Dorst in oude ansichten

Dorst in oude ansichten

Auteur
:   Jos van Alphen
Gemeente
:   Oosterhout
Provincie
:   Noord-Brabant
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-6353-8
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Dorst in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  >  |  >>

Voorwoord bij een bijzonder boekje

Er zijn al veel boekjes met oude ansichten uitgegeven over even zovele plaatsen. Een boekje over Dorst ontbrak tot nog toe in die reeks. Het is een goede zaak dat de Europese Bibliotheek en [os van Alphen, die als auteur is opgetreden, die leemte hebben opgevuld, want Dorst is een bijzondere plaats.

Behalve Dorst telt de gemeente Oosterhout nog drie echte kernen: de stad en de kerkdorpen Den Hout en Oosteind. Alle vier de kern en hebben hun heel eigen trekken en grote kwaliteiten. Een van de kenmerken van Dorst is dat het bekendheid geniet in grote delen van het land.

De belangrijkste verklaring daarvoor is dat Dorst al van heel ver voor de oorlog toerisme kent. Dat is ook heel begrijpelijk, want fietsend vanuit de Randstad trof men de eerste bossen bij Dorst.Voor veel randstedelingen heeft het gastvrije en ondernemende Dorst dus al zeer geruime tijd iets paradijselijks.

Dat Dorst een goed oord is, dat weten natuurlijk ook de eigen inwoners. Net als veel mensen hebben zij grote belangstelling voor het verleden van hun woonplaats. Dit boekje voorziet in beeld en woord in de behoefte aan informatie over dat verleden.

Het boekje is het waard door velen gezien en gelezen te worden. [os van Alphen is er duidelijk in geslaagd heel interessante ansichten op te diepen en in de bijschriften daarvan veel wetenswaardige bijzonderheden te stoppen. Hij kon overigens putten uit een ruime voorraad prentbriefkaarten. Ook dat heeft weer te maken met het toerisme, want er werden (en worden nog steeds) veel ansichten met" Groeten uit Dorst" door het hele land gestuurd.

Dit boekje is een groet uit Dorst, een heelleuke en hartelijke groet die - wil ik hop en en vertrouwen - aan velen besteed zal zijn.

Mr. WL. Ligtvoet, burgemeester van Oosterhout

Inleiding

Dit boekje neemt u zoveel mogelijk aan de hand van oude prentbriefkaarten mee door een stukje van de geschiedenis van ons geliefde Dorst. Omdat er veel prentbriefkaarten van het dorp bestaan is het wel moeilijk om uit deze grote hoeveelheid materiaal een keuze te maken. Alleen als er van een belangrijk onderwerp geen prentbriefkaart bestaat heb ik een gewone foto gebruikt.

Ik heb eerst overwogen om met u aan de hand van oude prentbriefkaarten een wandeling door het oude Dorst te maken maar dat heeft het bezwaar dat de kaarten niet in volgorde van uitgave zijn te gebruiken. Daarom is uiteindelijk gekozen voor plaatsing van de kaarten in de volgorde waarin ze zijn uitgegeven. Omdat de eerste prentbriefkaart pas in 1912 verscheen begint het boekje met enkele foto's. Omdat Dorst gunstig ten opzichte van de Randstad lag ontstond er al vroeg een stroom toeristen die meestal per fiets onze bosrijke omgeving bezochten. De Dorstse middenstand speelde daar op in en er zijn naar schatting meer dan tweehonderd prentbriefkaarten uitgegeven.

De foto's en prentbriefkaarten zijn gekozen uit de periode 1894 tot 1955. Daama werd het sluimerende Dorst door een nogal ontwrichtende explosieve uitbreiding gewekt en de veranderingen zijn vanaf dat jaar nauwelijks bij te houden. Het zal nooit meer worden zoals het toen was. Een klein dorp

met een hechte sociale structuur maar wel met bewoners die toch naar buiten gericht waren. Landbouwproducten werden door de boeren zelfnaar de stad gebracht en de "Grote weg der 1 e Klasse" bracht menigeen in contact met passerende vreemdelingen en dat werkte positief op de mentaliteit van de bevolking.

Hoewel de beschrijving van de prentbriefkaarten de periode tot 1 955 beslaat heb ik toch gemeend om af en toe eens in de toekomst te kijken om zodoende het verleden met het he den te verbinden. Zoals u zult zien kunnen prentbriefkaarten daar een belangrijke rol in spelen.

Ik hoop dat oudere Dorstenaren er iets van vroeger in zullen herkennen. De jongeren zullen waarschijnlijk verbaasd zijn dat er nog zo weinig over is van het karakteristieke van het oude Dorst.

U zult wellicht een hoog "Van Alphengehalte" constateren omdat het boekje niet alleen de geschiedenis weergeeft van Dorst maar ook van mijn familie want in 1782 vestigde Dionisius Comelis van Alphen zich vanuit Chaam in de Koeistraat, nu Baarschotsestraat, en dat had zo zijn gevolgen. Dorst is altijd een klein bescheiden dorp geweest. Het heeft geen beroemde schrijvers, dichters, schilders of politici voortgebracht die met straatnamen of monument en herdacht moeten worden. Er is echter wel een snoodaard, die

het eigenlijk niet verdient maar wiens naam onsterfelijk is, namelijk de brandbrievenlegger Adriaan van Campen. Van hem is meer bekend dan van generaties Dorstenaren die na een ordentelijk leven in Dorst het hoofd neerlegden. Dus toch maar geen Adriaan van Campenstraat.

Een uitvoerige beschrijving van het ontstaan en de vroege geschiedenis van het dorp valt buiten het bestek van dit boekje. Alleen de naam Dorst vraagt natuurlijk wel om een verklaring, maar helaas moet ik u op dit punt teleurstellen. Er is geen bruikbare verklaring voor de naam Dorst. Er zijn vele veronderstellingen maar daar blijft het bij. WeI wordt Dorst al in 1324 genoemd, dat betekent dat het dorp to en al bestond maar waarschijnlijk is de naam nog veel ouder. Dan zouden er Germaanse, Keltische of Romeinse elementen in kunnen zitten. Het valt wel op dat in Duitsland een Dorste ligt, in Frankrijk een Dorst en in Engeland Dorset. Zelfs in Amerika komt men Dorst tegen, maar dat brengt ons niet veel verder met de naamsverklaring. Overigens wordt in het dialect van de regio Dorst meestal uitgesproken als "Dost" en dat geeft voor de naamsverklaring weer andere aanknopingspunten.

Tot slot dank aan degenen die mij behulpzaam waren en materiaalleenden. Het kenmerkende van een verzamelaar is dat hij nog niet alles heeft. Ik mocht prentbriefkaarten en foto's lenen van: het Gemeente Archief te Oosterhout, de Boswachterij Dorst, fanfare SintJoris, mevrouw G. van GenkBogers en mevrouw M. Biemans-Beekers.Verder gaven de

heren archivaris drs. Jan Broeders, Piet van Beek en Gerrit Klaassen mij zeer bruikbare adviezen. Ik wens u veellees- en kijkplezier!

[os van Alphen Dorst, najaar 1996

1 Bredasche hoogdrukwaterleiding

De oudste foto van Dorst die ik heb kunnen vinden is van het pompstation van de Bredase Waterleiding dat in 1894 aan de Seterseweg, nu WethouderVan Dijklaan, werd gebouwd.

Al in 1884 werd in de Bredase gemeenteraad gesproken over de slechte kwaliteit van het drinkwater dat uit de gemeentelijke pompen vloeide. Men was bang voor cholera- en tyfusepidemleen, die regelmatig voorkwamen. Na veel geharrewar werd besloten om een deskundige een plan voor een goede drinkwatervoorziening te laten maken. Begin 1887 nam ingenieur ]. Schotel uit Rotterdam deze taak op zich.

Het was duidelijk dat binnen de toenmalige grenzen van de gemeente Breda waterwinning onmogelijk was. Breda ligt op dikke veenlagen in een oud rivierdal. Men zocht dus hoger gelegen gebieden op en zodoende kwam na proefboringen de "Setersche Heide" bij Dorst in beeld.

Onmiddellijk kwamen er protesten van de Gouverneur van de Koninklijke Militaire Academie (K.M.A.) en van de commandant van het 6e Regiment Infanterie want zij hielden daar schietoefeningen. Het gebied was to en dus nog niet bebost. Later voegden grondeigenaren uit Dorst zich bij de protesterenden. Ook inwoners van Breda keerden zich met ingezonden brieven in de krant tegen deze geldverslindende nieuwigheid.

In 1892 liep het zo hoog op dat de gemeenteraad voorstelde om drinkwater uit de rivier de Amer te winnen. Daar werd niet op ingegaan omdat to en al bekend was dat besmettelijke ziekten zich via rivierwater konden verspreiden. Hoewel men destijds nog niet kon weten dat later

de rivier de Amer ook zwaar chemisch verontreinigd zou raken, is het achteraf toch een goede beslissing geweest om voor heidewater te kiezen.

Begin 1893 waren vrijwel alle bezwaren uit de weg geruimd maar toen ging de gemeente Oosterhout dwarsliggen. De Oosterhoutse burgemeester Gescher en zijn ambtenaren lieten zich door de sterke buurman Breda blijkbaar zo maar niet omver schoffelen. Na acht maanden onderhandelen ging echter ook de gemeente Oosterhout overstag met als verrassende voorwaarden dat de gemeente Breda II. 2000,- aan het rooms-katholieke armbestuur van het gehucht Dorst moest betalen en dat in de kom van Dorst "ten nutte der inwoners eene brand- en eene tapkraan ter beschikking gesteld zouden worden". Deze tapkraan is er ook inderdaad gekomen.

Op 18 mei 1893 begon de bouw en op 18 december 1893 vloeiden de eerste liters heidewater uit Dorst in het reservoir van de nieuw gebouwde watertoren in het Wilhelminapark. De officiele opening van de hoogdrukwaterleiding yond plaats op 15 februari 1894. Het was een groot feest. De dag begon met een rit vanuit Breda naar Dorst om de opening te verrichten. Burgemeester Gulje zette de machines in werking en daarna kreeg hij het eerste glas water aangeboden. Nadat het hoge gezelschap geconstateerd had dat het water goed smaakte vertrok men naar Breda om het feest voort te zetten.

Hoewel de Oosterhoutse bestuurders weI voor de opening waren uitgenodigd stuurden ze een bericht van verhindering!

2 Een schoolfoto

Deze foto werd in 1907 gemaakt van de openbare lagere school Nr. 2 te Dorst. Het bijzonder katholiek onderwijs kwam pas veellater na een bikkelharde schoolstrijd tot stand. Daarom is de klas nog gemengd, maar to en het rooms-katholiek onderwijs kwam was dat mete en afgelopen en werden de bokken van de schapen gescheiden!

Links staat meester Bergmans. Hij heeft jaar in jaar uit steeds foto's laten maken van zijn leerlingen en hij staat er altijd trots bij; sams zelfs met een mooie zwarte baard. De jongens zijn allemaal eenvormig kort geknipt, dat was de beste remedie om schurft en hoofdluis te bestrijden. Het kleine manneke dat het bordje vast mag houden is mijn vader Kees van Alphen. Hij zal het weI goed met de meester hebben kunnen vinden want hij werd later zelf ook onderwijzer. Aangezien mijn vader in 1900 werd geboren zal er van deze klas waarschijnlijk niemand meer in leven zijn. Meestal gebruikte meester Bergmans zijn school als achtergrond maar deze keer heeft hij de leerlingen opgesteld met de rug naar de Rijksweg. Wat hij daar mee bedoelde weet ik niet, maar het leverde een mooie groepsfoto op terwijl op de achtergrond ook nog een leuk stuk oud Dorst valt te ontwaren.

U ziet rechts op de achtergrond de oude pastorie staan die in 1887 werd gebouwd op de plaats waar voordien het schooltje stond. De zolder van dat schooltje werd een tijd gebruikt als schuilkerk. De rooms-katholieken hadden zelf weI een kapel op het huidige Kapelerf maar die werd in 1648 aan het eind van de Tachtigjarige Oorlog aan de protestanten toegewezen. Het werd aan rooms-katholieken aileen nog maar oogluikend

toegestaan in een schuilkerk bijeen te komen. Toen was, en helaas is ook nu nog de godsdienst dikwijls een aanleiding tot heftige conflicten.

De oude pastorie heeft in 1955 het veld moeten ruimen voor de verbreding van de Rijksweg. Er werd eerst een nieuwe pastorie achter gebouwd en daarna sloopte men de oude pastorie die op de foto staat. Links naast de pastorie ziet men een open ruimte. Hier werd, to en er weer godsdienstvrijheid kwarn, een schuurkerk gebouwd. Deze schuurkerk werd gebruikt tot er in 1835 weer een nieuw kerkje voor de rooms-katholieken op het huidige Kapelerf mocht worden gebouwd. Daarna werd de schuurkerk verbouwd tot woonhuis maar dat is in 1887 afgebroken. De grond kreeg weer de bestemming van pastorietuin. Nu treffen we op die plek sinds 1912 nog steeds de Marcoenkerk aan, Rechts komt nog een ijzeren hek in beeld. Dat hek stond om het boven beschreven kerkje uit 1835, dat toen nog in gebruik was op het Kapelerf, en waarvan u op een van de volgende bladzijden een foto zult vinden.

3 Een gezin nit Dorst

Een statiefoto van mijn grootouders Adriaan van Alphen, Cornelia Geerts en hun kinderen Kees en Anna. Aangezien mijn vader Kees in 1900 werd geboren zal deze foto rond 1906 genom en zijn. Een pront Brabants gezin met een vader en moeder in de £leur van hun leven. Het maken van een foto was to en nog een zeldzame gebeurtenis, die bovendien ook nog vrij kostbaar was. Ze zitten in hun tuin voor een kornoeljeboom. Deze boom was gevormd tot een poortje, zodat je er onder door kon lopen. De vruchten van de kornoelje zien eruit als een kleine kers. Ze zijn rood en smaken melig zoet en erg lekker zijn ze eigenlijk niet. Als je er veel van at kreeg je een pracht van een buikpijn. De tuin wordt aan de achterkant begrensd door een beukenhaag. Dat was toen gebruikelijk. In die hagen zaten vroeger veel meikevers, in ons dialect "mulders" genoemd. De jongens namen de mulders in een lucifersdoosje overal mee naar toe en om te verhinderen dat ze wegvlogen bonden ze een draadje naaigaren aan een van de pootjes.

Opa Van Alphen draagt een boord met staldeuren. Dat wil zeggen een hoge boord waarvan de puntjes naar bene den waren gestreken. Opoe Van Alphen draagt de Brabantse muts zoals in Dorst de gewoonte was. Bij de viering van ,,200-jaar Brabant" was er steeds sprake van de poffer maar deze muts ziet er heel anders uit. Eerst werd er een strakke kanten ondermuts op het hoofd gezet, daaroverheen kwam de eigenlijke muts, die bestond uit een brede linnen band waar honderden glazen bloemetjes op waren genaaid. Deze bloemetjes werden sarnengesteld uit kleine witte glazen blaadjes en kelkjes. Uit de overlevering weet ik dat deze

glazen bloemetjes uit Belgie kwamen. Het maken van zulke mutsen was zeer veel werk; en er kwam nooit een eind aan want bij elke wasbeurt moest alles weer uit elkaar worden gehaald. Deze muts werd aileen

's zondags en bij feestelijke gelegenheden gedragen. In de week droegen de vrouwen een eenvoudig linnen mutsje dat met linten werd vastgeknoopt. Verder draagt opoe een lange ketting van zogenaamd Brabants goud. De schalmen van de ketting waren van een plat stukje goud gemaakt. Het ziet er weI rijk uit maar er zit uiteindelijk niet zo veel goud aan,

Hoewel opa Van Alphen in de kracht van zijn leven was overleed hij in 1911 op 49-jarige leeftijd. Zijn timmerwinkel en wagenmakerij gingen teniet. Opoe Van Alphen had aileen de zorg voor twee jonge kinderen. Twee andere kinderen die ze nog ter wereld bracht overleden al zeer jong. Opoe Van Alphen of weI "vrouwVan Alphen" , zoals ze in het Dorsts dialect als weduwe werd aangesproken, bereikte de leeftijd der sterken, want ze werd 83 jaar oud. Dit was een kleine schets van een gezin dat rond de eeuwwisseling in Dorst woonde en werkte.

4 Schoolhuis en kerk

Meester Bergmans had gevoel voor fotografie en daaraan hebben we deze fraaie foto te danken. In het midden ziet u de nieuwe onderwijzerswoning die voor hem in 1911 door de gemeente Oosterhout werd gebouwd. Rechts ervan nog een stukje van het huis van Jan van Gool. Beide panden komen verderop nog aan de orde.

Laten we eerst eens kijken naar de "Waterstaatskerk", die in 1835 werd gebouwd. Meester Bergmans wist dat deze kerk binnen enkele jaren afgebroken zou worden, daarom heeft hij een foto laten maken die hij keurig ingelijst en van een onderschrift voorzien aanbood aan het gemeentebestuur van Oosterhout. De foto berust nu in de collectie van het Streekarchivariaat te Oosterhout en men is er nog steeds blij mee want het is de enige foto die er van deze kerk nog bestaat.

Nadat de godsdienstvrijheid was hersteld kregen de rooms-katholieken in Dorst hun vroeger in beslag genom en kapel terug. Omdat er in Dorst geen protestanten woonden was deze kapel vanaf 1648 niet meer onderhouden en was er niets meer van over dan een ruine. Men wilde op dezelfde plaats een nieuwe kerk bouwen. In 1834 gaf de regering daarvoor een bijdrage van II. 7000,- zijnde de helft van de bouwkosten. Omdat Rijkswaterstaat namens de regering toezag op de besteding van de bijdrage en ook nog eisen stelde aan de architectuur, noemde men het een "Waterstaatskerk". Deze geldelijke bijdrage werd vermeld op een steen die boven de in gang van de kerk zat in de vorm van een jaarschrift, ook weI chronica genoemd. Dat wil zeggen dat in de tekst een aantal hoofdletters voorkomen, die samen in Romeinse cijfers het jaartal

1835 vormen. De invloed op de architectuur bestond uit het voorschrijven van klassieke motieven, zoals Dorische zuilen. Toen in 1912 deze kerk werd gesloopt nam Baron van Oldeneel tot Oldenzeel deze steen mee naar Oosterhout. Niemand had er kennelijk belangstelling voor. Hij legde de steen in zijn koetshuis en er gebeurde tientallen jaren niets mee. Nadat het huis en de bijgebouwen van de baron waren verkocht bleef de steen in het koetshuis liggen. De koper GertJan Schriek, die in het pand een horecabedrijfbegon, schonk daarna de steen aan de Dorstse gemeenschap. Om te voorkomen dat de steen opnieuw in de vergetelheid zou raken werd deze in 1987 in de voorgevel van de Marcoenkerk ingemetseld, waar u nu zelfkunt controleren of de chronica welklopt.

Deze foto dateert van 1911. Aile nieuwigheden van de 20ste eeuw moesten Dorst nog bereiken. Er was nog geen stroom en geen telefoon, toch ziet u op de foto boven in beeld draden lopen. Deze draden waren van het bovengrondse telegraafnet dat pas in Nederland was gebouwd. De berichten werden in morsetekens overgebracht. In Dorst had daar niemand belang bij maar de telegraafleidingen liepen nu eenmaallangs de grote wegen en dat is nog steeds zoo Langs de Rijksweg zit nog steeds een groot aantal armdikke kabels in de grond van het internationale telecommunicatienet dat de PTT onderhoudt.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek