De Nederlandse Rallysport in beeld

De Nederlandse Rallysport in beeld

Auteur
:   Dries Jetten
Gemeente
:  
Provincie
:  
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-1115-7
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2-3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'De Nederlandse Rallysport in beeld'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Inleiding

Wanneer de gemiddelde Nederlander aan autosport denkt dringen zich meteen beelden op van pitstops, snelheden van driehonderd km per uur en spectaculaire crashes in de grindbak. De formule [ . wereld bepaalt al jaren het gezicht van deze tak van sport en wanneer men bedenkt hoeveel miljoenen guldens er in media-aandacht gestoken wordt zal dit in de toekomst wel zo blijven ook.

Weinigen beseffen dat al dit geweld is ontstaan uit de behoefte van auto-enthousiasten om op een georganiseerde manier het materiaal en hun eigen rijkunst

te testen. Plaatselijke en regionale autoclubs begonnen al vroeg met het organiseren van klassementsproeven, betrouwbaarheids- en oriëntatieritten, waarbij men naast snelheid vooral het accent legde op een optimale beheersing van de auto en een foutloze navigatie. Niet onbelangrijk was het feit dat iedereen gewoon met zijn eigen auto meedeed en zich niet de luxe kon veroorloven de wagen regelmatig te beschadigen.

Na verloop van tijd ontwikkelde een aantal van deze ritten zich tot evenementen, waaraan heel autominnend Nederland wilde meedoen. De Koninklijke Nederlandse Automobiel Club (KNAC), en later de Regionale Automobiel Clubs (RAC-Zuid, Noord, Oost en West), gaven sommige ritten extra status door ze

mee te laten tellen voor een landelijk kampioenschap. Hierbij was elke bestuurder en elke kaartlezer ingedeeld in zijn eigen klasse, zoals ook iedere individuele rit verschillende klassen van deelnemers had. Deze wedstrijden waren meest zogenaamde betrouwbaarheidsritten, bedoeld om de verschillende merken op hun degelijkheid te testen, en de bestuurders en kaartlezers tot de top van hun kunnen te brengen. Het zal geen verbazing wekken dat veel bekende bestuurders zelf een autobedrijfhadden of op een andere manier dagelijks met de branche te maken hadden.

De autofabrieken waren over het algemeen terughoudend om zich al te zeer te bemoeien met de vroege rittensport. Zij zagen op tegen de kosten, hadden geen zekerheid over de commerciële waarde en waren waarschijnlijk ook huiverig voor negatieve publiciteit. Ondertussen was er een harde kern van rallyrijders ontstaan die volgens regels van de KNAC elk jaar een drukke rittenkalender afwerkte. Hoogtepunten waren de internationale rally's, waarvan de route door verschillende Europese landen liep, zoals de Tulpenrally. De andere krakers op dit gebied waren de Rally van Monte Carlo, Luik-Rome-Luik en de Coupe des Alpes. Figuren als de kleurrijke Nederlander Maus Gatsonides werden door velen bewonderd wegens hun prestaties in deze wedstrijden, die ieders enthousiasme opwekten. Andere bekende namen waren Carol Schade, Hans Kreisel, Hans Tak, Klaas Barendregt, graaf Hugo van Zuylen van Nijevelt en]oop Heidendahl.

Minder opzienbarend, maar wat vaardigheden betreft vergelijkbaar, waren de cracks van de betrouwbaarheidsritten. Hieronder waren veel principiële deelnemers die van mening waren dat je aan een rit begon met je colbert aan, en een dag later zonder schade aan auto of kostuum weer uit kon stappen. Dit betekende niet dat men niet scherp reed en niet hield van hoge snelheden, integendeel, maar een en ander stond altijd in het teken van het doel van de rit en het verantwoord omgaan met het materiaal. Men gebruikte bovendien standaardauto's. waarbij een lamp op het dak, een speciale kaarthouder of een schop in de kofferbak als de maximaal toelaatbare aanpassingen werden beschouwd. Zeer belangrijk was ook de 'afklapteller' , een afstandmeter die tot op tien meter nauwkeurig kon aangeven waar de equipe zich bevond. Door deze teller steeds weer op nul te zetten kon er zeer scherp genavigeerd worden.

Een bekende naam in de topjaren van de betrouwbaarheidsritten (1950-1960) was die van de General Motorsdealer uit Boxmeer, Piet Jetten. Samen met bekwame teamgenoten als Louis van Noordwijk was Jetten een vaste waarde in vrijwel elke rit die er iets toe deed. Niet alleen de Brabant Grensrit, min of meer te beschouwen als de thuiswedstrijd, maar ook de West-Nederlandrit, de Pijlenrit, de Drie Provinciënrit, de KNAC-Herfsttocht en natuurlijk de Tulpenrally was niet compleet zonder deelname van Piet Jetten, die al snel gezelschap kreeg van zijn zoon Dries. De laatste kreeg de kneepjes van het vak met de paplepel ingegoten en ontwikkelde zich op zeer jonge leeftijd tot een veelzijdig autosporter die als eerste het 'dubbele' KNAC-kampioenschap won, als kaartlezer (1962), daarna als bestuurder (1963).

Dries Jetten beëindigde in de jaren zestig zijn carrière om zich geheel aan zijn autobedrijf te kunnen wijden.

Vooral na de dood van zijn vader in 1968 had hij geen tijd meer om zich als 'amateur' te meten met professionele coureurs die inmiddels beschikten over speciale fabrieksauto's.

In dit boek een terugblik op de jaren van de vroege Nederlandse rallysport. Het waren niet alleen de grote internationale rally's die in die tijd de liefhebbers aantrokken. Het waren ook de genoemde betrouwbaarheidsritten op allerlei niveau die velen in de ban hielden. Dit is een boek over 'De Nacht van Venlo' en de discussie over dat ene strafpunt, opgelopen in een steeg in Goes. Over een rit gereden zonder koppeling, of een koude nacht zonder achterruit. Een hommage aan de pioniers van de rallysport met als hoofdpersonen vader en zoon Jetten uit Boxmeer. Dries Jetten zou de eerste zijn om te zeggen dat hij te vaak op de foto's voorkomt. En natuurlijk, over Rob Gorris, Ru Dee, Rien van Dun, de legendarische kaartlezer Jan Quant, de kleurrijke Maus Gatsonides en tientallen anderen zou ook een boek te maken zijn. Maar de chronologie van de belevenissen van Piet en Dries Jetten geeft een prachtig beeld van de tijd toen er door straten en over pleinen, langs rivieren en door bossen nog gescheurd kon worden, en de rallysport een uitdaging betekende voor de gewone autoliefhebber. In dit opzicht gaat dit boek niet zozeer over de familie Jetten maar over een tak van autosport die verdwenen is.

Klaas Kornoot

1 De start van de rally-carrière van Piet Jetten was zijn deelname aan de Tulpenrally van 1950; het begin ook van zijn samenwerking met Louis van Noordwijk. Met een Opel Kapitän leverde Jetten als debutant een opvallende prestatie. Een reporter schreef: 'Na de zwaarste gedeelten met succes te hebben afgelegd bereikte hij zonder strafpunten de controlepost Luik. Daar voor wachtende trof hem het noodlot. Hij werd door een andere wagen aangereden en dit kostte hem een oponthoud van niet minder dan vier uur. Hierdoor liet hij zich echter niet ontmoedigen. De achterstand was te Groningen weer ingehaald en zodoende kon op tijd de finish in Noordwijk worden bereikt'. Op de foto de laatste tijdcontrole in Alkmaar. Onder de bloemenkrans de beschadigingen aan de neus van de Op el.

2 Een van de meest enerverende betrouwbaarheidsritten was de Brabant Grensrit, georganiseerd door de Regionale Automobiel Club (RAC)-Zuid. Vanaf de eerste rit in 1933 bouwde men in korte tijd een reputatie op van goede organisatie, sportieve wedijver en een prettige verhouding tussen de deelnemers. In 1951 werd de achtste editie verreden en vele equipes zetten hun beste beentje voor. Tijdens nachtelijke proeven werden de deelnemers bij controleposten onder de loupe genomen, zoals hier een Gelders team, herkenbaar

aan het M-kenteken, met een Chevrolet Fleetmaster.

3 Tijdens de Brabant Grensrit van 1951 kijken toeschouwers en een geïnteresseerde diender naar de deelnemende equipes die een tijdscontrole passeren. Voorop het team van Dré Kouwenberg in een Lancia Aurelia Sedan.

4 De Brabant Grensrit voerde de equipes niet alleen over mooi aangelegde wegen maar ook over zandpaden en binnenwegen. De route goed inschatten en de snelheid aanpassen aan de omgeving kon belangrijker zijn dan het vermogen van de motor. Hier neemt een Studebaker (ontworpen door de designlegende Raymond Loewy) op spectaculaire wijze een scherpe bocht. Het was overigens heel gewoon om met Amerikaanse auto's te rijden. In 1951 waren ze van superieure kwaliteit en veel comfortabeler dan de Europese tegenhangers.

5 Piet Jetten behoorde, met zijn kaartlezer/navigator Louis van Noordwijk, ook tot het deelnemersveld van de Brabant Grensrit van 1951. Onder startnummer 182 reden zij in een Jowett Javelin (1,5 liter). Het regende voortdurend en de mensen van de controlepost hadden zich tegen de kou gewapend. In deze jaren waren alle posten nog bemand, later zouden er ook onbemande routepunten worden uitgezet. De auto's werden door sommige deelnemers uitgerust met een zoeklicht op het dak dat van binnenuit met een knop verstelbaar was. Goed zicht vormde vaak de basis

voor een succesvolle rally. Voor de grille is een 'Everwarm' -radiateurhoes aangebracht.

6 De Tulpenrally ontwikkelde zich in enkele jaren tot het belangrijkste evenement van de Nederlandse autosportkalender. Ook in het buitenland had de Tulpenrally al snel, onder deelnemers en liefhebbers, een goede naam. Het duo Jetten/van Noordwijk behoorde vanaf 1 950 tot de vaste aanwezigen. Hier poseert Piet Jetten naast zijn Vauxhall waarmee hij de rally zonder strafpunten en met een uitstekende klassering afsloot. De auto ziet er niet toevallig als nieuw uit. Jetten had, net als veel van zijn collega's, de opvatting dat er zonder schade gereden moest worden en hij gebruikte voor de ritten dan ook zijn nieuwe demonstratiemodellen.

Een race-overall en speciale hoofddeksels ofbrillen werden als overbodige franje gezien. Jetten stapte

gewoon met zijn colbert aan in de auto en reed vervolgens de stukken uit het asfalt.

7 De nationale betrouwbaarheidsritten en plaatselijke clubritten waren bijzonder populair bij de echte liefhebbers. Elk organiserend comité probeerde zich door een bijzondere route, speciale opdrachten en andere elementen

(logo, plaquettes, prijzen) te onderscheiden van andere regionale evenementen. De 'Rijnrijders' uit Arnhem organiseerden de Rijnrit, waarvan hier het fraaie vignet is afgebeeld. Piet Jetten reed deze rit met zijn zestienjarige zoon Dries die zich bekwaamde in het kaartlezen; hij had immers nog geen rijbewijs. Vader en zoon behaalden meteen een tweede prijs.

8 Een controlekaart van de Stichtse Ronde II (juni 1952) waarin Jetten een team vormde met Jan Smulders en met zijn Vauxhall als tweede eindigde (sportklasse) . Een verslaggever sprak zijn waardering uit voor de prachtige route' ... met vele kleine, doch faire kneepjes. Na afloop waren alle deelnemers het er over eens, dat de listige controle, die door alle equipes behalve één werd gemist, volkomen juist was !'

9 De 24 uurs-rit Scheveningen- LuxemburgScheveningen (SLS, 1952), georganiseerd door de RAC- West, behoorde ook zeker tot de krakers van de agenda. Eigenlijk was het

na de Tulpenrally het tweede naoorlogse evenement, dat de titel rally verdiende. Het spektakel werd afgesloten met een klassementsproef op het Gevers Deijnootplein in Scheveningen.

De bestuurder moest uit de auto, de slagboom omhoog doen, de auto foutloos inparkeren, wegrijden en de boom weer sluiten.

Piet Jetten sprint hier uit zijn Vauxhall om zijn op-

ponenten voor te blijven. Uiteindelijk werd hij tweede met één strafpunt.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek