De Padvinderij in oude ansichten

De Padvinderij in oude ansichten

Auteur
:   J.H. van der Steen
Gemeente
:  
Provincie
:  
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-1770-8
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2-3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'De Padvinderij in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

INLEIDING

Weinig verenigingen hebben zo'n interessante geschiedenis als de padvinderij. Hoewel het in Engeland oorspronkelijk was ontstaan als programma om in bestaande verenigingen toe te passen, ontwikkelde het zich spontaan en volkomen onverwacht tot een zelfstandige beweging. Bovendien ging die ontwikkeling verbazingwekkend snel en al vlug verschenen er ook buiten Engeland vele padvindersgroepen, vaak gewoon als opzet van de jongens zelf

Zo was het ook in Nederland, waar we in 1910 de eerste patrouille aantreffen. Het was letterlijk en figuurlijk kinderwerk en dat bleef het gedurende enkele jaren. We bedoelen hiermee niets denigrerends, maar we halen het hoofdzakelijk aan omdat ten eerste weinig - succesvolle - vormen van jeugdwerk zo spontaan zijn gestart en ten tweede omdat hierin voor ons een groot probleem lag: jongens die zelf een clubje oprichten, leggen hun bezigheden niet vast voor het nageslacht in de vorm van foto's en aantekeningen.

Dat we er toch in zijn geslaagd u een grote serie beelden uit die ongeorganiseerde beginfase voor te schotelen, danken we aan het fenomeen prentbriefkaart. Dit

contactmiddel was rond de eeuwwisseling zeer populair dankzij de lage portokosten, het feit dat de post prompt en tot viermaal per dag bezorgde, dat in woord en beeld zijn verhaal kwijt kon en dat hiermee iedereen iedereen snel kon bereiken. De krant met haar foto's, het wijdverbreide telefoonnet, de snelle televisie en de hoge posttarieven hebben de prentbriefkaart nu een heel andere plaats gegeven.

Het beeld dat we van de ontwikkeling van scouting in ons land geven is daardoor ook zeer gevarieerd. Niet in hoofdzaak de door het landelijke bestuur georganiseerde evenementen komen aan bod, maar vooral ook zullen we zien hoe het in de groepen zelf toeging.

We beginnen met romantische beelden uit de pioniersjaren. Dan volgen we de groei van de beweging en we zien hoe deze was opgebouwd, nadat de rommelige en leerzame beginfase achter de rug was. Velen die ooit padvinder waren, herinneren zich in het bijzonder de zomerkampen. Vandaar dat we kaarten van de meest bekende kampplaatsen hebben opgenomen, waarop menigeen een stukje eigen jeugdsentiment zal terugvinden. We sluiten af met de wereldjamboree van

1937, een feest dat door geen Nederlander onopgemerkt bleef en dat zowel binnen als buiten de beweging grote indruk maakte, Het geeft ons tevens de gelegenheid om in dit boek]e over het Nederlandse verkennen toch duidelijk te maken dat scouting een wereldbeweging is.

Het feit dat dit boek zijn verhaal tegelijk met de wereldjamboree van 1937 beetndigt, wil natuurlijk niet zeggen dat het toen afgelopen was met de padvinderij in Nederland. Maar verdergaan zou betekenen dat we de titel geweld zouden aandoen, waarin toch sprake is van oude ansichten. Wie weet kunnen we nog eens een vervolg maken, waarin we laten zien dat de padvinderij via een periode met vier padvind(st)ersorganisaties doorgroeide naar een grote vereniging, Scouting Nederland, die momenteel ongeveer honderdduizend leden telt. Een vereniging waarin sedert 1937 heel veel is veranderd, verbeterd en aangepast aan de eisen des tijds. De jonge leden van nu vinden het vast wel aardig via dit boekje te zien hoe die fijne vereniging van hen eigenlijk is ontstaan.

Bij de samenstelling gingen we, zoals we al vermeld-

den, uit van prentbriefkaarten. Wanneer we hier en daar materiaal tekortkwamen (vooral wat betreft het meisjeswerk) hebben we ook wat foto's opgenomen. We kregen de gelegenheid de archieven van Scouting Nederland door te snuffelen en wij willen vanaf deze plaats allen die ons daarbij zo vriendelijk medewerking verleenden, hartelijk bedanken.

Tot slot graag een oproep aan ieder die nog oude padvind(st)erszaken bezit. De archieven van Scouting Nederland zijn verre van compleet. Materiaal in uw bezit zou een welkome aanvulling kunnen zijn voor het Scouting Nederland Museum, dat in Baarn is gevestigd. Het landelijk bureau van de vereniging, Larikslaan 5, postbus 210, 3830 AE Leusden, zal uw gift gaarne in ontvangst nemen en deze zorgvuldig behandelen.

Dit boek]e kon natuurlijk geen compleet verslag geven van al hetgeen er in die eerste jaren gebeurde. Dat u er desondanks toch plezier aan beleeft, hopen wij van harte.

1. In de zomer van 1910 maakte Nederland voor het eerst kennis met padvinders. Een patrouille Engelse "Boy Scouts" van de 16th Oxford Troop bezocht, onder leiding van Scoutmaster Bernard Blythe, onder andere Rotterdam, Den Haag en Amsterdam. De padvindersbeweging was in Engeland in de eerste maanden van 1908 begonnen en zij telde daar al ongeveer honderdduizend leden. Het bezoek van de patrouille bleef niet onopgemerkt en in diverse kranten en weekbladen verschenen artikelen en foto's van het groepje.

2. Dat in Nederland de tijd rijp was voor het spel van verkennen, blijkt wel uit het feit dat op diverse plaatsen nagenoeg tegelijkertijd werd gestart. Ben aantal Amsterdamse jongens richtte zelf een patrouille op. Dank zij de activiteiten van een amateur-fotograaf kunnen wij hier zien, hoe deze eerste patrouille het "Boy Scouten" beoefende langs de Diemer Zeedijk nabij Amsterdam, in de nazomer van 1910. We zien, van links naar rechts staand:

F. Diemer en patrouilleleider C. Exter. Geknield: assistent-patrouilleleider W. Schimmel en de broers T. en A. Grote. Deze foto werd, in nagetekende vorm, opgenomen in de kop van "De Padvinder, orgaan voor de Boy Scout beweging in Nederland".

PADVINDERS - BOY SCOUTS.

3. Van de in 1910 gemaakte foto's werden ook prentbriefkaarten vervaardigd. We zien op deze kaart de eerste patrouille bezig met EHBO-oefeningen, waarbij van verkennersstokken en lasso's een draagbaar is geirnproviseerd. De beweging breidde zich snel uit en toen op 7 januari 1911 de eerste grote rally werd gehouden op de schietbanen aan de Zeeburgerdijk, namen niet minder dan achthonderd padvinders hieraan deel. Naar Engels model werd de "Nederlandsche Padvinders Organisatie" (N.P.O.) opgericht. Met Pasen volgde een kamp op het landgoed "Oud Bussum" en met Pinksteren hielden tweeduizend scouts uit het gehele land een rally in het Gooi. Het aantal padvinders in ons land werd toen geschat op zo'n vierduizend.

PADVL DERS - BOY SCOUTS.

4. In dezelfde serie verschenen nog meer prentbriefkaarten. Over de benaming van de nieuwe beweging bestond wat onduidelijkheid, reden waarom de fabrikant maar het zekere voor het onzekere nam en zowel "Padvinders" als "Boy Scouts" op zijn kaarten vermeldde. De N.P.O. had als geestelijke vaders dr. G.W.S. Lingbeek uit 's-Gravenhage en Gos. de Voogt uit Amsterdam. De eerste was arts en hij genoot bekendheid als commandant van de Nederlandsche Ambulance in de Boerenoorlog. De tweede was redacteur van het "Handelsblad" en hij startte in januari 1911 het weekblad "De Padvinder".

5. Een duidelijker opname van de drie patrouilleleiders die we ook op de vorige kaart zagen. Hoed, (geknoopte) das en korte broek behoorden tot de standaarduitrusting. Over de blote knieen bestond onenigheid. Vandaar de discussie erover in het eerste nummer van "De Padvinder". Sommigen vonden: "Het staat wel echt ... "; anderen waren bang dat "bijtende honden altijd naar vleesch happen ... "

PADVINDERS - BOY SCOUTS.

6. Deze prentbriefkaart brengt een eerste hulp demonstratie in beeld, die de Amsterdamse padvinders begin 1911 verzorgden. Op het oefenterrein van de "Amsterdamsche Bond voor Lichamelijke Opvoeding", nabij de Corn. Schuytstraat, was vee1 publieke be1angstelling. Er waren zelfs bestuursleden van het Roode Kruis aanwezig om zich op de hoogte te stellen van de vorderingen die de scouts op dit gebied maakten. Deze en andere foto's van het evenement verschenen op 18 april 1911 in het bekende weekb1ad "Het Leven".

7. Min of meer tegelijkertijd met die in Amsterdam was ook in Den Haag een troep gestart. Deze foto uit 1910 toont ons de eerste groep in de hofstad, die to en a1 vijftig leden telde. Hun leider, links op de foto, was Griffin Moriarty, een Engelse leraar. In juni 1910 had de eerste luitenant J. van Hoytema een boekje uitgegeven onder de titel "Op Hollandsche Jongens naar Buiten", waarin gedeelten van Baden Powell's Engelse handboek "Scouting for Boys" waren overgenomen. In samenwerking met de "Bond voor Licharnelijke Opvoeding" organiseerde hij, ook in 1910, het eerste zomerkamp op de Waalsdorperv1akte.

8. Hoe snel ook in Den Haag de beweging groeide blijkt weI uit deze opname van 14 april 1911. In de duinen van de Waalsdorpervlakte zien we hier de "Jonge Verkenners". Links vooraan staan de leiders, onder anderen Moriarty en Opzomer, welke laatste later de leiding van troep 1 's-Gravenhage op zich nam. Ret initiatief tot de oprichting van de "Jonge Verkenners" was uitgegaan van een damescomite, dat bestond uit onder anderen mevrouw Peterson (de echtgenote van de Russische consul-generaal) en mevrouw Bicker.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek