De Bilt en Bilthoven in oude ansichten deel 1

De Bilt en Bilthoven in oude ansichten deel 1

Auteur
:   J.W.H. Meijer
Gemeente
:   De Bilt
Provincie
:   Utrecht
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0910-9
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'De Bilt en Bilthoven in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

Op de scheiding van de zandgronden in het noorden en het drassige broekland in het zuiden, (ongeveer de weg De Bilt-Zeist) zal een geringe verhoging van de bodem zijn geweest. Geen heuvel, maar toch voldoende markant om als herkeniiingspunt dienst te doen bij de oudste vermelding in een oorkonde van bisschop Guy uit 1307. Hij schenkt dan grond aan het vrouwenklooster in zijn wildernis beneden Over hese " ... totter bilten wert". Bil of bult is te vergelijken met het woord belt in OostNed., dat daar nog steeds gebruikt wordt in de samenstelling "meulenbelt", de verhoging waarop de molen staat. Mogen we hiermede een verklaring hebben voor de betekenis van de naam, het ontstaan van de nederzetting op deze bil is geheel onbekend, omdat uit de bewoordingen in de oorkonde niet blijkt of daarmede de verhoging dan wel de nederzetting wordt bedoeld. Zeker is slechts dat sinds oude tijden in de naaste omgeving mensen geleefd hebben, gezien een grafveld nabij de buitenplaats Vollenhoven en de grote keien die eens in het ver verleden vermoedelijk een hunebed vormden in het Kloosterpark, thans de toegang flankeren naar het museum van het Staatsbosbeheer in Utrecht.

Tussen de nederzetting op de Bilt en de stad Utrecht daalde de grond aanmerkelijk. Het zal dikwijls drassig zijn geweest. Was een reiziger toch al laat - de stadspoorten

sloten met zonsondergang - dan zal hij veelal aan een van de Biltse herbergen de voorkeur hebben gegeven boven het risico van die moeizame oversteek. Bewaard gebleven koopacten nà 1600 geven zelfs dan nog voor De Bilt een naar verhouding groot aantal herhergen of logementen. We zouden er een bevestiging in kunnen zien dat de grond in De Bilt steeds droog bleef, ook als de dijken eens doorbraken en een ondersteuning van de theorie dat de handelsweg van het oosten naar het westen door de plaats liep.

Ook de stichting van het Benedictijner klooster Oostbroek omstreeks 1100 in het zuidoosten van de tegenwoordige gemeente mag bijgedragen hebben aan de vorming van de nederzetting op de bilt. De overlevering vertelt ons hoe twee ridders, Theodoricus en Hermannus, zich in het eenzame broekland in kloosterlijke afzondering terugtrokken. Dat hun voorbeeld navolging vond is buiten twijfel, want keizerin Mathilde, de vrouw van Hendrik V, schonk in 1122 al het broekland en het aangrenzende veen aan het klooster, dat toen nog arm was en in het moeras gelegen. Het was gewijd aan de maagd Maria en de heilige Laurentius die in 258 in Rome op een rooster de vuurdood stierf. De herinnering daaraan wordt ook in het Biltse gemeentewapen bewaard: een zwart rooster op een zilveren veld. De toe-

loop van mannen èn vrouwen maakte al spoedig van Oostbroek een dubbelklooster, waarvan de vrouwen in latere jaren werden overgeplaatst naar het Kloosterpark in nieuwe gebouwen bekend als het Vrouwenklooster.

Als bij zovele andere kloosters braken na 1566 ook voor Oostbroek en Vrouwenklooster moeilijke tijden aan. Het eerste verdween in 1580 toen de Staten van Utrecht het klooster voor opgeheven verklaarden, het tweede in 1585. De goederen werden nog tot ongeveer 1800 door rentmeesters beheerd maar door verkopen minderde het grondbezit geleidelijk. Aan het vrijkomen van die gronden heeft De Bilt in hoofdzaak zijn mooie buitenplaatsen te danken. (Houdringe, Oostbroek, Sandwijk, Het Klooster thans het K.N.M.I., Beerschoten, Vollenhoven, Jachtlust.)

Daar De Bilt in het gerecht van de abt lag was er in 1580 geen gezag meer. De Staten van Utrecht namen dit op zich.

Met de verkoop van het huis Oostbroek werd in 1678 een deel van het gezag verkocht, nI. het recht om twee schepenen aan te stellen.

In 1715 werd ook de rest verkocht voor f 6100, - aan Mr. Antonie Keppel. Deze advokaat voor 't Hof van Utrecht kocht de heerlijkheid De Bilt met alle gerechtig-

heden, d.w.z, hij mocht de schout en de overige schepenen aanstellen, ook de gadermeester, koster en doodgraver, gerechtsbode en schipper. Later waren verschillende leden van de fam. Van Ewijk ambachtsheer van De Bilt tot in 1798 als niet passende bij de volkssoevereiniteit hieraan een einde kwam.

Weliswaar zijn de ambachtsheren enkele jaren later weer in hun rechten van openbaar gezag hersteld, maar bij de grondwet van 1848 werd aan die heerlijke rechten definitief een einde gemaakt.

Dankzij de vestiging van het klooster werd al spoedig met de ontginning een aanvang gemaakt, welke van het zuiden naar het noorden opgezet, langzaam maar zeker een groot deel van de woeste gronden en drassige bossen wijzigde in cultuurgrond. Zandwegen welke met de ontginning mee steeds verder noordwaarts werden doorgetrokken als Esselsteech, Buersteech en Haechesteeg zijn, thans als verharde wegen, nog aanwezig, resp. als Hessenweg, Waterweg en Eerste Brandenburgerweg. De oudste Steenweg hebben we in het zuiden te zoeken, vrij zeker in wat wij nu de Hoofddijk noemen. De Utrechtse weg komt in 1293 al voor onder de naam Nieuwe Steenwech, terwijl de wetering langs de Hoofddijk nog tot in 1650 Oude Steenwechsweteringe wordt genoemd. De in Zeist voorkomende Oude Arnhemse Bovenweg

heeft in De Bilt een voortzetting als Looijdijk. Enkele andere van de oude wegen zijn de Achterdijk thans Burgermeester de Withstraat. de Veenwech nu Blauwkapelseweg en de Bisschopsweg of Groenekanseweg. De naam Soestdijkseweg is minder moeilijk te verklaren dan de oudere naam Spieringweg voor de eerste kilometer ervan. Meer noordelijk, van de Groenekanseweg af, droeg de weg de naam "Wech naar Hees".

Gelegen nabij een grote stad en daarvan de gevolgen ondervindend is De Bilt lange tijd een kleine plaats gebleven, hoofdzakelijk boerenbevolking en kleine ambachtslieden, met een uitzondering voor de bewoners van de grote buitenplaatsen die meestal alleen des zomers hier vertoefden. Omstreeks de eeuwwisseling telde het dorp slechts drieduizend inwoners, welke in hoofdzaak in het zuidelijk gedeelte van de gemeente woonden omdat Bilthoven noch als plaats noch als naam bestond. Bij de aanleg van de spoorlijn Utrecht-Amersfoort was alleen een stopplaats geprojecteerd voor Soesterberg, thans Soestduinen genoemd. De toenmalige bewoner van Jagtlust, jhr. Van den Bosch, beijverde zich echter om aan de Soestdijkseweg een halte te krijgen, hetgeen hem na verhoging van zijn inschrijving op het aandelenkapitaal en kosteloos afstaan van grond voor het station ook gelukte. Waar thans het laden en lossen ge-

schiedt, niet ver van de woning van de chef, stond het eerste station De Bilt zoals het officieel heette. Op 20 augustus 1863 werd het in gebruik genomen, tegelijk met de spoorlijn, temidden van de uitgestrekte bossen in een ons tellende eenzaamheid. Toch zou het nog tot 1900 duren voordat bij het station de eerste villa "Ensah" door MI. Ameshoff aan de noordzijde van de spoorlijn kon worden betrokken en aan de zuidzijde in 1901 de "Oase" gereed kwam. Dat is het begin van de bouwactiviteiten geweest, die na 1905 eerst goed op gang kwamen en de oorzaak werden van naamsverwarringen tussen het dorp De Bilt en Station De Bilt. Na vele suggesties werd in de raadsvergadering van 11 okt. 1917 op voorstel van Dr. Melchior de naam Bilthoven gekozen.

Om U dit oud-De Bilt en Bilthoven in herinnering te brengen is in hoofdzaak gebruik gemaakt van ansichten en foto's uit het gemeentearchief, aangevuld met enkele bijzondere afbeeldingen uit particulier bezit. Voor deze medewerking betuig ik graag mijn dank.

De Bilt, najaar 1969.

Groet uit ~e Bilt

6

... maar dan afgestempeld op 16.3.10.

:>;;5-:7 -

- .?. ~ ....

Toen was de Biltse Grift nog een water om op te spelevaren, zoals een andere oude ansicht ons vertelde. Deze kant verder geen commentaar ...

7

· .. en deze zijde eigenlijk ook overbodig, of het moest al zijn om de tegenwoordige "bewoners" van Jachtlust te rehabiliteren.

In 1917 links geen Van Boetzelaerpark maar bouw- en weiland waarbij voor menig Biltenaar herinneringen opkomen aan een daverende èn stoffige kermis! Bij het witte huis onder de bomen ("het Fortuin") begon het Dekkerspad naar de Blauwkapelseweg. Rechts loopt het jaagpad langs de Grift. Onvoorstelbaar is de rust als we weten dat nu ongeveer 40.000 auto's per dag dit punt passeren. De elektrische tram Zeist-Utrecht had hier een wisselplaats.

9

(; roet ui L lil-: B!LT.

Do rps st raut.

. -

:.~..-

.... ~. -

10

Omstreeks 1919 zag de dorpskern er aldus uit. Rechts de hoefstal van smid Takken, met ervoor de "dorpspomp", de als een paaltje in de grond staande openbare aansluiting op de drinkwaterleiding. Het witte huisje heeft plaats gemaakt voor een moderne winkel, zo ook bakker Top voor de heer Wegerif. Het huis met het hekwerk aan de linkerkant, behoorde toen nog aan Dr. Melchior, later aan de firma Bodegraven en Bieleman. De produkten van wagenmaker Egdom staan voor zijn huis.

Anno 1910. De samenwoning van links gemeentehuis en rechts postkantoor zal dan nog ongeveer twee jaren duren, voordat de post naar de Burgemeester de Withstraat verhuist. In 1844 werd de hier aanwezige rijtuigfabriek van Soeders door de gemeente gekocht en verbouwd tot school, schoolmeestershuis en raadkamer met archief. De school ging in 1883 over naar de nieuwbouw in de Tuinstraat, zodat na een verbouwing in 1885 de bovengenoemde combinatie kon ontstaan. In het steegje tussen postkantoor en Hoogland was de toegang naar een verblijf voor de nachtwachters en de stalling voor de brandspuit met handbediening!

11

u.re .. -á"::T', "El.-E:)',

29( .

De Bilt, - Dorpstraat.

12

De oostelijke entree van het dorp omstreeks 1900. Petroleumverlichting was aanwezig waar de Soestdijkseweg op de Dorpsstraat uitmondde. Hotel Nas, op de plaats waar sinds eeuwen reeds een logement of herberg stond, maakte bekend dat het ook nog een "ruime stalling" had, voor een drankje en een maaltijd kon vanzelfsprekend gezorgd worden. De brug over de Houdringse vaart is sinds 1953 verdwenen, de vaart tot een duiker gedegradeerd, hotel Nas door een verwoestende brand met de grond gelijk gemaakt.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek