De Koninklijke Luchtmacht in oude ansichten

De Koninklijke Luchtmacht in oude ansichten

Auteur
:   J. van den Berg
Gemeente
:  
Provincie
:  
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0006-9
Pagina's
:   120
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2-3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'De Koninklijke Luchtmacht in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

INLEIDING

Het was in 1911 dat voor het eerst in Nederland met vliegtuigen werd deelgenomen aan legermanoeuvres. Dat gebeurde op voordracht van luitenant-generaal C.I. Snijders, chef van de generale staf en voorzitter van de op 21 maart 1910 ingestelde militaire luchtvaartcommissie.

De vliegtuigen die deelnamen aan deze manoeuvres waren zes van particulieren geleende toestellen, welke gevlogen werden door de eigenaars of door een militaire "vliegenier", terwijl een officier als waarnemer fungeerde. De resultaten waren echter nog niet geweldig. Zo was bepaald dat het risico van beschadiging van de vliegtuigen geheel voor rekening van de vliegers kwam, hetgeen hen uiterst voorzichtig maakte. Vooral de vliegers die niet in een eigen vliegtuig vlogen en dus verantwoordelijk waren tegenover de eigenaars namen geen enkel risico. Voorts had men nog geen echte vliegkaarten, maar gebruikte men aangepaste stafkaarten. Daarnaast werden de resultaten nadelig beïnvloed door de ongeoefendheid van de waarnemers. Niettegenstaande deze ongunstige factoren was de oogst aan belangrijke berichten - militair gezien gunstig te noemen. De conclusie was dan ook dat het rijk moest beschikken over eigen vliegtuigen, een eigen vliegterrein en geoefende vliegers.

In 1913 was het zover. Na onderhandelingen met de gemeente Soest werd op 28 maart een aantal percelen, die het vliegkamp Soesterberg uitmaakten, door de eerstaanwezend ingenieur der genie voor de Staat der Nederlanden in bezit genomen. Deze percelen waren sinds 1909 bij de firma Verwey & Lugard's Vliegkampen in gebruik geweest. Op 16 april tekende koningin Wilhelmina in haar vakantieverblijf te Oberursel in Duitsland een Koninklijk Besluit, inhoudende de oprichting op 1 juli 1913 van een luchtvaartafdeling. Deze afdeling zou rechtstreeks onder het bevel van de chef van de generale staf komen te staan.

Tot commandant werd benoemd de kapitein der genie H. Walaardt Sacré en als vliegers werden ingedeeld de eerste luitenants Van Heijst, Versteegh en Coblijn, alsmede de burgervliegers Van Meel, Bakker en Van Steyn, die later militair vlieger werden. Het materieel waarover men beschikte, bestond uit één gehuurd vliegtuig "De Brik van Van Meel" en een "Spijker"-automobiel. De minister van oorlog keurde op 2 juli de voorgenomen bestelling van drie Farman vliegtuigen goed, welke in oktober van dat jaar werden afgeleverd.

Kort daarop werden te Serajewo de Oostenrijks-Hongaarse troonopvolger en zijn gemalin vermoord, wat aanleiding werd tot het uitbreken van de eerste wereldoorlog. Het Nederlandse leger mobiliseerde en de commandant luchtvaartafdeling kreeg opdracht verkenningsvluchten langs de grens te laten uitvoeren. De eerste van deze vluchten werd op 1 augustus 1914 uitgevoerd door luitenant Van Heijst, maar deze meldde bij terugkomst op Soesterberg niets te hebben gezien aan Duitse zijde.

De aanschaf van nieuwe vliegtuigen leverde als gevolg van de oorlog aan onze grenzen enorme problemen op. Het was onmogelijk geworden vliegtuigen in het buitenland te kopen en intussen ging het materieel door het intensieve gebruik hard achteruit. Gelukkig bleek de n.v. Nederlandse Automobiel- en Vliegtuigenfabriek Trompenburg te Amsterdam ("Spijker") in staat een aantal Farman-F22 en Nieuwpoort-Xl C.I vliegtuigen na te bouwen. Voorts werden er een groot aantal "genoodlande", van de oorlogvoerenden afkomstige toestellen geïnterneerd met als gunstig resultaat dat hiermee door de vliegers en technici van de luchtvaartafdeling een schat aan ervaring kon worden opgedaan. Ook gelukte het in 1917 en 1918 nog een aantal Fokker-D Hl 's en Rumpler-C VIII's in Duitsland aan te kopen, terwijl Frankrijk enige CaudronG IV's en Nieuports leverde. Aan het eind van de eerste wereldoorlog beschikte de luchtvaartafdeling over meer dan honderd vliegtuigen en, behalve Soesterberg, over permanente vliegvelden te Gilze-Rijen, Venlo, Arnhem, Souburg (Zeeland) en Schiphol.

Het jaar 1919 was van grote betekenis voor de luchtvaartafdeling. Op Soesterberg werd toen onder leiding van luitenant-vlieger-arts P.M. van Wulfften Palthe, de "Medisch Aviatische Studiedienst" opgericht. Ook werd de vliegschool onder leiding van Versteegh opgericht en bij koninklijk besluit van 14 oktober 1919 nummer 54 werden de eerste borstonderscheidingsteken voor "vliegenier" en waarnemer ingevoerd. Door de vestiging van de Fokkerfabriek hier te lande kon een deel van het aanwezige sterk verouderde materieel worden vervangen door modern materieel. Zo konden in 1920 en 1921 20 D VII jachtvliegtuigen en 56 C I verkenningsvliegtuigen in gebruik worden genomen, maar verdere vernieuwingen geschiedden slechts incidentee1. Ondanks deze situatie, wisten Nederlandse militaire vliegers opmerkelijke prestaties te leveren, waardoor de faam van enkelen van hun en de naam Soesterberg in de hele wereld bekend werden. In 1923 won het escadrille Versteegh met Fokker-VII's bij internationale vliegfeesten te Stockholm de eerste prijs in formatievliegen. Naar aanleiding van een demonstratie, gegeven tijdens een tussenlanding te Kopenhagen kwam het dagblad "Berlinske Tidende" de volgende dag met een enthousiaste beschrijving van deze demonstratie uit, die culmineerde in de zin "ze bleven tijdens alle manoeuvres bij elkaar, als de vijf vingers aan één hand", Sindsdien heeft dit escadrille niet anders geheten dan "De vijf vingers aan één hand". In 1924 maakte luitenant-vlieger H. van Weerden Poelman, als tweede bestuurder, deel uit van de bemanning van de Fokker-F VII, H-NACC, die de eerste vlucht van Amsterdam naar Batavia volbracht. Luitenant J. Schott wist op 18 augustus 1927 de "Coupe Echard" te winnen, door als eerste te eindigen in de snelheids-Alpenrondvlucht, gehouden tijdens internationale vliegfeesten te Zürich in Zwitserland.

Vermeldenswaard zijn ook de dappere reddingspogingen die op maandag 26 november 1928 werden verricht, toen door twee Fokker-C IV vliegtuigen werd getracht met behulp van "manches", een lijnverbinding tot stand te brengen tussen het bij Zandvoort in nood verkerende Italiaanse stoomschip "Salento" en de kust, hetgeen bij de tweede poging gelukte. De bemanning van de "Salento" bleek echter niet meer in staat zich langs deze verbinding in veiligheid te brengen. Voor de vliegers was dit na alle gedane moeite een grote teleurstelling.

Maar zij bewezen toen reeds dat de spreuk in het wapen van de in 1953 tot "Koninklijk" verheven luchtmacht, niet ten onrechte is gekozen: "Parvus numero, magnus merito", "Gering in aantal, groot in daden".

1. De eerste commandant van de luchtvaartafdeling was de kapitein der genie H. Walaardt Sacré, hier gezeten in een Spijker-automobiel. Op de achtergrond zijn nog enige kisten zichtbaar, waarin Farman vliegtuigen werden afgeleverd.

2. Dit is de constructiewerkplaats van de in 1913 geliquideerde firma n.v. Verwey & Lugard's Vliegkampen, waarin de houtbewerking, smederij, metaal- en motorwerkplaats werden ondergebracht. Tevens vond in deze werkplaats de vliegtuigmontage plaats.

3. "De Brik van Van Meel" (LA 1) met luitenant-vlieger Van Heijst op "de bok".

4. Deze vliegerpijlen werden in het prille begin gebruikt om in grote aantallen uit vliegtuigen te worden geworpen op vijandelijke colonnes en tentenkampen.

5. Op 14 oktober 1913 bracht koningin Wilhelmina een bezoek aan Soesterberg en bezichtigde onder andere "De Brik van Van Meel",

6. Het gerieflijk ingerichte bureau van de commandant van de luchtvaartafdeling omstreeks 1914.

7. Een Henri Farman-F 22 waarvan er in 1914 zes door de Nederlandse regering werden besteld bij de "Société Henri et Maurice Farman" te Billancourt in Frankrijk, te weten twee met een zestig pk motor en vier met een tachtig pk motor. De prijzen waren compleet respectievelijk 23.000 en 25.000 Francs. Het contract werd getekend op 5 mei en de aflevering zou in Parijs plaats vinden. Nog juist voor het uitbreken van de eerste wereldoorlog werden de twee toestellen met zestig pk motor afgeleverd. Zij ontvingen de registraties LA 6 en LA 9.

8. Op 3 februari 1915 maakten de kapiteins A. d'Humieres en A.L.J. Coutisson van de "2me Groupe de Bombardement" uit Saint Pol-sur-Mer (Frankrijk) met hun Voisin-Voi 4 vliegtuig een noodlanding bij Kats in Zeeland. Zij werden met hun toestel geïnterneerd. Het toestel werd onder de registratie LA 22 door de luchtvaartafdeling in gebruik genomen.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek