De molens van Zeeuwsch-Vlaanderen

De molens van Zeeuwsch-Vlaanderen

Auteur
:   C. van Winkelen
Gemeente
:  
Provincie
:   Zeeland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2732-5
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'De molens van Zeeuwsch-Vlaanderen'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

Zoals overal elders, hebben er in Zeeuwsch-Vlaanderen vroeger heel wat meer molens gestaan dan momenteel (tijdens het samenstellen van de kopy voor dit molenboekje in maart 1978) het geval is. Zo stonden er omstreeks 1890 in dit gebied niet minder dan zevenenzeventig molens, waaronder zeer oude exemplaren. In de vroegere gemeente-archieven waren destijds allerlei gegevens te vinden, onder andere van maal- en windrecht en maalloon. Een enkele keer vindt men bij de molens ook nog oude papieren, maar meestal zijn ze er niet meer! Helaas zijn de in dit molenboekje voorkomende plaatjes niet aIle even mooi, omdat het voor de samensteller dikwijls erg moeilijk was, oude kaarten en/of foto's, vooral van de verdwenen molens, te bemachtigen. In vele gevallen waren dat reprodukties. Maar beter een opname van een reproduktie dan helemaal niets!

Aan het einde van de zestiende eeuw waren er telkens grote overstromingen en was ook Zeeuwsch-Vlaanderen door de Tachtigjarige Oorlog grotendeels verwoest en onder water gezet. In het begin van de zeventiende eeuw was er van vele steden en dorpen niet veel meer over en zullen de meeste molens ook weI zijn verdwenen. Zodra de oorlog voorbij was en de polders weer waren bedijkt, werden vele molens herbouwd. Vroeger waren de molens allen standerdmolens; de eerste stenen molen in Zeeuwsch-Vlaanderen was die van Sluis in 1739. Omstreeks 1750 werden er door W.I. Hattinga nauwkeurige kaarten gemaakt, waarop duidelijk de in dit gebied voorkomende molens vermeld stonden. Het waren aIle korenmolens; een enkele keer werden molens als olie- of pelmolen gebruikt. Verder stonden er open en gesloten standerdmolens, stenen baliemolens, grand- en bergmolens, achtkantige steenmolens en achtkantige molens van riet of hout met stenen onderbouw. In 1927 was het aantal van de diverse molens, dat in 1890 nog zevenenzeventig bedroeg, geslonken tot een aantal van slechts zesendertig molens. In het midden van de vijftiende eeuw had den de steden Sluis en Hulst respectievelijk zeven en drie windmolens. Thans staat er. in deze oude stadjes slechts een molen!

In de loop der jaren werden in dit gebied vele standerdmolens vernield en keerden niet terug. Het kwam helaas ook voor dat een molen door brand verloren ging. Aan de weg van Zaamslag naar Terneuzen stond, even buiten het dorp, een achtkantige molen, gedeeltelijk van riet, gedeeltelijk van hout. Het was "De Zonnebloem". Deze molen was in Rotterdam gebouwd en na een paar jaar, in 1855, naar Zaamslag gekomen. Hij werd onderin voor oliemolen gebruikt. Eigenaars waren tot 1898 Van Vessem en tot 1923 J.C. Meyer. In 1923 is deze molen helaas afgebrand!

Op het voormalige Eiland van Cadzand stonden destijds op Zuidzande "d'Oostmeulen" en omstreeks 1562 tussen Cadzand en Retranchement "De Westmeulen". Verder stonden in West-Zeeuwsch-Vlaanderen de "Baarzandmeulen" ten zuiden van Breskens en in Beooster Eede omstreeks 1560 de .Rooleeuwmolen". Biervliet had drie molens en Groede twee. In 1550 wordt de .Passageulernolen" vermeld en in 1557 de molen van

Nieuwkerke. Verder stonden er molens in Spillebroek, Ter Weele, Wulpen en De Zonne.

In Oost-Zeeuwseh-Vlaanderen hebben molens gestaan in Hengstdijk, Sint Jansteen, Absdale, Sluiskil en Clinge, terwijl er in Zaamslag niet minder dan vier molens hebben gestaan.

Dat het in Zeeuwseh-Vlaanderen ook kon spoken, bleek destijds uit het feit dat een door twee paarden bespannen wagen niet verder kon rijden, omdat er voor het aehterwiel een lange stro lag en de wagen daardoor niet in beweging kon worden gebraeht. De in deze buurtsehap bekende Jane Pape, die de zogenaamde .zwarte kunst" verstond, wees het obstakel aan, waama de lange stro werd verwijderd en de wagen in beweging kwam. En met dit wel krasse staaltje, waarover vooral de ouderen op Spui nog wel eens spreken, bes1uit de samensteller de inleiding van dit platenboekje.

Hij is ervan overtuigd niet volle dig te zijn geweest, maar de besehikbare plaatsruimte liet he1aas niet meer tekst toe. Van deze gelegenheid wil de samensteller graag gebruik maken om alle bij de fotoverantwoording vermelde personen harteIijk dank te zeggen voor het tijdeIijk afstaan van de oude kaarten en/of foto's en voor de uitvoerige informaties. Verder wenst hij u veellees- en kijkgenot!

BRESKENS

1. We beginnen onze molenroute door Zeeuwsch- Vlaanderen in Breskens, waar vroeger deze oude standerdmolen stond. Hoe lang deze molen daar heeft gestaan, is niet met zekerheid te zeggen. In 1510 gaf heer Filips van Kleef vergunning tot het bedijken van Breskenszand; spoedig na deze bedijking zou daar een molen zijn geplaatst. Een oude bron uit 1550 bevestigt dat daar een molen stond; het oudste jaartal dat eehter in deze rnolen voorkomt vermeldt het jaar 1556. Ook komt de molen voor op de kaart van Pourbus, die omstreeks 1570 werd vervaardigd. De grote overstroming van 1570 heeft de molen doorstaan. In de jaren 1579-1580 ontving de heer van Breskens wegens paeht van de windmolen negentig pond. Ve1e oude jaartallen zijn in de molen te vinden: 1556-Ian Hoste-1637-1649-1653 Jaeop de Maris·1657-1773. Op de weegsehaa1 staat 1730. Sinds 1875 was mo1enaar P. de Hullu de eigenaar. Het zullen voora1 de ouderen in Breskens zijn die zieh deze oude standerdmo1en nog zullen herinneren, want in 1929 verdween deze molen uit het straatbee1d van Breskens.

GROEDE

2. Een van de twee standerdmolens zien we op deze foto, namelijk de gesloten standerdmolen "De Zeemeermin", die in 1801 werd gesticht. In 1836 waaide deze molen om, maar werd later weer opgebouwd. Joz. de Hulster werd in 1877 opvolger van Albregtse en hij bleef tot 1892 eigenaar. Daarna kwam de molen in handen van P. de Hullu, die tot 1921 eigenaar bleef. De laatste eigenaar was I. de Hullu (1921 tot 1944). Toen de molen een eeuw oud was, werd hij door de bliksem getroffen, waarbij onder andere de tandwielen werden vernield. Een molenmaker uit het Belgische Eeklo heeft toen deze molen hersteld. Op 7 september 1944 liep de molen tijdens een zware storm grate schade op. Een maand later beschadigde een granaat de molen nog meer. Op 5 februari 1945 werd de zwaar beschadigde molen neergehaald. Als bijzonderheid kan nog worden gemeld dat mulder I. de Hullu van de open standerdmolen een gesloten type maakte, door er een kippenhok onder te bouwen!

3. In de Brouwerijstraat van Groede heeft destijds een korenmolen gestaan, waarvan we hier een opname 1aten zien. Gillis de Meyer liet in 1819 aan de noordzijde van het dorp deze baliemo1en bouwen, die de volgende eigenaars heeft gehad: Jacob Beerens, na hem Pieter van der Meu1en en sinds 1868 was de familie Risseeuw de eigenares. De laatste eigenaar, J.B. Risseeuw, ontnam de mo1en in 1911 zijn wieken en exploiteerde de romp verder als maalderij met een motor. In 1955 verdween ook de romp.

NIEUWVLIET

4. De volgende plaats die we op onze molenroute aandoen is Nieuwvliet, waar we aan de Molenweg de korenmolen van het type beltmolen aantreffen, waarvan I.P. Michielsen de eigenaar is en die momenteel (tijdens het klaarmaken van de kopy voor dit molenboekje, maart 1978) in restauratie is. Deze molen, die omstreeks 1850 werd gebouwd en tot 1954 in bedrijf was, ligt vijfhonderd meter ten noordwesten van de dorpskern, op een molenberg van ongeveer twee meter hoogte. De molen is nooit bewoond geweest. Het is een ronde, stenen bovenkruier zonder stelling, een grondzeiler, ongetailleerd. De kap is van hout met dakleer en de windpeluw is eveneens van hout. De roeden zijn van ijzer van de gebroeders Pot uit Kinderdijk, terwijl ook de as van ijzer is. De rnolen heeft een vlucht van vierentwintig meter. De wiekvorm is oorspronkelijk en ongewijzigd. De staartschoren, staartbalk en spruiten zijn van hout. Als bijzonderheid kan worden gemeld dat de staartbalk een oude scheepsmast is. Er is een kruirad. Daar vooral het metselwerk op het zuidoosten en de gehele staart erg slecht zijn, werden plannen gemaakt tot volle dig herstel. De firma "Sint Victor" uit Nieuwvliet heeft een begroting opgemaakt van een bedrag van f 160.000,-. De restauratiewerkzaamheden liggen op het ogenblik (maart 1978) stil. Gedichten, opschriften en gevelsteen ontbreken. De baard is van hout, groen geschilderd, wit afgebiesd, onderrand sierlijk geschulpt. Er staat niets op. Boven de vensters en de deur zijn de uitstekende cement en boogies met sierblokjes erboven geheel gewit. Voor zover bekend, is er nooit windrecht betaald. De eigenaren zijn geweest: C. Brakman (circa 1850-1875), P. Brakman (1875·1888), A.J. de Hullu (1888.1924), P. Snoep (1924-1948) en I.P. Michielsen (14 februari 1958 tot heden). In de bovenste zolders zijn balken verwerkt, afkomstig van een rood geverfde standerdmolen, vermoedelijk daklijsten. In 1958/1959 is de molen geheel leeggehaald en als zomerverblijf ingericht. Door deze inwendige wijziging is het niet meer mogelijk om op de kapzolder te komen; hierdoor ontbreken enkele gegevens.

In een tegenoverliggend pakhuis was een maalderij ingericht; vijfentwintig pk elektromotor met twee koppel zestiender maalstenen (een koppel kunststenen en een koppel blauwe stenen) en een haverpletter. Een twee pk elektromotor dreef de elevator aan, terwijl een vijf pk elektromotor een graanreiniger en mengmachine aandreef. In 1965 is het gehele bedrijf geliquideerd. Het pakhuis werd verbouwd tot pension, uiteraard na verwijdering van de gehele maalderij. Voor 1950 was dit de best onderhouden molen van geheel Zeeuwsch-Vlaanderen. In 1971 was het uitwendige zeer slecht: korte spruit en schoren waren kapot, baard eveneens, terwijl de wieken incompleet waren. Deze stenen grondzeiler, die de aan de Sint Baafsdijk staande molen destijds verving, werd in 1850 gebouwd door Charel Cappon. P. Snoep heeft de molen laten opknappen.

In verb and met de pre caire toestand van het oude wiekenkruis van deze korenmolen, werden door het molenmakersbedrijf "Sint Victor" uit Nieuwvliet (Zeeuwsch-Vlaanderen) de wieken kaal gezet, dat wil zeggen ontdaan van het hekwerk en de metalen platen. De laatste gingen steeds meer loszitten en vormden, vooral bij

storm, gevaar voor de omwonenden en voorbijgangers, die door deze vallende voorwerpen zouden kunnen worden getroffen. Daarom zal het wiekenkruis, in afwachting van het aanbrengen van de nieuwe wieken, enige maanden zo moe ten blijven staan, wat wel een kaal gezicht is, maar altijd beter dan het risico dat er ongelukken zouden kunnen gebeuren.

5. We blijven nog even in Nieuwvliet en brengen een bezoek aan de aldaar staande molenromp. In 1859 werd te Nieuwvliet een stenen baliekorenmolen gebouwd voor rekening van A. Luteyn, die tot 1923 de eigenaar bleef. In dat jaar werd de molen onttakeld (van de wieken ontdaan). Deze onbewoonde romp herinnert nog aan de eens in bedrijf zijnde korenmolen in Nieuwvliet. Gelukkig staat er in dit Zeeuwschvlaamse dorp nag een korenmolen, die momenteel in restauratie is (1977/1978).

Het college van burgemeester en wethouders van Oostburg vindt dat in totaal een bedrag van ruim een ton moet worden uitgetrokken om de molens van Nieuwvliet en Zuidzande te restaureren. Het gaat om een gemeentelijke bijdrage van f 55.000,- voor de molen van Nieuwvliet en f 48.000,- voor de molen van Zuidzande. Burgemeester en wethouders wijzen de commissie voor de gemeentefinancien er op dat restauratie van beide molens dringend gewenst is. De restauratie van de molen te Nieuwvliet zal f 160.000,- kosten, zo blijkt uit de begroting. De gemeente Oostburg heeft die begroting opgesteld in samenwerking met de Rijksdienst voor de Monumentenzorg. De gebruikelijke gang van zaken zou zijn geweest dat eerst het ministerie van C.R.M. subsidie zou hebben verleend. In verb and met de kabinetsmoeilijkheden (november 1977), kon dat ministerie echter geen subsidie beschikbaar stellen. Burgemeester en wethouders van Oostburg achtten restauratie echter zo noodzakelijk dat werd besloten het voorstel in de raad te brengen.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek