Diemen in oude ansichten deel 2

Diemen in oude ansichten deel 2

Auteur
:   J.F. Reurekas
Gemeente
:   Diemen
Provincie
:   Noord-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3610-5
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Diemen in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Diernen

in Dude anslchtan dezl Z

door

J.E Reurekas

Tweede druk

jubileumeditie ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de uitgeverij Europese Bibliotheek - Zaltbommel MCMLXXXVI

W~OEN

OEKJE

ISBNlO: 90 288 3610 1 ISBN13: 978 90 288 3610 5

© 1980 Europese Bib1iotheek - Zaltbomme1

© 2008 Reproductie van de tweede druk uit 1986

Niets uit deze uitgave mag worden vervee1voudigd en/of openbaar gemaakt door midde1 van druk, fotokopie, microfihn of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schrifte1ijke toestemming van de uitgever.

Europese Bib1iotheek Postbus 49

5300 AA Zaltbomme1 te1efoon: 0418 513144 fax: 0418 515515

e-mail: pub1isher@eurobib.n1

INLEIDING

Diemen, Overdiemen, Diemerdam en Diemerbrug vormden samen de gemeente Diemen. Ret ambacht Diemen is vermoedelijk in het jaar 1000 ontstaan uit enkele vissershutten aan de monding van het riviertje de Die of Diemen. Tijdens de St.-Elizabethsvloed in 1422 ging veel land verloren, waardoor het ambacht of geregt een ander aanzien kreeg, Tijdens deze vloed verdwenen het gebuurte Jaaphannes (nu Nieuwe Diep) en Diemerdam, dat zich uitstrekte tot Durgerdam, geheel in de golven. Slechts een klein gedeelte van Diemerdam bleef gespaard en behoort nu bii Overdiemen. Officieel wordt pas over het ambacht Diemen gesproken op 29 maart 1226, in een brief van bisschop Otto II aan de heer Gijsbrecht van Amstel te Ouderkerk, waarin deze de geregten Muiden, Weesp en Diemen in erfpacht aan Gijsbrecht afstaat. Ret ambacht Diemen kende slechts twee "heerewegen", een van Weesp door de Stammerpolder (1907 Gemeenschapspolder) via de Stammerdijk-Overdiemerweg-Diemerzeedijk naar Amsterdam; de tweede weg, de Ouderkerkerlaan, eerst Kerklaan geheten, liep van Ouderkerk via het buurtschap Jaaphannes en de Diemerzeedijk eveneens naar Amsterdam. Deze weg moet al voor 1226 door de heren Van Amstel zijn aangelegd. Aan deze Heereweg stonden in Gravenland (later Venserpolder) verscheidene boerenhofsteden, enkele tientallen meters vanuit de weg op terpjes gebouwd. Een hofstede, "De Stenen Kamer" (in de

middeleeuwen een "adellijk" huis), stond aan de weg. Aileen zij die van adel waren genoten het recht om aan de weg te wonen. Deze hofstede werd in 1935 door brand verwoest.

In de Diemerpolder, aan de Kerklaan, lag het dorpje Ouddiemen met zijn fraaie Mariakerk uit de elfde of twaalfde eeuw. De kerk werd meerdere malen door oorlogsgeweld verwoest, onder andere in 1572. Na de reformatie in 1572 namen de hervormden bezit van de Mariakerk en weken de roomsgezinden uit naar een schuilkerk te Overdiemen; in deze periode ontstond het kerkpad door de Diemerpolder.

Omstreeks 1600 was Overdiemen een welvarende buurt met een scheepswerf en woonden er veel rijke reders van de walvisvaart. Na het droogleggen van de Diemer of Watergraafsmeer, in 1629, kwamen veel rijke inwoners van Amsterdam naar deze plaats, maar ook de rijke bewoners van Overdiemen trokken erheen, waardoor Overdiemen ontvolkte en in verval raakte. De rooms-katholieke schuilkerk werd in 1787 gesloten en naar Diemerbrug verplaatst.

In 1652 werd het dorpje Ouddiemen, waaronder ook het huis van de schout, grotendeels door brand verwoest. Hierbij gingen veel waardevolle archiefstukken verloren.

In de achttiende eeuw werd rond de Mariakerk te Ouddiemen de begraafplaats "Gedenk te sterven" aangelegd. Tegenover de kerk stonden het rechthuis

en - van later datum - een schoolgebouw. De school werd in 1838 verplaatst naar het Jaagpad (Prins Hendrikkade ).

Door de aanleg van de Weespertrekvaart in 1638 en de Muidertrekvaart in 1640, beide met een wagenweg, ontstond op de kruising met de Kerklaan een buurtschap: Diemerbrug. Al spoedig werd Diemerbrug de nieuwe kern van Diemen. De Diemerzeedijk kwam toen als weg te vervallen, doordat het verkeer, voornamelijk over water, later met paard en wagen, door Diemerbrug kwam. Winkels, cafes (onder andere "De Reiger", "Huis te Rust" en "De vergulde wagen"), smederijen, wagenmakerijen en andere werkplaatsen vestigden zich te Diemerbrug, waardoor Ouddiemen nog meer ontvolkte. Ook de militairen, eerst Staatse troepen, in 1787 de Pruisische en in 1795 de Franse troepen, hadden hun aandeel in de groei van het dorp. Op last van Napoleon werd de kazerne in 1806 gesloten en een nieuwe kazerne werd in 1807 in gebruik genomen. Deze stond aan het Jaagpad, naast de ankersmederij uit 1732. De keizer, die op 21 okto ber 1811 een bezoek aan Amsterdam bracht, werd te Diemen door de schout verwelkomd. Reeds to en moeten de wegen al aanzienlijk verbeterd zijn, want in 1813 waren zij al in klassen verdee1d en behoorde de Muiderstraatweg tot de eerste k1asse of keizerlijke weg.

Tijdens de Franse overheersing werd Diemen in 1811

met de Watergraafsmeer samengevoegd, maar op 1 mei 1817 gescheiden. Het dorpje Ouddiemen werd het meest getroffen door de overplaatsing van de pastorie in 1770, de kerk die in 1807 werd verplaatst naar de Kerklaan en de school die op 2 januari 1839 geopend werd aan het Jaagpad. Ook de rechtspraak werd meer te Diemerbrug gehouden en in 1824 von den de raadsvergaderingen in verschillende herbergen in Diemerbrug plaats. Dit gaf aan1eiding tot de bouw van een nieuw raadhuis met dokterswoning aan de Hartveldseweg. Het raadhuis werd op 28 januari 1882 in gebruik genomen. In datzelfde jaar werd ook een nieuwe pastorie gebouwd aan de Hartveldseweg. Vo1gens de schrijver Van Ollefen (1795) was Diemen een eldorado voor jagers en vissers, maar ook voor de dagjesmensen. Dit nam nog toe in 1881 door de aanleg van de trambaan naar het Gooi, waarvan het baanyak Amsterdam-Diemen op 17 mei 1881 in gebruik werd genomen. Vooral de lommerrijke terrasjes en de kegelbaan van "Huis te Rust" waren erg in trek. Het dorp was schilderachtig met zijn polders en watermolens en een graanmolen aan de Hartveldseweg. (Enkele gegevens uit het boek van P.J. ter Beek.) Door de aanleg van het Merwedekanaal (AmsterdamRijnkanaa1), geopend in 1892, werd de Diemer- en Overdiemerpolder in tweeen gedeeld en het verkeer over de Muiderstraatweg moest voortaan van een draaibrug gebruik maken. Nabij deze brug kwam om-

streeks 1900 een cafe en in het bos Betlem kwam een grote uitspanning: het "Merwede-Paviljoen".

Het toenemende verkeer door het dorp veroorzaakte grote problemen. Over de veel te smalle Hartveldseweg en de Muiderstraatweg met bijbehorende bruggen moest zowel de Gooische Tram als al het autoverkeer. Ondanks een politieverordening uit 1900, die luidde dat men in de bebouwde kom niet harder mocht rijden dan twintig kilometer per uur en acht kilometer bij de oversteekplaatsen, bleef de toestand hopeloos. Omstreeks 1924 begon men met de verbreding van de Hartveldseweg en de Muiderstraatweg. Ook de bruggen werden verbreed. In 1928 werd de Vinkenbrug voor het verkeer opengesteld en in 1929 kon de trein van een vaste spoorbrug over de Muiderstraatweg gebruik maken; hiermee kwam de bewaakte spoorwegovergang over de Muiderstraatweg te vervallen. In 1927 werd het gedeelte met onder andere cafe "De Reiger", links van de ophaalbrug, gesloopt, waardoor de Muiderstraatweg aanzienlijk werd verbreed. Garage Oostenrijk opende op deze plaats een benzinestation met weegbrug,

Daar het aantal auto's snel toenam, werd in 1933 bij de Vinkenbrug het benzinestation "De Blokhut" geopend door de gebroeders Smits. Na ingebruikneming van een vaste brug over het Merwedekanaal, op 23 september 1933, kwam de oude draaibrug te vervallen en was het lange wachten verleden tijd. Het Gooi

werd beter bereikbaar en Muiderberg werd een bekende badplaats; de belangstelling voor het "MerwedePaviljoen" nam hierdoor af. Na verbreding van de Hartveldse brug, in 1930, werd het laatste stukje bebouwing, rechts van de ophaalbrug, in 1938 afgebroken. Het betrof een aantal winkels met bovenwoningen en het bekende cafe Vervetjes, De ophaalbrug, de eeuwenoude verbinding tussen beide Kerklanen, werd voor betere afvloeiing van het verkeer verplaatst en kwam in het verlengde van de Burgeme ester Bickerstraat te liggen, Deze brug werd geopend in 1940, maar heeft nooit optimaal gefunctioneerd, omdat het verkeer meer van de in 1938 aangelegde Schipholbrug gebruik maakte.

Door het nog steeds toenemende verkeer besloot de minister van waterstaat in maart 1938 de Gooische Tram op te heffen en de lijndiensten met bussen van de Gooische Tram en in 1944 de Nederlandse Buurtspoorwegmaatschappij te laten uitvoeren. Met de vrijgekomen trambaan en door demping van de Muldertrekvaart vanaf de Vinkenbrug kon de Muiderstraatweg nogmaals worden verbreed. Tijdens de Tweede Wereldoorlog lag het hele project stil en het werd pas na de oorlog voltooid. Na opheffing van de Gooische Tram werden ook de busdiensten, die in 1922 door C.P. Oostenrijk en Van Dongen van de Swan waren opgericht, in 1940 door de GTM overgenomen. De eerste busdienst was tussen Diemen en Amsterdam, in

1937 uitgebreid met de lijnen Diemerbrug-WeespMaarssen en Breuke1en. Enke1e bekende chauffeurs van deze busdiensten waren de heren De Kock, Peters en Nagel. (Gegevens Gooische Tram, W.J. Engel.)

Na de eeuwwisseling veranderde Diemen drastisch: van een klein, landelijk dorpje groeide het gestaag tot een midde1grote gemeente. Dat kwam ook door de gunstige ligging, de mooie orngeving en de goede verbindingen door de Gooische Tram en de eigen busdiensten. Voorzieningen a1s de aan1eg van leidingen voor zuiver drinkwater (1887) en betere wegen met verlichting (petroleumlantaarns) bevorderden eveneens de groei. Deze verbeteringen trokken ook meer industrie aan, vooral op de Sniep, een eiland met weilanden gelegen tussen de Weesper- en Muidertrekvaart, dat aileen per pont te bereiken was. Hier vestigden zich onder andere de Nederlandsche Teerdistilleerderij, de Nederlandsche Beton-IJzerfabriek van dr. ing. Sanders (uitvinder van het metaliseren van beton); na 1923 was hier "Siegwart Ba1ken" van Begram, Van Eeten en De Bruijne, In 1934 de Amsterdamse Handelsvereniging, de aannemersfirma Hidden & Nij1and, bouwers van de Vinkenbrug, sinds 1938 Hillen & Roosen, en in 1935 de bedverenfabriek van A. van de Hengel. Ook langs de Muiderstraatweg kwamen meer bedrijven, zoaIs in augustus 1897 de bodedienst van P.H. Saan, in 1902 boerenbond "Ons Voordee1", de wasserij van Portengen en in 1923 de

wasserij van Broere. Aan de Ouderkerkerlaan vestigden zich onder anderen de aannemers Westerbeek en Diepgrond, later machinefabriek Helmer, het tirnmeren aannemersbedrijf van J. Buitenhuis, de eiergroothandel van M. van Tilburg en in 1937 de klompenmakerij van S. UbeIs. Aan de Burgemeester Bickerstraat vestigden zich de advocaatfabriek Hamers, in 1925 het expeditiebedrijf H.M. van Ballegooy en in 1932 het garage- en taxibedrijf van P. Veltman. Het veetransportbedrijf van C. van Hulse werd in 1939 overgenomen door W. Koopmans.

Door deze vestigingen nam de werkgelegenheid toe en aIs gevo1g hiervan moest de woningbouw worden uitgebreid. Na 1920 werden voornameliik aan de Ouderkerkerlaan, de Muiderstraatweg en de Hartveldseweg huizen gebouwd. Maar ook nieuwe straten werden aangelegd, onder andere de Burgemeester De Kievietstraat, de Julianastraat, de Burgemeester Bickerstraat, de Raadhuisstraat en de Diemerkade. Vanaf de Diemerkade tot aan de Schoolstraat ontstond een geheel nieuwe buurt. Door de nieuwbouw kwamen er meer winkels, vooral in de nieuwe buurt en aan de Hartve1dseweg met in 1924 het bekende witte blok met winkelgalerij. Ook hier kwam enige industrie, zoaIs de zeepfabriek "Het Lampje" en het Koperen Stelenfonds, gesticht door "Ome Jan van Zutphen". Aan de Hartveldseweg stond cafe "De Turkse Tent" met emaast een meelmaa1derij-foeragehandel, allebei

van M.A. Hesp. De meelmaalderij werd later overgenomen door M.J. Bakker. Vroeger stond hier de korenmolen, welke in 1914 door brand werd verwoest.

In 1911 kwam er een telefoon- en telegraafkantoor aan de Ouderkerkerlaan, beheerd door de familie De Kock. Ook het postkantoor Van Delfo werd naar de Ouderkerkerlaan verplaatst en kwam in 1916 onder leiding van J. Havekotte. Beide kantoren werden in 1927 verplaatst naar de Burgemeester De Kievietstraat; het PTT-kantoor kwam toen wederom onder beheer van de familie De Kock.

Een belangrijke verbetering kwam in 1916 met de aanleg van elektriciteit. In 1928 werd de gemeente van gas voorzien. Ook de brandbestrijding kreeg een geheel ander karakter. De verordening uit 1853, waarin manspersonen tussen 16 en 65 verplicht waren bij de brandspuit dienst te nemen, kwam op 14 februari 1928 te vervallen door de oprichting van de "Vrijwillige Brandweer Diemen". Eerste commandant van dit korps werd de heer H.N. Fakkeldij en in april 1928 werd onder grote belangstelling de eerste motorspuit gedemonstreerd. De medische en sociale zorg werd ook uitgebreid. De vereniging "Diemens Zorg" werd in 1923 opgenomen in de afdeling van de Noordhollandse vereniging "Het Witte Kruis". Als eerste wijkverpleegster werd in 1929 zuster G. de Boer aangesteld. In 1931 werd, op initiatief van pastoor B.A.

Lasance, de "Rooms-Katholieke Vereniging voor Volksgezondheid Het Wit-Gele Kruis" opgericht; eerste wijkverpleegster werd de eerwaarde zuster Mathea.

Er kwamen scholen en verenigingen, afgestemd op de diverse godsdiensten. De openbare school was sinds 4 januari 1884 gelegen aan de Ouderkerkerlaan en werd in 1900 met twee klassen vergroot. Schoolhoofd was de heer J. Teer, op 1 januari 1934 opgevolgd door de heer A. de Vries. Een christelijke school "met den Bijbel" werd op 1 mei 1907 aan de Ouddiemerlaan geopend, een rooms-katholieke meisjes- en jongensschool "Sint Petrus" werd op 1 juli 1924 aan de Schoolstraat in gebruik genomen; schoolhoofd was de heer P.J. Schneider. Met de komst van de zusters "Dochters der Liefde van de H. Vincentius a Paolo" werd in 1932 de genoemde rooms-katholieke lagere school gesplitst in de Sint-Petrusschool voor jongens aan de Schoolstraat en - in de Burgemeester Bickerstraat - de Sancta-Mariaschool voor meisjes, In de meisjesschool waren reeds een kleuter- en naaischool, gesticht in 1928 door pastoor Verdegaal. Deze scholen kwamen ook onder leiding van de zusters. In 1934 werd voor hen een zusterhuis gebouwd aan de Hartveldseweg. Op 31 januari 1938 werd aan de Ouderkerkerlaan, in de pastorie van de hervormde kerk, een christelijke kleuterschool opgericht; kleuterleidster werd mevrouw J. Visser.

Het verenigingsleven breidde zich eveneens uit. Na oprichting van de "Diemer IJsclub", injanuari 1887, en de "Diemer Harmonie", op 20 maart 1897, werden nog tal van verenigingen opgericht. Ik noem u achtereenvolgens onder andere: de woningbouwvereniging "Diemen Vooruit" (8 mei 1914), de christelijke gemengde zangvereniging "De Lofstem" (l februari 1921), de christelijke jongemannenvereniging (24 april 1922), de duivensportvereniging "De Luchtpost" (24 april 1924), de gereformeerde jeugdcentrale (28 september 1927), de christelijke vrouwenbond (25 april 1929) en in 1930 de door de heer A. Nieuwpoort opgerichte bibliotheek "Patrimonium". Op 15 januari 1931 werd de "Diemer Damvereniging" opgericht en in de bovenzaal van cafe "De Kroon" yond op 16 juli 1931 de oprichting van de voetbalclub DV AV plaats. De leden van de laatstgenoemde club begonnen zelf met de aanleg van een voetbalterrein aan de Ouderkerkerlaan, achter de boerderij van de familie Pap pot. In septem ber 1931 werd het terre in officieel door burgemeester A. de Wolff geopend. Het door de gemeente aangelegde sportterrein aan de Ouderkerkerlaan, waar ook de nieuwe muziektent was gebouwd, kon op 2 augustus 1932 geopend worden. Op 31 augustus, de verjaardag van koningin Wilhelmina, werd hier kermis gevierd, georganiseerd door de Oranjevereniging, en de "Diemer IJsclub" zette hier voortaan haar banen uit. Menig Diemenaar

zal zich dit kermisplezier en de ijspret herinneren.

Het rooms-katholieke mannenzangkoor "Gregorius", erkend bij koninklijk besluit van 2 juni 1896, had als voorzanger de heer J. Kortland. Hij werd in 1925 onderscheiden door de paus met het "Pro Ecclesia Et Pontifice". Dezelfde onderscheiding kreeg de heer M.A. Hesp; hij was vanaf 1905 organist van dit koor en van de rooms-katholieke kerk. De toneelvereniging "Ons Tooneel" werd opgericht op 13 mei 1936 met als regisseur de heer P. de Vries. Na 1930 werd achter de rooms-katholieke kerk het lunapark aangelegd, per weekend trok dat zo'n 5000 a 6000 bezoekers. Toename van de watersport betekende voor Diemen meer vestigingen op dit gebied, onder andere in 1923 de boten- en motorenhandel van Kissouw N.V. Snel en Tubergen op de Sniep, eveneens op de Sniep rond 1926 de botenstalling van Wolfrat, in 1928 overgenomen door de familie Koekoek. Aan de Prins Hendrikkade kwam de kanostalling van de gebroeders Van Leeuwen. Aan de Diem werd in 1935 het cafe met botenstalling "De Reiger" van H. Bosch geopend. In 1934 was al het zwem bad "De Diemerplas" geopend; de leiding daarvan had de heer J.J.C. Kaskens. De eerste en de tweede Diem waren als recreatiegebied erg in trek, niet alleen 's zomers, maar ook 's winters bij de schaatsers. Er stonden dan koek-enzoopies (kraampjes op het ijs) van de familie Panse en Van Dam. Baanveger was onder anderen P. Griffioen.

Doordat cafe "De Reiger" voor noodzakelijke verbreding van de Muiderstraatweg ten offer vie1 aan de slopershamer, werd het in 1926 geopende cafe "De Kroon" met zijn feestzaal en vergaderruimten een belangrijk trefpunt in de Diemense samen1eving. In 1940 had Diemen 5911 inwoners. Na afkondiging van de mobilisatie, op 29 augustus 1939, kreeg de gemeente een groot aanta1 militairen binnen haar grenzen. Garages en scholen werden gevorderd en bij de boeren werden de paarden van de veldartillerie, infanterie en zoeklichtafdeling ondergebracht. Stafbureaus bevonden zich in de Boerenleenbank en bij particulieren. De afdeling 1uchtdoel was in cafe "De Kroon" gevestigd. Op de Sniep was bij de Amsterdamse Hande1svereniging een aantal barakken voor de genie gebouwd; in 1940 werden deze barakken omgebouwd tot strafkamp van de Duitse bezetter. Reeds op 12 april 1939 waren er al militairen ge1egerd op fort Diemerdam. Burgemeester jonkheer mr. L.E. de Geer van Oudegein nam een groot aanta1 maatrege1en ter bescherming van de bevo1king. De oorlog was op 10 mei 1940 nog maar enke1e uren oud of Diemen werd door een born getroffen; de born, bestemd voor het afweergeschut aan het Weesperzandpad, trof de Stammerdijk. In deze dijk werd een enorm gat geslagen dat niet meer te dichten was. De he1e Gemeenschapspo1der liep onder water. De bewoners van deze polder hebben toen maanden op de zolder van hun

huizen gewoond of bij de overburen. De huizen stonden meters onder water en waren aileen per boot bereikbaar.

Een vissersdorpje groeide via veeteelt en tuinbouw uit tot een k1eine industriep1aats met forensen, waar nauwelijks nog p1aats is voor de boerenstand, waaruit het grotendee1s is ontstaan. De hierna volgende foto's en oude ansichtkaarten willen u iets 1aten (her)be1even van het Diemen van voor de Tweede Were1doorlog.

Mij rest nag allen te bedanken die het mogelijk maakten dit boekje samen te stellen, in het bijzonder mevrouw M. Magrijn-Hooiveld, de familie De Kock en de heer W. Zanting.

J.F. Reurekas

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek