Diemen in oude ansichten deel 3

Diemen in oude ansichten deel 3

Auteur
:   J.F. Reurekas
Gemeente
:   Diemen
Provincie
:   Noord-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3611-2
Pagina's
:   96
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Diemen in oude ansichten deel 3'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Dlernzn

in Dude anslthten deel 3

door

J.E Reurekas

Tweede druk

jubileumeditie ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de uitgeverij Europese Bibliotheek - Zaltbommel MCMLXXXVI

W~OEN

OEKJE

ISBNlO: 90 288 3611 x ISBN13: 978 90 288 3611 2

© 1982 Europese Bib1iotheek - Zaltbomme1

© 2008 Reproductie van de tweede druk uit 1986

Niets uit deze uitgave mag worden vervee1voudigd en/of openbaar gemaakt door midde1 van druk, fotokopie, microfihn of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schrifte1ijke toestemming van de uitgever.

Europese Bib1iotheek Postbus 49

5300 AA Zaltbomme1 te1efoon: 0418 513144 fax: 0418 515515

e-mail: pub1isher@eurobib.n1

INLEIDING

Het derde en vierde deeltje "Diemen in oude ansichten" zullen beide betrekking hebben op de periode van na 1900. Het dorp, waar voornamelijk veeteelt werd uitgeoefend, onderging toen zijn grootste verandering. In het Diemen van na de Tweede Wereldoorlog verdween de veeteelt grotendeels en de tuinbouw geheel voor de bouw van nieuwe woonwijken, wegen, kantoren en meer industrie. Om iets meer van Diemen in beeld te brengen, zal deel 3 onder andere uit de buitenwijken en deel 4 uit onder andere Diemerbrug en omgeving bestaan.

Het dorp Diemen van voor 1900, met zijn fraaie "Mariakerk" op Ouddiemen, zijn moestuinen, boerderijen, molens en herbergen, moet niet aileen een fraai, maar ook een aantrekkelijk dorp geweest zijn, Een dorp dat in de periode van 1880 tot 1900 van 1175 inwoners naar 1512 inwoners groeide. Door de aanIeg van de Weesper- (1638) en de Muidertrekvaart (1640), beide met een wagenweg, ontstond op de kruising van de Kerklaan (reeds voor 1226 aangelegd) door de gunstige ligging een nieuwe kern: Diemerbrug.

AI het verkeer, eerst voornamelijk over water en later over de weg, vormde voor Diemerbrug een belangrijke bron van inkomsten. Er kwamen meer herbergen, wagenmakerijen, smederijen, enzovoort. Hieruit volgden meer bebouwing en meer inwoners. Dit nam nog toe door overplaatsing van de pastorie (1770), de school (1838) en de hervormde kerk (1807) uit Ouddiemen en de rooms-katholieke schuilkerk (1787) uit Overdiemen naar Diemerbrug.

Het gevolg was dat de meeste activiteiten zich te Diemerbrug voltrokken, hetgeen betekende dat de dorpjes Ouddiemen en Overdiemen ontvolkten. Ouddiemen bleef echter toch nog lang zijn dorpskarakter behouden. De landelijke rust was daar nog te vinden. Vele jaren achtereen bracht koningin Wilhelmina, wandelend vanaf het Merwedekanaal, een bezoek aan Ouddiemen, om aldaar in haar hofauto te stappen.

Door meer bebouwing en de aanleg van betere verplaatsingsmogelijkheden, werd het dorp Diemen drastisch veranderd. Met de aanleg van de spoorlijn Amsterdam-Amersfoort

(1873-1874) werd de Dierner-, de Overdiemer- en een deel van de Gemeenschapspolder in tweeen gedeeld. Aan deze spoorlijn kreeg Diemen aan de Ouddiemerlaan de halte "Kerklaan" en aan de Overdiemerweg een halte waar aileen op verzoek werd gestopt. Optimaal hebben deze haltes niet gefunctioneerd. Halte "Overdiemen" werd omstreeks 1920 en de halte "Kerklaan" rond 1930 opgeheven. Deze halte lag ten opzichte van Diemerbrug niet zo gunstig, Diemerbrug breidde steeds meer uit en dit nam nog toe door de aanleg, in 1881, van de Gooische Tram, waarvan het eerste baanvak, Amsterdam-Diemerbrug, op 18 mei 1881 werd geopend. De Gooische Tram zou dan ook een veel belangrijker rol gaan spelen, wat betreft het personenvervoer door Diemen, dan de trein.

De tram reed door Diemerbrug en kreeg daar en aan de Muiderstraatweg diverse haltes. Ook de badplaats Muiderberg kwam door de aanleg van de Gooische Tram meer in de belangstelling en werd een ware concurrent van Diemen. Door de verandering van het leefklimaat begon men ook de verplaatsingsmogelijkheden aan te passen met onder andere verbetering van wegen en kanalen. Zo werd op 11 september 1885 door het bestuur van de Diemerpolder, met als voorzitter J. Pouw en als secretaris M. Strek, de akte van grondoverdracht getekend voor de aanleg van het Merwedekanaal, dat in augustus 1892 werd geopend. Hierdoor werden de Diemer- en de Overdiemerpolder nogmaals in tweeen gedeeld. De bewoners van de Buitenkerkerweg, Overdiemen, en de veehouders, van wie een gedeelte weiland nu ten noorden van het kanaal kwam te liggen, moesten voortaan van een met de hand bediende veerpont gebruik maken. Deze veerponten werden in 1938/39 vervangen door veerwagens met dieselmotor, die op rails door het kanaal reden.

Het gedeelte over het kanaal tot aan de Diemerdammersluis werd op 1 januari 1921 aan Amsterdam overgedragen voor f 2931,21 (P.J. ter Beek). Door de aanleg van het Merwedekanaal moest het verkeer over de Muiderstraatweg voortaan van een draaibrug gebruik maken. Deze brug werd, zowel

voor de scheepvaart als voor het wegverkeer, een waar obstakel. Tijdens de ambtsperiode van burgemeester W.H. Toewater (1886-1893) kreeg Diemen zuiver drinkwater. De buitenwijken van Diemen bleven nog lang van dit voorrecht verstoken, terwijl in 1888 te Diemerbrug reeds een standpijp en drie brandkranen waren aangelegd; wat betreft de volksgezondheid en de brandbestrijding een enorme verbetering. Dit hield wel in dat de buitenwijken van Diemen nog lange tijd op hun regentonnen waren aangewezen. Bij droogte konden zij van de pompen te Diemerbrug gebruik maken.

De aanleg van de spoorlijn, het Merwedekanaal en het ringspoor in 1935-1940 was voor het landelijk dorpje Diemen bepaald geen verfraaiing. Toch bleef Diemerbrug met zijn lommerrijke terrassen bij de Amsterdammers in trek. Vooral na 1900 kwamen steeds meer dagjesmensen, onder anderen vissers, jagers, watersportliefhebbers, fietsers en wandelaars, naar Diemen. Zij kwamen naar de buitenwijken met de vele boerderijen, tuinderijen en de Diemerplassen. De route door de Ouddiemerlaan, met zijn boerderijen, de bloemkwekerij van H. Kalker (1925-1945) en de tuinderij van Quatfass, was bijzonder druk; vandaar de verschillende cafeetjes langs deze route. Overgezet met de veerpont, kon men via de Diemerzeedijk terug naar Amsterdam. Bij de pont stonden doorgaans een snoepwagenen de ijsverkoper M. van Es, Ook kon men langs het Merwedekanaal via de Overdiemerweg en de Starnmerdijk naar Weesp. Fietsers en wandelaars konden zich langs deze route in diverse cafeetjes, sommige met speeltuin, vermaken. Bij de veehouders werd verse karnemelk verkocht.

Bij de 2e Diem stond tot 1950 de watermolen van de Diemerpolder, bewoond door Chris Portengen. Door de bouw van een dieselgemaal (1926) kwam de molen in 1927 buiten gebruik. Even verder lag de veerpont naar Overdiemen. Hier stond de watermolen, bewoond door P.G. Griffioen. In 1933 kwam er een dieselgemaal en in 1937 werd alles voor verbreding van het Merwedekanaal afgebroken. Er kwamen twee ambtswoningen en even verder aan de Overdiemerweg een nieuw poldergemaal. Aan de Overdiemerweg stonden diverse

boerderijen en omstreeks 1929 kwam er de jachthaven "De Blauwe Wimpel" met cafe en kanoverhuur; de 3e Diem was een prachtig watersportgebied. Naast deze jachthaven werd omstreeks 1932 het huis van J. Smeenk in Zwitserse stijl opgetrokken, een verlofzaak met een busonderneming voor schoolkinderen naar Diemerbrug. De beide zaken werden later een geheel en na diverse eigenaars op 1 januari 1950 eigendom van S. Kamp, die de stalling met jachtbouw uitbreidde. Het laatste gedeelte van de Overdiemerweg kon men via een bruggetje over de Kleisloot bereiken. Deze sloot liep vanaf de 3e Diem tot Muiden en werd onder andere door turfschepen, pleziervaart en munitie-aanvoer voor het fort Diemerdam gebruikt. Over het bruggetje, links, ligt het vissersbedrijf van de gebroeders Smeenk met een verlofzaak B, in 1935 uitgebreid met een jachthaven en stalling. Zij behoorden tot een van de oudste verhuurders van vissersbootjes. Rechts ligt het fort Diemerdam uit 1787, dat tot na de Tweede Wereldoorlog deel uitmaakte van de defensie. Achter het fort lag het Uilenbos met de boerderij "Zeehoeve" uit 1880, gebouwd door Klaas de Haan. Waarschijnlijk is dit de enige boerderij met een drijvende kelder van tien bij zes meter, belegd met plavuizen. In 1921 werd C. Hennipman de nieuwe pachter en in 1948 zijn zoon K.W. Hennipman. De boerderij ligt in een polder van drieentwintig hectare en had tot omstreeks 1920, door middel van een windmolen, een eigen bemaling, Daarna werd deze polder op de bemaling van de Overdiemerpolder aangesloten.

Vanaf dit punt terug naar de Overdiemerweg, gelegen langs de l e en 2e Diem. Via deze weg komt men bij de Vinkenbrug en over de Stammerdijk in Weesp. Dit gedeelte van Diemen trok veel wandelaars, fietsers en watersportliefhebbers. Ook hier diverse cafeetjes en bootjesverhuur. Vanaf het kanaal, na de boerderijen "Diemzicht", "Jacht en Vislust" en "Zwanenburg", ligt links de Nodweg naar de Hooibrug. Ongeveer hier, aan de 2e Diem, stond de rooms-katholieke schuilkerk (1572-1787). Vervolgens komt men langs de boerderijen "Kent U Zelve", "Anna's Hoeve", "Nooitgedacht" en "Ligt-

tevrede" en het poldergemaal (1940), bewoond door de familie Griffioen, met stalling en booties, bij de halte Overdiemerweg, waar de trein alleen op verzoek stopte. De overwegwachter F. Lieftink verkocht ook spoorkaartjes en verhuurde vissersbootjes. De verhuur hiervan had ook zijn problemen: de vissers, die's morgens vroeg kwamen, huurden een bootje, pakten hun hengelspullen (die men bij de verhuurder achterliet), vulden hun aas- of baarstonnetjes met flesjes bier a f 0,04 en vertrokken. In de loop van de middag, als zij huiswaarts keerden en op dat moment de trein er aan kwam, lieten zij de boot de boot en stapten zij in. Ditzelfde gebeurde bij de Vinkenbrug met de Gooische Tram. De verhuurder kon dan's avonds nog achter zijn bootjes aan en ook de hengelspullen opruimen. Na F. Lieftink werd de overweg bediend door onder anderen G. van Hoogdalem.

Na de overweg, de Ie Diem met het zwem- en zonnebad "De Diernerplas". Gemengd zwemmen was hier niet toegestaan; er was een dames- en herenbad. Het dakterras van het zwembad gaf een prachtig uitzicht op de Ie en 2e Diem en de polders. Vele Diemenaren hebben hier hun zwemdiploma behaald; de bedrijfsleider J.J.C. Kaskens heeft meer dan duizend diploma's ondertekend. De rooms-katholieke zwemvereniging "De Amstel", opgericht 30 april 1937, was hier tijdelijk gevestigd. De eerste clubwedstrijden werden er gehouden; voor dames op 30 juli en voor heren op 31 augustus 1939. J.J.C. Kaskens, die een eigen waterpoloteam, "De Diernerplas", had, besloot met zijn vriend C. Geudeker, hoofdredacteur van het weekblad "Sport in en om Amsterdam", eens een zwem- en waterpolotoernooi te organiseren voor de voetballers van het district Amsterdam. Het idee uit 1939 kon vanwege de mobilisatie en het uitbreken van de oorlog pas op 4 augustus 1941 uitgevoerd worden; het toernooi werd een groot succes. Het zwembad werd in 1944 door de Duitsers gevorderd. Kees Boss, de laatste badmeester, was daar zelf ondergedoken en vluchtte naar Groningen. Na de oorlog werd het zwembad voorgoed gesloten. Naast de Diemerplas werd in 1935 de botenstalling met cafe "De Reiger" van H. Bosch geopend.

De Vinkenbrug, gelegen over de Korte Diem en de Muldertrekvaart, heette met de boerderij "Vinkenhof' vroeger het gebuurte Vierhuizen. Door de halte van de Gooische Tram was dit een gemakkelijk te bereiken watersportgebied. Aan de Ie Diem lag de uitspanning "Rusthoven" met cafe annex speeltuin, stalling en verhuur van bootjes, De laatste eigenaar, J.H. Pothoff, maakte er in zijn geheel een tuinderij van. Aan de overzijde van de Muidertrekvaart lag de woonboot van Du Pau, eveneens cafe met verhuur van bootjes, in 1934 overgenomen door M. van Staveren. Dit gedeelte van de Muldertrekvaart werd, in verband met verbreding van de Rijksweg, tot even voorbij de Hooibrug gedempt. Het poldergemaal tegenover het benzinestation "De Blokhut" kwam buiten gebruik en de woonboot annex koffiehuis van de familie H. van Dam kreeg toen een ligplaats bij de Hooibrug.

De Stammerdijk, richting Weesp langs de Weespertrekvaart, met boerderijen en cafeetjes, was een drukke vaar-, fiets- en wandelroute. Als men niet tot Weesp wilde, kon men bij M. van Veen aan het Zwanengat of bij J. van Berg aan de Gaasp worden overgezet. Men kon dan via het Weesperzandpad terug naar Diemen. Aan het begin van de Stammerdijk was het cafe van W. Kreike (1920-1937) en vervolgens in de molen dat van de familie Van Kooy (1932-1934). In 1926 werd de molen "De Gemeenschap I" te Driemond (uit 1892) door een dieselgemaal vervangen. De capaciteit daarvan was zo groot dat de molen "De Gemeenschap II" in 1927 buiten werking kwam. Aan het "Zwanengat" stond de kanoloods van G. Griffioen (melkslijter in Amsterdam) en aan de "Gaasp" het cafe met overhaal, verhuur van waterfietsen en bootjes van J. v.d. Berg (melkslijter in Amsterdam). Op de grens van Diemen lag de theetuin van de familie Van Tintellen.

Via dezelfde weg terug naar de Vinkenbrug, waar omstreeks 1924 de verbreding van de Rijksweg begon. Na de verbreding (1924-1933) van de Hartveldsebrug, Muiderstraatweg, de Vinkenbrug (geopend in 1928) en door de aanleg van een vaste spoorbrug over de Muiderstraatweg, werd de bewaakte

overweg rond 1933 opgeheven. In 1929 werd voor deze brug rechts een blokje huizen gebouwd. In juli 1932 kwam in het eerste huis de autos1operij van L. Bontekoe.

Rechts, tussen de oude en de nieuwe spoorlijn, lag het pad naar het "Rooiendorp", dat bestond uit een aantal boerderijen, onder andere "Klein Merwede", vanaf 1926 bewoond door B. Koperdraad. Dit gedeelte behoorde voorheen tot het landgoed van de advocaten Edmann en Hetty. De bijbehorende stallen met rode daken waren zo mooi dat deze tot woningen werden omgebouwd, vandaar vermoedelijk de naam het "Rooiendorp". De huisjes werden teen voornarnelijk bewoond door lijnwerkers van de spoorwegen. Op de oude lijn nabij dit dorp werd omstreeks 1935 een zesta1 houten noodwoningen geplaatst voor minder bedee1den uit Diemen.

Voorbij de nieuwe spoorbrug stond nog een aantal boerderijen, onder andere "Landhoeve", vanaf 1924 bewoond door de fami1ie Salentijn. Even verder lag, van 1930 tot 1946, de tuinderij van Postma en Koehler. Na de tuinderij kwam de boerderij waarin vanaf 1945 G. Roest woonde. Links ligt de Hooibrug over de Muidertrekvaart, met cafe "Rustwat" van Bastiaans aan de Nodweg. Dan vo1gde de boerderij "Houtbos" van D. Hoefman en in 1923 kreeg men iets verder de wasserij van Broere. Dan kreeg men de oude draaibrug, een waar obstakel voor het verkeer, met de halte van de Gooische Tram. Rechts lag rond de jaren dertig de uitspanning het "Merwede-paviljoen" van Betlern. Een waar lustoord met cafe, speeltuin, zwembad en vijvers, waar men kon kano- en gondelvaren. In het gedeelte ernaast stond het cafe met de bloemkwekerijen van Munniks. Rond de oude brug deden onder anderen W. van Groen en de familie Peys goede zaken met de verkoop van ijs en dergelijke langs de rijen wachtende auto's. Door de opening van de Merwedebrug in september 1933, kwam een rechtstreekse verbinding met het Gooi tot stand, hetgeen voor de omwonenden bij de oude brug een achteruitgang betekende. Langs de oude weg vond een aanta1 woonschepen een ligplaats, onder anderen W. Scholte met het_

schip "Op Hoop van Zegen" in 1934. Het werd een dorpje op zich, "Klein Merwede" geheten.

Terug op de Vinkenbrug, met rechts de Diemerpolder en links de Sniep, een eiland ontstaan door de aanleg van de Weesper- en Muidertrekvaart, dat toen de naam Varkenseiland kreeg. Het eiland was aileen per pont bereikbaar. Er was voornarnelijk veeteelt van onder anderen C. Boogaard en, meer naar Diernerbrug, van de familie Kort1and. De eerste boerderij werd later bedverenfabriek van A. v.d, Hengel. Op de andere boerderij kwam de oudijzerhandel van Sibolt de Boer. De veeteelt werd geheel verdrongen door industrie en vestigingen voor watersport. Als industrie waren er onder andere De Amsterdamse Hande1svereniging (1934), Hidden en Nijland, hier kwam in 1933 P. v.d. Ende botenbouw en in 1938 Hillen en Roosen. Vervolgens de nieuwe weg met de brug naar Schiphol. Dan de botenstalling van Sne1 en Tubergen, in 1948 H.I. Drent, de kanostalling van de fami1ie Koekoek, de beenderlijmfabriek van Seidemandels, de cacaofabriek van Kreit en Vinke (1937-1957), de knikkerfabriek van W. Broekhuijzen (1947-1951), de glasfabriek "Anna", de Nederlandse Teerdistilleerderij en chemische fabriek Nedteer, nicotinefabriek "Delta", Margarine Works (1935-1940), de machinefabriek van de gebroeders Van Boven, de mosterdfabriek van H. Belzer, de defensieloodsen en vooraan op de Sniep de muziektent. .

Dit derde deel geeft een beeld van een route door Diemen die tot na de Tweede Wereldoorlog, wat de recreatie betreft, bijzonder in trek bleef. Ik nodig u gaarne nit, aan de hand van deze foto's en ansichten, mee te genieten van het landelijk Diemen tot omstreeks 1950. Ter afs1uiting van dit deel3 reeds een woord van dank aan allen die het mogelijk maakten dit boekje samen te stellen.

I.F. Reurekas

1. De dorpskem Diemerbrug in 1910, gezien vanaf de ophaalbrug, met links het koffiehuis van Hoogenwerf, later J. van Engelen; aehter dit huis stond de waterpomp van Diemerbrug. Reehts het cafe van C. Peereboom, dat in 1913 werd afgebroken en in 1915 werd heropend. Men kijkt de Ouddiemerlaan in, met op de hoek (links) de- kruidenierswinkel van Chris Kok en reehts het loodgietersbedrijf van B. Laurens; daamaast was kapper D. Rozekrans.

2. De Ouddiemerlaan anna 1929. Links vanaf 1925 de kruidenierswinkel van B. van Dijk en vanaf 1949 de slijterij van M.A. Hesp. Ernaast de schoenmakerij van Henk Kok, dan volgde de sigarenwinkel van I. Goedhart, vanaf 1931 van Chris Goedhart. Rechts, na verbouwing van de loodgieterij tot bakkerij, waren onder anderen gevestigd Pelsma, Van Geenen en I.F. Baak. Daarnaast, sedert 1946, de winkel in religieuze artikelen en tijdschriften en de bibliotheek van Mars.

3. Een foto van 1933. W. van Groen woonde aan de Dude Muiderstraatweg, waar hij reeds tabaksartikelen verkocht. In 1931 verhuisde hij naar de Ouddiemerlaan, tegenover de boerderij "Diemervreugd", waar hij de zaak voortzette. In 1932 opende hij een zaak aan de Ouddiemerlaan 7. Op de foto, voor de winkel van links naar rechts: W. van Groen, Koerd (hij werkte bij de manege in het Lunapark en was later paardenhandelaar), een loge en J. van Loo.

4. De Ouddiemerlaan in 1934. Op de foto Manus van Es met oliekar; hij is in 1932 in het Lunapark met olieverkoop begonnen. Links de smederij van D. van Dijk, in 1925 overgenomen van F. Diikman. Rechts, waar de twee mensen staan, woonde dr. W. Balfoort, sedert 1921 in Diemen als arts gevestigd.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek