Deventer in oude ansichten

Deventer in oude ansichten

Auteur
:   drs. B. Rademaker-Helfferich
Gemeente
:   Deventer
Provincie
:   Overijssel
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2611-3
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Deventer in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

INLEIDING

Gepoogd zal worden door middel van oude ansichten en foto's een beeld te geven van de stad Deventer in de periode tussen 1860 en 1935. Dit visuele beeld is uiteraard bepaald door de middelen die ons ter beschikking stonden. In de eerste plaats, gezien de opzet van deze serie boekjes, waren dit de ansichten. Deze verschijnen in Nederland voor het eerst in 1870, maar worden p~s sinds ca. 1900 in groten getale aangemaakt. Hun uiterlijk was een weerspiegeling van het feit, dat men zijn familie en vrienden liefst een aantrekkelijk straatbeeld en slechts bij uitzondering een curieuze gebeurtenis zond. Bij de Deventer prentbriefkaartverzamelingen, zowel van particulieren als van museum en archief, zijn dan ook die kaarten overvloedig aanwezig, die bijvoorbeeld de nieuwe Keizerstraat, de bekende Lebuinus of de Brink afbeelden. De voor ons meer interessante Noordenberg- en Bergkwartieren bijvoorbeeld waren echter reeds toen buurten, waarvan men niet bij voorkeur ansichten maakte of nam. Om de hiaten uit vroeger tijd op te vullen, toen de prentbriefkaart nog niet of heel beperkt gebruikt werd, en om daar te voorzien, waar men niet

de moeite had genomen een "lelijk" straatbeeld op een ansicht uit te beelden, werd een beroep gedaan op originele foto's. Immers Deventer in de 75 jaren, die liggen tussen 1860 en 1935, in haar groei van ruim 16.000 inwoners tot bijna 40.000 af te beelden, is tenslotte de opzet van dit boekje. Dit tot verklaring van het naast elkaar gebruiken van foto's en ansichten.

Het aanvangstijdstip van 1860 is enerzijds voorgeschreven, zoals boven reeds is vermeld, door de opzet van deze reeks. Daarbij komt het feit, dat pas uit die tijd de oudst voorhanden foto's van Deventer dateren, terwijl bovendien juist in die periode Deventer een kleine industriele revolutie begint te ondergaan, die direct en indirect haar terugslag heeft gehad in het straatbeeld.

Was Deventer na een periode van bloei als middeleeuwse Hanzestad tot een bedaarde provinciestad afgezakt, het behield toch in de eerste helft der 19de eeuw op vele andere steden in Nederland de voorsprong, dat het een bloeiende marktstad bleef met een welvarende plattelandsomgeving. Nering en handel brachten een zekere rijkdom binnen de stad en Deven-

3

ter kende niet de bevolkingsafname en de ach teruitgang in de nijverheid (het was nag geen eigenlijke industriestad) als andere steden uit die tijd zoals bijv. Dordrecht, Leiden, Gouda etc., die meer uitsluitend op de nijverheid gericht waren.

In de zestiger jaren der 19de eeuw ontstonden echter noodgedwongen binnen de beperkte ruimte van de oude vesting met zijn groeiend inwonertal een aantal bedrijfjes, die tot grote industrieen zouden uitgroeien. Het ligt niet in de bedoeling van deze inleiding een komplete indusrrieengids te geven. WeI is het interessant te zien, hoe voordat de stoommachines hun intrede deden, de plaats der bedrijven bepaald was door hun eigen karakter.

De industrieen die binnen de stad konden beginnen, waren: Ankersmits Textielfabrieken, H.J. Ankersmit begon in de Polstraat en had tot de ingebruikneming van zijn textielfabriek in 1865 aan de Zandweerd zijn weefgetouwen bij de boeren in de om trek uitstaan; de Tapijtfabriek van Kronenberg, die in 1797 aan de Smedenstraat gestart was, trok pas in 1904 definitief uit de oude stad naar de Smyrnastraat; de

4

NV. Daim (Deven ter Algemene Industriele M aatschappij), die ca. 1868 aan de Walstraat begon als Capsulefabriek van de Fa. G. Schimmelpenninck en Co., was een der weinigen die bleef; de eigenaardige opkomst van vier bekende industrieen vanuit een smederij in de binnenstad: de Davohaardenfabriek (in 1840 in de Engestraat begonnen en later naar het Industrieterrein verhuisd); de Eerste Nederlandsche Rijwiel- en Machinefabriek van Burgers (in 1869 aan de Smedenstraat ontstaan, later gevestigd aan de Rozengaarderweg); Aupings Matrassenfabriek (als smederij in 1878 aan de Stromarkt begonnen), de Deventer Matrassenen Ledikantenfabriek v.h. A.J. Holtkamp (in 1892 als smederij aan de Menstraat begonnen); de in 1884 in de Broederenstraat begonnen Vleeswaren en Conservenfabriek van Anton Hunink enz. Deze industrieen konden in de gegeven omstandigheden binnen de stad ontstaan.

Vele industrieen vonden echter hun oorsprong in een molen en hun plaats was dus, ook al ten tijde dat de Deventer vesting nog bestond, buiten aan een water of op een winderige plek (vandaar vaak de vele

molens op de bolwerken). Een enkele kon nog juist binnen de stad beginnen, zoals de grutterij- en meelfabriek van Hulscher aan de Binnengracht, en de graanhandel van KappeIle aan de Walstraat, maar de houthandel P. Stoffel Czn. (in 1844 in de Polstraat) had zich al in 1847 in de wind-houtzaagmolen "De Vriendschap" aan de Zandweerd gevestigd en ging in 1869 op alleen een stoomzagerij over. Op deze Zandweerd bevond zich ook de buizenfabriek van Hamer, later Laurillard. Ook andere molens buiten de stad kregen een industrieel vervolg: het latere bedrijf Ten Hove's Olie- en Mengvoederindustrie en de meelfabriek van Wyers, Holterman en Ten Hove hebben zich ontwikkeld uit een olie-(wind)molen van 1734; ook de Deventer IJzergieterij en Machinefabriek Nering Bagel startte in 1756 in de ijzermolen van Hendrik Lindeman aan de Schipbeek en Haven; ook Noury en Van der Lande begon in 1839 in de olie-, pel- en cementmolen "De Hoop" van Van Delden aan de Koerhuisbeek. Van al die grotere industrieen binnen de oude stad begonnen, zijn zodoende alleen nog Kluwer's Uitgeversmij en de Daim gebleven.

Deventer had in de 19de eeuw echter niet aIleen opkomende industrieen, Er waren ook typische Deventer takken van bedrijf, die langzamerhand verdwenen, nl. de koekbakkerijen (er resteert er nog een) en de bierbrouwerijen, waarvan de laatste die van Bussemaker en Cost Budde waren. Een belangrijke industrie begon haar roemruchte toekomst pas in veellater tijd, in 1919 in de Molenstraat, nl. Thomassen & Drijver's Blikemballagefabriek.

Bijna al deze fabrieken vertrokken dus op een gegeven moment uit de oude stad. Typeerden zij vroeger het karakter van de binnenstad voor een klein deel, na de opheffing van de vesting op 24 juni 1879 bepaalden zij de vorming van het nieuwe Deventer met zijn arbeiderswijken, rond deze fabrieken geconcentreerd, voor een groot deel.

De opheffing van de vesting zelf, die tot 1879 de steeds groeiende bevolking binnen de te enge wallen had gehouden (19.000 inwoners), had ingrijpende gevolgen voor het straatbeeld. De afbraak van bijv. de Bergpoort, de Noordenbergpoort en het rondeel "De Keizer" gaf de stad aan de landzijde een mogelijkheid

5

eindelijk "Voorsteden" te vormen, die gemakkelijk bereikbaar waren, maar zorgde tevens voor een verarming van het historische vesting- en stratenpatroon. De laatste definitieve vestinggordel, op instigatie van Prins Maurits in 1621 voltooid, hield voor twee en een halve eeuw de stad in een knellende band. Was de opbouw van het stratenplan in Deventer middeleeuws, haar straatbeeld werd vooral in de 17de eeuw en later geschapen. Voor een martkcentrum als Deventer was en bleef, waren de pleinen vanaf de vroegste tijd tot op heden een typische factor van belang. Hun karakter veranderde (afgezien van de Stromarkt die pas in 1668 plein werd) niet ingrijpend. WeI ingrijpend voor het straatbeeld was de reeds in de 17de eeuw beginnende verpaupering in bepaalde wijken als in de Noordenbergwijk en in het Bergkwartier. De definitieve klap voor het Noordenbergkwartier was echter de bouw van een nieuwe verkeersbrug over de Ilsel, vlak voor de Tweede Wereldoorlog, en het wegnemen dientengevolge van de Schipbrug aan de Welle. Het Noordenbergkwartier verloor hierdoor een belangrijke impuls.

Als leidraad voor dit ansichten- en fotoboekje werd

6

een denkbeeldige wandeling gekozen. Slechts op die manier is een confrontatie tussen heden en verleden voor de lezer te realiseren. Het zal de lezer opvallen, en de oudste lezers zuIlen dit zelf nog herkennen, hoe een straat als de Poistraat van een aantrekkelijke woonhuisstraat veranderd is in een straat vol kantoren, en dat de Korte en Lange Bisschopstraat vroeger vee I meer gesloten huizen had den en woonstraten waren. Trouwens de gehele binnenstad diende nog tot woonoord. De verlichting geschiedde nog met gaslantaarns. De oprichting van het Station Staatsspoor in 1865 gaf met het latere Hollandsch Spoor een belangrijke impuls aan de stad, die o.a. leidde tot het aanleggen van de monumentale Keizerstraat. De demping der Haven en het bouwen der verkeersbrug heeft veel karakteristieke beelden doen verdwijnen.

Op de pleinen zuIt U nog oude cafe's zien, sornmige nog aanwezig, andere verdwenen. In de winkelstraten staan typische oude zaken, die in nu verdwenen goederen handelen. De bestrating bestond nog lange tijd uit de zg. kinderhoofdjes. Pas in 1926kregen bijv. de Lange en de Korte Bisschopstraat hun huidige plaveisel.

Van de kazeme met het bekende 4e regiment huzaren hebben wij vrij veel beelden opgenomen. Deventer isals garnizoenstad steeds van grate betekenis geweest en de huzaren gaven kleur en fleur aan het stedelijk leven.

Tussen de straatbeelden door hebben wij zo hier en daar getracht beelden te geven van het culturele, politieke, economische leven, zoals dat in Deventer reilde en zeilde. De moeilijkheid bij het vinden van juist deze foto's was, dat vele zich in particulier bezit bevinden en dus slechts met de grootste moeite opgespoord konden worden. Andere foto's bevonden zich op het Museum "De Waag", doch de goede gevers had den gewoonlijk geen datum noch een vermelding van de afgebeelde gebeurtenissen en personen gegeven. Een en ander was een tijdrovende bezigheid. Van de andere kant bezien bracht dit de auteur in kontakt met vele hartelijke Deventernaren, die bereid bleken te zijn elke vraag te beantwoorden of in hun fotomateriaal te duiken, zodat dit speurwerk dank zij hen tot het meest aangename ging behoren. De droge

humor die bij het vertellen over vroegere toestanden om de hoek kwam, was kostelijk. Dank komt daarom toe aan allen die zo prompt en vriendelijk hun hulp aanboden.

Misschien zou ik hier tevens een beroep mogen doen op al diegenen, die nog historische foto's uit Deventers verleden bewaren: schrijf, wat U er precies van weet, achter op Uw foto's; anders kan het nageslacht er nog slechts met de grootste moeite achter komen. Gooi niets weg en denk niet te gauw, dat niemand zich voor Uw foto's zal interesseren. Wilt U Uw bezit afstoten, dan zijn er instanties die Uw verzameling met liefdevolle zorg voor de toekomst kunnen redden.

Wat het overgrote deel van de verzameling foto's en ansichten betreft, gaat mijn dank in de eerste plaats uit naar het gemeentemuseum "De Waag", naar de directrice mevrouw Drs. P. Wassenbergh-Clarijs, haar voorganger de heer G.J. Lugard jr., en het personeel van het museum; in de tweede plaats kon ik veel aan de stereofoto- en ansichtencollectie van het gemeentearchief ontlenen, waarbij ik Dr. A.C.F. Koch en zijn

7

personeel voor de bereidwilligheid tot uitlening moet danken en voor de terbeschikkingstelling van de oude kadasterkaarten, zonder welke men geen straatbeeld op de juiste wijze kan thuisbrengen.

Geprobeerd werd een zo volledig mogelijk beeld van de oude stad Deventer te geven, vooral daar waar zij het sterkst veranderd is. Dat het door de lakunes in het fotomateriaal niet mogelijk was tot een geheel harmonisch geheel te komen, moge de lezer de samenstelster vergeven. Hopelijk zal in de naaste toekomst

8

nog eens begonnen kunnen worden met het opzetten van een volledige, systematische fotocollectie van Deventer. Daarbij zal vooral de hulp van partikulieren dringend nodig zijn. Deventer is een levendige stad met een sterk eigen karakter. Moge daarom over vijftig jaar de auteur van een eventueel nieuw boekje niet de verzuchting hoeven te slaken, die nu wel eens geslaakt is: was men toch niet zo overhaast te werk gegaan bij het slopen van veel schoons om zoveellelijks ervoor in de plaats te zetten.

Als begin van onze wandeling eerst een blik op de stad uit de jaren 1880/90. Het IJselfront (ook nu nog Deventers grootste attractie) werd toen nog verlevendigd door de oude schipbrug (rechts). De voorste rij huisjes is tijdens de Tweede Wereldoorlog verdwenen: tegenwoordig ziet men van Vispoort tot Duimpoort nog slechts de achterste rij huizen met hun hogere gevels. Het aantaIlogementen, zoaIs "Het Anker", "De Roskam", "IJselzicht", was hier, aan de rivierkant, uiteraard groot. Zij zijn echter aile in de loop der jaren verdwenen. De hotels "De Moriaan" en "De Engel" hebben het nog het langst uitgehouden.

9

Duidelijk is op deze foto uit de jaren 1900 1910 de construe tie der schipbrug te zien. Aan de stadskant liet een ophaalbrug (klapbrug) de kleinere schepen door. Voor de grote schepen en slepen werd het daarop volgende gedeelte (op schepen rustende) naar rechts (naar de stadskant toe) afgedraaid. Het laatste deel, dat de verbinding met de Worp vormde, rustte op een vaste constructie.

De schipbrug rond de jaren 1930. Er is veel aan de brug vastgebouwd. Geheellinks had de roei- en zwemvereniging "Daventria" haar botenhuis met haaks daarop het oudste aanbouwsel van de schipbrug, het drijvende "heren"-bad. Rechts van de brug bevindt zich het eveneens drijvende IJselbad, dat in 1914 gebouwd werd.

DEVE:->TER

11

12

De Welle, ca. 1900, gezien in de riehting van het Pothoofd. Het tweede huis van links (met driehoekig fronton) werd in 1862 in gebruik genomen als stadswaag, zodat deze instelling toen van de Brink hierheen verhuisde. Reeht er tegenover staat de kraan aan de Ilsel, om zijn uiterlijk "de hoed" genoemd. Hij diende om zware lasten, bijvoorbeeld ijzer van Nering Bogel in de schepen te laden. De "hood" werd in 1933 afgebroken.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek