De Molens van de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden in oude ansichten

De Molens van de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden in oude ansichten

Auteur
:   drs. H.A. Visser
Gemeente
:  
Provincie
:  
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0915-4
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2-3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'De Molens van de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

De Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden is een streek met een rijk en interessant verleden. De Landen tussen Lek en Merwede - later de Alblasserwaard genoemd - behoren tot de oudste gedeelten van Holland. De ligging van deze streek is zeer laag en een groot aantal poldermolens en sluizen was nodig om het land boven water te houden. Voor de invoering van de stoombemaling bedroeg het aantal molens van de polders, dat alleen al op de lage boezem van het waterschap de Nederwaard loosde, zesentwintig. Dit boezemgebied van de Nederwaard beslaat een groot gedeelte van de Alblasserwaard en het werd bemalen door acht ronde, stenen boezemmolens, gesticht in 1738 te Kinderdijk en daar nog steeds aanwezig.

Het boezemgebied van de Overwaard omvat het boven-Ioostelijke) deel van de Alblasserwaard, alsmede Het Land van Arkel beneden de Zouwe, verdeeld over achttien polders. Eveneens te Kinderdijk maalden acht boezemmolens het water van de lage in de hoge boezem, doch hier waren ze van het achtkante houten type en gebouwd in 1740. Ook deze molens staan er nog. In beide waterschappen was er dus in feite sprake van een getrapte bemaling. Bij dit molencomplex behoort ook nog de buiten gebruik gestelde wipmolen van het polderdeel Blokweer van de polder Alblasserdam, alsmede de beide overgebleven achtkante molens van de polder Nieuw-Lekkerland. Al met al heeft men zo vanaf bepaalde punten van de Noord- en de Lekdijk het gezicht op niet minder dan negentien molens. Het is een landschap dat zowel in binnen- als buitenland uniek is in zijn soort en daarom een grote bekendheid geniet.

Ook de Vijfheerenlanden heeft een boezemgemaal gehad en dan speciaal voor de noordelijke polders. Dat dit minder bekend is dan dat te Kinderdijk, is toe te schrijven aan het vroege tijdstip (1826-1828) waarop hier op stoombemaling is overgegaan en de molens werden gesloopt. Deze polders gebruikten aanvankelijk de Zederik als boezem, welk riviertje uiteindelijk ook in de Linge terechtkwam, maar wegens toenemende bezwaren werd de uitwatering verlegd naar de Lek. Hier, bij Ameide-Sluis, werd eerst op natuurlijke wijze geloosd, maar sedert 1567 met een aantal molens. De zuidelijke polders in dit gebied daarentegen lozen tot op de huidige dag hun overtollige water op de Linge.

Omstreeks 1430 zal de eerste poldermolen in deze streken zijn gebouwd. Het was waarschijnlijk

die van Heycop en kort daarna één op een polder te Noordeloos. In honderd jaren tijds komen er dan meer dan honderd vijftig in gebruik. In 1924, toen al een groot aantal molens het tegen de opkomende moderne techniek had moeten afleggen en er geen nieuwe meer werden bijgebouwd, waren er nog honderd drieënveertig poldermolens, waarvan zevenenzeventig in de Alblasserwaard en zesenzestig in de Vijfheerenlanden. Verreweg het grootste aantal molens dat in de Alblasserwaard heeft gestaan behoorde tot de poldermolens en gelukkig zijn er daarvan nog vele bewaard gebleven, te weten vijfenveertig stuks. De meeste poldermolens waren wipmolens. Die wipmolens zijn wel de meest sierlijke van de Hollandse poldermolens. Ook de Vijfheerenlanden was eens zeer rijk aan poldermolens en dan vooral wipmolens. De vier wipmolens die hier nu nog staan, vormen wel een schamel restant van de achtenzestig poldermolens, die hier zijn geweest.

Korenmolens zijn er in de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden in totaal eenendertig geweest. Nog is daarvan een zestal over, te weten Oud-Alblas, Bleskensgraaf, Streefkerk, Gorinchem (twee) en Arkel. Evenals bij de poldermolens kon men ook voor wat betreft de korenmolens van een rijke verscheidenheid aan typen spreken. Daar waren de ronde, stenen molens, de hogere met een zwichtstelling en de lagere zonder. Dan de houten achtkanten, met riet gedekt en eveneens al of niet met een zwichtstelling. Ook waren er wipmolens, die, in afwijking van hun gebruikelijke bestemming tot poldermolen, hier tot korenmolen waren ingericht.

En zo zijn dan de molens in deze streek, althans de korenmolens, zo langzamerhand dun gezaaid. Verheugend is daarom de oprichting, in 1956, van de Stichting tot Behoud van Molens in de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden, gevestigd te Streefkerk. Deze actieve stichting heeft niet minder dan zeventien molens in haar bezit en in beheer, alle poldermolens. Een groot deel daarvan is reeds grondig gerestaureerd en nog steeds gaat men daarmee door. De activiteiten van deze stichting dragen er veel toe bij dat wordt behouden wat ons nog rest, zodat het nageslacht ons niet kan verwijten dat wij hen te dien aanzien niets meer hebben nagelaten. Van de vijfenvijftig nog bestaande molens mag niets meer verloren gaan.

Ten slotte nog een woord van dank aan de heer I.J. de Kramer te Leidschendam, die het manuscript van dit boekje kritisch heeft willen doornemen en die de schrijver een tweetal goede foto's heeft verschaft.

ALBLASSERDAM

1. We beginnen onze tocht langs een aantal inmiddels verdwenen molens in de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden bij een eigenaardig molentje, dat in Alblasserdam heeft gestaan. Het was gebouwd in 1846 voor de bemaling van de Ruigenhilpolder, een vrij kleine buitenpolder aan de Noord. Het poldertje is in de loop der jaren geheel voor industrievestiging gebruikt, waarvan de N.V. Nederlandse Kabelfabrieken en de scheepswerf De Noord de belangrijkste zijn. Voorts is de verkeersbrug over de Noord eroverheen gebouwd en juist ter plaatse van de oprit van deze brug heeft de molen gestaan, die in 1938 werd afgebroken. Het merkwaardige van deze molen was vooral de sterk getailleerde, geheel gemetselde romp; een knap staaltje van metselwerk. Bovendien was de molen van een zwichtstelling voorzien, iets dat bij poldermolens ook weinig voorkwam.

ALBLASSERDAM

2. De eerste "industrie" die zich in het eerder genoemde buitenpoldertje, de Ruigenhil, te Alblasserdam vestigde, was in 1854 de gecombineerde zaag- en korenmolen "De Jonge Willem", gebouwd voor de firma Goedhart. De molen was uitgerust met twee koppels maalstenen en vier zaagramen. In 1925 moest de molen het veld ruimen voor de bouw van de acetyleen- en zuurstoffabriek De Alblas. Hij was toen eigendom van de firma Klaver en Van der Hoogt.

ALBLASSERDAM

3. Dit aardige kijkje vanaf de Dam te Alblasserdam naar de Haven in de richting van de Noord is, althans wat de molens betreft, geheel verleden tijd. Links staat nog de korenmolen, in 1847 gebouwd ter vervanging van een wipkorenmolen en genaamd "De Hoop". Na enige tijd in verval te zijn geweest, is de molen ten slotte (eind 1955) geheel gesloopt. Merkwaardig was ook bij deze molen de getailleerde, ronde, gemetselde romp; een type, dat in deze omgeving bij nog vier andere molens voorkwam. Waarschijnlijk hebben ze alle dezelfde bouwer gehad. Rechts is de grote zaagmolen van de werf J. Srnit Czn. te zien, waarover bij de volgende foto meer.

ALBLASSERDAM

4. Een van de grootste zaagmolens van ons land was wel de in 1842 op de scheepswerf Jan Smit Czn. te Alblasserdam gebouwde molen. Er waren niet minder dan zes zaagramen, waarmee al het hout voor de werf werd gezaagd. De molen was zeer modern ingericht en nog rond 1900 waren de zaagramen, de stangen en krukassen in ijzer en staal vernieuwd. Ook was er een automatische brandblusinstallatie aanwezig. In 1950 werd de toch wel verouderde werf door scheepsbouwer Verolme overgenomen, die in 1952 de molen zorgvuldig liet afbreken. De onderdelen werden elders opgeslagen en ten slotte is het solide, Amerikaans grenen achtkant gebruikt voor de herbouw (na brand) van de molen "De Kat" van de Zienpolder te Uitgeest (N.H.) in 1973.

NIEUW- LEKKERLAND

5. Niet ver van Alblasserdam ligt Nieuw-Lekkerland, waar tot 1938 de korenmolen veel bijdroeg aan de vorming van een aantrekkelijk dorpsbeeld. Het merkwaardige van deze molen was, dat hij tot 1904 in Alblasserdam had gestaan, alwaar hij beukmolen of hennepklopper was. Uit hennep werden de vezels geklopt, die vervolgens in een garenspinnerij en -blekerij werden verwerkt en waarvan ten slotte in een zeildoekweverij zeildoek werd gefabriceerd. Met het verdwijnen van de zeilvaart was er ook voor de molen geen werk meer en derhalve werd hij in 1904 naar NieuwLekkerland overgebracht, alwaar hij tot 1938 als korenmolen naast het kantoor van betonfabriek Den Boer heeft gestaan. De gemetselde onderbouw is nog aanwezig. Laatste eigenaars waren de gebroeders H. en J. de Lange.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek