Dirksland in oude ansichten deel 1

Dirksland in oude ansichten deel 1

Auteur
:   Th. de Waal
Gemeente
:   Dirksland
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4556-5
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Dirksland in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

"Gelukkig is het lant,

" Waer 't kint syn moer verbrant".

Dirksland is een van de oudste of eerst bedijkte polders van het vroegere afzonderlijke eiland Overflakkee of ZuidVoorne. Als p1aat of zogenaamde uitgors was het reeds bekend in 1229; graaf Floris V bevestigde in 1284 een verkoop aan Ae1brecht van Voorne "van de gerechten van Diederickslande", Een staatkundige eenheid werd het eerst bij de bedijking. De uitgifte hiertoe werd door Jan van Beieren, als heer van Voorne, gedaan aan Pieter Claesz zoon en zijn metgezellen in het jaar 1415. De bedijking en de stichting van de kerk vo1gden dan ook reeds in 1416.

Van de geschiedenis tot de bedijking in 1415 is weinig bekend; in het begin van de dertiende eeuw moeten er schaapherders en vissers hebben gewoond, die achter kaden of opgeworpen v1uchtheuve1s een schui1plaats vonden tegen het opdringende water. Deze lage dijkjes schijnen bezweken te zijn bij de hoge watervloeden van 1288 of 1334.

Volgens oude oorkonden blijkt heer Diderik van Zierikzee (en de zijnen) als een van de eerste eigenaren bekend te staan en hij is wellicht ook de eerste bedijker geweest. De naam Dirks1and - vroeger schreef men Dircxlant - is van deze Diderik afgeleid. Om de herinnering aan hem te bewaren is er een straat naar hem genoemd, de "Diederik van Zierikzeelaan", Op 18 maart 1436 werd Dirksland door Jan van Beieren verheven tot heerlijkheid en geschonken aan Aalbregt van Naaldwijk wegens bijzondere diensten aan deze hertog bewezen. In de loop der eeuwen zijn er vanzelfsprekend meerdere eigenaren van de heerlijkheid Dirksland geweest, die we in dit korte bestek niet allemaal kunnen noemen. De ambachtsheren hadden vele rechten, onder meer het heffen van tienden, renten en molen-, visserij-, jacht- en veerrechten. Na de reformatie hadden zij bij het beroepen van een predikant het recht van agreatie (goedkeuring).

Ben van deze ambachtsheren willen we hier toch voor het voetlicht bregen. In 1536 was hier Fi1ips de Gruitheere, een zeer geleerd man. Hij was te Dirksland geboren en heeft een Latijnse verhandeling geschreven over "De dapperheid der Batavieren", Fllips de Gruitheere was baljuw, schout en dijkgraaf van Dirksland; hij woonde - evenals zijn twee nazaten - op "Het Hof", dat nog deze naam draagt. Dit "Hof" was destijds een sierlijke, rijk beboste buitenplaats. Later werd het bewoond door de rentmeester en secretaris van de toenmalige vrouwe van Dirks1and, Magdalena van Baerland (1680). Het hof behoort dus tot de oudste gebouwen van Dirksland. Het is in 1802 verkocht aan de heer A. van Weel, schout en secretaris van Dirksland. In 1814 is het - en later nog meerdere malen - verbouwd. Er is toen een kantoor voor Post en Telegrafie in gevestigd. In 1810 kwamen er op het gehe1e eiland nog geen postroutes voor; de post werd toen, via het veer Hellevoetsluis-Dirksland, door "briefdragers" overgebracht. De adressanten moesten voor het ontvangen van de brief enige centen betalen.

Middelen van bestaan. In een handvest van 1276 wordt Dirksland een "Zoutlant" genoemd; het werd toen ten behoeve van de zoutwinning (selnering) geexploiteerd, De aangeslibde gronden werden uitgegeven om te "moeren". Er lag namelijk onder de zeeklei een sponsachtige, met zout doordrongen massa, Om dit veen te bereiken werd eerst de kleilaag verwijderd (uitgemoerd), het veen op stapels gezet om te drogen en daarna tot as verbrand. U begrijpt nu waarom we hierboven het oude puntdichtje hebben geplaatst: "Gelukkig is het lant, waer 't kint syn moer (het veen, turf) verbrant". De as werd weer met zeewater vermengd en zo werden zoutkristallen gewonnen. In een oud handschrift van 1284 wordt vermeld, dat de graaf allen, die in "Diderikslande" woonden en moerdijkten en alle kooplieden die daarop af- en aanvoeren, onder zijn bescherming stonden, Daaruit blijkt, dat het toen reeds een min of meer blijvende bevolking had. Het

gewonnen zout werd met schepen vervoerd naar de ziederijen te Zierikzee, Brielle, Tholen of Reimerswaal. Door concurrentie van inheems zout ging deze zoutwinning in betekenis achteruit. Bovendien werd het moeren door de overheid verboden omdat het "roofbouw" was op de goede kleigrond. De diepe kuilen in het gors werden daarna weer overstroomd, zodat opnieuw klei ontstond en het gebied rijp werd voor uitgifte tot "koorenland". De bronnen van bestaan werden toen de landbouw, vee- en meekrapteelt. In het jaar 1732 waren er nog drie meestoven te Dirksland.

Er kwam toen ook behoefte aan een haven voor verscheping van de verbouwde produkten. De polders Oud Onwaard en Aarddrijkswal mochten in 1601 ter bedijking worden uitgegeven, onder voorwaarde, dat de bedijkers op hun kosten een haven zouden graven. In de eerste tijd na de bedijking was deze haven een gedeelte van de nog in de polder Oude Plaat aanwezige kreek "De Boomvliet". De polder Dirksland had daarop zijn ontwatering. Op een oude kaart van 1697 ziet men de haven even benoorden Oud Onwaard ombuigen naar het westen, verder door de polder Nieuw Kraaier om bij de polder Oud Melissant in de rivier uit te lopeno Omstreeks 1695 is de haven door de gorzen van Kraaiersplaat doorgetrokken en in 1740 weer verder de rivier in. Door aanslibbing moest deze haven dikwijls worden uitgediept, wat hoge kosten meebracht en waarin alle in de haven uitwaterende polders moesten bijdragen. Om tot een afdoende maatregel te komen viel in 1790 het besluit even bezuiden de noordelijke dijk van Kraaienisse, toen nog zeedijk, een kapitale schutsluis te bouwen. Met bijbehorende werken, zoals de bouw van een sluiswachterswoning enzovoort, waren de kosten het toen hoge bedrag van f 105.000,-, waarin Dirksland f 15.000,bijdroeg, Van deze sluiswerken is in dit boek een luchtfoto geplaatst. De binnenkomende en uitgaande schepen moesten schutgeld betalen. Om over het bruggetje te gaan (zie foto) waren de personen vrij, maar voor vee moest tien cent per stuk (enkele reis) worden betaald!

In 1820 had Dirksland 1467 inwoners; in 1830 waren dat er 1665 en in 1843 was het inwonertal 2185. Van hen waren er 2117 hervormd; 54 rooms-katholiek; 3 luthers en 11 beleden

de joodse godsdienst. Ruim een eeuw later (l januari 1974) heeft Dirksland 3638 inwoners (exclusief de onder Dirksland behorende gemeenten Herkingen en Melissant). Deze gestadige groei wijst weI op welvarendheid.

WreJ(-Vaome en

Pusten - over - de - Vlackee omstreeks bet jaar 1300

Wij hebben gemeend deze korte schets te moeten geven om te laten zien dat Dirksland zijn eigen geschiedenis heeft en hoe in de middeleeuwen de eerste bewoners hun woon- en werkgelegenheid hebben geschapen. Ter illustratie hebben wij er een tekeningetje bijgeplaatst, dat verduidelijkt dat Dideriksland een van de grootste platen op Zuid- Voorne was die moesten worden ingedijkt, Door intense arbeid van onze voorvaderen is dit land aan de zee ontrukt en tot heden is het nag kostbare en vruchtbare grond, waarop door de eeuwen heen in landbouw, veeteelt, ambacht, handel en winkelnering een bestaan is gevonden. Dirksland is een der welvarendste plaatsen geworden op het eiland Goeree-Overflakkee, Het is wel eens "de parel van de dorpen" op het eiland genoemd. De oude ansichten en enkele historische foto's die in dit boek zijn opgenomen, dateren van het eind van de vorige eeuw tot ongeveer 1940. Een enkele opname is van recentere datum,

omdat die ter completering van het geheel niet konden worden gemist.

Voor de samenstelling is ons door verschillende personen het benodigde kaarten- en fotomateriaal afgestaan waaruit we een keuze hebben moeten doen, Daarvoor onze hartelijke dank, 66k voor de hulp om de namen, van personen die op de kiekjes voorkomen, te achterhalen. Met de namen worden licht fouten gemaakt; mocht dit zo zijn, dan bieden wij bij voorbaat onze verontschuldiging aan.

Wij twijfelen er niet aan of de Dirkslandse bevolking (ook hun famille die soms tot in andere werelddelen is uitgezwermd) zal dit werkje, dat zoveel oude herinneringen oproept, gaarne willen bezitten.

De tekenares Anna Brouwer maakte deze ets omstreeks 1798. Zij noemde Dirksland toen al een "zindelijk en weI bebouwd dorp". Het is duidelijk zichtbaar dat de getijhaven tot in het dorp doorloopt. Kerk en toren komen er goed op uit, alsook de, in 1912 gesloopte, molen aan de Havendijk.

Bij de herindeling van de gemeenten op Goeree Overflakkee werden de dertien gemeenten op 1 januari 1966 tot vier teruggebracht. Een van de vier werd de gemeente Dirksland (Dirksland, Herkingen en Melissant). Zij voerden alle een eigen wapen. Het Dirkslandse wapen - zoals dat naar een oud handschrift in de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag bewaard wordt - was oorspronkelijk iets anders dan het wapen dat tot 1966 werd gevoerd (zie afbeelding 2). Dit wapen had wel drie golvende dwarsbalken en vogelpoten, maar de balkjes waren smaller dan ze in 1816 werden getekend (zie afbeelding 1). De vogelpoten, twee boven en een onder, waren duidelijk ganzepoten met zwemvliezen en geen roof vogelpoten. De kleuren waren goud en zwart en met goud en azuur, zoals dat na 1816 het geval was.

Het nieuwe wapen van de huidige gemeente Dirksland (af-

beelding 3) is gebaseerd op de oudst bekende van de drie wapens van de gemeenten Dirksland, Herkingen en Melissant en bij koninklijk besluit van 10 augustus 1966 vastgesteld. De officiele beschrijving luidt als voIgt: "Van goud, beladen met drie versmalde golvende dwarsbalken van sabel, boven vergezeld van drie balksgewijs geplaatste ganzepoten van hetzelfde en onder van een krab van keel. Het schild gedekt met een gouden kroon van drie bladeren en twee paarlen". Het nieuwe wapen wortelt in de oude geschiedenis van Goeree Overflakkee. De golvende dwarsbalken herinneren aan de geulen en slenken in het nog niet ingedijkte land; de ganzepoten, met hun duidelijk zichtbare zwemvliezen en de krab spreken van de periode v66r de inpoldering, maar ook van de dierenwereld in en op de wateren die Flakkee omgeven, De kroon is aileen toegevoegd als versiering,

1. Dit is de entree te Dirksland, genaamd het Korteweegje. De weg was toen niet zo mooi, u ziet duidelijk de sporen van de boerenwagens! In het eerste huis met schuur (links) woonde W. de Ruiter, later D. Labeur, thans W. Kardux. Het tweede huis werd bewoond door J. van Lenten en het derde huis door P. Visser (.later H. van Gulik). In het huis met bovenraam woonde C. Klink (kolenhandel), op de hoek woonde vroeger S. Boom en nu S. de Berg. Het huis waar u recht tegen aan kijkt werd vroeger bewoond door G. van Driel, thans door de weduwe Kaslander-de Graaf. Geheel rechts, waar de vrouw met gehaakte muts voor de deur staat, woonde de familie P. Poortvliet; daarnaast J. van Dijke, dan A. Nagtegaal, daar weer naast C. de Bruine en op de hoek H. Ardon.

Korte Weegje - JJ;rksiand.

2. Dit is een kiekje waar u het Korteweegje ziet vanuit het dorp, riehting Sommelsdijk. Links het boerderijtje van H. Ardon; waarsehijnlijk staat hij voor zijn huis en steekt net zijn pijp aan. Reehts woonde de reeds genoemde kolenboer Klink. De was ligt op de heg te drogen Of te bleken. De weg was nog niet bestraat en in de bietentijd, vooral met regen, was het een eehte modderpoel,

3. Dit is een fraai kiekje van het Schulpenpad, eigenlijk Schelpenpad, zo genoemd omdat voor verharding van de weg schelpen werden gestort. De foto is genomen begin 1900. De weg loopt naar het dorp, aan het eind is de haven. U ziet daar het weeghuisje en rechts is het zogenaarnde Spui, met veel varkenshokken. Deze weg was toen nog fraai omzoomd met born en, thans is het een drukke verkeersweg. Let op de telefoonlijnen, die toen nog bovengronds waren.

Dirks/and.

cbulpenpad.

lJitg . .A. G. Penning, Dirk land.

De Kaai. D1RK'L.UW.

-

4. Kaai en Heul. Deze foto dateert van het begin van 1900 en geeft een kijkje op de toenmalige kaai en de nog smalle "Trechter" naar het dorp. In het hoge huis links woonde mevrouw Van den Broek, thans ftliaal van de gebroedersDe Jongh te Goes. De smederij, elders ook genoemd, was toen van A. v.d, Sluis. U ziet links een paard en wagen aan de ingang van de Straatdijk en daarvoor een typische oude kar met een bonte hit ervoor. Rechts een oude boerenwagen voor het vervoer van landbouwprodukten. Het cafe "Koophandel" was van A. Vreeswijk, later is er de kapperszaak van Van Keekem in gevestigd. Thans woont weduwe Van Eck-Bruinsel er, In de oude smidse is de zaak van A. v.d. Ham.

Haven, Dirksland.

5. Hoe belangrijk de haven van Dirksland was hebben wij in de inleiding uiteengezet en dit kiekje geeft daarvan een duidelijk beeld. AIle landbouwprodukten werden per schip vervoerd; de boerenwagens stonden soms in rijen te wachten om te lossen. Ook was er veel aanvoer van grind, metselsteen, kunstrnest enzovoort. U ziet de afgeladen tjalken en op de voorgrond de fraaie klipper, "Generaal De Wet" van schipper Peekstok. De kinderen bij het hek zijn van rechts naar links: J. de Leeuw, A.A. Jansen (later hoofd van de christelijke school), Adriana de Leeuw, Maria v.d. Endt, Anna de Leeuwen Krijntje Boogerman. Bovenaan Johanna Stolk en (met hoed) Cornelia v.d, Endt. - De haven van Dirksland was anderhalve kilometer lang. Het is vergane glorie; door de afsluiting van het Haringvliet staat de sluis aan het Sas open en is het dood water geworden.

Heven Dirks/and.

6. Dit is nog een fraai gezicht van de haven. U ziet hier de beurtschepen, die toen al gemotoriseerd waren. Het eerste is van A. de Graaf, het tweede van W. Waling. De laatstgenoemde beurtdienst is in 1946 overgenomen door P. Waling, thans wonende op het Hof. De beurtschippers zijn sinds eeuwen belangrijke mensen voor de gemeenschap geweest. Wekelijks voeren zij op Rotterdam en heel vroeger was er ook een beurt op Dordt. Zij bevoorraadden de winkeliers met alle mogelijke artikelen, bezorgden pakjes en deden boodschappen voor particulieren en als zij terugvoeren namen zij vaak allerlei landbouwprodukten mee. De haven was de slagader van het dorp. U ziet de pakhuizen en een cafe; het was het centrum van de handel. Geheellinks staat de smederij, waarover wij eerder schreven. Het witte huis is de kapperszaak van Van Keekem. "Scheren en haarknippen" staat er met grote letters op de gevel. Het scheren kostte toen drie en het knippen vijf cent!

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek