De Scheveningse Visserij in oude ansichten

De Scheveningse Visserij in oude ansichten

Auteur
:   C. Bal
Gemeente
:  
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3431-6
Pagina's
:   120
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'De Scheveningse Visserij in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

INLEIDING

Voor zover men heeft kunnen nagaan, heeft Scheveningen altijd van de visserij bestaan. Gelegen aan de kust was dit bijna de enige mogelijkheid om een boterham te verdienen. Het grote nadeel van Scheveningen was echter dat het geen enkele mogelijkheid bood om schepen tegen natuurgeweld te beschermen. Een ander nadeel was het feit dat in Scheveningen geen gekaakte haring mocht worden aangevoerd. Dit heeft er to en toe geleid dat de haringvisserij nooit tot volle bloei is gekomen. Deze toestand heeft tot 1857 geduurd. Daarvoor mochten alleen de vissers van Vlaardingen, Maassluis, Pernis en nog enkele plaatsen de haring kaken op zee. Voor 1857 hebben de Scheveningers talloze malen geprobeerd toestemming te krijgen om ook haring te mogen kaken. Zij werden echter tegengewerkt door de andere vissersplaatsen. De Katwijkers is het in het begin van de negentiende eeuw wel gelukt om toestemming te krijgen haring te mogen kaken. Pas in 1857 mochten alle vissersplaatsen de haring kaken.

Door de reder Maas werden in het midden van de negentiende eeuw katoenen netten ingevoerd. Deze boden de mogelijkheid grotere hoeveelheden haring te

vangen, zodat de schepen steeds groter konden worden gebouwd. Merkwaardig is dat men in Scheveningen niet de minste behoefte aan een haven had. De meeste reders waren er zelfs tegen. Het plan voor een haven kwam van het Haagse gemeentebestuur aan het eind van de achttiende eeuw. Het wilde de haven gebruiken om een lijndienst naar Engeland te beginnen en tevens om de bereikbaarheid voor toeristen te vergroten. Ook lOU men de Haagse rio len via de haven in zee kunnen laten lozen. Reder Maas was ook een groot voorstander van een haven. Door de tegenwerking van de andere reders werd het plan niet uitgevoerd. Toen de bomschuiten groter werden en de logger door Maas werd ingevoerd, ging de behoefte aan een haven pas echt ontstaan. Deze schepen moesten uitwijken naar Vlaardingen of Maassluis. Het werd een waar gevecht van tegenstanders tegen voorstanders, met als resultaat dat, toen er op 22 december 1894 een enorme storm losbrak, er nog steeds geen haven was. De storm was zo hevig dat van de honderd vijftig bomschuiten de helft zwaar beschadigd werd, waarvan vijfentwintig schepen helemaal verwoest werden. Na vele discussies besloot de Haagse ge-

meenteraad op 31 maart 1898 het groene licht te geven om een haven te bouwen. Nu volgden er weer vele protesten van de Vlaardingers, die in deze haven grote concurrentie zagen voor de eigen zaken. Toen echter op 21 juli 1899 ook de regering toestemming gaf, kon men spoedig met het graven van de haven beginnen, Het werk ging erg vlot en reeds op 21 november 1904 voer de bomschuit SCH.138 van de reder A. de Niet als eerste de haven binnen. Deze manoeuvre mislukte echter en de born strandde tegen het zuiderhavenhoofd. Op 26 november volgden de SCH.64 en SCH.198, die zonder problemen binnenkwamen en de opening van de haven was een feit. Al spoedig bleek echter dat de haven bij veel wind niet al te veel veiligheid bood aan de schepen. Bij harde wind lagen zij tegen elkaar te bonken en beschadigden elkaar. Gelukkig was er al voorzien in ruimte voor een eventuele tweede haven. Na veel strubbelingen is ook deze uiteindelijk gegraven en werd in 1931 door koningin Wilhelmina geopend.

Sinds de opening van de eerste haven was het aantal bomschuiten steeds verder gedaald, tot ze in het begin van de jaren twintig geheel verdwenen waren. Het

aantalloggers nam echter ieder jaar toe en zo rand de Tweede Wereldoorlog waren er ruim honderd. Dit aantal zorgde voor een enorme bedrijvigheid aan de haven. Helaas is er na die oorlog een kentering gekomen in deze bloeiende bedrijfstak. Door de overbevissing van de Noordzee en het steeds groter bouwen van de schepen, die ook nieuwe vismethoden toepasten, is het aantal loggers na de jaren zestig steeds verder geslonken. Thans is er nog een tiental grote trawlers, die desondanks nog een formidabele hoeveelheid vis aan de wal brengen en het is te hopen dat Scheveningen in de toekomst toch een vissersplaats zal blijven.

Wat de keuze van de foto's betreft is getracht ze enigszins naar datum te plaatsen, hoe wei het natuurlijk moeilijk is zich daar precies aan te houden. Tot slot wil ik het Haagse gemeentearchief danken voor het ter beschikking stellen vande foto's 18, 19, 20, 80, 99, 103 en 108 en de heer W.H. Knoester voor de foto's 49 en 91.

1. De eerste foto laat ons zien dat de fotograaf kennelijk geen verstand van de visserij had, anders had hij de foto niet ondertiteld met: "Ter Vischvangst." De bomschuit wordt hier niet naar het water getrokken, zoals de fotograaf suggereert, maar juist omhoog tegen de duinen. De schuit had op de een of andere manier schade opgelopen, die te zien is onder het zwaard aan bakboordzijde (links). Moesten er gro te reparaties gebeuren, dan werd het schip tegen de duinen getrokken, zodat men geen last van eb en vloed had. De foto werd rand 1890 gemaakt.

2. Deze foto toont ons een bomschuit die weI klaar ligt voor vertrek. De bemanning is reeds aan boord gegaan en het wachten is nu op hoog water, zodat men de schuit met behulp van een spi! en een uitgezet anker naar het diepe kan trekken. Vermoedelijk staat de stuurman (schipper) nog op het droge en zal als laatste aan boord gedragen worden. De foto werd in 1895 genomen en de bomschuit is de SCR.lO, "Martina", van de reder G. den Dulk.

3. Op hetzelfde tijdstip, ongeveer 1895, zien we nog een aantal andere bommen op de vloedlijn op het strand liggen, klaar voor vertrek. De bemanningen zijn druk bezig met de spillen om de schuiten naar zee te trekken. Op het dek van de schuit op de voorgrond ziet men zo'n spil liggen. Aan het linker eind ziet men vierkante gaten waarin spaken gestoken werden. Normaal stond de spil rechtop in een gat in het dek. De schuit links op de voorgrond is van de reder M. de Niet Azn., SCH.134, "Avant Coureur". Van dezelfde reder is het schip daarnaast, de SCH.275, "Exelsior".

i'

..?

? Katwijk aan Zee

Schoiten trekken

4. Om een indruk te geven hoe het schuiten trekken in zijn werk ging, heb ik hier een Katwijkse ansichtkaart gebruikt, waarop duidelijk te zien is hoe de schuit met rollen over een planken vloer werd getrokken. Kwam de achterste ro! vrij, dan werd deze weer naar voren gep!aatst. Soms vie! de schuit voorover, zodat deze dan weer met handkracht opgebeurd rnoest worden am de ro! eronder te kunnen plaatsen, zoals men ook op de foto ziet.

5. Het maakt natuurlijk niet zoveel uit of we op een bomschuit van Scheveningse of Noordwijkse afkomst kijken. Op hele kleine verschillen na waren ze bijna hetzelfde. De foto laat ons in ieder geval duidelijk zien van welke flinke afmetingen de mast, gaffel en giek waren, voor zo'n in onze ogen toch klein schip. Achter de bemanning ligt een stapel breels. Dit waren houten, puntige tonnetjes, die met de punt naar beneden in het water dreven. Aan de breels hingen de haringnetten rechtop, als een gordijn in het water.

n"dplaats nOordwijll. Ge3icbt op een bornscbuit.

Stmndgezicht. ...: Scheveninge . N. 698.

--~--~~---

--:-. ..

6. Weer terug op het strand van Scheveningen, zien we een aantal voerlieden bezig om takels uit te zetten, waaraan paarden werden gezet om de schuit zo dicht mogelijk naar het water te trekken. Op de SCH.258 zien we een net te drogen hangen. Het is duidelijk dat dit geen vleet is, zodat de schuit bezig was met de verse visvangst, De SCH.258 was van de reder Wed. W.C. Korving en heette "De jonge Ida". De SCH.I45 behoorde aan de reder Wed. R. de Niet. De naam was "Johanna en Arie".

Strand met Bommen

UitSlĀ· !'Ii. J. Boon ?. 4.m.t .? IS

7. Het is best mogelijk dat de schuiten, die hier bijna vlot zijn, dezelfde waren als die van de vorige foto. Na 1900 waren er niet zoveel schepen meer die het strand gebruikten om hun vis te lossen. De schrik van de storm in 1894 zat er nog danig in. Ook waren er voor de kust van Scheveningen strekdammen gebouwd, die het landen bemoeilijkten. De meeste bomschuiten gingen dan ook, tot de opening van de haven, meestal naar Vlaardingen of Maassluis.

J

Scheveningen

201 Citg. J. H. tcbeerer, AmF-terdaro Gee. guch. 1900

8. Niet duidelijk is waarom de SCH.77, "Willem", van de reder C.M. den Dulk, hier geheel onttakeld op het strand ligt. In vergelijking met andere schepen is het echter een groot exemplaar. Rechts ligt de bomschuit SCH.195, "Neerlands Koning", van de reder W. van der Zwan Hzn. In 1900 was Jacob de Leeuw de stuurman van deze born.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek