Cricket in oude ansichten

Cricket in oude ansichten

Auteur
:   J.E. Koch
Gemeente
:  
Provincie
:  
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2221-4
Pagina's
:   112
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2-3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Cricket in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

Engeland is de bakermat van die bijzondere zomersport die cricket heet. Niemand weet met zekerheid waar die naam vandaan komt, noch wanneer cricket eigenlijk is ontstaan. Een oude sport is het zeker. De historie wil dat in de veertiende of vijftiende eeuw Engelse boeren en schaapherders er plezier in vonden een bal, die een van hen opgooide, met een zware stok weg te slaan. Hoe verder weg, hoe beter, want de werper moest de bal ophalen en de slagman rende in die tijd zoveel mogelijk heen en weer naar de werpplaats om daarmee "runs" (punten) te verzamelen. Later kreeg de werper helpers om de bal tegen te houden of achterna te zitten, waardoor teams werden gevormd.

Uit dit primitieve begin is een sport ontstaan van hoge technische en tactische kwaliteit, met uitgebreide en ingewikkelde regels. Een sport die eerst in Engeland zelf en spoedig ook in landen onder Engels beheer een enorme populariteit kreeg. Zo mooi vonden de cricketers hun spel en met zoveel hartstocht beoefenden zij het, dat cricket de erenaam "the King of Sports" (de koning der sporten) kreeg.

In 1787 werd te Londen de Marylebone Cricket Club opgericht, thans alom bekend als de M.C.C., die van club uitgroeide tot autoriteit, tot hoogste gezagsdrager. De M.C.C. is als enige bevoegd de regels van cricket vast te stellen of te wijzigen.

De eerste sporen van het cricket in Nederland dateren van 1845, toen het spel gespeeld werd op de kostschool Noorthey bij Voorschoten. In Utrecht brachten .Kaapse" (Zuidafrikaanse) studenten cricket mee uit hun land, waar het allang gespeeld werd. Zij richtten een club op en oefenden op de Maliebaan en in het Sterrenbosch. Ook in Noordwijk was er toen een kostschool waar cricket werd beoefend. In Amsterdam schijnt in 1871 een cricketclub geweest te zijn, maar veel is er niet van bekend.

De eerste, echte, blijvende cricketclub ontstond in Deventer: "Utile Dulce" (UD), opgericht 10 oktober 1875. Drie jaar later volgde Den Haag met de Haagsche Cricket Club (HCC) en weer drie jaar later, in 1881, werd in Haarlem de cricket club Rood en Wit geboren. Deze drie clubs zijn thans dus meer dan honderd jaar oud en behoren tot de topclubs van ons land.

In het jaar 1881 trad cricket ook voor het eerst in de openbaarheid en weI op het Malieveld in Den Haag, waar tweeentwintig Nederlandse spelers (afkomstig uit Deventer, Den Haag, Haarlem en Noorthey) een echte wedstrijd

speelden tegen de Uxbridge Cricket Club, een Engels team dat in ons land verbleef. Dit moot het eerste contact zijn geweest tussen Nederlandse en Engelse cricketspelers, een contact dat zeer snel bijzonder innig werd. Het vaderlandse cricket zou nooit zo van de grond zijn gekomen, als er vanuit het "cricket-moederland" niet zo'n grote belangstelling voor had bestaan.

Nederland en Denemarken zijn de enige landen die nooit onder Brits beheer hebben gestaan en waar cricket wordt gespeeld. Verder heeft het in Europa geen voet aan de grond gekregen. WeI wordt er nu en dan gespeeld in Belgie (er is zelfs een jaarlijkse wedstrijd tussen Nederland en Belgie), Frankrijk en Duitsland, maar dan door in die landen woonachtige Britten, Indiers of Pakistani, zelden of niet door autochtonen. In West-Indie, het Caraibisch gebied (ook in Suriname en de Nederlandse Antillen), India, Pakistan, Sri Lanka, Australie, Nieuw-Zeeland en Zuid-Afrika is cricket een enorm ontwikkelde volkssport. In Amerika, Canada, Egypte, Israel, Maleisie en een aantal Aziatische en Afrikaanse landen wordt cricket gespeeld, zij het niet in grote omvang.

Keren we terug naar ons land aan het eind van de negentiende eeuw, waar cricket plotseling de wind f1ink in de zeilen kreeg. Overal staken cricketclubjes hoopvol de kop op, niet zelden opgericht door schooljongens, die het spel hier of daar hadden gezien en het zelf wilden gaan spelen. Veel van die clubs legden spoedig het loodje, al is een vereniging als het Utrechtse Hercules - thans al honderd jaar oud - ook zo gestart. Cricketvelden waren er niet. De clubs speelden lukraak op braakliggende terreinen, tot ze door de eigenaar werden verjaagd. Iedere club had eigen regels en gebruiken, die tot verrassing van de tegenpartij in een wedstrijd plotseling werden toegepast. De tijd was rijp voor een eigen bond. Het initiatief daarvoor ging uit van de Haagsche Cricket Club, die in 1883 de clubs bij elkaar riep in Utrecht, tot oprichting van de Nederlandsche Cricket Bond. Bij het verschijnen van dit boekje is de Bond (thans: Koninklijke Nederlandse Cricket Bond) dan ook precies honderd jaar oud. Of beter .Jionderd, not out" zoals ze in cricket zeggen.

Onder de mannen die de cricketsport in ons land door de moeilijke beginperiode heen hielpen, moet Pim Mulier (1865-1954) genoemd worden. Mulier was een groot sport-animator in een tijdperk dat het bedrijven van sport helemaal geen vanzelfsprekende zaak was. Hij geloofde in de waarde van de sport en heeft voetbal, hockey en met name cricket hier enorm gestimuleerd. In 1897 verscheen zijn boek "Cricket", een gedegen handleiding van het

spel plus een nauwgezette geschiedschrijving van de eerste vijftien jaar van de Nederlandsche Cricket Bond.

Die eerste jaren waren natuurlijk niet gemakkelijk, waarbij alleen al bedacht moet worden dat er vrijwel geen velden waren die voor cricket geschikt waren. De Engelse club St. Lawrence C.C., die in 1887 een paar wedstrijden in Nederland speelde, klaagde in een kranteverslag: ... Het terrein was vreseltjk slecht, bestaande uit stukken droog en nat land, en erg zacht. Een batsman kon zijn bat verscheidene inches in de grond steken. Als er een flinke slag werd gedaan, lag de bat in het water ...

De jonge cricketbond had het dus niet gemakkelijk, maar vol moed startte hij in 1891 met een georganiseerde competitie, die tot op heden onafgebroken heeft gedraaid. Cricket is uitgegroeid tot een volwaardige wedstrijdsport. Nederland onderhoudt ontelbare sportieve contacten met Engeland en andere grote cricketnaties. Het Nederlands elf tal ontmoet regelmatig gerenommeerde tegenstanders en doet mee aan belangrijke evenementen, zoals de I.C.C. Trophee (de wereldbeker in cricket). In ons land zijn thans zo'n zestig cricketclubs, die samen honderd vijftig elftallen de competitie in sturen. Het damescricket is vooral de laatste jaren sterk opgekomen en heeft een eigen competitie. Jeugdcricket wordt steeds beter georganiseerd en het veteranencricket bloeit. Professionele coaches zijn 's zomers bij alle grote verenigingen te vinden en zij spelen mee in de competitiewedstrijden.

Toch is de KNCB een in verhouding kleine sportbond. Cricket heeft als zomersport grote concurrentie te verduren van tennis, surfen, zeilen, honkbal, enzovoort. Maar cricket heeft duizenden trouwe volgelingen, want wie dit bijzondere spel eenmaal kent en zijn typische moeilijkheden onder de knie krijgt, blijft het door dik en dun trouw.

De foto's in dit boekje zijn geplaatst in chronologische volgorde. Zij geven een uiteraard onvolledig en globaal beeld van de opkomst en de groei van ons cricket in de jaren 1890-1940, de eerste halve eeuw dus, De sarnensteller is erkentelijk voor de hulp, ondervonden bij het bijeenbrengen van de foto's en het zoeken naar de juiste namen van de afgebeelde personen en voor het afstaan van foto's uit clubarchieven en uit particulier bezit. Een groot aantal foto's komt uit het archief van de KNCB.

1. Geen boekje dat de cricketsport als onderwerp heeft zou volledig zijn zonder een beeld van het centrum van deze sport, het cricketterrein "Lord's", aan de St. John's Wood Road te Londen. Lord's betekent voor de cricketer het middelpunt van zijn heelal. Daar zetelt de M.C.C. (Marylebone Cricket Club), de hoogste autoriteit van het he1e cricketgebeuren in de were1d. Lord's is het hart van de cricketsport.

Lord's is geen afleiding van de adellijke titel, maar was de naam van een ondernemend man, Thomas Lord, geboren in 1755, die in 1786 op verzoek van een aanta1 cricketspelers een terrein voor hun club inrichtte. Die club was de M.C.C. en het terrein werd bekend als "Lord's". Tweemaal moest hij met zijn veld verhuizen, de laatste maal in 1914 toen hij in St. John's Wood terechtkwam, waar Lord's nog altijd te vinden is.

De afbeelding is een lithografie van John Moore en laat Lord's zien in het jaar 1837. De match die daarop wordt gespeeld is Noord tegen Zuid en vindt plaats ter gelegenheid van het viiftigjarig bestaan van de M.C.C. De tekenaar heeft met zorg aIle elf veldspelers in beeld gebracht, de twee batslieden en de twee scheidsrechters. Rechts op het veld zitten de scorers op stoelen. Ret paviljoen rechts op de achtergrond was een noodgebouw, want het originee1 brand de in 1825 af. Ret huidige Lord's is omringd met tribunes en een groot, heel fraai paviljoen. Ret is een absoluut uniek complex met een heel bijzondere sfeer.

2. Zo'n dikke honderd jaar geleden was Deventer een echte sportstad. In 1849 bestond er reeds een schaatsvereniging en in 1871 een wielrijdersc1ub. De oudste, thans nog bestaande cricketc1ub van ons land werd er in 1875 opgericht en weI door een aantal gymnasiasten, die de naam van hun vereniging ontleenden aan een versregel van Horatius, "Utile Dulci", afgekort tot UD en in 1975 bevorderd tot de Koninklijke UD, ter gelegenheid van het toen honderdjarig bestaan. Maar op eigen kracht had het cricket dit bij UD niet gehaald; na een enthousiast begin was het spel gaan kwijnen en verdween het zelfs helemaal uit de UD-activiteiten. In 1927 werd het Deventer cricket nieuw leven ingeblazen en sinds 1928 speelt UD mee in de competitie van de cricketbond. Uiteindelijk blijkt cricket de Deventenaren toch te boeien en gaat UD een bloeiende crickettoekomst tegemoet, die haar na de oorlog in de topklasse van de competitie brengt, waaruit de Koninkliike UD thans niet meer is weg te denken.

Maar nu terug naar af: het was een in Deventer schoolgaande Engelse jongen, J.R. Dickson Romiin, die als voornaamste oprichter van UD wordt genoemd. AI staat in het eerste reglement van de club onder meer: ... De vereeniging stelt zich ten doel het bevorderen van gezondheid en vermakelijkheid ... , zeker zal dit niet het oogmerk van Dickson Romiin zijn geweest, die de liefde voor cricket uit zijn vaderland had meegenomen. Een jaar na de oprichting vertrok hij weer naar Engeland, zodat hii niet op de foto staat, genomen van de cricketers van UD bij het eenjarig bestaan. Deze foto van 1876 is een van de oudste afbeeldingen van een Nederlandse cricketc1ub, zo niet de oudste.

Staand, van links naar rechts: E. Los, B. Gorter, H.G.J. v.d. Bosch, Blijdenstein, J. Meijers, Duiivis, B. Coninck Lieftingh, A.J.C. Vitringa, D. de Graaf, J.J. de Blecourt, J. Witteveen, K. van Gerrevink, Nieuwenhuis en S. van Amstel.

Zittend, van links naar rechts: W.C. Cleveringa, J.A. Romer, M.E. Houck, J. Vitringa en J.D. de Blecourt,

3. In 1883 was de Nederlandsche Cricket Bond opgericht. Het initiatief daartoe was uitgegaan van de Haagsche Cricket Club en wel van haar lid Frans Netscher, die dan ook de eerste voorzitter van de NCB werd. Netscher was een bekend letterkundige, een der "Tachtigers", hoewel gezegd moet worden dat hij als literator vooral voortleeft in het beroemde of beruchte essay van Lodewijk van Deyssel "Ik houd van het proza", waarin deze het werk van Netscher krachtig afdroogt. Maar voor het cricket blijft de naam van Netscher geeerbiedigd tot op de dag van vandaag. Hij is te zien op bijgaande foto.

In 1884 organiseerde de jonge bond de "Groote Bondswedstrijden" op het Malieveld te Den Haag, van 23 tot en met 27 augustus. Het was een groots festiin: het Ministerie van Financien gaf toestemming het Malieveld te gebruiken, de gemeente Den Haag zorgde voor afzetting van het veld, het Ministerie van Oorlog stelde enkele legertenten ter beschikking en de muziekkapel van het 3e regiment huzaren zorgde voor een muzikale omlijsting, Zes clubs deden aan de wedstrijden mee, van wie de Haagsche Cricket Club (toen al kennelijk een geduchte tegenstander) de sterkste bleek en winnaar werd. Op de foto het elftal van HCC uit 1884.

Staand, van links naar rechts: P. van Witsen Elias, F. Netscher, K. Reynen, J. van Stolk, J.W.F. van den Bosch, D.A. Koster en E. Cremers.

Zittend, van links naar rechts: G. Vissering, R. Vorstius, G. Rombach, G.L. Mens en Fiers Smeding.

4. Het Malieveld in Den Haag is van 1881 tot 1887 gebruikt als cricketveld, in de eerste plaats door de Haagsche Cricket Club, maar ook voor bondswedstrijden, matches tegen Engelse clubs en ook weI door andere cricketverenigingen.

Het terrein heeft een merkwaardige status, tot op de dag van vandaag. Het valt als domein onder het Departement van Financien en niet onder het Haagse stadsbestuur, terwiil de oorspronkelijke be stemming als exercitieveld medezeggenschap van het Departement van Defensie (vroeger Oorlog) met zich mee brengt. Vanouds werd het ter beschikking gesteld voor volksfeesten en kermissen - ook dat is heden ten dage nog het geval.

De cricketers die er in de genoemde periode hun sport wilden bedrijven, ontmoetten dus lastige onderhandelingspartners. Daarbij kwam nog dat de met toezicht belaste boswachter het cricket slecht gezind was en bovendien een schaapherder voor ziin kudde het "recht van weide" had gepacht. Toch is er cricket gespeeld en hoe. Bij afbeelding 3 gaven we daar al een korte beschrijvingvan.

Hierbij wordt een tekening afgedrukt van Ch. Rochussen, die hij van een cricketwedstrijd op het Malieveld maakte voor het blad "Eigen Haard", Het liikt inderdaad een volksfeest, met veel publiek, vlaggen en een muziektent. Of Rochussen het cricketspel juist heeft weergegeven en of hij die ingewikkelde sport weI helemaal door had, wagen wij te betwijfelen, maar het geheel geeft toch een indruk van de sfeer van het gebeuren. Het zou kunnen ziin dat de spelers in de horizontaal gestreepte shirts Engelsen zijn, van wie is vermeld dat zij zo'n sporttenue droegen. Bij afbeelding 5 zien we overigens dat de spelers van de Utrechtse club Hercules in 1885 ook zulke shirts droegen. Er waait aan de middelste van de drie vlaggen een herkenbare Engelse vlag. Veldspelers en batslieden staan op de tekening vreemd opgesteld en de wickets staan veel te dicht op het publiek, dat daardoor kans loopt door de harde bal geraakt te worden.

Dat alles te hebben opgemerkt, betekent niet dat het geen leuke prent is. Integendeel!

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek