Dreischor in oude ansichten

Dreischor in oude ansichten

Auteur
:   C.P. Pols
Gemeente
:   Schouwen-Duiveland
Provincie
:   Zeeland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4645-6
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Dreischor in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

In het Mededelingenblad van de Vereniging Stad & Lande van Schouwen-Duiveland, nummer 39, schrijft Dreischor-kenner bij uitstek dokter J.L. Braber, op pagina 115 met betrekking tot het wapen van Dreischor het volgende: In 1475 is reeds sprake van een wapen van de ambachtsheerlijkheid Dreischor. Boven de ingangspoort van het slot Windenburg stond toen een stenen leeuw, in de rechter voorpoot een stang met een vlag houdende, waarop het wapen van Dreischor was afgebeeld. Het wapen vertoonde een blauw veld, waarop drie zilveren schapen, gerangschikt 2 en 1, elk staande op een groene schor. Dat in het wapen drie schorren voorkomen wordt ook wel aangevoerd als bewijs dat Dreischor drie schorren zou betekenen. Drie is echter een heraldische vlakverdeling, die slechts dient om het schild, dat beneden smaller is, zoveel mogelijk op te vullen. Al met al betekent dus Dreischor: een als schapenweide gebruikte schor, zoals ook in het wapen werd aangegeven. Er is geen reden om er aan te twijfelen dat het anders zou zijn dan het genoemde wapen dat de gemeente voerde. Dat zuIlen wij dan ook maar niet in twijfel trekken want het is ten slotte een goed doordachte veranderstelling.

Geen afzonderlijk eiland meer.

De tot 1961 zelfstandige gemeente Dreischor ligt in de gelijknamige Dreischorpolder. De eerste inpoldering vond rand 1100 plaats en omvatte zowel Dreischor als Sirjansland. In het jaar 1206 spreekt men over Drieskire en wat later, maar wel in dezelfde eeuw, heeft men het over Driesschyere. Bij de St.-Aagtenvloed in 1287 vloeide de polder in en ontstond de stroomgeul Dijkwater, die Dreischor en Sirjansland toen van elkaar losscheurde. Het westelijk deeI, de Dreischorpolder, werd in 1340 herdijkt, maar Sirjansland, dat dikwijls ook Nieuw-Dreischor werd genoemd, had men al eerder aangepakt. Het werd reeds in 1305 opnieuw aan de zee ontrukt. Door de inpoldering van Noordgouwe in 1374 werd Dreischor - dat voorheen een afzonderlijk eiland was - met Schouwen verbonden. Dreischor en Sirjansland bleven zes eeuwen van elkaar gescheiden en werden pas na de watersnoodramp van 1953 weer aan elkaar gevoegd.

Landbouwen vlas.

Dreischor is altijd een landbouwdorp bij uitstek geweest. Een agrarische gemeente, zegt men tegenwoordig, maar dat is een welvaartswoord. Tot aan het einde van de vorige eeuw was de meekrapcultuur hier een belangrijke bestaansbron. Het dorp telde twee meestoven, namelijk "De Mol" en "De Hond". Later werd vias een zeer voornaam gewas voor de Reisenaers. Dreischor groeide uit tot het centrum van de vlasindustrie op Schouwen-Duiveland en daar waren de inwoners terecht trots op en men verdiende er een rijk belegde boterham mee. De vele zwart geteerde houten schuren in het knusse dorp herinneren nog aan de tijd dat het woord vias hier een bijna magische klank had.

Veranderingen.

Eeuwen lang hebben hier mensen gewoond en ze wonen er nog. Uiteraard zijn dat er ettelijke honderden minder dan voor de Tweede Wereldoorlog maar het zijn ook andere inwoners geworden. Hoe op dit moment de verhouding ligt tussen de oorspronkelijke bewoners - de Reisenaers dus - en de importbewoners is ons niet bekend, maar de laatste groep zou wei eens in de meerderheid kunnen zijn. Dat laatste heeft uiteraard consequenties met betrekking tot de leefbaarheid van het dorp. Wanneer men echter - en dat doen we nogal eens - aan nieuw-ingezetenen van het dorp vraagt: "Hoe bevalt het wonen in Dreischor u?" dan is men gelijk enthousiast, Unaniem is men van oordeel dat het hier prettig en rustig wonen is. Dat is toch een positief geluid! Oudere Reisenaers vinden "hun dorp" dan misschien niet meer zo gezellig als vroeger en men kan dat soms met een licht gevoel van spijt constateren: in aile redelijkheid mag echter worden vastgesteld dat er ook iets voor is teruggekomen: ruim aangelegde straten, comfortabele woningen, sport- en bejaardenzorg, centrale verwarming, telefoonaansluitingen, ruimere vervoersmogelijkheden en dan hebben we echt nog weI andere zaken vergeten te vermelden. Wat te denken van de voor-rampse slopjeswoningen in de Ooststraat en bij de Ring? De kleine arbeiderswoninkjes in de uitgestrekte polder? Ten slotte kan een mens niet alles hebben en het is goed om ook bij het lezen van en plaatjes kijken in dit boekje een en ander eens te overdenken.

1. Nevenstaande kaart is een fragment van de kaart van Schouwen en Duiveland. Deze werd in 1752 meetkundig opgenomen door de ingenieurs D.W. Carel en Anthonie Hattinga en in het jaar 1753 uitgegeven bij Isaak Tirion te Amsterdam. Er mag gerust gesteld worden dat het de meest betrouwbare kaart is die in die jaren van Schouwen en Duiveland is gemaakt.

Vroeger was het de gewoonte om een zelfstandige gemeente als heerlijkheid aan te duiden. Omdat Dreischor al eeuwenlang zo'n zelfstandige gemeente was, treft men op deze kaart dus ook de heerlijkheid Dreischor aan. Duidelijk is de toen reeds bebouwde kom van het dorp te zien alsmede 't Slot Windenburg, de meestoof, de Maerlandpolder, de Jonge Polder, Beldert en Maye.

(

. SI_

I f.' ':t.-:.

: "i );

'"n#-.. I ยป n!.r. n

~

~ ,

"-";""-"-"

.??? 1 ~

FoR fVAN' n

2. Wanneer men het dorp Dreischor bezoeken wil, maakt men meestal gebruik van de Bogerdweg. Dat deed onze fotograaf omstreeks 1925 ook al en vanaf de toen nog niet geegaliseerde Zuiddijk maakte hij nevenstaande foto in de richting van het dorp.

Het ziet er zo bij het binnenkomen allemaal erg gezellig uit, want men ziet allerlei mensen over de Bogerdweg lopen en - dat is toch ook heel aardig - er staat een gerijtje op de straat. De koetsier is zelfs van de bok gestapt en staat naast zijn paard.

En wat te denken van al die keurig wit geverfde toegangshekjes voor de diverse huizen en perce len en ook de smalle slootjes waren toen nog niet gedempt. Het plaveisel van de Bogerdweg bestond nog uit ouderwetse kinderhoofdjes. De klinkerbestrating kwam juist voor de Tweede Wereldoorlog gereed.

3. We zijn de Bogerdweg gepasseerd en komen nu bij de "Westheul" aan. Men had het vroeger in het dorp over de West- en Oost "eule", de "Stoofeule" en de "Hoogeule". .Eulen" waren van gele ijsselsteentjes gemetselde bruggen over de watergang of waterloop. De waterloop in Dreisehor begon bij het stoomgemaal op Beldert. Voor het dorp (bij het Zwaenevlot) ging een tak naar het westen en deze stroomde dus via de Westeule in de riehting van het Westergat. De andere tak ging in noordelijke richting, langs Pompoentjesweg tot aan de Noorddijk. Eenmaal bij de zeedijk aangekomen splitste ze zieh zowel naar oost als naar west. Bij Beldert werd uiteindelijk het overtollige polderwater in de haven gepompt.

Reehts aehter de bomen staat de "villa" van A.P. der Weduwen, maar in die jaren waarsehijnlijk nag bewoond door diens vader, Herman der Weduwen. De eerste noemde men hier "Arjaon van Erreman" en zijn huishoudster Kee Kloote was beter bekend als .Kee van de Villa". Ja, zo gaat dat in een dorp!

Helemaal reehts bij het dorp bevond zieh de toegang tot het "lange weitje" van de gebroeders Kees en Marien de Bil, die aan de Bogerdweg een boerderij hadden. Merien noemde men in het dorp .Bil van Reister".

Dat vrij lang gerekte weiland met een drinkput voor het vee halverwege werd links begrensd door een sloot langs het Stoofweegje en reehts door de eerder genoemde waterloop en de Stoofweg of Stoofpad.

Deze foto werd in 1908 genomen.

ZJreischor Boogerdweg

4. In 1923 was de leuning over de Westheul al voorzien van een vaste houten bank, althans aan de zichtbare zijde. Aan de andere kant werd nimmer een bank geplaatst.

Van zo'n bank werd meestal door de mannelijke dorpelingen een dankbaar gebruik gemaakt en op sommige tijden waren er zitplaatsen tekort.

De afgebeelde man met fiets op de voorgrond is gemeenteveldwachter M. van de Velde. Links van hem staat met blauwe boerenkiel Leen van der Linde. De vrouw rechts met de witte werkschort aan is de vrouw van Leen van der Linde. Zij heette Adriana (Jaone) Cornelia van der Linde (1886-1970) en het echtpaar Van der Linde-van der Linde woonde in de Achterstraat.

De boom op de achtergrond was een kastanjeboom en stond destijds op het zogenaamde groentje. Dat groentje had in die jaren de functie van verkeersheuvel, want er kwam verkeer uit vier richtingen op uit. Rechts op de achtergrond staat in donkere kleding Jacoba (Koos) Minne (1881c1971). In gedachten zien we haar nog door het dorp fietsen en zij droeg dan meestal een veldhoed. Zij woonde op het Plein aan de Bogerdweg in het middelste huis van drie. Uit de nalatenschap van Koos ontving de plaatselijke harmonie "Crescendo" een legaat van duizend gulden.

Dreischor

Bij de Westheul

5. Er is een tijd geweest dat Dreischor een echt kasteel bezat, maar dat is natuurlijk ook al weer heel lang geleden. De juiste stichtingsdatum is niet bekend maar het werd vermoedelijk gebouwd tussen 1397 en 1401 als een grafelijk slot. Aanvankelijk sprak men van het "stenen huijs", later noemde men het Windenburg.

In het jaar 1705 verkochten de Staten van Zeeland het slot aan mr. J.D. Ockerse. In 1742 werd zijn neef, Pieter Mogge van Renesse, eigenaar van Dreischor. Deze verkocht de goederen in 1753 aan mr. Andries Heshuijzen, pensionaris van Zierikzee.

In 1790 werd C. de Jonge eigenaar van de heerlijkheid. Deze woonde in Kleef en verkocht op 8 augustus 1837 slot Windenburg voor de sloop. De gracht werd later met afval gedempt en deze plaats stond bekend als de Steengracht. In de zomer van 1953 werden de fundamenten van Windenburg blootgelegd en daarop werd de burgemeesterswoning gebouwd.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek