De Boerenoorlog in oude ansichten

De Boerenoorlog in oude ansichten

Auteur
:   dr. H.J. de Graaf
Gemeente
:  
Provincie
:  
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4101-7
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'De Boerenoorlog in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

INLEIDING

Toen de Culemborger Jan van Riebeeck, in opdracht van de Oostindische Compagnie, op 8 april 1651 Kaapstad stichtte had hij nimmer kunnen denken, dat dit bescheiden nederzettinkje de grondslag zou vormen voor een aanzienlijk gemenebest. Zijn stichting, bedoeld als verversingstation voor de uit- en thuisvarende Oostinjevaarders, bevatte weldra een gestaag groeiende, bonte bevolking van Europeanen, voornamelijk gereformeerde Nederlanders, maar ook Franse hugenoten en Duitse lutheranen. Daarnaast werden ook slaven en Indonesische ballingen ingevoerd, De welvarende kolonie, die zich landinwaarts uitbreidde, leverde behalve graan, groenten en slachtvee, ook wijn en zuidvruchten. De gouverneurs Van der Stel (1679 tot 1708), vader en zoon, onder wier bewind Stellenbosch tot bloei kwam, poogden aan de kolonisatie zekere grootsheid en zwier te verbinden, Vooral in de landclijke bouwkunst kwam een eigen stijl tot uiting,

Op den duur vertoonden zich in de koloniale gerneenschap tegenstellingen. De bewoners van het Kaapse Kasteel en zijn orngeving, voornamelijk handelaars, ambtenaren en handwerkslieden, leefden anders dan de "boeren" in het vrije veld, die van de veeteelt bestonden, eenvoudig maar vrij leefden en dagelijks te maken hadden met de van het noorden opdringende Bantoestammen. De bevoogding door de Oostindische Compagnie werd als drukkend gevoeld. Een conflict met het moederland, gelijk in Noord-Amerika had plaats gevonden, zou wellicht onverrnijdelijk zijn geweest, als in de Bataafs-Franse tijd het Nederlandse gezag niet voor het Engelse had moe ten plaats maken. Twee maal kwamen de Britten, in 1795 en 1806. Na de eerste verovering duurde de bezetting slechts kort: in 1803, na de vrede van Amiens,

keerde de kolonie onder het oude gezag terug. Het daarop volgend weldadige bewind van de verlichte gouverneur Uytenhage de Mist zorgde er voor, dat de laatste herinneringen aan het Nederlandse gezag niet de slechtste waren. Doch in 1806 kwamen de Engelsen opnieuw opzetten, gouverneur Janssens moest capituleren en toen in 1813 Nederland weer een onafhankelijke staat werd, keerde de Kaapkolonie niet meer onder het oude bestuur terug. Ruim anderhalve eeuw bleef de Union Jack boven het Kaapse Kasteel wappereno

Evenwel, de rnoeilijkheden, die vooral de "Boeren" met Nederland dreigden te krijgen, waren gering vergeleken bij de botsing met het Britse gezag. Deze betrof: 1. de achteruitzetting der eigen taal bij rechtspraak en onderwijs; 2. de afschaffing der slavernij tegen een onvoldoende schadeloosstelling; 3. de bevoorrechting der Banfoes; vooral dit laatste werd door de grens-Boeren beschouwd als een gevaar voor hun bestaan. Een en ander leidde ten slotte tot een massale volksverhuizing, de "grote trek", naar plekken buiten het Britse gezag, die door epidemieen en bloedige inboorlingenoorlogen sterk ontvolkt waren. Tevens was het klimaat op de hoogvlakte voor de uit de tropen afkomstige Bantoes minden aangenaam. Toch deden zich met de aanwezige inheemser bloedige botsingen voor, bijvoorbeeld de vermoording van de leider Piet Retief en de zijnen door koning Dingaan (6 februari 1838) en de slag aan de Bloedrivier (16 december 1838) welke op Dingaansdag nog steeds herdacht wordt. Daar de Engelsen een vestiging aan zee belemmerden, trokken de meeste Boeren het binnenland in, waar twee republieken gesticht werden: Transvaal en Oranje-Vrijstaat. Of schoon de Britse autoriteiten de trekkende Boeren toch als onderdanen

van de Britse kroon bleven beschouwen, zijn zij er ten slotte toe overgegaan de zelfstandigheid der beide republieken te erkennen in respectievelijk 1852 en 1854, daar de bemoeienis met het binnenland niet meeviel.

Aanvankelijk leidden beide gemenebesten een bescheiden en sober agrarisch bestaan, geisoleerd als zij lagen, ver van de beschaafde wereld. Eigen goede zeden en vroomheid werden streng gehandhaafd. Contact met de buitenwereld werd weer verkregen door de verwerking en verkoop van minerale vondsten, het eerst van diamanten. Vergeefs had de ideal istische president Burgers getracht het moeilijk te hanteren Transvaal te moderniseren. De daarmede gepaard gaande verwarring schonk de Britten het voorwendsel om de beide republieken in te lijven. Herhaalde protesten, tot in Londen toe, mochten niet baten. Toen besprekingen niet baatten, werd tot geweld overgegaan, In een reeks van gevechten versloegen en verjaagden de Boeren de Engelsen, het hevigst bij de verovering van de Majubatop (27 februari 1881), die ook in het buitenland sterk de aandacht trok. Het liberale ministerie Gladstone toonde de moed, de onafhankelijkheid van de twee republieken weer te erkennen. Daarna begon een grote opbloei, economisch, maar ook cultureel. De Transvaalse president Kruger, die als knaap de grote trek had meegemaakt, schuwde geen buitenlandse hulp, met name uit Nederland. Zijn secretaris was de zeer bekwame en toegewijde Nederlander mr. Leyds, De spoorwegen, die hij liet aanleggen, onder andere naar het Portugese Lourenco Marques, om vrij te zijn van het Engelse Kaapstad, waren vooral het werk van "Krugers Hollanders". Officiele gebouwen werden vaak in Nederlandse neo-renaissancestijl gebouwd.

Inmiddels was aan de Rand goud ontdekt. Duizenden "uit-

landers" stroomden naar het nieuwe industriecentrum Johannesburg. Wei werd daardoor de financiele ruggegraat van het land versterkt, doch de nieuwe immigranten verzetten zich tegen versmelting met de reeds gevestigde Boerenbevolking en riepen luide om meer politieke rechten. Bovendien dreigden gevaren uit het zuiden, waar de Engelse predikantenzoon Cecil Rhodes de drievoudige rol van grootkapitalist van de diamantmijnen, stichter van Rhodesia en eersteminister van de Kaapkolonie speelde, zeer tot genoegen van de Engelse minister van kolonien Chamberlain. Zijn verantwoordelijkheid voor de Jamesonraid (1895/96) werd noodlottig voor Rhodes. Deze doldrieste poging om vanuit Mafeking met een troep avonturiers de onrustige Johannesburgers de hand te reiken, eindigde smadelijk in een capitulatie. Premier Rhodes viel weliswaar, maar de schuldigen kwamen met lichte straffen vrij, terwijl de verhouding tussen Boer en Brit voor goed bedorven was. Trage, gespannen besprekingen volgden, onder' andere over de spoedige toekenning van burgerrechten aan de ongeduldige uitlanders.

De oorlog,

Onderwijl wapenden de republieken zich om op alles voorbereid te zijn. Forten werden gebouwd, artillerie en ander wapentuig aangekocht. Zich bedreigd voelende eiste Kruger ten slotte terugtrekking van de Britse troepenconcentraties van de landsgrenzen. Toen Engeland deze eis als "indiscutable" verwierp verklaarde president Kruger de oorlog aan het Britse imperium. Zijn bondgenoot en vriend, president Steyn van Oranje- Vrijstaat, schaarde zich aan zijn zijde (11 oktober 1899). De krachten schenen te ongelijk. Een zeer goed geoefend beroepsleger streed tegen een volksleger van com-

mando's, aangevuld met de staatsartillerie en gemobiliseerde politie. Doch de Boeren waren geharde ruiters, uitmuntende scherpschutters en vertrouwd met het terrein, terwijl de Engelsen, hoewel zeker geen lafaards, hun voornaamste oefening op het exercitieterrein ontvangen hadden, terwijl hun officieren zich hadden ingesteld op een oorlog als in de Krim, 45 jaar te voren. Hun eerste aanvoerder was de zeer populaire Buller, die later tegenviel. Tegenover hem stond de veteraan uit de eerste vrijheidsoorlog, de grijze Joubert, die reeds op 27 maart 1900 overleed. Hij werd vervangen door de onvermoeibare Louis Botha.

Na de eerste verbijsterende successen der Boeren volgde geen snel doorstoten naar de kust, doch een moeizame belegering en beschieting van drie hoofdplaatsen: Ladysmith, Kimberley en Mafeking. Aile ontzettingspogingen der Engelsen mislukten smadelijk onder zware verliezen. De "Burgers" benutten uitmuntend de fatale vuurkracht der moderne schietwapens, doch buitten hun overwinningen onvoldoende uit. Daardoor kregen de Engelsen tijd en kans om enorme versterkingen aan te voeren. Bovendien kwam voor de onbekwame Buller de veel geschiktere Roberts, met Kitchener als onderbevelhebber. Daardoor geraakten de Boeren in het defensief, ze werden overvleugeld. De capitulatie van generaal Cronje bij Paardeberg, juist 19 jaar na de zege bij Majuba was een ramp. Daarna begon de Britse opmars naar Bloemfontein, dat op 13 mei 1900 vie!. Op 5 juni deed Roberts zijn intocht in Pretoria. Kruger had intussen de wijk genomen naar Waterval Onder, aan de spoorlijn naar Lourenee Marques, van waaruit hij nog enige maanden de verdediging leidde. Toen werd deze post onhoudbaar en de oude president ging in ballingschap. Natuurlijk werkten de neder-

lagen ontmoedigend en vele burgers gingen .Jruistoe". De oorlog scheen ten einde te lopeno Doch een aanzienlijke kern van dapperen zette de strijd voort onder leiding van energieke "vechtgeneraals " , onder welken vooral de "onvindbare" Christiaan de Wet uitblonk. Zo ging de oorlog nog twee jaren voort. Buiten de hoofdplaatsen brachten de Boeren hun tegenstanders gevoelige slagen toe, ja zij verplaatsten vaak het gevechtsterrein naar de Kaapkolonie, waar velen zich bij de burgers aansloten. Een maal werd de kust bereikt en met een Engels oorlogsschip schoten gewisseld. Met spanning keek de wereld toe naar deze ongelijke strijd. De Engelsen voerden narnelijk hun strijdkrachten op tot 440.000 man. Ter belemmering der rondtrekkende Boeren werden 8000 blokhuizen gebouwd, die door draadversperringen verbonden waren.

Ten einde zijn tegenstanders te beroven van een tehuis waar zij op hun verhaal konden komen, liet Kitchener aIle boerenhoeven verbranden. De vrouwen en kinderen werden in concentratiekampen verenigd, waar niet door opzet, doch door verwaarlozing 24,379 van hen bezweken. Toch werd de strijd voortgezet in de hoop op buitenlandse interventie.

President Kruger was intussen naar Marseille overgebracht door een Nederlands oorlogsschip, de Gelderland, hem door koningin Wilhelmina gezonden. Daar, evenals in Parijs, wachtte hem een geestdriftig welkom. De officiele ontvangsten waren echter veel koeler. Immers, doorreizende naar Duitsland, ontving hij te Keulen het telegram van de Duitse keizer, waardoor hem verwittigd werd dat zijne majesteit hem wegens een jachtpartij niet kon ontvangen. De oude president die inzag dat zijn Europese reis vergeefs was, reisde nu met de dood in het hart naar Nederland, waar de ontvangst overwel-

digend was (6 december 1900). De oudsten onder ons zullen zich dit nog wel herinneren. Doch wat vermocht ons vaderland anders te doen dan het aanbieden ener bemiddeling, die door Engeland werd afgewezen? Kruger is toen in Nederland blijven wonen en heeft onder anderen de stad der Dordtse synode bezocht, die hem als goed gereformeerde lief was. Op den duur maakte zijn gezondheid verhuizing naar een milder klimaat wenselijk. Hij overleed te Clarens in Zwitserland op 14 juli 1904.

De strijd woedde intussen voort. Of schoon buiten het Britse rijk bijna aile volken met de Boeren syrnpathiseerden, dorst geen regering een interventie aan. Engeland beheerste nu eenmaal de zeeen, Zo kwam het ten slotte toch tot onderhandelingen. Immers, het voortbestaan van het Boerenvolk liep gevaar. Dus kwam op 31 mei 1902, niettegenstaande fel verzet der "Bittereinders", de zogenaamde vrede van Vereniging tot stand. Dit betekende annexatie op milde voorwaarden. Tot eer van Engeland moet erkend worden, dat deze voorwaarden onder een liberaal ministerie trouw zijn nageleefd. Scheen de hoop op een zelfstandig cultureel en politiek bestaan na de bittere, onvermijdelijke nederlaag, aanvankelijk voor goed vervlogen, een nieuwe krachtige bezieling schonk de thuisreis van het gebalsemde lijk van president Kruger naar zijn vaderland. Te Pretoria, op het algernene kerkhof, te midden der zijnen, werd hij op Dingaansdag 1904 onder enorme belangstelling ter aarde besteld.

De kaarten.

Nadat de syrnpathie voor het stamverwante Afrikanervolk in Nederland lang had gesluimerd, ontwaakte deze na de overwinning op Majuba, Onder meer werd toen de Nederlands

Zuid-Afrikaanse Vereniging opgericht, die zich nog steeds beijvert om wederzijdse kennis te verbreiden. Nog krachtiger uitte zich de sympathie voor de strijdende en lijdende Boeren tijdens de tweede Vrijheidsoorlog. De kranten stonden er vol van, boeken en brochures verschenen en tal van series prentbriefkaarten werden uitgegeven, niet slechts in ons vaderland maar oak daar buiten. Daarom zal de hierna af te drukken collectie een internationaal krakter dragen, waarin zelfs Groot Brittannie niet ontbreekt. Tal van uitgevers zagen muziek in het uitgeven van kaarten over de heldenstrijd der Transvalers.

Wij beginnen met enige kaarten, die het verleden, de levenswijze en de gewoonten van het Boerenvolk ilIustreren. Daarna volgen portretten der voornaamste staatslieden en aanvoerders. Met die van "Oom Paul" zou men aileen weI een album kunnen vullen, Vervolgens enige af'beeldingen naar fotografieen, die destijds nog vrij schaars waren. Het talrijkst zijn echter de spotprenten, het uitverkoren wapen der zwakkeren tegen de overmacht. Behalve uit Nederland komen ze uit Frankrijk, Duitsland en Belgie en mogelijk hebben ze in nog meer landen bestaan. De meesten dateren uit het begin van de strijd, toen de geestdrift het sterkst oplaaide. Een bijzondere serie vormen de kaarten over de gevangenkampen der Boeren op St.-Helena ; deze serie werd uitgegeven in Nederland ten behoeve der krijgsgevangenen. Het bezoek der Zuid-Afrikaanse deputatie in het begin van 1901 en de komst van de vereerde president tegen het einde van dat jaar gaven aanleiding tot het drukken van talrijke kaarten. We besluiten met kaarten over enige bijzondere evenementen in verband met de strijd in Zuid-Afrika, onder andere de Zuid-Afrikaanse tentoonstelling.

Veri. Passage-Boekhandel 'S-Gravenhage.

1. Kaart van Zuid-Afrika, met twee kartons van het eigenlijke oorlogsterrein, naar Duits voorbeeld vervaardigd. Men ziet hoe de beide republieken: Oranje Vrijstaat met de hoofdstad Bloemfontein en de Zuid-Afrikaanse Republiek (Transvaal) met de hoofdstad Pretoria bijna geheel omsingeld worden door Engels gebied, Slechts een uitweg bleef over: de Portugese haven Lourenco Marques, waarheen president Kruger een spoorweg liet aanleggen,

2. Oorspronkelijke Bantoes aan het beraadslagen.

3. Ben ietwat dramatische voorstelling van Jan van Riebeeck's stichting der Kaapkolonie op 8 april 1652. Kaapstad was bedoeld als verversingsplaats voor de schepen der compagnie, wier bemanning vaak te lijden had van scheurbuik.

4. Ret huis van Jan van Riebeeck's grootvader te Culemborg, voor de restauratie van 1969 tot 1971.

5. Maria de la Quellerie, echtgenote van Jan van Riebeeck, geboren teRotterdam in 1629, overleden te Malakka in 1664.

6. Oude kasteelspoort te Kaapstad (1666) met het klokkentorentje, waarin een klok uit 1697 hangt. Door de poort is de "Kat" zichtbaar.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek