De Bilt en Bilthoven in oude ansichten deel 2

De Bilt en Bilthoven in oude ansichten deel 2

Auteur
:   J. van der Heijden
Gemeente
:   De Bilt
Provincie
:   Utrecht
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4940-2
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'De Bilt en Bilthoven in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

In twee eerder verschenen deeltjes met afbeeldingen van Oud De Bilt en Bilthoven, resp. met 76 en 100 Ioto's, zijn in de inleidingen enkele algemene historische gegevens verwerkt. Daaruitblijkt o.a. hoe De Bilt op een hoge ouderdom kon wijzen, Bilthoven v66r 1900 op geen enkele kaart voorkwam en zelfs pas in 1917 die naam verkreeg. De kruising van de in 1863 geopende spoorlijn Utrecht-Amersfoort met de Soestdijkseweg, een eenzaam bosgebied, werd aangeduid met De Bilt-Station. Toen de "trek naar buiten" rond 1900 begonnen was, ontstond daar in weinig jaren een geheel nieuw dorp met aanvankelijk veel grote, later ook kleinere villa's. Door de oude toto's daarvan en ook die van de grote buitenplaatsen. wordt de indruk gewekt van aileen maar weIvaart en rijkdom. Het waren immers aIleen maar de "mooie" plaatjes die we koch ten om ze thuis te laten weten dat alles nog goed was met ons, of dat we goed waren overgekomen! Maar het echte dorpsbeeld van vroeger telde ook een zeer groot aantal bouwsels van veel eenvoudiger aard, de zogenaamde eenkamerwoningen. Ze zijn echter langzaam aan allemaal afgebroken of onherkenbaar verbouwd en aangepast. Voordat ze nu ook uit onzc herinnering zijn verdwenen, hebben we gernecnd enkele toto's van dat type woning op te nernen. Omstreeks 1910 waren er zeker nog 180 aanwezig, zoals bijvoorbeeld de afgebeelde langs de l e Brandenburgerweg en de "lange buurt" op het Jodenkerkhof. Maar ook langs de 2e Brandenburgerweg stonden ze, langs de Leijenseweg, Groenekansewcg, Akker, Hessenweg, Waterweg, Burg. De Withstraat, Looijdijk , (oude) Tuinstraat, Kapelweg en Dorpsstraat met drie zijsteegjes. Langs de Kapelweg staan ze er nog, ondanks verbouwingen is daar wei iets van vroeger te herkennen.

Het waren geen riante villa's, je viel hier letterlijk met de deur in huis, als ze al een voordeur hadden die niet dichtgespijkerd was. Vele hadden namelijk geen voordeur , maar aileen een achterom dat in de schuurruimte uitkwam , het tweede vertrek onder het dak. Het derde vertrek was meestal buiten, vaak voor gemeenschappelijk gebruik, een tochtig houtengeval, in de zomer kwalijk riekend. Ook een pomp vaor meer gezinnen, in de winter soms bevroren. Aan de Kapelweg hadden ze geen pomp, daar kwam al het water uit de Houdringsevaart voor het huis, waarin schoenmaker Van Ginkel zijn stinkende huiden waste. Soms bracht een welwaterput uitkornst, zelfs op de buitenplaatsen waar vaak ook een regenwaterput aanwezig was. In de kelder van Jagtlust is, ondanks de vele verbouwingen, de welwaterput nog bewaard gebleven. Meijenhagen had er een op de binncnplaats, gemetseld van grate stenen op nauwelijks vier meter afstand van de put, die bij het kleinste kamertje hoort.

Het grootste vertrek was de kamer/keuken met een zolder en stookgeJegenheid. Met een ladder en een luik kwamen de kinderen bij hun slaapplaats op het kleine zoldertje, in de schuur uitgebouwd de bedstede voor de ouders. In de schuurruimte boven de geitestal een zoldertje voor extra slaapruimte als de bokken van de geiten gescheiden moesten worden. Een vast raarn, soms met luiken in het voorhuis, in de schuur en op de zolder meestal een klein vierkant raampje. Zeer luxueuze kamers hadden dan nog wei eens een schuur erachter staande, soms zelfs gemetseld. De woningen aan de steegjes van de Dorpsstraat vanouds Steenstraat waren eigendorn van de ervoor aande straat wonende aannemers. Ze waren aanvankelijk meestal besternd voor het eigen personeel.

De Bilt kende vanouds een groot aantal "daghuurders" als gezinshoofden die in de tijd na omstreeks 1840 meewerkten aan de be bossing van de heide- en zandvelden ten oosten van de Soestdijkseweg en ten noorden van de Leijenseweg. De grote landgoedbezitters kregen hiervoor van de overheid aile medewerking. Maar in de winter brak voor die losse krachten een heel moeilijke tijd aan, waarbij een beroep op de diaconie moest worden gedaan.

Echte industrie kende men in De Bilt niet en naarmate we de eeuwwisseling naderden, werd het in de enige bedrijvigheid, de rijtuigbouw, steeds sleehter. Diverse eommissies poogden de allerarmsten in natura te helpen en ook circuleerden er lijsten waarop men een geldelijke bijdrage vroeg. Met hulp van de rijke landgoedbezitters samen werd ecn soort werkverschaffing in het leven geroepen waaraan ook de gemeente rneedeed. Diverse wegen werden toen bepuind met afbraakpuin , een grote verbetering van de oude klei- en zandwegen.

De plaatselijke gemeentearts dokter Lette ijverde al vroeg voor verbetering van de hygiene in de eenkamerwoningen, later geholpen door zijn eollega dokter Melchior. Door hen kwam het zelfs tot de oprichting van een Bilts Ziekenfonds, waara an een ieder kon deelnemen.

We hebben in vorige publikaties deze "keerzijde" van de Biltse samenleving nauwelijks aangeroerd, maarvelen onder u zullen zich echter uit hun jeugdjaren herinneren dat er nog hele rijen van dit soort huizen te vinden waren. Ze zijn nu uit het dorpsbeeld verdwenen. evenals de put en plee, de geiten zijn thans vervangen door honden.

Het eens zo landelijke beeld met aile laagbouw en als hoogste punt de peperbus van de oude dorpskerk, wordt overtroefd door de kolossen van woningen 6p elkaar: Cumulusflat, Biltstein flat en de torenflats langs de Alfred Nobellaan. We heb-

ben met opzet deze tegenstelling gekozen als het duidelijkste bewijs dat De Bilt en ook Bilthoven meegesleurd worden in de vaart der tijd. Want ook het eens zo ruimtelijke gezichtsveld over de zuidelijke weilanden kent nu een betonbegrenzing aan de horizon boven de schittering van honderden auto's op de snelweg.

Hadden we niet juist daarom die witte huisjes oR de hoek van de Tuinstraat, in het hart van het oude dorp, moeten bewaren als coulisse en herinnering? Aangepast voor alleenstaanden, studenten?

Maar wij moeten onderdak hebben, willen niet meer in een bedstede slapen of ons wassen onder de pomp buiten en op een oud turffornuis koken. Wij kennen elkaar nauwelijks meer, want sinds radio en TV onze huiskamers binnendrongen, gaan we minder buurten.

Rond 1900 kenden we elkaar bijna allemaal, we waren toen met nauwelijks 3000 inwoners een klein dorp met een spoorweg-station ergens ver weg in de eenzame bossen. Nu zijn we met elkaar al ver boven het tienvoudige van toen uitgegroeid en worden dagelijks genoemd als het orakel van De Bill, aangeduid met de letters KNMI. Geen oude put waar eenlanggejaste profeet de inspiratie of "de hoogte" kreeg, een langgerekte "kopspijker" is het symbooJ van weerkundig rekenwerk. En als u weten will hoe de oude houten toren er ook weer uitzag, blader dan eens in de volgende 76 prentjes. Ze helpen uw herinnering op weg en wat beJet u daarop voort te mijmeren?

l.W.H. Meijer, Sappemeer

de Bilt

1. "Anno 1884" staat vermeld op de voorgevel van dit gebouw aan de Dorpsstraat. Het pand vervulde in 1912 nog een zeer centrale rol in ons kleine dorp. De linker ingang leidde naar het gemeentehuis en via de rechter ingang betrad men het postkantoor. Bovendien was ook onze "politiemacht" hier gehuisvest. In 1912 onttrok "de post" zich als eerste aan deze bijzondere vorm van samenwoning om zich tijdelijk te vestigen in villa Rosenegg aan de Oude Bunnikseweg. Het gemeentebestuur vertrok in 1932 met zijn ambtenaren naar Jagtlust. Nadat in 1977 ook de politie nog een nieuw onderkomen kreeg aan de Leijenseweg, werd dit gebouw geschikt gemaakt voor bewoning.

2. Toen baron Van Heemstra op 2 mei 1927 na twintig jaar burgemeesterschap zijn functie neerlegde , moest een opvolger worden benoemd. Het werd de burgemeester van Koudekerke (Zeeland), baron Van der Borch tot VerwoJde van Vorden. Bij zijn installatie in juni 1927 bracht het Biltsch Kinderkoor hem een zanghulde. Natuurlijk moest onze nieuwe burgervader met zijn echtgenote op de foto. We zien hen hier poseren voor het gemeentehuis aan de Dorpsstraat, temidden van de wethouders en andere genodigden.

3. Op 20 mei 1879 startte de Stichtsche Tramway Maatschappij een tramverbinding Utrecht-Zeist. Onder grote belangstelling van de plaatselijke bevolking reed de eerste tram door onze Dorpsstraat. Tot 1909 werd de "Zeister Tram" getrokken door paarden, maar in 1909 werd na aanleg van bovenleiding, een elektrische tram in gebruik genomen. Er waren tien elektrische motorwagens gekocht bij Werkspoor in Utrecht. Op deze kaart uit 1910 zien we juist een van deze wagens bet dorp inrijden.

4. Verscholen achter de bebouwing van de Dorpsstraat, even ten oosten van het gemeentehuis, liep een straatje met een achttal eenkarnerwoningen, het "steegje van Van Santen". Hier was onder anderen personeel van de timmerman Van Santen gehuisvest. Aan het eind van het steegje stond het gezamenlijke "gemakhuisje". Van 1887 tot 1901 zijn drie van deze huisjes gebruikt als noodkerk voor de gereformeerden. In 1977 en 1982 werden de woningen door de gemeente aangekocht om in 1983 onder de slopershamer te verdwijnen. De foto werd in maart 1966 gemaakt.

5. Nadat de exploitatie van de "Zeister Tram" was overgenomen door de Nederlandsche Centraal Spoorweg Maatschappij, werd in 1903 het systeem van vaste halteplaatsen ingevoerd. De tram stopte niet meer overal waar de passagier wilde. De halteplaatsen werden aangegeven met borden. Even buiten het dorp was in 1899 een wachthuisje voor de passagiers gebouwd, dat in 1919 reeds weer werd afgebroken. We zien op deze prentbriefkaart van 1915 dat een rit naar Utrecht of Zeist 15 cent kostte.

De Bilt - Cafe ?? Plant"

6. Sinds in 1808-1809 de weg De Bilt-Amersfoort/Deventer werd bestraat, moesten de reizigers hier aan De Holle Bilt tol betalen. Omstreeks 1900 gingen de tolbomen echter voorgoed open en raakte de laatste tolgaarder Johannes Karel Plant zijn belangrijkste broodwinning kwijt. Hij kocht in 1901 van het rijk het tolhuis om verder als cafehouder door het leven te gaan. Op deze kaart van 1920 is het voormalige tolhuis inmiddels met een verdieping uitgebreid. Het was slechts een bescheiden stap in de groei naar het huidige motel/restaurant "De Biltse Hoek".

7. Het verkeer stelde rond 1925 nog geen hoge eisen aan wegdek of wegbreedte. De rijksweg naar Amersfoort, een klinkerweg, lijkt het verkeer wei te kunnen verwerken. Rechts op het landgoed Beerschoten staat een tuinmanshuisje van typisch 1ge-eeuwse Stichtse bouwkunst. Het is kort na de aanleg van de huidige Amersfoortseweg afgebroken. Op de achtergrond is vaag iets te zien van huize Vollenhoven, dat sinds 1922 wordt bewoond door de familie Van Marwijck Kooy.

Hui ze "OoBtbroek"

8. Huize .,Oostbroek", hier vanuit het widen gezien, is sinds 1916 weinig van uiterlijk veranderd. Met het omringende park vormt het een rustpunt tussen de rijkswegen en het opdringende universiteitscentrum "De Uithof". In de middeleeuwen was dit landgoed het domein van het Benedictijner mannenklooster .,Oostbroek". Vanuit dit kloosterbegon men in de 12e eeuw met de ontginning en het in cultuur brengen van het zuidelijk deel van De Bilt. Het klooster is, na aankoop door de stad Utrecht, in 1580 afgebroken.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek