Diemen in oude ansichten deel 1

Diemen in oude ansichten deel 1

Auteur
:   M. van Silfhout
Gemeente
:   Diemen
Provincie
:   Noord-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3609-9
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Diemen in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

Als uitgangspunt voor de samenstelling van dit boekje moet het jaar 1225 worden gesteld, in welk jaar Otto van der Lippe, bisschop van Utrecht, in een brief aan de heer van Amstel gewag maakte van het gerecht van Diemen.

Diemen lag toen aan de monding van de Die, thans de Diernen, welk water - een stroom van de Arnstel - uitmondde in het Flevomeer, thans IJsselmeer. Hier stond de oudste christelijke kapel uit deze streek, gewijd aan de heilige maagd Maria. Het Kapelleland, gelegen in de Diemenbuitendijkerpolder en omsloten door de Bulletjeskade, doet nog aan haar bestaan herinneren.

Volgens het register der oude heemraadboeken van Arnstelland werd door bisschop Guy, als heer van Amstelland, in een octrooi of regeringsbrief verklaard, dat dijkrecht op de dijk (Diemerzeedijk of Hogedijk) wordt uitgeoefend en nergens elders. Door deze bedijking veranderde langzaamaan het karakter van Diemen. Het aanvankelijk op de visvangst georienteerde dorp begon zich allengs meer op de veeteelt toe te leggen. In 1311 stond de bisschop Diemen met alle andere dorpen in Amstelland voor goed af aan de grafelijkheid van Holland, waar het tot 1731 onder bleef. De stad Amsterdam kocht het to en als ambachtsheerlijkheid, evenwel in erfpacht, voor de som van f 10.300,-.

Door watervloeden geteisterd werd de kapel in de elfde eeuw verplaatst naar Overdiemen aan de Not- of Otweg, tegenover de boerderij van Jan Jans Koekenbier, thans boerderij van T. Karbet, gewijd aan St.-Petrus Banden. Lang heeft zij daar gestaan, hetgeen blijkt uit het feit dat in 1771 nog een nieuwe pastorie werd gebouwd. De vorming tot een dorp vraagt om een bestuur. Dat bestond toen uit zeven mannen (azen of eersten genoemd), van wie twee uit Buitenkerk, twee uit Bovenkerk, twee uit Overdiemen en de zevende was de schout of baljuw, In latere tijden werd van dijkgraaf gesproken.

Het hoogst merkwaardige van dit dorp is, dat het zo beweeglijk is. Steeds vonden en vinden er verschuivingen plaats.

Gaandeweg kwam het meer landwaarts te liggen. Er vormde zich een nieuwe kom, Oud-Diemen genaamd.

In dit dorpscentrum verrees in de twaalfde eeuw een nieuwe Mariakerk, omgeven door een groot kerkhof. Deze kerk, die enige malen afbrandde, verrees steeds in fraaier vorm, doch raakte in verval, hetgeen tot afbraak leidde. In 1841 was het knekel- en klokkenhuis nog over, dat tot een gebouw werd samengevoegd. De begraafplaats, thans "Gedenk te sterven" genaamd, en genoemd bouwwerk zijn nog aanwezig. De kleiof kerksloot, die van Oud-Diernen naar Overdiemen liep, verbond beide kerken ook nog na de Reformatie, toen de kerk te Oud-Diemen als hervormde kerk in gebruik kwam,

Door het vergraven van de Vaart- of Bovenrijkersloot ontstond in 1638 de Muidertrekvaart en in 1640 de Weespertrekvaart, die beide uitmonden in de Keulsevaart. Hierdoor ontstond de Sniep of het Varkenseiland. Laatstgenoemde vaart verbond Weesp via de Vecht en de Amstel met Amsterdam voor de watervoorziening van de daar ter stede zijnde bierbrouwerijen.

De dorpskem Diemerbrug ontstond, die door de scheepvaart meer en meer in betekenis toenam en zich tot hoofdkern van de gemeente ontwikkelde. Allengs hadden om en in de nabijheid van de Diemerbrug vestigingen plaats gevonden. In 1638 werd achter de aanwezige behuizingen aan het Zandpad een wagenweg aangelegd, in de volksmond "Achterom" geheten. In 1907 kreeg hij als alle andere wegen een naam: Weesperstraat. Aan deze wagenweg werd in 1771 door de heer J .H. Aman uit Amsterdam een begraafplaats aangelegd. De begraafplaats Aman is thans "Rustoord" genaamd. Vele in leven vooraanstaande personen zijn in de loop der jaren daar begraven. De begraafplaats "Rustoord" is thans eigendom van en in beheer bij de lutherse gemeente te Amsterdam.

De aan het Zandpad, thans Prins Hendrikkade, staande voormalige ankersmederij, het laatst eigendom van de heer Fakkeldij, dateert, evenals de voormalige bakkerij van de familie Hormeijcr, uit 1731. Hoewel de protestantse kerk nog

te Oud-Diernen stond, werd de pastorie van die kerk in 1770 eveneens aan het Zandpad gebouwd. Het thans afgebroken perceel op de hoek van de Prins Hendrikkade dateerde uit de negentiende eeuw. Gebouwd als bakkerij, werd daarin in de latere jaren door de heer J. Pos een kruideniersbedrijf en een zaak van scheepsbenodigdheden gedreven. Ter onderscheiding van de aan de overzijde van het water gelegen Voor- en Achtergracht werd de kade kortweg "de Gracht" genoernd. De lagere school te Oud-Dicmen werd in 1838 naar de Diemerbrug overgebracht met als schoolhoofd de heer H.F. Puls, Zij bleef daar tot 1883, toen in dat jaar aan de Diemerlaan, thans Ouderkerkerlaan, een nicuwe vierklassige school verrees. Het oude schoolgebouw, nog aanwezig, werd gekocht door de veldwachter J.A.M. Nieuwenhuis, die het tot woonhuizen formeerde. Het schoolhuis is lange tijd bewoond geweest door de heer H. van Lindenberg, voorzitter van het bestuur van Scholen met den Bijbel, welk bestuur in 1907 aan de Kerklaan, thans Ouddiemerlaan, ecn school stichtte. In 1787 werd de kerk te Ovcrdierncn als schuilkerk ovcrgeplaatst naar Diemerbrug. In maart van dat jaar werd zij in gebruik genornen. Voor dit doel werd in 1786 het buitcnplaatsje "Welgelegen", vanouds "Haegse Bos", geiegen tusscn de Diemer- en Hartveldsebrug, op aandrang van pastoor Hegeman aangekocht van de Diemer schcpcn Albert Gerrits. Van deze sehuilkerk meldt Van Ollcfcn dat de weerga van dit schone gebouw zelden op het plattcland wordt gcvondcn. De huidige pastorie dateert uit 1882. Tot 27 oktober 1910 heeft deze schuilkerk dienst gedaan en werd vervangcn door hct huidige kerkgebouw voor welks bouw de pastoors Geene en Vermeulen zich zccr hebben bcijverd, In het randschrift van de luidklok staat: "Joannes Petrus is mijn naam, door hct luehtruim klinkend prijs ik God". De namen Joanncs en Petrus zijn de voornamen van voornoemde pastoors.

Naarmate de oude dorpskern Oud-Dicmcn in betckenis afnam, werd de noodzaak ingezien de hervormde kerk naar het nieuwe centrum over te brcngen, Zo verrecs aldaar in 1807

een nieuwe kerk, waarvan de toren van hout was. Zij werd in 1866 vervangen door het huidige, nog aanwezigc, kcrkgebouw. De klok die in deze toren hangt, datercnd uit 1753, is afkomstig uit de kerk tc Oud-Diemcn.

Reeds in 1609 stond aan de Diemcrbrug het oude cafe "De Reiger", dat sedert 1874 het eigendom was van de familie Pereboom. In 1913 werd dit gebouwcncomplcx afgebroken. De heer C. Pereboom bouwde con nieuw hotel-cafe met stalling en toneelzaal, dat in 1925 in verband met de verbreding van rijksweg nr.l moest verdwijnen. Tijdens de onafhankelijksfeesten in 1913 stond aldaar tijdens die fecstclijkhedcn de onmisbare draaimolen.

Een zelfde lot onderging de "inriehting voor maatschappclijk verkeer", een benaming uit de Drankwet 1904, het cafe van de heer B.H.J. Vervetjes, voorheen "De Vergulde Wagon" aan de Hartveldseweg, in verband met de bouw van de nieuwe Diemerbrug (1935), waardoor de huidige verkccrssituatic outstond. Naast dit cafe stond het cafe "Huis te Rust" van de heer Piel met zijn bekende overtuin, waarin zich cen kegclbaan bevond. Reeds in 1606 had dit cafe bekendheid. Daarnaast stond het koffiehuis van de heer Hoogerwerf, later beheerd door de heer Jcles van Engclen, die tevens het beroep van klcerrnakcr uitoefende.

De Diemerbrug vormde ecn rechtstreekse verbinding tussen Kerklaan en Diemerlaan. Het was een tweckJepbrug, die door haar ligging in het centrum van het dorp cen samcntreffcn was voor de dorpsbewoners, waaraan jong Diemen ook haar aandeel had. Op een grap bclust, werd op zekere avond de brugwachter uit zijn woning gehaald om voor een schip, dat de brug naderde, de brug op te halen. Bij het passercn bleek het een stuk hout te zijn, waarop een kaars was geplaatst. De laatste klcpbrug moest in 1923/24 plaatsmakcn voor cen elektrisch gedreven cenklcpbrug, waarvoor het koffiehuis moest worden geofferd. De zijgcvel van het toen aangrenzende pand kreeg de naam "klaagmuur" en werd een nieuw punt van samentreffen.

Door de aanleg van de Gooise tram in 1881 kreeg het kruispunt aan de Diemerbrug de naam van Stationsplein. Het oude centrum verdween in 1925.

De Hartveldseweg was vroeger zeer landelijk. Er lagen een paar buitenplaatsjes aan. In 1880 werd daar het huidige raadhuis met dokterswoning gebouwd. In 1883 bouwde een zekere Burggraaf daarnaast het "Zwitsers Hotel" in verband met de wereldtentoonstelling in het Paleis vOO! Volksvlijt te Amsterdam. Een stoombootdienst onderhield de verbinding. Dit hotel met tuin en paviljoentjes heeft nooit geheel aan zijn doel beantwoord. Het heeft tot velerlei doeleinden gediend: als huisvesting voor dakloze gezinnen en fabrieksruimte. Een daarin gevestigde tapij tweverij deed door trillingen van de machines een gedeelte van de muren instorten (1911).

Het grondgebied van de gemeente Diemen, van ZeeburgZeeburgerdijk tot de Oeterwalerweg (thans Linnaeusstraat), waar Diemen aan Nieuwer-Amstel grensde, dus om de Diemer- of Watergraafsmeer heen. In noordelijke richting langs het Nieuwe Diep en de Zuiderzee (gemeenlandshuis van het hoogheemraadschap Zeeburg en Diemerdijk) tot de Diemerdam. De overige begrenzingen zijn van oudsher.

Reeds in de tach tiger jaren kende Diemen industrie, gevestigd langs de Zeeburgerdijk. Langs diezelfde dijk werd in 1704 de oude Israelietische begraafplaats aangelegd, die in verb and met de aanleg van de brug bij Schellingwoude moest verdwijnen.

In 1896 werd dit gedeelte van haar grondgebied, grenzend aan Amsterdam, aan die gemeente afgestaan.

De industrie verplaatste zich naar de Sniep. In 1907 vestigde de heer A.R. ten Cate aldaar de glasfabriek "De Anna". Voor het personeel werden aan de Muiderstraatweg woningen gebouwd, die de naam kregen van de "zeven wonderen". Op een stormachtige avond in februari 1909 kantelde de veerpont over de Weespertrekvaart, als gevolg waarvan ongeveer zesentwintig personeelsleden door verdrinking de dood vonden. In 1911 werd de fabriek stilgelegd. Naast deze

fabriek had de Nederlandse Betonijzerbouw een 100ds en werd in 1914 een schelpkalkbranderij opgericht.

In 1916 stichtte een combinatie van slagers uit Amsterdam het Fedvak, een fabriek tot het vervaardigen van veevoeders en kunstmest. Bij het inbedrijfstellen in 1917 vloog de fabriek in brand. In latere jaren vestigde Maurits Nopel in dit gebouwencomplex een fabriek voor het vervaardigen van albumine uit bleed. Na enige jaren van bedrijf werd zij overgenomen door een Oostenrijks concern, dat de fabriek sloot. Vermeld zij nog de 'oudijzerhandel van Siebold de Boer en de handel in machineonderdelcn van de gebroeders Van Boven. In 1916 vestigde de Nederlandse Teerdestilleerderij "Diemen" zich, welk bedrijf later de terreinen van de glasfabriek en die van de Nederlandse Betonijzerbouw in gebruik nam. Na de aanleg van de Diemerkade in 1917 vestigde zich in 1924 het "diamantbewerkerskoperenstelenfonds", de zeepfabriek "Het Lampje" waarvan Orne Jan van Zutphen de stichter was.

Naast deze fabriek vestigde de heer Ezendam de apparatenfabriek "Madneze".

Ook de veehouders lie ten zich niet onbetuigd. In het belang van de boerenstand - Diemen telde toen rond negentig boeren - werd in 1904 de Boerenleenbank opgericht, kantoorhoudende op de boerderij van de heer W. van Sijtveld (kassier) aan de Ouderkerkerlaan.

Op aandringen van de heren C.P. Oostenrijk en W. Vedder Wzn. werd in 1902 de Cooperatieve Boerenbond "Ons Voordeel" opgericht aan de Muiderstraatweg. Later uitgebreid kon hij, tengevolge van de stedelijke ontwikkeling, niet meer aan zijn doel beantwoorden en verdween.

Ook op cultureel gebied mag Diemen worden genoemd. In 1897 werd het Diemer fanfarekorps opgericht. Als eerste beroepsdirigent werd in 1901 de heer Joh. Schuitenmaker aangesteld. In 1908 werd hij opgevolgd door de heer P. Swager. In 1912 werd het fanfarekorps omgezet in een harmoniekorps. In augustus 1900 ontving het korps van de burgerij het eerste vaandel ten geschenke.

Was het voorheen studentenjool die roering onder de burgerij bracht, het werd nu de burgerij zelf, die een werkzaam aandeel hierin kreeg. De Diemer Rederijkerskamer, voorheen "Ons Tooneel", heeft met de heer P. de Vries als regisseur tal van jaren onder de bevolking haar plaats gehad, Op het gebied van volksgezondheid en volkshuisvesting bleef zij ook niet achter. De inmiddels opgerichte vereniging "Diemen's Zorg", onder de arts C.J. der Kinderen, gaf de stoot tot de oprichting van de woningbouwvereniging " Diem en Vooruit", nu niet bepaald het troetelkind van burgemeester Bicker. De eerste zestien door haar tot stand gebrachte woningen werden zo ver rnogelijk buiten de kom geplaatst op een terrein aan de Ouddiemerlaan.

In 1923 werd de afdeling Diemen van de Noordhollandse vereniging "Het Witte Kruis" opgericht onder voorzitterschap van de heer D.J. den Hartog. Het oude katholieke-kerkgebouw werd in 1910 in gebruik genom en als patronaatsgebouw van St.-Jozefgezellen.

In 1920 werd door twee Amsterdamse advocaten, de heren Edmann en Hetty, de buitenplaats "Klein Merwede" aangelegd op terreinen langs de Muiderstraatweg en het Merwedekanaal (thans het Amsterdam-Rijnkanaal) nabij de toenmalige draaibrug, met vijvers en een chalet. De weilanden werden omgetoverd in een ware lusthof, waartoe bomen van allerlei houtsoort uit Zuid-Amerika en andere delen van de wereld werden aangevoerd en overgeplant. De boerderijen van de veehouders A.P. Vedder en G.B. Koperdraad maakten deel uit van het landgoed. Over het geheel werd een pluimgraaf aangesteld, de heer G.J. van der Spiegel. Voor de varkensteelt werd een gebouw opgetrokken afgedekt met rode pannen. Zoals altijd zijn het sterke ben en die de weelde kunnen dragen. Na enige jaren ging het advocatenkantoor failliet. De buitenplaats viel uiteen doch de naam "Klein Merwede" bleef voortbestaan. Het varkensverblijf werd verbouwd tot woningen en kreeg de naam "het rode dorp". Een veehandelaar, Betlem, kocht het chalet met vijvers en maakte er

een zwemgelegenheid van onder de naam "Betlem", die zeer in trek geraakte bij de Amsterdamse bevolking. De boerderijen kwamen aan de pachters. Het park kwam grotendeels in eigendom van de familie Spils te Amsterdam, die het voor kindervakantie-oord bestemde. Later verrees hier een kapel ten behoeve van de bewoners van "Klein Merwede". Als luidklok van die kapel stond de gemeente Diemen de brandklok in bruikleen af.

In 1920 waren weer de begerige ogen van het Amsterdamse bestuur op het grondgebied van Diemen geslagen. Dankzij het sterke verweer dat Diemen deed horen, bleef het bij de "blinde darm" zoals dat gedeelte werd genoemd, gelegen tussen het Merwedekanaal en de Zuiderzee tot Immetjeshorn, waar zich een duikersluisje bevindt voor de afwatering van de Diemen op de Zuiderzee.

Met het oog op het tijdvak waarover dit boekje handelt, moet als laatste persoon worden genoemd burgemeester jhr. E.W.E. Bicker, als de meest prominente en geliefde figuur onder de bestuurders die Diemen heeft gekenmerkt. Magistraat doch ook burgervader. Hij overleed op 1 oktober 1925.

Hij werd op 15 december 1925 opgevolgd door mr. A.J. de Wolff. Onder zijn beleid kwamen vele hervormingen tot stand, onder andere reorganisatie van de brand weer en coordinatie van het verzekeren der gemeente-eigendommen. In 1928 werd een aanvang gemaakt met de gasvoorziening in de gemeente. Op het gebied van de volksgezondheid was hij een stu wende kracht.

Na dank te hebben gebracht aan allen die mij in staat hebben gesteld in woord en beeld in het kort een weergave te geven van het ontstaan en bestaan van dit zo karakteristieke dorp, besluit ik hiermede deze bijdrage.

1. Portretten vande bestuurderenindejaren 1890tot en met 1930. Van links naar rechts: burgemeester W. H. toe Water, aan wie "H uize Zomerlust" aan de Zeedijk als woning werd toegewezen door de burgerij( II augustus 1886-15 oktober 1893); burgemeester J. H. de Kieviet Diernenaar, aannemer en uitvoerder van bouwwerken (15 november 1893-27 november 1902); burgemeester jhr. E. W. E. Bicker, afstammeling uit een oude Amsterdamse patriciersfamilie (13 januari 1903-1 oktober 1925); burgemeester mr. A. J. de Wolff(l 5 december 1925-1 december 1937).

2. De Prins Hendrikkade in feesttooi: viering van de inhuldigingsfeesten van koningin Wilhelmina in 1898.

Groet :nt.

DIEMERBRUG·

Uitg. Jos. Nllss & Co., Haarlelll.

3. Het raadhuis met de dokterswoning aande Hartveldseweg, gebouwd in 1880.

4. Het raadhuis met de dokterswoning. Aangrenzend het "Zwitsers Hotel", gebouwd in 1883. Burgemeester Bicker trouwde op 6 december 1900. Bij de eerste boom staat gemeenteveldwachter J. Kloosterman.

5. Gedeeltelijke instorting van het "Zwitsers Hotel" in 1911.

~t-oete uiL

6. De H artveldseweg: het wissel met de wegrijdende Gooise stoomtram in 1907.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek