Domburg in oude ansichten deel 1

Domburg in oude ansichten deel 1

Auteur
:   A. Houmes en A. de Pagter
Gemeente
:   Veere
Provincie
:   Zeeland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-1935-1
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Domburg in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

In 1913 schreef H.M. Kesteloo zijn derde boekje, getiteld "Domburg in woord en beeld", over de geschiedenis van ons dorp. Het is in 1973 opnieuw uitgegeven. We hebben een dankbaar gebruik gemaakt van zijn gegevens als aanvulling van de onderschriften bij de betreffende afbeeldingen. Wie er meer over wi! weten leze deze herdruk; hij is alleszins de moeite waard.

We schreven: "ons dorp", Kesteloo zou ons al direct op de vingers hebben getikt. Sinds 1223 is Domburgeen smalstad, dat wil zeggen met zelfbestuurlijke bevoegdheden, eigen rechtspleging enzovoort (de naam Hallehoogte - galghoogte, herinnert er nog aan), vrije markt en dergelijke, maar men had geen stern in de statenvergadering. Het heeft evenwel nu geen enkele betekenis meer. Domburg is, gelukkig, een dorp gebleven. Wei spreken we nog steeds van 't staduus en dikwijls hoor je nog: "we wonen in Domburg." Overzichtelijk beschrijft Kesteloo de oorsprong, de naam, het wapen enzovoort met bijlagen van baljuws, gemeentebesturen sinds 1810, predikanten (er is er zelfs een aangespoeld), schoolmeesters en chirurgijns,

Daar het Bad- en Strandhotel, evenals het Badpaviljoen en nog een tiental andere afbeeldingen, in genoemd boekje zijn afgedrukt, zijn deze - hoewel belangrijk voor Domburg als badplaats - wegens de beperkte mogelijkheden hier niet nogmaals opgenomen.

Over de schildersbent die hier in het begin van deze eeuw vertoefde, vermeldt Kesteloo dat "den vermaarden kunstschilder Jan Toorop" hier in 1898 voor heteerst was en dat er in 1911 voor het eerst een schi!derijententoonstelling werd gehouden. Of hij de anderen niet de moeite waard yond, of dat het nog te weinig geschiedenis voor hem was, kunnen we slechts gissen, Behalve Jan Toorop werkten hier onder an-

deren diens dochter Charlie, Mondriaan, Hart Nibrigg, Jan Heyse, Graadt van Rogge, L. Schelfhout, mevrouw Elout, Jacoba van Heemskerk en nog verschillende minder bekende kunstenaars. Ook over dr. Mezger en zijn betekcnis voor Domburg is hij weinig uitvoerig, maar hierover is in 1971 een uitgave verschenen, zodat we ook hierop niet verder zullen ingaan.

Dit boekje .Domburg in oude ansichten" is, zoals de titel aangeeft, in de eerste plaats een uitgave met dorpsgezichten, waarbij we (indien er keus was) die hebben genomen waar nog bekende mensen op stonden. Mogelijk kan er nog eens een uitgave volgen in de serie "Kent u ze nog", waarin de combinatie dan omgekeerd kan worden.

We volgen een bepaalde route en we hebben en passant plaats en richting van de gezichten aangegeven, zodat ook zij die hier minder goed bekend zijn zich enigszins kunnen orientereno Het samenstellen was tijdrovend en zonder de hulp van verschillende Domburgers zou het minder compleet geworden zijn. Allen die ons op enigerlei wijze inlich tingen en/of afbeeldingen beschikbaar stelden, hartelijk dank. We hopen dat deze uitgave tot veler genoegen zal zijn.

Op de voorplaat dan ons "staduus". In ongeveer deze vorm werd het anno 1567 op de Markt gebouwd, in de plaats van een vorig, waarvan het bouwjaar onbekend is gebleven, De kostprijs was interessant: volgens Kesteloo zeshonderd vijftig gulden. Of eigenlijk viifenzestigduizend cent, want toen werd er meer in centen dan in guldens gerekend. Zo kostten de stenen omstreeks die tijd negentig cent per duizend stuks. Het loon van een vakman bedroeg drie tot vier stuivers per dag (rninstens vijftien uur) en een sjouwer verdiende nog iets minder; gemiddeld dus een cent per uur. Zo gerekend telthet

niet hard aan. Stel dat er vijfduizend uren aan is gewerkt en dat er vijftigduizend stenen zijn verwerkt, dan is het totale bedrag nog geen honderd gulden. Onbegrijpelijk, want als er nu een zo'n steen op je voet valt.kost het meer.

Tegen de linker gevel aan de Noordstraat hangt een bordje "rechts houden". Waarom dat nu perse daar moest hangen zal weI niemand meer weten. De vier straten die van de Markt uitgaan, zijn genoemd naar de windstreken. We staan dus nu met het gezicht naar het noorden. We zien tegen de zijgevel ook het mooie "plakkebord", dat er nu nog hangt. Het tweede, tegen de voorgevel, diende voor de bekendmaking van huwelijken enzovoort.

De bewerkte hardstenen paal stond, tot de sloop in 1883, met nog zo'n exemplaar tegen de stoepbanken van het huis ertegenover. Hij staat nu bij het postkantoor op 't Groentje. Toch is het onwaarschijnlijk dat deze palen, waarvan er meer zijn, voor dit doel op die manier bewerkt zijn. Men vermoedt dat het oorspronkelijk grenspalen zijn geweest. Op de hoogte zoals hij daar staat, gebruikten we hem ook als bok en we konden er allemaal over. Nog veel belangrijker voor de mensen van die tijd was, ook op de voorplaat, de pomp. Toen dit plaatje rond 1930 werd gemaakt was er hier nog geen waterleiding. Er waren in totaal zes pompen. Behalve de hier afgebeelde stond er een op 't Groentje, een bij het Badpaviljoen, een bij de Hoge Hil, een voor de toren en nog een achter het "Schuttershof". De laatste was uiteraard niet voor het publiek, maar hij had wel hetzelfde model. De pompen stonden bovengoede welputten. De put onder de hier afgebeelde pomp werdgegraven, ter vervanging van een andere, in 1593. Hij was toenafgedekt met een kapje, rustend op gebeeldhouwde pi!aren, maar het was wei putten geblazen. Dat was toen vrouwenwerk, evenals brood bakken, de geit en de ove-

rige huisdieren verzorgen, een aantal kinderen opvoeden en bovendien, in de drukke tijd, nog mee naar 't land.

De politieman uiterst rechts is rijksveldwachter A. Burgers. Naast hem staat gemeenteveldwachter J.P. Adriaansen. Met zijn snor en sabel kon hij zo uit het boek van Dik Trom zijn gestapt, De andere personen op de foto zijn verklede badgasten. Met hun strikken, gespen en kralen zijn ze te "pront" voor waterhalers. Er was op nog een plaats water verkrijgbaar als de eigen regenbak leeg was: de "kerkebak". Dat is de nog bestaande grote regenbak in de hoek van de kerk en de consistorie. Voor een klute (tweeeneenhalve cent), ten gunste van de arrnenkas, kon men twee emmers water halen: een hank (van: gang, gaan) noemde men dat. De emmers werden aan een houten juk op de hals gedragen. In iedere emmer lag een plankje tegen het spatten. Met de armen over elkaar en in een bepaalde cadans lopend, bewogen die emmers nauwelijks; even moeilijk voor een leek als een vaas op het hoofd dragen. De vergelijking ging verder trouwens ook op, want ook hier was het vrouwenwerk.

Maar die pompen roepen toch de meeste herinneringen op. Heerl:ijk koel water kwam er uit, zo te drinken. Iedere Domburger dronk het dan ook, het meest in zijn jeugd. Of dacht er iemand dat we naar huis gingen om een glaasje limonade? Kom nou, dat kreeg je aileen op een "feeste" of een "oofdag". Het gebeurde wei op pinksterdrie dat het hele gezin door de bossen naar de "Oranjezon" wandelde met proviand voor een hele flag in de kinderwagen, Daar, in die uitspanning, mocht je dan kiezen: een glas ranja of een flesje prik. Het draaide er meestal op uit dat de een dit en de ander dat nam en dan gaven we ieder de helft aan de ander. Precies de helft, daar werd weI op gelet. Thuis was er voor de verandering kouwe thee (om de beurt uit de tuit). Koude

thee ging ook mee naar het werk voor "koud drieken". Of we dronken koude koffie; die was maar een beetje sterker dan de thee. Die werd altijd gezet in zo'n hoge geernailleerde pot op een lichtje. Er was een maatje voor, een soort busje met een oortje. De bodem zat op een derde van het einde, zodat je twee maten had, de een dubbel zoveel als de ander. Waar de grote maat voor diende hebben we nooit begrepen, de kleine mocht al nooit helemaal vol...

De pompen waren niet aileen gebouwd om de mensen gemakkelijk aan water te helpen. Je sprak af bij die of die pomp, bij verloretje (verstoppertje) was de pomp 't paeltje enje kon er ook afspringen. Die "op de mart" had een gietijzeren hek. Je kon vanaf de pomp over het hekje op de grond springen. Dat zal weI leuk geweest zijn, want het gebeurde herhaaldelijk. Gevaarlijk? Welnee, we konden immers veel harder lopen dan Adriaansen en dat er punten aan de spijlen zaten hebben we waarschijnlijk nooit gezien. Bij de schreeuw: "di komt Arie", gingen we er altijd "om de paten te breken" vandoor, de klompen in de hand natuurlijk. Dat brak dan's avonds op als ontdekt werd dat de gaten in je (knie)kousen wei erg groot waren.

Wat ook leuk was, was plassen trappen. Na een regenbui had je natuurlijk plassen genoeg. De voetpaden naast de straat waren niet verhard, maar bij de pompen kon je de plassen zelf maken. Voor de hardstenen vangbakken was de grond uitgelopen en met een plankje of met je twee handen kon je het water er weI voor krijgen en je had je plas. Hard aanlopen, iets opspringen, cen been goed hoog en met het andere zo hard mogelijk in de plas stampen. Het water, na korte tijd vanzelf modder, vloog meters ver. Op den duur bleef je er natuurlijk niet droog bij, maar als je niet zo stom was om dat thuis te laten merken, ging het vanzelf weer over, net als je

builen en je schrammen. Nu waren de meeste mensen niet zo ingenomen met dit soort speIletjes. De pomp was grijs van de modder, het was water verspillen, alles nat en wat al niet meer.

Je mocht trouwens bijna niets, niet op de slinger staan enje laten schommelen en geen "tikkertje" of dat soort spelletjes om de pomp doen. Hij schommelde weI een beetje als wij ons eromheen trokken en we schopten er wei eens tegen, maar dat deden we tegen elkaar ook en dat beetje verf of die splinter, och! Met water drinken kon je ook drop verdienen. Hoogstens met z'n drieen sprak je af om een volle fles pompwater uit te drinken. Wie de meeste keren onderbrak om adem te halen moest een cent "snippers'" bij "Pier" halen en dan delen. Dat er nooit iemand is gestikt, is nog een wonder, want wie wou er nu een cent verspelen?

Die cent was meestal niet in voorraad. Ze waren door de week soms verkrijgbaar op de Tol, opde Mart, de Leugenaer (hoek Weststraat-Weverijstraat) of 't oekje Tak (hoek Noordstraat-Wijngaardstraat), als je tactisch kon bede1en en op 't goeie moment kwam, bij de heftig debatterende "vinters". Er waren er zelfs die iedere maandag een cent kregen, maar dat waren de beter gesitueerden, daar kon je niet mee rekenen. In de winter kon je met mussen vangen ook wei eens wat verdienen, als ze op de straat waren aangewezen. 's Zomers zaten ze in het graan, maar dan kon je, als je geluk had, soms ballen rapen op een van de tennisbanen en dat lever de lekker op. Een dubbeltje was 't minste en daar had je toen tien ijsjes voor. Maar dat heeft niets meer met een pomp te maken. Het voert ons te ver van hetdoel: een herinnering bij een oud plaatje. Zo zuIlen andere afbeeldingen bij velen weer andere belevenissen oproepen, sommige zelfs van een vorig geslacht en mede daarom worden deze boekjes uitgegeven.

WIEN OP STRANGE

{wijze: Toen ik op Neerlands bergje stond}

Toen 'k lest op 't Westers duuntje stoeng keer ik er 't zeegat uit.

daer zag k'n vaetie drieve

dat was wat naer onze zin,

ja dat was wat naer onze zin.

En iedereen die liepe om wien mee'n kruke 'n immer of'n kan en aol die arme drommels

die droenke 'r is lekker van

jae die droenke 'r is lekker van.

We rolden 't vaetje op 't strand en we boorden 't gauw an

en toen bin die dostige jutters is lekker an 't drinken gegae

ja is lekker an 't drinken gegae.

Me toen het vat was leeg ge tap t toen lag 't daer glad alleen

toet onze ouwe veldwachter bie 't lege vat verscheen

ja bie 't lege vat verscheen.

Er was een prinsesje geboren toen Neptunus die wist dat persies

ie stierde ons daarom dat wientje en me waere daer glad nie van vies ja me waere daer nie van vies.

Ie stak z 'n neuze in 't bonzegat en zei: .Dat ruukt naer wien"! .Dat kan nie", riep er'n jutter, "Het was me wat zure arzien. " Ja het was me wat zure arzien.

Me mee een plechtig andgebaer nam'n 't corpus delict in beslag en 't lege vat wier opgebrocht en me brulde van de lach

en me brulde van de lach.

1. Rechts boven het pomphek ziet u cafe "De Roode Leeuw". P. v.d. Meulen was lange tijd kastelein, Wie heeft er geen cent snoep gekocht "bie Pier van 't blad"? 't Stond altijd voor het raam. Je kon op je gemak uitzoeken als je de kat even wegjoeg, die er soms bovenop lag te zonnen. Dikwijls waren er jongens aan het biljarten "op de Kaemer", platzak natuurlijk. De een na de ander liep weg met een zwaai naar de toog en met een ,,'k et gewonne oor Pier". Pier lachte maar eens ,,'t is goed joengers, 'k zal ik et wi we verlore e". In de verte staan de drie travaljes van smederij De Ligny, later Akkerdaas, en links is nog juist het dak van ,,'t viskotje" zichtbaar, toen brandweerhuisje.

2. Op de vorige foto stond links een huis - dat waar hier de jongen met de pet tegen leunt - gebouwd in 1883. De sloop van het huis viel samen met de gevechten om de Kraton op Atjeh. ,,'t Liekend de Kraton wel", zei een van de slopers. Kesteloo beschreef dit "opdat er later geen geleerde verhandelingen behoeven te worden geschreven over de naamsoorsprong". Dit wijst erop dat er toen heel vlug bijnamen ontstonden. In de deuropening staat vrouw Bommelje. Ret volgende huis werd later de timmerwinkel van S. de Pagter en in het daaropvolgende huis woonde veldwachter Adriaansen.

3. Weer een kwartslag draaiend, staan we voor het huis van de dames Van Halen, in de volksmond "de Kattebelletjes" genoemd. Naast het stadhuis staat de gereformeerde pastorie. De tuin hiervan liep door tot in de Wijngaardstraat, waar de kerk stond. In het huis ernaast, nu A & 0 supermarkt, begon W. de Pagter een winkeltje. De bezorging geschiedde per kruiwagen! De schuur verderop was de garage van waaruit G. de Pagter in 1924 zijn busdienst op Middelburg startte, later (1929) "Stoomtram Walcheren". Links ziet u weer "De Roode Leeuw" met de gaslantaarn. V66r de bouw van de gasfabriek, in 1900, was dat een petroleumlamp. Pension Bommelje heet hier nog Volkskoffiehuis (tegen drankmisbruik).

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek