Eerbeek en Hall in oude ansichten

Eerbeek en Hall in oude ansichten

Auteur
:   B. Derksen en M. Beker
Gemeente
:   Brummen
Provincie
:   Gelderland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0896-6
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Eerbeek en Hall in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

Eerbeek en Hall zijn beide dorpen van hoge ouderdom. Getuige de verschillende archeologische vondsten worden deze plaatsen sinds de vroegste tijden bewoond. In de geschreven geschiedenis is er in 1046 sprake van "Erbeke". Het gebied van Eerbeek en Hall behoorde tot de Saksische gouw Hameland; deze strekte zich uit vanaf de IJssel tot diep in Westfalen. Ook behoorde er een klein gedeelte van de Oostveluwe bij.

Als stichter van de kerk te Hall wordt Ludger genoemd; deze bracht in onze streken het evangelie. Hij overleed in 809 in het klooster te Weiden en vermaakte zijn bezittingen aan dit klooster. Uit een lijst van inkomsten van dit klooster in de twaálfde eeuw worden verschillende plaatsen genoemd onder "Territorium te Hall". De huidige kerk dateert van de twaalfde eeuw. Jammer genoeg zijn de archieven verloren gegaan bij de grote brand in 1650. De beroemde muurschilderingen dateren vermoedelijk van circa 1500. Ze stellen onder andere de vier evangelisten voor: Mattheus met de engel, Marcus met de leeuw, Lucas met de os en Johannes met de arend.

Tot aan het midden van de vorige eeuw zijn Eerbeek en Hall zeer nauw met elkaar verbonden geweest in de mark van Eerbeek en Hall. Deze mark was één van de acht marken in het ambt Brummen. De geschiedenis van de marken gaat terug tot de tijd der Saksen. De mark bezat de gezamenlijke gronden; leden van de mark waren de geërfden of markgenoten, eigenaars van de oude boerderijen. De geërfden hadden toegang tot en hadden stemrecht op de markvergaderingen. Uit een lijst, voorkomende in het markenboek (dit boek berust bij het rijksarchief in Arnhem) blijkt dat er in Hall in 1729 acht stemgerechtigde erven waren,

in Eerbeek zeventien en in Coldenhove twee. De erven te Hall waren: Den groten Hof te Hall, Den kleinen Hof te Hall, Van der Hoeven goed, Daghsgoedt, het goed de Ponge, het Haller Hoge, het Hoge en het goed van weduwe Swarthoff. Te Eerbeek: het Hungelink, het Wensink, het Huis te Eerbeek, Den Stovenbergh, de Rentmeesterstede, Gerret Sandersplaatse, het goed Odink, de Schotpoorte, Het goed van Schoonmans erfgenamen, de Kempe, de Bodderije, Teunis Goossensgoet, het goed Ter Boven, het goed IJllink, het goed Wedink, Arend Geurtsplaatse en Breunis Goossensgoed. Te Coldenhove: twee goederen behorend aan de prins van Oranje.

De afkondiging van de markvergadering geschiedde, evenals andere belangrijke mededelingen, op de "kerckenspraeke", zondags na afloop van de kerkdienst. De leiding van de mark en de markvergadering berustte bij de markerichter; hij werd bijgestaan door boerrichters, vorsters en schaters. Er was genoeg te controleren in de mark: men maakte zich vaak schuldig aan afgraven (het zich toeëigenen van een groter stuk land dan waar men recht op had), het omhakken van bomen, zonder vergunning, clandestiene veeweiden, plaggenmaaien enzovoort. De bewoners van de mark waren verplicht tot hand- en spandiensten bij het onderhoud van wegen, afwateringen en dergelijke. Dat vele kleine weggetjes aloud zijn kan men duidelijk zien bij het kanaal; ze houden aan de ene kant op en gaan aan de overkant verder (Heerweg/Oude Zutphensestraat), Toen er in 1846 sprake was van de aanleg van het kanaal wilde de mark in eerste instantie meewerken door de benodigde grond gratis af te staan. De aanleg liet echter nogal lang op zich wachten; mede in verband met de ophanden zijnde ont-

binding van de mark moest men op het "gratis" terugkomen.

Naast de wereldlijke zaken, beheerde de mark tot 1811 ook de kerkelijke en onderwijszaken. In 1796 was al bij landelijk decreet bepaald dat kerk en staat gescheiden dienden te worden. Uit de aantekeningen blijkt dat er geregeld financiële problemen waren, wat gezien de armelijke grond niet verwonderlijk is. Vaak ontbraken de middelen voor het onderhoud en reparatie van de kerk. Om deze tekorten te bestrijden werd nog al eens een stuk grond verkocht of geld aangenomen in ruil voor andere gunsten.

Opmerkelijk is dat er in het markeboek diverse namen genoemd worden die nu nog voorkomen; Hendrik van Milgen, Willem Garrits, Harmen Bello, Jan Egberts, Arend Klumper, Willem Berents, Jan Siens, Jacob Rabelink, Jan Peters, Goosse Huiskamp en Gerrit Tabor. In 1838 kreeg Reinder Koenders toestemming zich te vestigen als smid te Hall; in 1789 verrichtte Frans van de Burg timmerwerkzaamheden aan de kerktoren. Ingevolge een wet van 1810 werd het mogelijk gemaakt een mark te verdelen indien de meerderheid vóór was. Het heeft echter tot 1852 geduurd voordat de definitieve verdeling van de mark van Eerbeek en Hall, na jarenlang gekrakeel en geharrewar, plaats vond.

Eerbeek dankt zijn opkomst aan de papierindustrie. De geschiedenis van deze industrie gaat terug tot omstreeks 1650. Er wordt melding gemaakt van onder andere de Boshoffmolen (later is deze naam veranderd in de bovenste Schoonmansmolen) en de onderste Schoonmansmolen. De eerste Schoonman was een papiermaker en afkomstig uit Mühlhausen in Duitsland; tijdens de dertigjarige oorlog nam hij de wijk

naar Eerbeek. De onderste Schoonmansmolen is uitgegroeid tot de huidige papierfabriek "De Hoop"; de bovenste Schoonmansmolen is in de vorige eeuw omgezet in de inmiddels verdwenen wasserij Slijkhuis. Omstreeks 1730 liet de heer van Lamsweerde, eigenaar van het huis te Eerbeek, een nieuwe papiermolen bouwen, een kwartier stroomopwaarts boven de Schoonmansmolen. Hij verkreeg hiervoor toestemming van de mark in ruil voor een gift van duizend Carolusguldens ten behoeve van reparatie van de kerk. Het Kerstensmolentje is het overblijfsel van deze papiermolen. Sinds het begin van deze eeuw maken de papierfabrieken een zeer grote groei door - mede door de mechanisatie. In tegenstelling tot Hall is Eerbeek hierdoor sterk uitgebreid.

Ongeveer gelijktijdig met de opheffing van de mark in 1852 kwam in Eerbeek de wens naar voren, in kerkelijke en onderwijszaken zelfstandig te worden. De eerste school, voorloper van de Sondorpsschool, werd gesticht in 1852. Kerkelijk werd Eerbeek zelfstandig in 1857; voordien was het bij Hall aangesloten.

Met deze uitgave willen we u graag wat laten zien van onze beide dorpen tussen 1900 en 1930. Daarbij willen we u graag naast de beschrijving, waar nodig nog wat meer informatie geven omtrent het verdere verleden. Sommige feiten zijn gewoon leuk om te weten, andere moet men weten om bepaalde dingen beter te kunnen begrijpen. De foto's staan globaal genomen in de volgorde van een wandeling. Wandelt u deze route eens mee, u kunt zelf zien wat er in al die jaren veranderd is.

Ten slotte willen we iedereen bedanken die ons geholpen heeft door het beschikbaar stellen van foto's en geven van informatie.

ê

ErE

. ') 1'/,3

. I

EERBEEK

1. Het "Huis te Eerbeek" in 1719. Het Huis te Eerbeek werd waarschijnlijk gesticht door de heren van Bronekhorst. Deze bezaten al in 1380 de Eerbeekse tienden. Dit huis heeft echter nooit een belangrijke rol in de geschiedenis gespeeld. Bij het beleg van Zutphen door de Spanjaarden in 1572, wisten enige burgers te ontkomen en vonden onderdak in het "Huis te Eerbeek". Via verschillende verervingen en verkopingen kwam het in handen van professor M.W.C. Weber (bekend van de Sibogaexpeditie). Na het overlijden van mevrouw Weber werd het huis gelegateerd aan het "Gelders Landschap".

2. In 1872 werd het "Huis te Eerbeck" ingrijpend verbouwd en kreeg het zijn huidige aanzien. De watermolen bij Van Zadelhoff heeft ook steeds bij het huis behoord en werd al genoemd in de veertiende eeuw. Het gedeelte van de beek tussen de Smeestraat en het kanaal werd speciaal gegraven om voldoende verval te krijgen bij de molen. De vijver is een restant van de wijer. Deze wijer diende als wa terreservoir.

3. De watermolen bij café "De Korenmolen". Eerbeek telde vroeger meerdere watermolens. De meeste werden gebruikt als papiermolen. Ze zijn echter verdwenen, meestal door afbraak of brand. De molen bij Van Zadelhoff is als enige overgebleven. Het was een zogenaamde "dubbele" molen, bestaande uit een koren- en een oliemolen. De oliemolen werd in 1967 geheel gerestaureerd; de restanten van de korenmolen zijn toen gesloopt.

Uitg ?.?. e C. L. Breudeke, Eerbeek

4. Gezicht op café "De Korenmolen", omstreeks 1900. Op de plaats van de ANWB-handwijzer staat nu het gebouw "Eerbeeks Belang". Omstreeks 1900 werd de eerste bijenmarkt gehouden in de schuur bij Van Zadelhoff; deze huisvesting voldeed niet, mede door de enorme toeloop. Op initiatief van professor Weber werd "Eerbeeks Belang" gebouwd. De bijenmarkt had nu onderdak, maar daarnaast hebben ook vele verenigingen van het gebouw geprofiteerd.

5. Eén van de eerste bijenmarkten omstreeks 1904. Initiatiefnemer van deze markt was meester Pannekoek. Deze opname werd genomen vóór café "De Korenmolen", met links van de vlag de ingang naar het café. Achter de vlag bevond zich de inmiddels verdwenen korenmolen. Ook de muziek was present, zoals u rechts op de foto kunt zien.

Brummensche weg, Eerbeek.

6. Weinigen zullen weten dat Eerbeek nog twee muziektenten rijk is. De oudste, die u hier ziet afgebeeld, staat nu aehter "Eerbeeks Belang" en doet dienst als bergruimte; ook worden elk jaar de prijzen van de verloting van de bijenmarkt erin uitgereikt. Het weiland aan de overzijde van ,,'t Hungeling" is nog afgezet met houten rikkens; de plaats waar nu het huis van de heer H. Sanders staat is nog helemaal begroeid.

7. Muziekvereniging "de Eendracht" werd opgericht in 1898. Hier ziet u het korps zo'n vijftig jaar geleden, tijdens een festival. Op de bovenste rij staan, van links naar rechts: G. Wensink, B. Plant, W. Spijkerrnan, J. Mcnsink, H. Hogewey en H. Tasche. Op de middelste rij: W. Wensink, Derickx, slager Reinders, kruidenier 1. Tabor, E. v.d. Burg, schilder Kerseboom, P. v.d, Burg, T. Mensink, M. v.d. Veen en L. Spijkerman. Zittend: J. Wcnsink, meester Grizel! en C'. Brendeke.

8. Het spoorfeest in 1912 werd gehouden ter gelegenheid van het vijfentwintigjarig jubileum van de spoorlijn Apeldoorn-Dieren. Behalve de kermis, die u hier ziet, was er een grote optocht en stonden er overal erebogen opgesteld. Links ziet u schilder Kerseboom, rechts de gebroeders Plant en verder nog in het midden de families Hagen en Spijkerman.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek