Den Dungen en de Dungenaren in oude ansichten

Den Dungen en de Dungenaren in oude ansichten

Auteur
:   H. H.V.M. Maas
Gemeente
:   Sint-Michielsgestel
Provincie
:   Noord-Brabant
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4706-4
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Den Dungen en de Dungenaren in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

INLEIDING

De ontwikkeling van de fotografie vanaf de tweede helft van de vorige eeuw heeft het mogelijk gemaakt dorpsbeelden en bewoners van weleer ook nu nog te (leren) kennen. Worden tegenwoordig in grote getale foto's gemaakt en beschikt nagenoeg elk huisgezin over ten minste een fototoestel, voor 1940 werd er slechts sporadisch, bij bijzondere gebeurtenissen gefotografeerd en hadden slechts enkelen in Den Dungen een fototoestel. Meestentijds kwam de fotograafvan buiten Den Dungen. De foto's in dit boekje, die de periode van rond de eeuwwisseling tot 1940 omvatten, hebben heel nadrukkelijk ook betrekking op de bevolking van het Maaskantje. Een scheiding zou ook niet mogelijk zijn, daar Den Dungen-Maaskantje feitelijk een dorpsgemeenschap is. Wanneer u in dit boekje "Den Dungen" of "Dungense" leest, wordt daarrnee dan ook, tenzij anders aangegeven, de gehele dorpsgemeenschap bedoeld.

Geprobeerd is in dit boekje een zo gevarieerd mogelijke fotocollectie te geven, om zodoende verschillende facetten van het leven van to en aan bod te laten komen. Dat beeld van het dorpsleven is natuurlijk bij lange na niet volledig. Niet aIleen zou ik dan veel meer dan het nu vastgestelde aantal bladzijden nodig hebben, ook de beperktheid van het aantal foto's uit die tijd is hierbij van groot belang. In dit boekje was het bijvoorbeeld niet mogelijk om een foto van de vakbeweging op te nemen, vanwege het simpele feit dat er voor 1940 maar een is gemaakt en die is reeds eerder gepubliceerd.

Behalve zoveel mogelijk de namen van de personen, vindt u op de linker bladzijde bij elke foto een korte beschrijving van een aantal wetenswaardigheden. De foto op de voorkant is gemaakt bij een muziekfeest van de harmonie in 1928.

Dit boekje had niet tot stand kunnen komen als ik niet zoveel hulp gehad zou hebben. Nogmaals dank aan degenen die hun foto's beschikbaar stelden, die mij hielpen bij het uitzoeken van de namen van de personen op de foto's, of die anderszins mij geholpen hebben. Tot slot wens ik u veel kijk- en leesplezier toe.

Harrie Maas

1. Rond de eeuwwisseling yond het overgrote merendeel van de bevolking van Den Dungen haar bestaan in de landbouw. Vanaf de laatste decennia van de vorige eeuw waren er grote veranderingen gaande. Was bijvoorbeeld de os als trekkracht in 1871 nog een veel voorkomende verschijning met 41 dieren, in 1900 waren er nog maar 14 en in 1910 was er zelfs geen een meer. Het gebruik van hoornbeesten als trekdieren werd in het geheel verdrongen door het paard. Omstreeks 1900 werd deze foto van een os als trekdier gemaakt. De man op de foto is Thijs Minkels uit de Paterstraat.

Belangrijk was voorts het gebruik van kunstmest. Hierdoor was het niet aIleen mogelijk om de produktie flink te verhogen, het had ook zijn invloed op het in gebruik nemen van nieuwe staIlen, de zogenaamde groepstallen. Deze kwamen in de twintigste eeuw geleidelijk in de plaats van potstallen. Het systeem van de potstal was noodzakelijk om genoeg mest te krijgen. De potstal was eigenlijk niets meer dan een overdekte mestvaalt. De uitwerpselen van de dieren werden niet opgeruimd, maar er werden steeds allerlei natuurlijke, gemakkelijk te vergane produkten, zoals plaggen, bladeren en strooisel, overheen gegooid. Uiteindelijk werd het een grote mesthoop. Op een gegeven moment was de laag mest zo dik geworden, dat deze opgeruimd moest worden. De mest werd op een erdkar geladen, waarna deze ofwel naar het land werd gebracht, ofwel ergens op het erf werd opgeslagen. Door het kunstmest had de boer de potstal niet meer nodig om aan voldoende meststoffen te kunnen komen en kon de mest derhalve dagelijks worden opgeruimd.

Van groot belang is verder de mechanisatie geweest, die op aIle terreinen van de landbouw haar intrede deed. Enkele voorbeelden van die mechanisering zijn: de snijselmachine verving de kniebak; de dorsmachine, eerst aangedreven door paarden en later door een benzine- of elektromotor, kwam in de plaats van de dorsvlegel; de maaimachine verdrong de zeis en zicht. Voortdurend ook ondergingen de machines en landbouwwerktuigen verandering en vernieuwing. Heel goed was dit merkbaar bij de ploeg, waarvan het materiaal via allerlei tussenfasen van hout naar ijzer evolueerde.

Tot slot dient het ontstaan van landbouworganisaties genoemd te worden als een factor die de structuur van het agrarische leven ingrijpend veranderde.

2. De nabijheid van de stad maakte dat de boeren en tuinders van Den Dungen een prima afzetgebied voor allerlei landbouwprodukten hadden. Op de afbeelding hiernaast is de familie Van der Bruggen uit de Litserstraat te zien, die op het punt staat om met melk naar de stad te gaan. Van links naar rechts zijn te zien: de broers Driek (op de kreuge), Grard en op de rijkar Janus, moeder Mieke van der Bruggen-van Rooij en Hanna Groenendaal, die de vrouw van Janus was. Het dragen van een poffer gebeurde aIleen bij bijzondere gelegenheden, zodat aangenomen mag worden dat de poffers deze keer speciaal voor de fotograaf waren opgezet. Rechts op de foto, die omstreeks 1900 is gemaakt, staat een erdkar op een stelt.

Door de vruchtbaarheid van de grond werden vooral ook veel tuinbouwprodukten geteeld. In verhouding met andere dorpen in de Meierij werden de gronden hier in het algemeen, tenminste voor zover ze niet in een polder lagen, intensiever gebruikt. Hierdoor was het mogelijk dat er relatief veellandbouwbedrijven met een kleine bedrijfsomvang waren. Bij het verkopen van produkten op de Bossche markt ging men dorpsgewijs bij elkaar zitten. Door hun mutsen waren de Dungense boerinnen heel goed te onderscheiden van de marktvrouwen uit bijvoorbeeld Vlijmen. In Den Bosch werd gesproken van "de Dungense markt" , daarmee tevens de belangrijke rol die Den Dungen in de voedselvoorziening van Den Bosch vervulde aanduidend. Behalve op de markt, werd er overigens ook huis aan huis verkocht.

De produkten werden veelal met de eigen hoogkar naar de Bossche markt getransporteerd. Soms werd bij het vervoer samengewerkt met anderen. Ook werd wel gebruik gemaakt van de tram. Op een gegeven moment bestond tevens de mogelijkheid om met de busonderneming van Toon Groenendaal mee te gaan. Behalve naar Den Bosch, werd er vanuit Den Dungen ook naar plaatsen die een heel eind verder weg lagen getrokken, zoals ass, Tilburg, Eindhoven en Helmond. Een rit met de hoogkar naar ass duurde maar liefst 6 uur. Als het met de verkoop niet goed was gegaan, kwam het vaak genoeg voor dat na thuiskomst besloten werd om, na amper gerust te hebben, naar een andere marktplaats te gaan om aldaar het geluk te beproeven.

3. Onder invloed van de landbouwcrisis van ongeveer 1880 tot 1895, de ideeen van Paus Leo XIII in zijn encycliek "Rerum Novarum" met betrekking tot het oprichten van standsorganisaties en de opvatting dat door samenwerking de boerenstand vooruitgang kon doormaken, werd in 1896 de Noordbrabantse Christelijke Boerenbond opgericht. Vijf jaar later in 1901 werd op initiatief van Andries Smits een plaatselijke afdeling van de NCB in Den Dungen opgericht. Vele zaken werden sindsdien aangepakt en kwamen tot stand. Er werden voederartikelen en meststoffen cooperatief aangekocht. Hiervoor moest zelfs een speciaal gebouw komen, het pakhuis op het Maaskantje. Een brandassurantie kwam tot stand, evenals een vee- en paardenverzekering en een hagelverzekering. Er werden landbouwcursussen georganiseerd en verschillende activiteiten op het gebied van de voorlichting vonden plaats. Daarnaast kwam er een veiling. Vanuit de boerenbond werden ook nieuwe verenigingen en organisaties opgericht, zoals een eier- en pluimveehoudersvereniging.

Belangrijk was met name de oprichting van een plaatselijke boerenleenbank in 1907, die als doel had de boeren gemakkelijk aan krediet te helpen, ten einde hun bedrijven te kunnen uitbreiden en te verbeteren. Van groot be lang was verder de stichting van een cooperatieve stoomzuivelfabriek, genaamd Sint Jacobus, in 1913. Van de beginjaren, mogelijk bi j gelegenheid van de aanstelling van Marcel Hoes tot directeur van de fabriek ofbij het eerste lustrum, dateert deze foto. Bij elkaar staan de werknemers, het bestuur en de directeur van de zuivelfabriek. Van links naar rechts: een onbekende, Marinus van de Berg, Harrie van den Hurk, Marcel Hoes, Bert Cooijmans, Piet Sleutjes en Puk Broeren.

De kolen die no dig waren om de zuivelinstallaties in werking te stellen werden per tram aangevoerd. Op de hoogte waar tegenwoordig de Brouwerstraat uitkomt op het Maaskantje, was speciaal daartoe een wissel in de tramlijn aangebracht en liep een apart lijntje naar de fabriek. Een tijdlang zorgden de generatoren van de zuivelfabriek overigens ook voor de stroomvoorziening in Den Dungen.

De door de fabriek gemaakte boter werd ofwel aan plaatselijke venters en winkeliers verkocht, of ging naar de botermijn in Den Bosch.

4. In 1922 werd op initiatief van pastoor Klijn (1917-1924) de R.K. Jonge Boerenstand opgericht. De doelstelling van de vereniging was - om in de terminologie van toen te bli jven - de behartiging van de geesteli j ke, zedelijke en stoffelijke belangen van de aankomende boeren en tuinders. Ter verwezenlijking van dat doel werden er onder meer cursussen op het gebied van de land- en tuinbouw gehouden, waren er voorlichtingsdagen over uiteenlopende onderwerpen en werden er proefboerderijen bezocht. Om wat ruimer in de financiele mid del en te komen werden verschillende aktiviteiten ondernomen. Een keer werd kippegrit aangekocht, die met een bepaalde winstmarge weer werd verkocht. De hierdoor verkregen gelden werden onder andere gebruikt om een "mussengilde" op te richten, dat als doel had het bestrijden van mussen in granen. Daartoe werd voor elke gevangen mus een cent uitgekeerd.

In een eigen proeftuin werden verschillende aardappelrassen geteeld en werd nagegaan welke het beste was. De opbrengst van het proefveld was wederom voor de kas. Onderling werden ook wedstrijden gehouden wie de beste gewassen kon telen. Voorts werd er aan vorming gedaan. In samenwerking met de boerenbond werden er politieke en sociale cursussen gehouden en de leden werden verzocht om beurteling een spreekbeurt te houden. Als ontspanningsactiviteiten werden toneelstukken opgevoerd. Ook werden af en toe uitstapjes gemaakt, die gewoonlijk op de fiets werden afgelegd.

Omstreeks 1935 werd een fietstocht naar de Duivelsberg gehouden. Daar werd deze foto gemaakt. Achteraan staan, van links naar rechts: Thijs van der Bruggen, Theo Verhagen, Martien Ondersteijn, Grard Broeren, Marinus Sanders, meester Kustermans en Toon van der Steen.

Gehurkt: Martien Pijnenburg, Johan Verhagen, Mies Goossens en Jan van Boxtel.

Zittend: Harrie Sleutjes, Huub Schakenraad, Toon van der Heijden, Theo Pijnappels en Jan Ondersteijn. De jongen met het bord in de hand behoorde tot het gezelschap van de fotograaf. Vermeldenswaard is verder nog dat de jonge boerenstand vaak werd ingeschakeld als er binnen de parochie wat moest gebeuren, zoals het maken van een nieuwe toegangsweg naar het kerkhof op het Maaskantje, het maken van een afrastering en het verplaatsen van de Calvarieberg aldaar.

5. Behalve landbouwers woonden er in de Dungense gemeenschap natuurlijk ook nog mensen met andere beroepen. In toenemende mate waren dat mensen die in loondienst waren. De bevolking nam namelijk vanaf het begin van de twintigste eeuw steeds toe, terwijl de landbouw niet in staat was om aIle boerenzonen een bestaan te verschaffen. Het overschot aan arbeidskrachten kon grotendeels opgevangen worden in nieuwe industrieen in de omgeving. Een grote trek vanuit Den Dungen naar die industrieplaatsen bleef evenwel uit. Voor velen was het ook aantrekkelijker om in Den Dungen te blijven wonen. Vaak had men immers een stukje land, een winkeltje of een cafeetje, waardoor men nog enige bijverdiensten had.

Op de foto is de kruidenierswinkel van Dorus van Uden en zijn vrouw Sien Pennings aan het Heilig Hartplein te zien. Dorus werkte als modelmaker bij Grasso, terwijl zijn vrouw de winkel deed. Voor het huis, waar eerder Nolleke Blek (Van Der Heijden) had gewoond en waar van 1902 tot 1925 het rijkstelefoonkantoor van Den Dungen was gevestigd, staan een buurmeisje, dochter Annie, Dorus van Uden, een onbekende en zoon los. De foto is gemaakt omstreeks 1930.

In dat j aar was 25% van de beroepsbevolking van de gemeente Den Dungen werkzaam in industriele beroepen. In 1947 was dat percentage gestegen tot 32 % . Het percentage werkzaam in agrarische beroepen daalde daarentegen van 62,5% in 1930 tot 47% in 1947. Evenals de landbouwers waren de arbeiders ertoe overgegaan zich te organiseren. In het katholieke zuiden werden pas in het begin van onze eeuw vakorganisaties opgericht. Dit geschiedde onder invloed van de al eerdergenoemde pauselijke encycliek "Rerum Novarum" en met het oog om het katholieke volksdeel zowel innerlijk als naar buiten toe te versterken en om de socialistische vakorganisaties de wind uit de zeilen te nemen. Nadat in 1909 een katholieke vakcentrale tot stand was gekomen, werd in datzelfde jaar door 12 personen in de sacristie van de kerk een eigen afdeling van de R.K. Werkliedenbond in Den Dungen opgericht. Eerste voorzitter werd Jan Schouten van de Bosscheweg. Sedertdien kwam het tot vele activiteiten: een centrale ziekenkas werd opgericht, er werden cursussen georganiseerd, tuberculosebestrijding, enzovoort.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek