Doorn in oude ansichten deel 2

Doorn in oude ansichten deel 2

Auteur
:   F.J. van Burken
Gemeente
:   Doorn
Provincie
:   Utrecht
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3623-5
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Doorn in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

Ruim tien jaar na het verschijnen van het boekje Doorn in oude ansichten, brengt de uitgever - onder dezelfde titel een tweede deeltje uit. Er bestaat in onze tijd grote belangstelling voor de omstandigheden waaronder en de manier waarop onze ouders of grootouders vroeger leefden. Wij weten, vaak van horen zeggen, dat het dorp er in die tijd anders uitzag dan tegenwoordig; hoe het was kunnen degenen die deze tijd niet of niet bewust hebben meegemaakt zich doorgaans moeilijk voorstellen. Fo tos, zoals in dit boekje gereproduceerd, kunnen ons een indruk geven hoe het dorp, in de periode waarover dit boekje handelt, was "gestoffeerd". Zij tonen ons onder andere de straten, huizen en pleinen, zoals die er in het begin van deze eeuw uitzagen en tevens de mensen die in het dorp woonden.

Veel is er sindsdien veranderd. Verdwenen is de schaapherder met zijn door honden bewaakte kudde, zoals hij - de kudde voor zich uitdrijvend - via de Berkenweg en de Drift naar de ten noorden van het dorp gelegen heidevelden trok. Verdwenen of onherkenbaar geworden zijn ook de smalle zandpaden, die in het begin van deze eeuw ons lokale wegenstelsel vormden. De petroleumlantaarns, die voor de straatverlichting zorgden, zijn vervangen door elektrische verlichting en de lantaarnopstekers zijn uit het straatbeeld verdwenen. Waar zijn de slagersjongens, die wij op zoveel oude foto's aantreffen, gebleven? Waar ook zijn de voorname, veelal adellijke families gebleven, die in vroegere tijden de buitenplaatsen bewoonden? Baron Van Zuylen van Nijeveldt van Hydepark, baronesse Van Heemstra, van Huis te Doorn, jonkheer De Beaufort van Schoonoord, jonkheer Van Loon van La Foret enzovoort; het waren bekende en gerespecteerde ingezetenen van het dorp. Niet langer begeven bewoners van buitenplaatsen zich met hun koetsjes naar de kerk. Als de sneeuw op de lanen en paden ligt, glijdt daarover geen arreslede meer. Veel hotels uit het begin van deze eeuw zijn gesloten of hebben een andere bestemming gekregen. Hotel Pabst, hotel Hoogenoord, hotel Lagerweij en hotel Cecil; zij verlenen niet langer

gastvrijheid aan vermoeide reizigers of natuurminnende vakantiegangers. Het is alweer zo lang geleden, dat Doornaars zich vermaakten over het feit, dat veel op Huis te Doorn vertoevende gasten van ex-keizer Wilhelm honger leden. Met hoeveel plezier luisterde men naar de verhalen van de op Huis te Doorn werkzame Doornse bedienden van de ex-keizer, die in dat verband wisten te vert ellen dat de ex-keizer de gewoonte had om vrij spoedig na de aanvang van het diner zijn bestek neer te leggen, ten teken dat hij voldaan was, daarmede zijn gas ten verplichtend zijn voorbeeld te volgen. Prachtig yond men het te horen, dat een aantal regelmatig op Huis te Doorn vertoevende gasten, ten einde niet de verdere avond met een gevoel van honger te moeten zitten, er een gewoonte van had gemaakt om voor de aanvang van de dis snel even de poort uit te glippen om bij hotel Pabst vast "een bodem te leggen". Nee, de aanwezigheid van ex-keizer Wilhelm van Duitsland ging bepaald niet onopgemerkt voorbij. Niet alleen had zijn verblijf hier tot gevolg dat er veel toeristen naar Doorn kwamen - op zich al een profijtelijke zaak de betrekkelijk uitgebreide .Jtofhouding" die de ex-keizer erop na hield, leidde ertoe, dat er op het gebied van etenswaren en dergelijke nogal wat nodig was op het Huis: goederen die veelal door de Doornse middenstand mochten worden geleverd. Na de aflevering volgde de afrekening van de uitgevoerde opdrachten. Dan dienden de slager, de bakker, de schoencnleverancier en alle andere neringdoenden die aan "De Keizer" hadden geleverd zich, pet in de hand, bij de in het poortgebouw gevestigde administratie aan, om het geld in ontvangst te nemen.

Gesteld mag worden, dat de buitenplaatsen in deze gemeente lange tijd grote invloed hebben gehad op het economische leven in het dorp. Niet alleen op het gebied van het afnemen van goederen, ook als werkverschaffers bepaalden zij voor een groot gedeelte de mate van welstand die in Doorn heerste. Men had op de buitenplaatsen in het begin van deze eeuw doorgaans tamelijk veel personeel in dienst. Dit personeel

werd voor een groot gedeelte gerecruteerd uit de inwoners van het dorp. Als tuinman, koetsier, keukenhulp of in welke andere funktie dan ook verrichtte menig Doornaar diensten voor zijn werkgever. Het loon dat hij of zij voor hun arbeid ontving was doorgaans aan de lage kant. Daar was over het algemeen weinig aan te doen. Er bestonden tussen de eigenaren van de buitenplaatsen veelal afspraken over de hoogte van het uit te betalen loon. Het had dan ook weinig zin, als die mogelijkheid al aanwezig was, om van baas te veranderen. Trouwens, men kon maar beter tevreden zijn met wat men had. Er waren genoeg dorpsbewoners, die - tegen hetzelfde loon - bereid waren hun ontevreden plaatsgenoot te vervangen. Wat dat betreft verkeerden de Doornse werkers ten aanzien van hun broodheren in een tamelijk afhankelijke positie. Wat heeft toch al die rijke stedelingen ertoe gebracht zich in Doorn te vestigen, zult u zich wellicht afvragen, Het is niet eenvoudig een volledig inzicht te krijgen in hun beweegredenen. Er was een aantal factoren, dat de trek naar buiten heeft beinvloed. De toenemende drukte in de steden en het verlangen om "in de natuur" te leven, speelden daarbij een belangrijke ro!. De voornaamste reden om de stad te verruilen voor het platteland was waarschijnlijk gelegen in het feit, dat het op een bepaald moment "mode" werd om buiten te gaan won en. Dat velen zich in Doorn vestigden, is verklaarbaar. Doorn was anders dan andere gemeenten. Het betrekkelijk heuvelachtige landschap riep bij velen associaties op met Zwitserland, een land dat om zijn natuurschoon bij veel rijken erg geliefd was. Maar er was nog een andere reden waarom veel stedelingen er de voorkeur aan gaven om in Doorn te wonen. Vanaf 1883 was Doorn aangesloten op het vanuit Utrecht aangelegde tramlijnnet. Deze aansluiting opende de mogelijkheid om acht maal per dag met de stoomtram van de OSM naar station Driebergen of een van de andere aan de lijn Doorn-Utrecht gelegen gemeenten te reizen. Het was voor de bewoners van de buitenplaatsen een prettig idee te weten dat zij - als het verlangen om de stad te

bezoeken erg groot werd - op een eenvoudige manier in Utrecht konden komen. Op werkdagen vertrok de eerste tram uit Doorn om 07.07 uur; de laatste tram om 20.32 uur. Naar hedendaagse begrippen was zo'n tramreis een omslachtige onderneming. Bij station Driebergen aangekomen was men genoodzaakt over te stappen op de door de Stichtsche Tramway-maatschappij geexploiteerde paardentramdienst naar Utrecht. Alles bij elkaar duurde een tramrit van Doorn naar Utrecht ruim anderhalf uur.

Wij zijn met ons verhaal over de tram en zijn invloed op de vestiging van veel stedelingen in ons dorp achterop geraakt bij een ontwikkeling, die zich vanaf omstreeks 1918 was begonnen af te tekenen. Het was voor velen duidelijk, dat de teruggang in de economie, zeker voor de bewoners van de buitenplaatsen, belangrijke consequenties zou kunnen hebben. Geleidelijk zag men de "staatsie" op de buitenplaatsen, die men tot op dat moment nog steeds had kunnen handhaven, verminderen. Lange tijd probeerden de eigenaren van de buitens, onder andere door het afstoten van personeel en het verkopen van gedeelten van hun grondbezit, zich nog op hun landgoederen te handhaven. Op den duur slaagde men er niet in dit vol te houden en werden steeds meer buitenplaatsen door hun bewoners verla ten. Langzaam trad Doorn een nieuwe fase in zijn bestaan binnen, een tijd waarin de met werkeloosheid en steun geconfronteerde Doornse bevolking soms met enige weemoed lOU terugdenken aan de achter haar liggende periode, die - ondanks de vele zorgen - toch zijn bekoring had gehad.

Graag wil ik mijn dank uitspreken voor de hulp die ik bij de totstandkoming van dit boekje van de oud-wethouder van Doorn, de heer W. van Zalingen, en van de Doornse oudheidkamer mocht ontvangen.

F.J. van Burken

VA I DE,' ZOo , EVVE:"SC:-iEi £'ERG t-.;AA ['IOOR.:

1. Wij beginnen onze voettocht door het Doorn uit het eind van de vorige en het begin van deze eeuw, vanaf de ten noorden van het dorp gelegen Zonheuvel. Links op de afbee1ding is een zogenaamd smoorspoor te zien, dat diende om naar het dorp afda1ende wagens enigszins in hun vaart af te remmen. Er werd overigens door de inwoners van Doorn niet vee1 gebruik gemaakt van deze weg naar Amersfoort. Ouders en grootouders waren altijd a1 gewend geweest om zich voor het doen van be1angrijke inkopen en dergelijke naar Utrecht te begeven. De in het begin van deze eeuw 1evende Doornaars zagen geen enke1e reden om in die gewoonte verandering te brengen.

2. Op het vlakke gedeelte van de Zonheuvel, juist onder het punt waar de heuvel zijn hoogste niveau bereikt, zien wij het aan de oostzijde van de Amersfoortseweg gebouwde huis De Zonheuvel. In de vorige eeuw kocht de toenmalige burgemeester van Doorn, Van Bennekom, op deze plaats een stuk heidegrond, waarop hij voor eigen bewoning een huis liet bouwen. Nadat het landgoed een aantal malen van eigenaar was verwisseld, verkreeg mr. Van der Poorten Schwartz, beter bekend als Maarten Maartensz., zijn schrijverspseudoniem, het landgoed in 1894 in eigendom. In 1902 liet hij het hier afgebeelde herenhuis bouwen, dat hij tot zijn dood in 1915 bleef bewonen.

3. Als wij de Zonheuvel in zuidelijke riehting afdalen zien we, even voordat wij bij het meer bebouwde gedeelte van de Amersfoortseweg aankomen, een tamelijk breed zandspoor, dat naar de Bosrand leidt. Ter hoogte van het hier afgebeelde huis Vedetta loopt een zandpad in noordelijke riehting. Dit pad, de Van der Leelaan, vormde tot in de vorige eeuw een onderdeel van het Maarnse voetpad, een kerkpad dat over de Zonheuvel heen naar Maarn voerde en lange tijd de belangrijkste verbindingsroute tussen Doorn en Maarn vormde. Ret op de hoek van de Van der Leelaan staande huis was tot omstreeks 1920 aan de Langbroekerweg te vinden. In verband met de bouw van het bij Huis te Doorn behorende poortgebouw, werd dit huis afgebroken en later aan de Van der Leelaan opnieuw opgebouwd.

Doorn

m rsfocrrsch we~

4. Teruggekeerd op de Amersfoortseweg treffen wij ter hoogte van de Prins Hendrikweg het hier afgebee1de cafe Doornzicht aan. In dit pand was tot 1891 een to1post ondergebracht. De inwoners van Doorn ondervonden van de twee in het dorp voorkomende rijkstollen - de andere to1 was gep1aatst bij huize Berkenheuve1 - niet vee1 hinder. Inwoners van Doorn en de gebruikers van 1anden ge1egen beneden de to1, a1smede personen die produkten vervoerden uit de bossen en 1anden van de huizen Moersbergen en Doorn, waren vrijgesteld van het betalen van tol.

DOOR - Arner-sf, weg.

5. Hier een opname van hetzelfde gedeelte van de Amersfoortseweg, een aantal jaren later. Aan de westzijde van de weg, schuin tegenover cafe Doornzicht, is inmiddels de bekende uitspanning Uit en Thuis van Dijns gevestigd. De horecasector was in het begin van deze eeu'w in Doom goed vertegenwoordigd. Behalve de eerder genoemde etablissementen, was verderop aan de Amersfoortseweg ook nog het kroegje van kleerrnaker/tapper Schaar te vinden. Er werd in die tijd ook in Doom een stevige borrel gedronken. Bezorgde lieden probeerden het cafebezoek tegen te gaan, door het oprichten van een plaatselijke voetbalvereniging. De voetbalvereniging kwam er; of daardoor de stop op de fles bleef, weten oude Doornaars zich niet goed meer te herinneren.

6. Even voorbij Uit en Thuis zien wij aan de rechterkant van de Amersfoortseweg de in 1907 aange1egde Heuve1weg. Samen met onder andere de, ongeveer in deze1fde tijd aange1egde Julianaweg, Sparren1aan, Vossenweg en Prins Hendrikweg, maakte de Heuve1weg dee1 uit van een wegenste1se1, dat moest dienen voor de onts1uiting van een ten noordwesten van het dorp ge1egen bosgebied, het Vossenbos. Rechts op de voorgrond zien we een in opdracht van de gemeente gebouwde woning, die moest dienen voor de huisvesting van veld wachter Dingemanse, een van de twee ve1dwachters die Doorn in het begin van deze eeuw rijk was.

7. Vrijwel aan de voet van de heuvel komen wij bij een open ruimte, die - met enige fantasie - een plein lOU kunnen worden genoemd. Dit onbebouwde gedeelte, het latere Plein 1923, was oorspronkelijk een moestuin, die behoorde bij een op de hoek van de Aeaeialaan en het Maarnse voetpad gebouwd huis. Rond het plein is een aantal winkels gevestigd, waarvan wij van links naar reehts zien: slijterij Van Vulpen, rijwiel- en motorenhandel Verploeg en stoffeerdersbedrijf Ode (Boonstra). Vanaf het plein ontspringt een aantal wegen in westelijke, oostelijke en noordelijke richting, respectievelijk de Kampweg, de Acacialaan en het Maarnse voetpad (later Van Bennekomweg).

8. Op de hoek van de Kampweg, die wij hier nog even onbesproken willen laten, zien wij de in 1892 door Bruus Ruitenbeek geopende winkel in schrijfbehoeften en rookwaren. In 1903 wist de ondernemende Ruitenbeek zijn zaak verder uit te breiden met een drukkerij. Al spoedig rijpte bij hem het plan een plaatselijke krant uit te geven. Hij wist zich te verzekeren van de hulp van de onderwijzers Boot, Korenstra en Kruithof en zo zag het eerste nummer van "De Kaap", die als ondertitel de tekst droeg "In- en uitzichten voor lezers van elken rang en stand", in 1905 het levenslicht.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek