blijven nog even in de Nijverheidsstraat en kijken in de richting van Capelle-Dorp. Het pand links, dat in 1926 werd gebouwd, was de slagerij van Arie Schippers. links op de achtergrond ziet u het huis van de heer Vuyk (zie ook foto 8) en aan de rechterkant, wat meer naar voren, het kruidenierswinkeltje van de gezusters Mik. Het huis met de puntgevel (rechts), was het geboortehuis van Gerard van Kleef. Gerards vader, Sijmen van Kleef, was machinist en zijn moeder, Jansje Sakko, dreef een winkel met ijzerwaren en galanterieen, Gerard had voorts een zuster, Maaik, en een broer, Arie, Dat Gerard een ondernemende jongeman was, zullen de Capellenaars zich nog herinneren. Hij vestigde zich als loodgieter en dreef vervolgens een eenmanszaak; het bedrijf groeide echter uit tot een vierhonderd man personeel tellend loodgietersbedrijf, misschien wei het grootste in Europa!

Uitg. S. & W. H. van Hooten, Schoonhoveo. No. 324

!. iqcc

Keten. C.d.-PELLE aid IJSEL.

8. We wandelen wat verder door de Nijverheidsstraat en kijken llU op de eerder genoemde woningen van de heren Vuyk. In het voorste huis woonde de heer Wout en daamaast Piet Vuyk, beiden directeur van de scheepswerf, die door de arb eiders respectievelijk Woutbaas en Pietbaas werden genoemd. In 1967 verdween ook dit pand. De oudste broer, Leen Vuyk, was in 1897 in Capelle-Dorp een nieuwe werf begonnen en woonde in de oude dorpskern (zie foto 42). De handwagen, hondekar en paardetractie vormden destijds het verkeer op straat. Naast de hondekar zien we Barend Stolk, winkelbediende bij de firma Schouten. Nog even aandacht voor de mast rechts op de dijk; dit was een telefoonpaal; elektriciteit kwam pas omstreeks 1920.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek