De Javaansche Vorstenlanden in oude ansichten

De Javaansche Vorstenlanden in oude ansichten

Auteur
:   dr. H.J. de Graaf
Gemeente
:  
Provincie
:  
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4360-8
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'De Javaansche Vorstenlanden in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

D~ .levaansche Unrstenlanden

in nude ansichten

door

Dr. H.I. de Graaf

Tweede druk

jubileumeditie ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de uitgeverij Europese Bibliotheek - Zaltbommel MCMLXXXVI

WWOEN

BOEKJE

ISBNlO: 90 288 4360 4 ISBN13: 978 90 28843608

© 1971 Europese Bib1iotheek-Zaltbomme1

© 2010 Reproductie van de tweede druk uit 1986

Niets uit deze uitgave mag worden vervee1voudigd en/of openbaar gemaakt door midde1 van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zander voorafgaande schrifte1ijke toe stemming van de uitgever.

Europese Bib1iotheek Postbus 49

5300 AA Zaltbomme1 te1efoon: 0418 513144 fax: 0418 515515

e-mail: publisher@eurobib.n1

INLEIDING

Ret huidige gebied der Javaansche Vorstenlanden heeft tweemaal een bloeitijd doorgemaakt, waaraan de naam Mataram onverbrekelijk verbonden is.

De eerste gouden eeuw ligt in de negende en tiende eeuw. Van de kunstgeschiedenis van dit tijdperk zijn wij beter op de hoogte dan van de staatkundige lotgevallen. Wie onzer kent niet zulke weergaloze bouwwerken als de Prambanantempels, met de daarbij behorende beeldhouwwerken! Doch behalve de schitterende kunstwerken kennen wij uit de al te schaarse inscripties slechts luttele jaartallen en enige koningsnamen, waarachter zich figuren verschuilen die ons niet helder voor de geest staan, niettegenstaande het vlijtig en vernuftig onderzoek der deskundigen in de laatste eeuw.

Zes eeuwen later kwam de leiding opnieuw aan Midden-Java ten Zuiden, nl. toen de grote Senapati, de legeraanvoerder, de eerste vorst van het Mataramse huis, er zijn kraton te Kota Gede stichtte. Zijn grootste bloei beleefde dit rijk, toen sultan Agoeng (1613-1646), de geduchte tegenstander van onze Jan Pietersz. Coen, zijn gezag over het grootste deel van Java uitbreidde en slechts voor de muren van Batavia het hoofd stootte ( 1628-1629).

Na zijn dood kwam al spoedig het verval; verdeeldheid en opstanden braken het rijk af, wat inmenging van de steeds groeiende macht der Oostindische Compagnie ten gevolge had. Immers, daar zij op hetzelfde eiland als de vorst van Mataram haar zetel gevestigd had, kon zij geen chaos naast zich dulden. Als symbool van haar invloed kan het fort, de lodji, gelden, die de Compagnie met onderbrekingen sedert 1680 ten noorden van de vorstelijke kratons bezet hield, dienende ter handhaving, doch ook ter observatie van de vorsten. Bij de dood van soenan Pakoe-Boewono II in 1749 verwierf zij zelfs de leenheerschappij over het Mataramse rijk; de vorst werd haar creatuur.

Toch vermocht de soenan zich zelfs met Nederlandse hulp niet tegen opstandige prinsen te handhaven, zodat in 1755 tot een rijksverdeling moest worden overgegaan. Een der rebellen, prins Mangkoe-Boemi, kreeg met de sultanstitel de helft des rijks, noemde zich sultan Amengkoe-Boewono (I) en stichtte de kraton Djokja-Karta. De soenan, de ongelukkige Pakoe-Boewono III, bestuurde nadien de andere helft vanuit de in 1743 gestichte kraton Soera-Karta. Bovendien bezat de Compagnie langs de noordkust en in West-Java een steeds groeiend gebied. Na de grote opstand van

prins Dipo-Negoro (1825-1830), die pas na grote inspanning werd onderdrukt, verkregen de Vorstenlanden hun huidige uitgebreidheid.

Bovendien had elke vorst nog een vrijwel zelfstandige vazal naast zich gekregen, de soenan sedert 1757 prins Mangkoe-Negoro; de sultan sedert 1813 prins PakoeAlam, zodat er in feite vier vorsten waren. In de hofsteden werd de Compagnie, daarna het gouvernement vertegenwoordigd door hoge ambtenaren, die sedert 1755 resident, na 1922 gouverneur waren. Dezen bewoonden eerst het fort, de lodji, doch betrokken op den duur een eigen statige residentie daar tegenover. Wat de vorsten gaandeweg aan feitelijk gezag verloren, wonnen zij in uiterlijke glans, waartoe hoge gouvernementstoelagen hen in staat stelden. Hun kratons waren grootser dan die van hun voorvader sultan Agoeng. Terwijl de invloed van het gouvernement op de bestuurszaken steeds groeide, werd de vorstelijke macht langzamerhand in hoofdzaak tot de kraton beperkt. Zij konden zich daarbij wijden aan de bevordering der Javaanse cultuur: letteren, dans en toneel, een schone, maar beperkte taak.

Zo bevatte de kraton, die op zich zelf al een merkwaardig bouwse1 was, binnen zijn weidse muren een ouder-

wetse, maar hoogst belangwekkende maatschappij, met instellingen en gebruiken, zoals die maar zelden elders werden aangetroffen. Er bloeide een kostbare, soms geraffineerde kunst, waarvoor in deze eeuw, de ogen der buitenwereld steeds meer open gingen, vooral na de oprichting van het Java-Instituut, dat van 1920 tot 1941 een Javaans cultureel tijdschrift, Djawa, uitgaf.

Deze Vorstenlandse cultuur gold voor velen als oorspronkelijk, en voor enkelen zelfs als een voortzetting der oude Mataramse cultuur uit de negende en tiende eeuw, welke na haar ontdekking steeds naarstiger werd bestudeerd en steeds meer bewonderd. Toch is zowel het een als het ander onjuist. Java's binnenland heeft juist zeer veel overgenomen van de kustbeschaving, zoals deze tot omstreeks 1600 aan Java's noordelijke stranden heeft geb1oeid. Zelfs thans is deze nog niet gehee1 en al verdwenen; men denke slechts aan het befaamde houtsnijwerk uit Japara. Bovendien was dit een cultuur, die meer openstond voor vreemde invloeden, zoals bijv. de Islam, die in het binnenland veel later en dan nog nooit van ganser harte in al zijn zuiverheid omhelsd werd.

Natuurlijk klopte de nieuwe tijd ook aan de poorten

der kratons. Men denke aan de steeds groeiende westerse invloed, de komst der cultures, de aanleg van de eerste spoorweg op Java van Semarang naar Djokja en Solo. Ten slotte ook de komst van zending en missie, samen met het westerse onderwijs. De hofsteden konden geen openluchtmusea blijven. Nieuwe bewegingen als Boedi Oetomo, de Sarekat Islam en Moehammadijah vonden juist in de Vorstenlanden veel aanhang, naar sommigen dachten, juist als reactie op het daar heersende conservatisme.

Het noodlottige jaar 1942 betekende ook voor de zelfbesturende vorsten het begin van een nieuw tijdperk, waarbij zij zich met meer of minder geluk dienden aan te passen.

Bij de keuze der gereproduceerde kaarten is naar zekere oorspronkelijkheid gestreefd, zelfs bij de rubriek der Hindoe-Javaanse monumenten, die moeilijk gepasseerd konden worden. Wat overbekend is, werd niet opgenomen. Liefhebbers van sawa's met ploegende karbouwen onder wuivende palmen met een rokende vulkaan op de achtergrond, zullen deze moeten missen. WeI is ernstig getracht minder bekende zaken van het Javaanse cultuurleven onder de aandacht der kijkers

en lezers te brengen.

Eerst stellen we de eenvoudige Javaan voor - de vorsten zullen later aan de beurt komen. Dan laten we iets zien van het oudste Mataram en zijn beschaving. Daarna komen de nieuwere kratons aan de beurt, uiteraard de huidige het meest. We maken aan de hand der kaarten een wandeling van het voorplein, de aloenaloen, naar het binnenste van de kraton, waarbij de ter zijde van dit plein liggende moskee niet mag worden overgeslagen. Vervolgens maken we met de vorsten zelve kennis, en met de feestelijke plechtigheden waarbij nog iets van hun oude glorie naar buiten straalde: de garebegs, die nu tot het verleden behoren. Dan worden zaken en personen behandeld, die buiten de kraton voorkomen, doch er wel mee verband houden, zoals de rijksbestuurder en zijn hof, de buitenverblijven enz. Van de Javaanse cultuur worden muziek, toneel (de wajang), dans en ander nuttig en aangenaam tiidverdrijf besproken. Vooral het toneel blijkt zeer veelzijdig te zijn: de verschillende soorten poppenvoorstellingen en de dramatische uitvoeringen met mensen, zoals de wajong wong.

Hierbij sluiten aan de Javaanse passar, het domein der

vrouw, en de kunstnijverheid, waarbij slechts het woord batikken behoeft genoemd te worden, om te doen beseffen, hoe wijd dit terrein is.

De volgende plaatjes beelden af, hoe ook in de Vorstenlanden het leven bedreigd wordt, door vuur en water, en zijn einde vindt op de stille pakoeboeran (begraafplaats).

Naast de grote massa der Javanen mogen ook de Europese en Chinese gemeenschappen niet vergeten worden, die elk hun bescheiden rol speelden.

Eindelijk wordt iets getoond van de invloeden van buiten: onderwijs, zending, nationalisme.

Het is opmerkelijk, dat over de vele uitingen der Javaanse cultuur talrijke kaarten zijn uitgegeven, vooral nadat de V orstenlanden in het toerisme waren opgenomen, met name Djokja-Karta, tussen Boroboedoer en Prambanan gelegen. Reeds in het begin dezer eeuw werden veel kaarten gedrukt door plaatselijke uitgevers, zodat veel ouds en schilderachtigs kon vertoond worden.

Door onwetendheid en slordigheid dragen sommige kaarten onjuiste bijschriften. Deze zijn stilzwijgend verbeterd. Daartegenover staat, dat menige prent-

brietkaart zaken atbeeldt, waarvan men vergeefs elders een prent of foto zal zoeken. Er worde aan herinnerd, dat de toevoeging dl (doorloper) aanduidt, dat de kaart in 1905 of eerder werd uitgegeven. De vermelding der uitgevers is wat ingekort. Zo is de lange formule .ArwKiekjes van Java's Land en Volk" afgekort tot Arw-kiekjes; boekhandel tot boekh., Weltevreden tot Welt. enz.

De Javaanse a in open lettergrepen is vaak vervangen door een 0, daar dit meer met de gewone uitspraak overeenkomt, dus: Pakoe-Boewono, in plaats van Pakoe-Boewana: Boroboedoer voor Baraboedoer enz. Aan het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde te Leiden worde hierbij dank gezegd voor het verlof om uit hun rijke verzameling te reproduceren, gelijk dit reeds bij de vroegere deeltjes was toegestaan. Ook aan mijn vriend dr. Th. Pigeaud spreek ik hierbij mijn oprechte dank uit voor het nazi en der bijschriften, die hij met menige pittige opmerking verrijkte. Moge dit boekje bijdragen tot grotere bekendheid der merkwaardige Javaanse beschaving, waarvan wij thans niet weten, hoeveel daarvan zich in het modeme Indonesie zal kunnen handhaven.

Een typische Javaan van eenvoudige stand, getekend door mevrouw H. J. van Lent Gmt, genaamd: Wongso Kromo. Men placht de Javaan soms met Kromo aan te duiden, zoals een Nederlander met Jan (Jan Salie liever niet). (uitg. onvermeld)

JAVAAN

n. J. ,-. n Lent-Gcrt

Landbouwer-Djocja

10

Nog steeds leeft het rnerendeel der Javanen van de landbouw. AIleen grondbezit is echt bezit. Hier een boer (tani), die met zijn twee karbouwen een droge akker (tegal) beploegt. (uitg. Tan Bie Je, Djocja)

Rich Javanese family Djocja

Gegoede Javaanse familie, die Westerse meubelen rijk is. De vier knaapjes zijn met een ronde haarkam getooid, ten teken, dat zij nog rangloos zijn. (Arw-Kiekjes. No. 121)

Rijke javaansche familie Djocja

11

Javaa sche vrouw mel hare kinderen. Javanese woman with her children.

copyright.

Javaanse volksvrouw, met een kind nog steeds aan de borst, terwijl het andere nog niet aan kleding toe is, dus onder de tien. (Arw-Kiekjes. No. 274)

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek