De molens van Amsterdam in oude ansichten deel 1

De molens van Amsterdam in oude ansichten deel 1

Auteur
:   mr. J.H. van den Hoek Ostende
Gemeente
:  
Provincie
:   Noord-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-1623-7
Pagina's
:   112
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'De molens van Amsterdam in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Inleiding

A1gemeen

Foro's en ansichten van Amsterdamse molens uit de periode 1850-1950 zijn te vinden in vele afleveringen van het maandblad Ons Amsterdam en in het jaarboek en het maandblad van het genootschap Amste!odamum. Ook komen ze voor in publikaties over het fotografisch werk van Eduard Isaac Asser, G.H. Breitner en Jacob Olie en in boeken als Amsterdam voor het eerst gefotografeerd en De vroegste foto's van Amsterdam. Verder staan ze in werken alsAmsterdam, die groote stad,Amsterdam per vigilante, Amsterdam 19001940, Groeten uitAmsterdam, De Amsterdamse Schans en de Buitensinqel en de Noord-Hollandse Molenboeken, om maar enkele voorbeelden te noemen. En ten slotte treffen we ze ook aan in andere deeltjes van de reeks 'in oude ansichten'.

Vaak putten de schrijvers en samenstellers van de genoemde werken

uit de rijke collectie die de historisch-topografische atlas van het Amsterdamse Gemeentearchiefbezit. Maar nog nooit is die verzameling systematisch doorgenomen op molens en zijn de vondsten onder ling en met hun omgeving vergeleken. Bij eerdere publikaties ging het veelal niet of niet in de eerste plaats om molens, maar om een fotograaf of het stadsbeeld van zoveel jaar geleden. Nu de nadruk uitsluitend op molens gelegd werd, kon veel wat vraeger onduidelijk bleef worden opgehelderd en konden notoire vergissingen worden rechtgezet. Niet aile molenansichten met de vermelding Amsterdam in het onderschrift tonenAmsterdamse molens. Wij constateerden dit bij de bart met de molens 'De Liefde' en 'De Pet', die als afbeelding 96 is opgenomen in Molens in de Zaanstreek in oude ansichten dee! 2, bij een bart met de titel 'Amsterdam, Een Hollandsche Korenmolen', wat molen 'Windlust' te Wassenaar moet zijn en bij de stereofoto van molen 'De Santhaes' in Santpoort, Nederlondse Molens in oude ansichten, afbeelding 64. Zoals te verwachten was, spring en enkele molens, die lang bestaan hebben ofnog bestaan, eruit met grate aantallen kaarten en foto's. Dat zijn bij de korenmolens

'De Gooyer' en 'De Victor', bij de houtzaagmolens 'De Eenhoorn', 'Het Luipaard', 'De Otter' en 'De Samson', bij de chocolaadmolens 'De Goede Verwachting' en bij de krijtmolens 'De Hoop' en 'd'Admiraal'. Hun afbeeldingen illustreren, op een rijtje gezet, de verminderende betekenis van de windkracht als energiebran en de verstedelijking van de omgeving van de molens.

Het overvloedigeAmsterdamse materiaal biedt de mogelijkheid drie deeltjes te vullen. In het eerste, dat thans voor u ligt, worden de korenmolens behandeld en de verdere industriemolens, alsmede een poldermolen, in de stad zelf en de directe omgeving, die reeds v66r 1 mei 1896 tot Amsterdam behoorde. Houtzaagmolens komen er als categorie niet in voor, al is er weI een enkele te zien. Deze molens waren zo talrijk dat daaraan een afzonderlijk deeltje, het tweede, gewijd kan worden. In deel 3 ten slotte komen de molens aan de orde uit de gebieden die in 1896, 1921 en 1966 (1978) aanAmsterdam zijn toegevoegd. Daarbij is uiteraard een graot aantal poldermolens.

Korenmolens

In het midden van de negentiende eeuw stonden in Amsterdam korenmolens op de meeste der zesentwintig bolwerken van de zeventiendeeeuwse omwalling, langs de Overtoom en de Mennonietensloot, aan de Steurweg buiten de Zaagmolenpoort en aan de Spaarndammerdijk buiten de Haarlemmer- ofWillemspoort. De grand der bolwerken behoorde aan de gemeente en de eigenaars van de molens hadden slechts een gebruiksrecht, waarvoor ze precario aan de stad moesten betalen. Bij de plaatsing van de molens rand 1614 en 1662 was er van uitgegaan dat deze op aanmaning van het stadsbestuur, wanneer dat over de granden wenste te beschikken, verwijderd zouden moeten worden, bijvoorbeeld bij een belegering van de stad. Met de toenmalige houten standerdmolens was die eis in te willig en geweest, maar de verandering

in de achttiende eeuw van deze demontabele bouwsels in hoge, grotendeels stenen stellingmolens gaf er op zichzelf reeds blijk van dat met opzegging van het precario eigenlijk geen rekening meer gehouden werd. Toen de stad hiertoe na 1860 toch overging, niet vanwege oorlogshandelingen, maar om stadsuitbreiding en wegenaanleg te realiseren, leidde dat tot uitgebreide juridische beschouwingen. De op grond daarvan gevoerde processen, die bij enkele molens vermeld zullen worden, werden in laatste instantie door de stad gewonnen. Nog slechts een bolwerksmolen 'De Gooyer', bleeflangs de Singelgracht behouden, maar hij was in de Franse tijd al verplaatst.

Bij de ondergang van de windkorenmolens speelden ook de met stoomkracht werkende meel- en broodfabrieken een rol. De oudste dateerde van 1828 en stond aan de Lijnbaansgracht bij de Gietersstraat.

Vooral na de afschaffing van de accijns op het gemaal in 1856 namen ze in betekenis toe, omdat toen het voor een continubedrijfbelemmerende verbod 's nachts te malen was opgeheven. De bakkers gingen meel kopen op de fabriek, in plaats van graan dat ze op een molen moesten laten malen.

Chocolaadmolens

Hoewel in Amsterdam vele fabrikanten van chocolade gevestigd waren, zijn er toch maar vijfwindmolens in deze branche bekend. Ze stonden aan de Spaarndammerdijk, het Oetgenspad, bij bolwerk Zeeburg, aan de Kostverlorenvaart bij het Ian Hanzenpad en aan de Buitensingel bij het huidige Jacob van Lennepkanaal. De laatste twee, die 'De Wachter' en 'De Roomolen' heetten, hebben slechts kort als chocolaadmolen gewerkt. Aan 'De Wachter' is de naam van de firma Van Houten verbonden, die in 1842 naar Leiden vertrok en na 1850 te Weesp tot grote bloei kwam. In de chocolade-industrie werd ook gebruik gemaakt van door paarden gedreven molens, de zogenaamde rosmolens.

Rosmolens

Deze waren vooral bij grutterijen in gebruik om de rustige en ononderbroken beweegkracht die deze bedrijfstak nodig had bij het pletten of breken van de tevoren op de eest gedroogde boekweit, haver en erwten.

In 1843 telde Amsterdam vijfentwintig grutmolens, die door paardenkracht werden gedreven. Van slechts een daarvan is een foto bekend.

Verfhoutmolens

Het kappen, rasp en en vermalen van hout, waaruit verfstoffen gewonnen werden, was sinds 1599 het monopolie van het werkhuis voor mannen, dat er zijn naam rasphuis aan ontleende. Twee rasphuismolens stonden in de Stads- en Godshuispolder aan de Kostverlorenwetering en waren in 1656 en 1780 gebouwd. De derde, de enige waarvan ons foto's bekend zijn, was aan de Amstel als boormolen gebouwd in 1688 en werd verfhoutmolen in 1766. In 1830 verkocht de stad de verfhoutmolens. Die aan de Wetering werden ingericht tot tarwe- en roggemolen en tot koren- en oliemolen. Die aan de Amstel bleefverfhoutmolen tot de afbraak in 1876. De chemische industrie, die nieuwe kleurmiddelen voor de textielindustrie produceerde, had het bestaan van verfhoutmolens to en reeds onmogelijk gemaakt.

Loodwitmolens

Deze werden wegens de stank die ze verspreidden, evenals de volmolens, zo ver mogelijk van de bewoonde wereld gesitueerd. De onze op Zeeburg stond dan ook in een uithoek van de stad, achter scheepswerven en touwslagerijen, waar het lood onder de paardenmest rustig tot ontbinding kon overgaan, aleer het met kantstenen vermalen werd.

Vol- en zeemtouwersmolens

Deze dienden om onder toevoeging van urine het laken door stamp en grotere vastheid te verlenen. Bij onze molen uit 1845 moet eerder aan kalanderen gedacht worden, het glanzend mangelen van het linnen, waarvoor ook vaak rosmolens gebruikt werden. Ook in zeemtouwersmolens werd met stampers gewerkt. Onder toevoeging van traan en volaarde werden daarmee de huiden los en lenig gebeukt ten behoeve van de zeemleerindustrie.

Moutmolens

Hier werd de mout, dat is gerst, die men heeft Iaten ontkiemen en die vervolgens gedroogd is, met speciaal daartoe gescherpte stenen gesneden of gebroken. Na vermenging met roggemeel werd uit het mengsel een besIag gemaakt, waaruit alcohol gedestiIleerd kon worden voor de bierbrouwerijen en j eneverstokerij en.

Verantwoording van de tekst

Ieder die zich verdiept in de geschiedenis van de Amsterdamse mol ens zal het artikel ter hand nemen dat G.]. Honig erover schreef in het jaarboek 193 ° van het genootschap 'Amstelodamum'. Vooral de als bijlage opgenomen uittreksels uit de windgeldboeken zijn van groot beIang. Dr. S. Hart, destijds adjunct-gemeentearchivaris, schreefhetAmsterdamse hoofdstuk in de in 1964 verschenen eerste druk van het NoordHollands Molenboek. Ergens daar tussenin begon ik me voor molens in het algemeen en voor die van de hoofdstad in het bijzonder te interesseren, waarbij ik me met name met de negentiende eeuw bezighield.

Ik publiceerde de vondsten, die ik op het Gemeentearchief deed, onder andere in OnsArnsterdam, jaarboek en maandbladArnsteIodamum en Molennieuws, zoals uit de hierna volgende Iiteratuuropgave blijkt. Ook kwamen ze terecht in mijn bewerking van het Amsterdamse gedeelte van de tweede druk van het Noord-Hollands Molenboek, die in september 1981 verscheen. Voor de technische kant van de molens kan verwezen worden naar het boek Molens van ir. F. Stokhuyzen.

Er is naar gestreefd in de onderschriften zoveel mogelijk historische gegevens over de afgebeelde molens te verwerken. Daarnaast is ruimschoots aandacht besteed aan de verandering van het stadsbeeld ter pIaatse, wat vooral mogelijk was bij molens waarvan over een Iangere periode afbeeldingen bewaard bIeven.

Herkomst van de ufbeeldinqen

Gezien de naam van de serie waarin dit boekje verschijnt, zijn zoveel mogelijk prentbriefkaarten gebruikt en daarnaast stereofoto's en gekartonneerde foto's, die in series in de handel gebracht werden. Voorts werd geput uit oude foto's van onder anderen mr. E.I. Asser en Jacob

Olie. Van het principe aIleen foto's te gebruiken moest weI eens worden afgeweken, te weten bij getekend reclamemateriaal en in die gevallen waar een tekening, soms naar een foto gemaakt, nodig was om een vroegere situatie te verduidelijken of om compositorische redenen niet kon worden ontbeerd.

Het meeste materiaal berust bij het Amsterdamse Gemeentearchief Aan de historisch-topografische atlas aldaar werden ontleend het voorplaatje en de nummers 2, 3,4, 5, 6, 7, 8, 10, 11, 13, 15, 16, 17, 19, 21, 24, 25,27,28,29,30, 31,34,35,37,38,39,46,47,48,49, 51,52,56, 57,58,60,62,63,64,65,66, 67a en 67b, 69, 71, 75, 76, 78, 79, 80, 81,82,83,84,85,88,89,90,91,95,96,97,98,99,100,101, 103 en 104. De bibliotheek van het Amsterdamse archiefleverde de nummers 9,43,44,70 en 72.

Verder kon gebruik gemaakt worden van de collectie van de vereniging 'De Hollandsche Molen', die wordt beheerd door de stichting 'Molen Documentatie'. In het bijzonder verdienen daarbij vermelding de destijds door Arda Hindaal samengestelde plakboeken. Mijn zwager, de heer c. Suyver te Ede, was zo vriendelijk de foto's van het rietdekkerswerk aan 'De Gooyer' voor reproduktie geschikt te maken. Van 'De Hollandsche Molen' zijn afkomstig de nummers 50, 53, 55, 92, 93 en 94.

Uit de briefkaartenverzameling van de heer L.c. Schade van Westrum te Amsterdam konden de nummers 26, 36,42,59,86 en 87 gereproduceerd worden. Nummer 12 dank ik aan de heer drs. H.A. Visser te Papendecht, nummer 33 aan de heer A.B. Osterholt te Amsterdam en nummer 105 aan de Stichting tot Bevordering van het Kunsthistorisch Onderzoek in Nederland te 's-Gravenhage. De nummers 14, 20a en 20b, 23,32, 40a en 40b, 41,68, 73, 77 en 102 komen uit mijn verzameling. Het was moeilijk een plattegrond te vinden waarop de mol ens op een naar het huidige stratenpIan herkenbare wijze konden worden aangegeven. Dit te meer, omdat de mol ens in dit deel in hoofdzaak stonden Iangs en in de nabijheid van de Singelgracht, die de stad in haar zeventiende-eeuwse gedaante omsloot, en derhalve de halve maanvormige omtrek van het oude Amsterdam in kaart gebracht moest worden. De keuze viel op de pIattegrond van Gerred de Broen uit 1725, zoals die in het monumentenjaar 1975 door het Bureau Voorlichting Amsterdam,

de VVv, het Gemeentelijk Bureau Monumentenzorg Amsterdam, de Bond Heemschut en de Nederlandse Bottelaars van Coca Cola werd uitgegeven. Deze hart biedt het grate voordeel dat aansluitend aan de oude stad het stratenbeloop in de negentiende-eeuwse wijken is aangegeven. Uit de genoemde hart, die in zijn geheel op het schutblad is gerepraduceerd, zijn zes gedeelten genom en, die elk een gebied met een aantal molens weergeven. Voor zover laatstgenoemden buiten de wallen stonden zijn ze toegevoegd als ze in afbeelding of tekst in dit boekje voorkomen. Tevens was het mogelijk relevant molengebeuren binnen de Singelgracht op deze kaartfragmenten aan te geven.

Geraadpleegde literatuur

0. W Boers, Molens met gevelstenen - gevelstenen met molens. Ons Amsterdam, 1978, bIz. 18-23.

]. van Eck, De Amsterdamsche Schans en de Buitensinqel, Amsterdam, 1948.

LH. van Eeghen, De brouwerij De Hooiberq, ]aarboek Amstelodamum, 1958, bIz. 46-97.

S. Hart, De Amsterdamse molens in Noord-Hollands Molenboek. Haarlem, 1964, bIz. 35-51.

].H. van den Hoek Osten de, De molen 'De Kraai' te Westbroek. ]aarboekje van het Oudheidkundig Genootschap Niftarlake, 1965, bIz. 23 - 29.

idem, Verfhoutmolens. MaandbladAmstelodamum, 1966, bIz. 108-118. idem, Concurrentie tussen binnen- en buitenmolenaars. Ons Amsterdam, 1967, bIz. 82-89.

idem, Stoomkorenmolens in Amsterdam. Ons Amsterdam, 1967, bIz. 370375.

idem, De amotie van de molen 'De Leeuw' op het bolwerk Westerblokhuis. Maandblad Amstelodamum, 1969, bIz. 12-15.

idem, De molens aan de Overtoom. OnsAmsterdam, 1970, bIz. 238-243. idem, De molens aan het Mennonietenpad. Molennieuws, januari 1971, bIz. 17-20.

idem, Het einde van de korenmolens op de Amsterdamse bolwerken. ]aarboek Amstelodamum, 1972, bIz. 163-181.

idem, Molen 'De Gooyer'. Waterwereld, 1976, bIz. 25-35.

idem, Stadsvuilwatermolens. MaandbladAmstelodamum, 1978, bIz. 5-11. idem, Chocolaadmolens. ]aarboek Amstelodamum, 1979, bIz 65 -7 8. idem, De Amsterdmse molens in Molens in Noord-Holland. Amsterdam, 1981, biz. 56-59.

idem, Rosmolens in Amsterdam. ]aarboekAmstelodamum, 1981, bIz. 10-24. idem, Moutmolens, MaandbladAmstelodamum, 1985, bIz. 3-9.

idem, Molenaars contra zwervers en vissers, Maandblad Amstelodamum, 1987, biz. 62-64.

idem, Molenbranden in Amsterdam (I) De Roode Molen, MaandbladAmstelodamum, 1987, biz. 135-136, en 1988, bIz. 31.

idem, Molenaarshuizen, MaandbladAmstelodamum, 1988, bIz. 63-68. idem, Molenbranden in Amsterdam (II) De Groote Leeuw, Maandblad Amstelodamum, 1988, biz. 78-84.

idem, Molenbranden in Amsterdam (III) De Kraai, MaandbladAmstelodamum, 1989, bIz. 73-83.

G.]. Honig, De molens van Amsterdam. ]aarboekAmstelodamum, 1930, bIz. 79-159.

L. Jansen, Molen 'De Bloem'. Ons Amsterdam, 1966, biz. 42-43.

G.H. Keunen, Een nieuwe bovenas voor 'De Gooyer'teAmsterdam. Molennieuws, januari 1978, biz. 14-21.

Anneke van Veen,]acob Olie]bz. (1834-1905), Monografleen van Nederlandse fotografen 10, Amsterdam, 2000.

C. Visser, A. ten Bruggencate en]. Schregardus, Onze Hollandsche Molen. Tweede reeks. Amsterdam, 1929.

Van bolwerk Blauwhoofd tot de Zaagmolenpoort

1 Op de bolwerken Blauwhoofd, Boeht, Westerbeer, Sloterdijk, Haarlem en Karthuizers staan de mol ens 'De Bok' (1), 'De Vervanger' (2), 'De Beer' (3), 'De Kraal' (4), 'De Palm' (5), en 'De Kat' (6). 'De Palm' brandde in 1831 af en werd niet herbouwd. Van de andere mol ens kennen we foro's, evenals van de buiten de Singelgraeht staande molens 'De Koe' (7), 'De Zeeuw' (8) en de mol en van de Overbrakerbinnenpolder (9). Oak zien we houtzaagmolen 'De Kat' (10), die samen met de gelijknamige korenmolen werd gefotagrafeerd, en houtzaagmolen 'Het

Klaverblad' uit 1841 (11), die samen met korenmolen 'De Bok' in het beeld kwam. Toen De Broen zijn kaart tekende, stand op de plaats van 'Het Klaverblad' een der stadsvuilwatermolens uit

1688. De andere staat bij 12. Beide werden in 1783 afgebroken. Bij 13 staat houtzaagmolen 'De Groote Otter' die in 1732 gebouwd werd en in 1 8 65 afgebroken.

2 Korenmolen 'De Koe' aan de Spaarndammerdijk ondervindt zo te zien wei enige windbelemmering van het in 1843 gebouwde station Willemspoort van de Hollandsche I]zeren Spoorweg Maatschappi j. De uit 1663 daterende molen moest in 1865 wijken voor uitbreiding van het spoorwegemplacement, daar de gemeente de in erfpacht uitgegeven grand waarap hij stand aan de HI]SM verkocht had. Minister Thorbecke wees een verzoek am schadeloosstelling van moleneigenaar P. Pauwels af

3 In 1861 maakte Jacob Olie deze foto van twee Amsterdamse molens in vol bedrijf. Op de vo orgrand houtzaagmolen 'Het Klaverblad', die van 1841 tot 1877 in de Overbrakerbuitenpolder gestaan heeft, ongeveer waar nu de Roggeveenstraat is. De tweede mol en is korenmolen 'De Bok' op bolwerk Blauwhoofd. Dit bolwerk lag aan het 1] en vormde aan de westkant van de stad de noordelijke beeindiging van de zeventiende-eeuwse vestingwerken.

4 Jacob Olie, de bouwkundige en leraar aan de ambachtsschool, die vooral voortleeft in zijn foto's, woonde aan de Zandhoek, die hier vrijwel geheel schuilgaat achter de bomen. Toen Olie deze fota maakte, stand korenmolen 'De Bok' zich met slechts een roede te spiegelen in het kalme water van het Westerdok. Spoedig zou een nieuwe roede gestoken worden, want de mol en had nog een jaar oftwintig voor de boeg.

5 'De Bok' was in 1718

als bovenkruier in de plaats gekomen van een het j aar tevoren omgewaaide standerdmolen uit 1614. Jacob Olie fotografeerde hem hier uit een huis aan de Bokkinghangen omstreeks 1865. 'De Bok' brandde op 4 januari 1879 af

6 Jacob Olie keek uit molen 'De Bok' op bolwerk Blauwhoofd naar molen 'De Vervanger' op bolwerk De Baehr. Achter de stadswal zijn links pakhuizen aan de Zoutkeetsgracht te zien. Boven de bomen tussen de pakhuizen steekt molen 'De Beer' op bolwerk Westerbeer uit en boven de pakhuizen rechts daarvan mol en 'De Koe' aan de Spaarndammerdijk. Ongeveer midden op de fota is met een vergrootglas zelfs chocolaadmolen 'De Zeeuw' aan diezelfde dijk te zien. De andere molens waren korenmolens, waarvan 'De Beer' afbrandde op 1 8 september 1861 en 'De Koe' en 'De Vervanger' werden gesloopt in 1865 en 1878.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek