De Scheepvaart in Nederland in oude ansichten

De Scheepvaart in Nederland in oude ansichten

Auteur
:   W.J.J. Geerts
Gemeente
:  
Provincie
:  
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3442-2
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2-3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'De Scheepvaart in Nederland in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

INLEIDING

Door de grote belangstelling die er in Nederland bestaat ten aanzien van het maritieme gebeuren, rees het idee om een voorbijgegane periode uit onze scheepvaart nader te belichten. Maar laten wij in gedachten eerst eens teruggaan naar "Sail Amsterdam 700", de manifestatie ter gelegenheid van het zevenhonderdjarig bestaan van de stad Amsterdam (augustus 1975). Welk een enthousiasme heerste er onder de vele duizenden mensen, die de trotse, oude zeilschepen de havenmond van IJmuiden zagen binnenlopen, om via het sluizencomplex door het bijna honderdjarige Noordzeekanaal te koersen en dan af te gaan meren in het eens zo bruisende scheepvaarthart van Amsterdam, aan de Java-, Sumatra- en Handelskade. Scholen in plaatsen langs het kanaal gaven vrijaf en menig scholier he eft ook het vertrek stilletjes gadegeslagen. "Rotterdam Maritiem '78" werd zelfs met een koninklijk bezoek vereerd. De nostalgie om alles wat oud is te bewaren en zonodig te herstellen, blijkt uit de vele hobbyclubs, waarvan de leden zich inspannen om raderschepen en trams, old timers en stoomslepers, stoomlocomotieven en gebouwen te be hoed en voor de ondergang. Een oorzaak van het bestaan van deze clubs is dat wij in een hoog ontwikkelde super efficiente maatschappij leven, waarin de mens is verdrongen door een machine, die bijna alles regelt: de computer! Gelukkig echter zonder fantasie,

In de tijd van onze ouders en grootouders speelde de mens nog een grote rol in het scheepvaartgebeuren. Ook al was de overschakeling van zeilvermogen naar

de stoommachine een revolutie, vergeleken met de huidige ontwikkeling ... kinderspel. Men kende het toestel van Marconi (radio), maar geen elektronika! Nog is de sextant in gebruik, maar voor hoelang? Reeds kunnen bepaalde schepen satellieten raadplegen met de zogenaamde satelliet navigator, inzake positiebepaling. En een onbemande machinekamer is tegenwoordig heel normaal.

Brachten de schepen vroeger hun lading tot in de havenstad (zoals het Wester- en Oosterdok in Amsterdam), nu zijn de havens ver buiten het stadscentrum gesitueerd. Hoe bedrijvig was het IJ eens. De Westhavens zijn aangelegd en er wordt al gesproken over een voorhaven bij IJmuiden. Ook Europoort, ten westen van Rotterdam, de Eemshaven bij Delfzijl en de Sloehaven bij Vlissingen zijn voorbeelden van havenexpansie buiten de stad zelf. De vertrouwde stadsgezichten met kerktorens en pakhuizen, tezamen met scheepscontouren zijn verleden tijd. Oude, vertrouwde herkenningspunten zijn verdwenen, zoals bijvoorbeeld de gebouwen op de kop van de Handelskade in Amsterdam, die nota bene zijn opgeblazen! De driemaster .Pieter A. Koerts" is door de gemeente Delfzijl verkocht aan nijvere Duitsers, die haar na een flinke opknapbeurt thans hebben afgemeerd bij het scheepvaartmuseum in Bremerhaven. De twee draaibruggen die Velsen eens rijk was zijn opgeruimd en de Hembrug (bij Zaandam) zal weldra volgen (1981). Daarentegen is de oudste sluis in IJmuiden (1877) nog steeds te bewonderen en een bezoek waard. Hoe

groot de stomende vrachtvaarders van weleer waren, is goed te zien aan de afmetingen van dit "sluisje". De grote diep geladen zeilschepen kwamen met assistentie van sleepboten, die reeds bij Dover de sleep had den opgepikt, de haven binnen. Via jaagpaden langs het Noordhollands Kanaal van Den Helder naar Amsterdam. Hoe trots men destijds op de scheepvaart was, getuigen de vele honderden, ja wel duizenden, prentbriefkaarten, die in de winkels waren te verkrijgen. Boekhandels gaven zelfs eigen (haven)kaarten uit! De groei en bloei van de scheepvaart kwam onder andere door de vaart op Oost-Indie. Gedeeltelijk werd deze lading via Nederlandse havens doorgevoerd (onder andere ook naar Amerika, waardoor uiteindelijk de Nederlandsch Amerikaanse Stoomvaart Maatschappij ontstond). De distributie van goederen in Europa kwam voor rekening van de kustvaart. De zeetjalken, Sont- en Wadvaarders groeiden uit tot respectabele motorschepen, die tot in de kleinste haventjes de Hollandse driekleur vertoonden. Doordat veel oudere tonnage economisch niet meer was te exploiteren, is de kustvaartvloot thans qua aantal aanzienlijk ingekrompen.

Voorafgaand kwam de Amerikavaart even ter sprake. Velen van u zullen Amerika associeren met de Holland-Amerika Lijn, Een rederij met grote naam en faam, die prachtige passagiersschepen onder Nederlandse vlag in de vaart heeft gehad, doch die thans de overgebleven passagiersschepen onder Antilliaanse (goedkope) vlag laat varen en op de Bermuda Eilan-

den is gevestigd. Een vrijwel lege Wilhelminakade in Rotterdam, waar regelmatig cruiseschepen onder buitenlandse vlag aanleggen. De nationale passagiersvaart heeft afgedaan. Daarom hebben velen de hoop gevestigd op de "Nederlandse Cruise Maatschappij Bestevaer", een initiatief van enige energieke oudHAL-mensen.

In het tegenwoordige havenbeeld zien wij wel de zogenaamde cruiseschepen en ook de carferries zijn alom bekend. Deze laatste lijken enigszins op passagiersschepen, met onder andere dit verschil dat de auto kan worden meegenomen. Ro-ro, dat roll-onroll-off betekent; vertaald: rij aan boord, rij van boord. Het is nog maar net tien jaar geleden (1968) dat de "Maatschappij Zeeland" op de dienst Hoek van Holland-Harwich de eerste carferry in dienst nam (welbekend als de "Koningin Juliana"). Voordien werden de auto's aan boord gehesen.

Met een oud gezegde wil ik besluiten: .J'Histoire se repete". De tijd is misschien dichterbij dan u denkt, dat snelle zeilschepen de wereldzeeen weer doorklieven om van de windenergie te profiteren, met door de computer (wij kunnen er weer niet buiten) geprogrammeerde zeilen en minimale(? ) be manning. En wanneer er weer eens een zeilschepenmanifestatie is, gaat dat zien! Zelfs bij de meest fervente landrot zal het hart sneller gaan slaan. Tot ziens dan daarbij!

1. De driemaster motorschoener "Heika Harmanna" (196 brt) werd in 1910 gebouwd bij de Gebroeders Niestern te Delfzijl (bouwnummer 117) voor de heer Houwerzijl. Na slechts drie jaar onder de Nederlandse vlag te hebben gevaren, vond verkoop plaats aan "Bristol Motorships Co" (Engeland), die haar als "Ianthe" weer in de vaart bracht. Voordat het schip uit Lloyds Registers verdween, ging zij nog vijf maal over in andere handen. De Iaatste eigenaar werd in 1931 de "Munray Transport Co" te St. John (Newfoundland). Droegen veel zeilmotorschepen namen van meisjes, de volgende namen kwamen ook voor: "Cosmopoliet" (1898), "Vriendschap" (1902), "Rollengeweer" (1902), "Voorwaarts" (1904), "Handel" (1907), "In Spe" (1908, eigenaar M. Vlap uit Groningen), "Lichtstraal" en "Eersteling" (1910), "Vrijheid" (1911), "De Goede Hoop" (1916), de "Kustvaart" en "Bientje" (1918), "Hollands Trouw" (1919) en de "Verwisseling" (1927).

2. De kustvaarder "Mars" (178 brt) is gebouwd bij de werf van de Gebroeders Bos te Groningen. In 1915 vond de oplevering plaats. Eigenaar van deze stalen schoener was de heer W. Wijnstok te Delfzijl. De afmetingen waren: 31,83 x 6,61 x 2,75, zijnde lengte x breedte x holte. In 1940 werd P. Jorgensen te Aalborg eigenaar, die haar ook onder de oude naam in de vaart hield. In 1956 werd zij herdoopt in "Borno" van St.H. Bjornhage te Styrso en in 1974 kocht de "Baltic Schooner Ass. Ltd." te Georgetown (Cayman) haar aan, die het schip nog steeds exploiteert.

3. Een mooie opname van de bekende "Noord Nederlandse Scheepswerven N.V." Ter gelegenheid van het p1aatje staat het personee1 keurig aangetreden, want twee zogenaamde Sont- en Wadvaarders, alsmede vier lichters, die speciaal voor Zuid-Amerika zijn gebouwd, worden overgedragen. De in 1924 gemaakte foto toont onder andere de "Antilope" (op de prent het linker schip met een man in het want). De "Antilope" (135 brt) had als eigenaar R. Wester uit Groningen. In 1937 werd de heer J. Boerma eigenaar, totdat de Deutsche Kriegsmarine in 1943 het schip de naam "Netz1eger XV" gaf. Op 5 maart 1944 verging het schip bij Constantza.

4. De heer F. Smid uit Groningen liet in 1927 door de "Noord Nederlandse Scheepswerven N.V." de "Zeemeeuw" bouwen. Deze gladdekkustvaarder had een tonnage van 265 ton deadweight. In de machinekamer stond een 160(! ) pk Bronsmotor. Dat dit scheepje degelijk was gebouwd, getuigt de staat van dienst. In 1939 werd de heer Wijnholt in Delfzijl eigenaar en hij herdoopte het schip in "Cormoran II". In 1940 kocht H. Waker te Haren haar en noemde het schip "Zeus". De "Zeus" ging in 1951 over in handen van W. Timmer te Groningen en zij voer als "Gerd" tot 1954. Reder W.A. de Vries Gzn, te Zwartsluis xocht haar in 1954 aan en "Gerd" werd "Gerrit". In 1956 werd het schip weer verkocht en nu aan G.J. v.d. Molen te Kampen. Nieuwe naam: "Willem". De laatste Nederlandse eigenaar werd N. Deelen te Streefkerk, die haar "Chrysant" noemde. In 1961 werd zij verlengd en op 7 oktober 1969 is het schip aan de grond gelopen ter hoogte van Varberg (Zweden).

5. Op proefvaart in de haven van Delfzijl (1931): de kustvaarder "Gier". Het schip werd gebouwd door de in 1817 opgerichte werf van G.J. van de Werff te Hoogezand. De eigenaar van dit 249 brt metende schip was J. Salornons te Rotterdam. Tot de sloop bij "Eisen und Metall A.G." te Hamburg, in 1972, droeg het schip nog zeven namen. In 1933 werd H. Bakker eigenaar en de nieuwe naam werd "Kalba". In 1935 herdoopte H. Kajuiter het schip in "Confid". In 1937 kreeg het schip een nieuwe, 195 pk Bronsmotor, Pas in 1952 werd de naam gewijzigd in "Combinatie" en in 1953 in "Metrans" van de "Hollandse Mij Transitohandel". E.H. Vorstenberg te Delfzijl kocht het schip in 1955 aan. De nieuwe naam werd "Marie Louise". In 1957 vond verkoop naar het buitenland plaats en wel aan de Gebroeders Lohmann te Haren/Ems. De naam werd "Bina". In 1966 werd het schip nogmaals verkocht en wel aan R. Burek te Haren, die haar de naam "Peter Wilfried" gaf.

~. -

6. De prentbriefkaart vermeldt: de moderne motorkustvaarder "Ransel" (258 brt, 360 tdw), die in 1933 bij de Gebroeders Niestern werd gebouwd (bouwnummer 192). De eigenaar, J. Teerling te Delfzijl, verkocht deze gladdekkustvaarder in 1937 aan J.F. de Groot in Zwartsluis, die het schip herdoopte in "Servus". In 1948 yond verlenging plaats, waardoor de tonnage steeg met 160 ton. Ook de 200 pk Bronsmotor werd vervangen door een 300 pk machine. In 1960 is het schip vergaan.

-.;~ .. - ..

..:

--- --

=

qroele uil j)eljzijl

r S. S. Vulcain v. d. ;'Yiaalschappij ,,)(~I ;Yaorden" te })elf;:ijl

Cit ?.?. ave : Fh-ma chrnidt &. Zoon

7. Kapitein H. Geertsema vertrok op 25 ju1i 1902 naar Engeland om het eerste stoomschip, met thuishaven Delfzijl, aan te kopen. Voor een koopprijs van £ 6500 werd het stoomschip "Vulcain" eigendom van de rederij "Het Noorden". Helaas heeft het schip slechts enkele jaren gevaren. De lage vrachttarieven in de eerste jaren van deze eeuw noopten vele rederijtjes met de uitoefening van het bedrijf te stoppen.

Delfzijl

S. S. "Perth" met de riieuwe Sloomkranen

8. Het Enge1se lijndienst stoomschip "Perth" was in 1904 het eerste schip dat afmeerde bij de nieuwe kademuur, om precies te zijn op 18 juni 1904. De bouwput van deze kademuur werd in 1903 door koningin Wilhelmina en prins Hendrik bezocht. Aan boord van het stoomschip "Sophie" werd ook de haven op 29 juli 1903 aangedaan. Het in 1890 gebouwde 1745 brt metende stoomschip voer in 1939 nog onder Turkse vlag als "Konya". De stoomkranen dateren van 1908.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek